Kunst op Zondag | Aantrekkelijke beleving

Zet een speel-, klim-, sluip-door-kruip-door attractie in een museum en het heet geen pretpark maar een beleving. Dat is natuurlijk veel beter geformuleerd. ‘Attractie’ suggereert toch dat het om iets aantrekkelijks gaat. Er zijn ongetwijfeld sujets die aangetrokken worden door de angst, misselijkheid en kots van het publiek dat een Sledge Hammer of een Python verlaat. Maar omdat daar ook anders over gedacht kan worden is het beter kiezen voor ‘beleving’. Daar kun je alle kanten mee op.

Dat een museum de allure van een pretpark kan hebben ontdekken we als er reusachtige interactieve installaties zien waar het publiek aan mag zitten. Wat heet ‘aan mag zitten’: er op klimmen, er af springen, er door rennen, er tegen gaan leunen.

Je zou denken dat een dergelijk kunstwerk van uiterst robuust materiaal moet zijn. Dat gaan we zien bij twee kunstenaars wiens werk je moet ‘beleven’. De één gebruikt robuust textiel, de ander juist heel tere lappen. Uiteraard ga je bij dat laatste kalm en voorzichtig er doorheen.

Eerst de Braziliaanse kunstenaar Ernesto Neto, wiens werk je wellicht in Nederland al eens hebt gezien tijdens Den Haag Sculptuur 2016 of in 2004 en 2009 in museum Boijmans van Beuningen, waar ´Célula nave´ (losjes vertaald: cel schip) werd geïnstalleerd.

Célula Nave. It happens in the body of time, where truth dances, 2004,

Neto’s werk bestaat natuurlijk niet alleen uit fragiel textiel. Zoals zijn werk een mix van materialen is, zo is Anthropodino (2009) een mix van ideeën, zegt Ernesto Neto in dit interview. “Anthropodino’ staat voor antropoligie en ‘Anthropophagia’ (kannibalisme), het idee van dichter Oswald de Andrade die in het Cannibal Manifesto stelde dat Brazilië zich alleen kan verweren tegen de koloniale Europese en Amerikaanse cultuur door het te “kannibaliseren”.

Installatie in het Faena Arts Center, Buenos Aires, 2011.

Falling Body [Le corps] female [from Leviathan Thot], 2006, Een tijdelijke installatie in het Parijse Pantheon, nu ondergebracht in het Guggneheim Museum.

In deze 25 minuten durende docu presenteert Neto het werk ‘Dengo’, dat niet alleen uit kleuren maar ook uit geuren bestaat. Voor wie nog wat Spaans wil verstaan.

Het werk van de De Zuid-Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh is van een heel andere orde. Waar Ernesto Neto zijn ‘roots’ in letterlijke kleuren en geuren meeneemt in zijn ruimtelijke werken, lijkt Do Ho Suh alleen in de ruimte zelf geïnteresseerd. Met textiel reconstrueert hij ruimtes waar hij zelf heeft gewoond of gewerkt.

Hoewel je er door kan lopen is dit werk minder geschikt voor spectaculaire interactie. Maar attractief is deze transparantie wel.

Staircase III (2010), is een replicatie van een trap in zijn appartement in Chelsea, New York.

Blueprint (2010) is de textiele reproductie van de gevel van het appartementengebouw.

Het fragiel textiel van ‘Gate’ (2011) blijkt toch geschikt voor projectie.

De opbouw van die installatie zie je hier, tekst en uitleg van Do Ho Suh vind je hier.

Do Ho Suh maakt behalve de gebouwen en kamers, ook het interieur na. Het is natuurlijk allemaal concept, waarmee ook Do Ho Suh weer uitkomt bij Marcel Duchamp?
cc flickr.com photos THX0477 Glowing toilet

In dit ruim 24 minuten durende film een overzicht van Do Ho Suhs werken en ideeën.

Prettige zondag verder.

  1. 1

    Leuk Thema P.J.!
    Er zijn veel belevingskunstattracties en ik word er zelf ook altijd wel een beetje blij van.

    Helaas kan ik er geen plaatjes van vinden, maar in 2001 was er bij de poëziezomer in Watou een kunstwerk van Surasi Kusolwong (An Emty Place to Play), waarbij je rieten ballen in plastic manden mocht schoppen. Niet zo groots en hal-vullend als jouw voorbeelden, maar wel erg leuk.
    Ook in Watou (2016) voetballen in de kerk, met ballen die beplakt zijn met pagina’s uit de bijbel. Een werk van Samson Kambalu, The Last Judgement. http://www.nieuwsblad.be/cnt/bltpa_02363966

    Bij de Twente-biennale van 2013 stond er het werk Miracoco van de Architects of Air. Een soort sprookjespaleis met prachtige belichting.
    https://www.architects-of-air.com/luminaria/miracoco. Niet dat je er veel in kon doen, behalve chillen trouwens.

    Bij Lille Fantastic – in 2012- waren er verschillende werken waar je zelf mee kon spelen of er in kon. Het onderdeel in het “Gare Saint Sauveur” heette zelfs “Fantastic Attractions”.
    Je mocht klimmen in een grote tape-constructie van Numen: http://www.numen.eu/home/news/. En er waren verschillende werken waar je doorheen kon lopen (doolhof van karton, soort catwalk met lichtbogen).
    Maar er was ook een schilderij waar je je eigen gezicht in kon laten projecteren en een grote stad van lego, waar kinderen aan mee mochten bouwen. Dhr. Rigo Reus had graag mee willen doen, maar werd op leeftijdsgronden geweerd.
    https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Atelier_Fantasticit%C3%A9_Cr%C3%A9ation_d%27une_Ville_en_l%C3%A9go_%C3%A0_Lille_Gare_Saint-Sauveur,_en_mai_2016a_04.jpg

  2. 2

    Glijbanen waren ook een tijdje erg in. Heerlijk citaatje/statement van de kunstenaar zelf: “de kermiservaring wordt volledig onderschat”.
    In het Londense Tate Modern in stonden vijf glijbanen van de Duitse kunstenaar Carsten Höller. Hij heeft er geen boodschap aan dat de glijbanen misschien een kermisachtige indruk wekken. „De kermiservaring wordt naar mijn mening volledig onderschat”, aldus de Duitser op een persconferentie. Voor Höller is een glijbaan „een sculptuur waarin je kunt reizen”.

  3. 9

    @8: Als jullie dit als trollen beschouwen zit er toch echt iets fout in jullie denkraam. Enfin, jullie hebben mij in ieder geval niet geband. Dat pleit dan weer. Ere wie ere toekomt.