KSTn | Buitenlandse studenten en het betablok

ANALYSE – Na eerder geschreven te hebben over het teruglopende aandeel in afstudeerders uit het betablok, leidt een recent kamerstuk naar gegevens over het toenemende aandeel buitenlandse studenten. Het wordt er niet mooier op.

Afgelopen weekend schreef ik een column over de mogelijke gevolgen van de afname van het aandeel mensen dat nog in de technische en/of betahoek zit. In de discussie kwam de vraag op in hoeverre het toenemende aantal studenten van buiten Nederland dit beeld nog zou veranderen. Mede een linkje naar een NOS artikel maakte dit aannemelijk. Het bleek echter lastig te zijn om de juiste gegevens boven tafel te halen. Tot er vandaag tussen de kamerstukken een document, opgesteld door Nuffic, zat die hielp bij de speurtocht.

Eerst even over dit document zelf.
Meest interessante grafiek vond ik onderstaande:


In het WO en HBO is het aandeel buitenlandse studenten dus in 5 jaar tijd van 6,2 naar 8% gestegen. Als je alleen naar het WO zou kijken, is de stijging nog sterker. Daar gaat het van 6,8 naar 10,1%.
Uiteraard moet je hierbij ook kijken naar het aantal Nederlanders dat in het buitenland studeert. Maar dat is in die periode stabiel gebleven met ongeveer 25.000 studenten, waarvan ongeveer 60% in HBO en WO.

Op zich al interessante gegevens dus voor de politiek.
Maar door de column van afgelopen weekend ging mijn aandacht uit naar het betablok. Dat staat niet in het kamerstuk. Maar in het kamerstuk stonden wel diverse bronnen voor de gegevens vermeld. En zo kwam ik uiteindelijk bij de Kennisbank Platform Beta Techniek terecht. En daar heb ik vervolgens de volgende gegevens uit gehaald.
Eerst even een overzicht van het aandeel buitenlandse afstudeerders in WO en HBO:

Daarbij valt dus op dat het aantal Nederlandse afstudeerders stabiliseert. Maar hoe zit het dan met de verdeling naar richting? Dit maal een grafiek voor HBO en WO samen, en dan alleen de Nederlanders.

Daarin is te zien dat zelfs in de relatief korte periode van de laatste 10 jaar, de bovenste 3 groepen (voor het gemak het beta-blok genoemd) in aandeel van 22,2% naar 17,8% teruggelopen is.

Meest significant is de trend bij de WO-Techniek afstudeerders:


Daar is het aandeel inmiddels 23%.

Update (08:35 uur): Dit artikel is gisteren reeds geschreven. Vanochtend verscheen in het ND een bericht over het groeiende aandeel buitenlandse studenten bij studies met een loting. Zelfde onderwerp, andere insteek.
 
 
En ik ga weer over tot de orde van de dag.
Mocht u uw ei kwijt willen bij de politiek naar aanleiding van bovenstaand stuk, gebruik dan de site van Mail de Politiek.
KSTn = Selectie uit recente KamerSTukken.

  1. 1

    De gegevens zelf zijn natuurlijk informatief, maar wat is nu precies de stelling?

    Ik denk dat het belangrijk is twee dingen te onthouden:
    1) De invoering van het BaMa-systeem heeft het veel gemakkelijker gemaakt om een Master in een ander land te gaan doen. Dat was ook één van de redenen om het in te voeren. Geldt twee kanten op.
    2) Op dit moment is het voor universiteiten financieel gunstig om maar zoveel mogelijk studenten op te leiden. Dan moet je niet raar gaan kijken als die er alles aan doen om het studentenaantal op te krikken. Sinds kort betalen studenten van buiten de EU ook nog eens de volle mep, ten gunste van de universiteiten.

    Ik zou ook niet bang zijn voor veel buitenlandse studenten. Uiteindelijk krikken die het niveau op (behalve uitgelote ‘ollanders in Vlaanderen natuurlijk), en internationale contacten zijn voor een klein exportlandje broodnodig.

  2. 3

    Het gaat mij niet om het aantal buitenlandse studenten sec. Het gaat mij er om dat de groeiende stroom buitenlandse studenten het beeld vertekenen van wat het hoger onderwijs aan kennis/kunde/vaardigheden bijdraagt aan Nederland zelf.
    Zoals de laatste grafiek bijvoorbeeld laat zien dat het in absolute zin best aardig gaat, maar zuiver alleen gekeken naar de Nederlandse afstudeerders er sprake is van een daling (al helemaal ten opzichte van het totaal van afstudeerders en bevolking).
    Dat wetende kan je een discussie hebben over de consequenties en wenselijkheid van die trend.

  3. 5

    En dat laatste weet ik dus niet zeker. Volgens mij is dat niet het geval bij de tellingen die ik gebruik in dit stuk. Buitenlanders worden toch echt gedefinieerd als mensen van buiten NL (zonder NL paspoort) die ook weer terug (kunnen) gaan na hun studie. Dat is iets anders dan allochtoon.
    Maar ik kan niet achterhalen hoe CBS de telling opbouwt.

  4. 7

    De manier van telling van het CBS lijkt dezelfde als van kennisbank.

    Het CBS telt normaal gesproken alleen die mensen die ingeschreven staan in het bevolkingsregister, maar bij studenten hebben ze ook diegene geteld die niet ingeschreven staan.
    http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/default.aspx?DM=SLNL&PA=71037ned&D1=0&D2=0&D3=0&D4=0&D5=1-2%2c5%2c8%2c11%2c14%2c17&D6=0&D7=a&HDR=T%2cG6%2cG2%2cG5%2cG3%2cG1&STB=G4&VW=T
    Klik op linksbovenaan op tabeltoelichting.

    Iedereen die naar Nederland komt kan je indelen naar allochtoon/autochtoon. Dat mensen voor korte tijd hier zijn en een buitenlands paspoort hebben doet er niet toe.
    Een buitenlander die voor 6 maanden komt studeren wordt in Nederland gedefinieerd als immigrant (een van de redenen dat het aantal niet-westerse immigranten niet daalt: er zijn nog nooit zoveel studenten naar Nederland gekomen als nu). Die student die hier even is kan je wel degelijk indelen in de allochtonen categorie en dat gebeurt ook.
    Normaal gesproken alleen dus als je ingeschreven staat in de basisadministratie, maar, zoals blijkt uit de tabeltoelichting, het CBS heeft ook iedereen genomen die niet ingeschreven staat.

  5. 8

    Check. Maar… dat betekent dat de conclusies in jouw stuk niet kloppen. Want omdat het CBS iedereen telt, wordt de groep allochtonen relatief groter (ten opzichte van de hele NL bevolking). Je moet dus NL allochtonen en Buitenland allochtonen splitsen om iets te kunnen roepen over de “opkomst” van de NL allochtonen in het hoger onderwijs. Toch?

  6. 9

    Goed gezien en daarom ga ik verder in mijn stuk dan ook verder met 2e generatie allochtonen. Het eerste stukje was om even te prikkelen.
    Ik ga nog nadenken of ik met de cijfers van kennislink nu ook goede cijfers kan maken, maar ik denk het niet.

  7. 10

    Dat geeft een leuke vergelijking.
    In de tabel van het CBS (zie #008) worden alle ingeschreven studenten geteld.
    In de tabel van kennislink alleen de instroom.
    Ik heb die verschillen even in een tabelletje gezet.
    http://www.flipvandyke.nl/wp-content/uploads/2015/05/studenten.jpg

    Bij de instroom zie je 15% westers en 15% niet-westers. 30% allochtoon dus en dat is veel.
    Bij het totaal aantal studenten is dat resp. 11% en 14%.
    Dat stuk lagere aantal van 11% van westers komt zeker voor een deel door de forse stijging van de laatste paar jaar, maar kan ook te maken hebben met misschien het volgen van korte studies.

    Niet-westerse allochtonen maken 11% van de bevolkinmg uit en westerse 9%.
    Dat niet-westers 15% en 14% geeft is niet verwondelijk gezien de leeftijdsopbouw. Westerse allochtonen lijken veel meer op die van autochtonen. De 15% komt dan echt door studie-immigratie (of ze zijn gewoon slimmer dan autochtonen)