De Kroonboekenclub | Een voortreffelijke ridder van Willem Brakman

COLUMN, RECENSIE - Wat zou er zijn gebeurd als Willem Brakman geen Scheveninger was geweest, maar een Colombiaan? Dan was hij misschien toch ook wel in 2008 zijn doodgegaan, maar dan waren er in de Nederlandse boekwinkels allicht nog wel boeken van hem te vinden. Nu ligt hij ergens dood, onder een grote laag stof en vergetelheid en studies. En vind je zijn boeken vrijwel alleen nog langs de kant van de straat, in de gratis bibliotheekjes die mensen hebben opgesteld.

Terwijl het boeken zijn vol leven, de boeken van Brakman. Zoals Een voortreffelijke ridder, de novelle waarin hij zich voorstelt dat Don Quichot in Scheveningen opduikt. Het boek begint met een begrafenisstoet waarin iemand het lijk in het water gooit, tal van kerkgangers erachteraan springen. Wat er daarna gebeurt wordt even later samengevat door een inspecteur van politie:

‘Het voorval,’ zei de Don fier, ‘staat bij mij te boek als het gevecht met de dood en dat acht ik een nobele schermmutseling.’

‘Ik geloof u,’ zei de inspecteur, ‘u kwam te paard naar de kerk, vertelde op de preekstoel over slakken, dwong de gemeente tot het zingen van kinderliedjes, schaakte een zeer gerespecteerd gemeentelid en overweldigde dit in de sacristie. En dan was er meen ik ook nog een opwekking uit de dood. U kunt geen kant meer op, daar sta ik voor in. Als u hier even wilt tekenen.’

Groenteman Schoof

De broodmagere, de voortreffelijke dromer, ‘de Don’, verzeild in een wereld van Scheveningen die enerzijds gevuld lijkt met metselaars, ambtenaren en kleine crimineeltjes maar uiteindelijk net zo bizar blijkt als de vreemdste fantasieën van de Don, of van Spaanstalige schrijvers.

Waarom Brakman nooit veel lezers heeft gehad, vind ik raadselachtig. Waarom zou je liever een uit het Spaans vertaald verhaal lezen als je het ook allemaal in Scheveningen kunt zien gebeuren, met zinnetjes als ‘Ik acht dat een nobele schermmutseling’ of ‘U kunt geen kant meer op, daar sta ik voor in’ op de koop toe.

Want taalplezier, dat is misschien wel de belangrijkste eigenschap van Brakmans werk – al is daar bij mijn weten nooit over geschreven. “De ochtend rook naar teer en water, ze haalden paard en ezel uit de stal van groenteman Schoof en klakkerden even later richting haven.” Het is zo maar een zin die je in zo maar een boek kunt vinden dat zo maar iemand ergens heeft neergelegd, maar het bevat wel het woord klakkerden.

(Eerlijk gezegd is het in mijn geval blijkens het ex libris, niet zomaar iemand, die het boek heeft achtergelaten, maar door de schrijver Cees van Hoore. Ook een schrijver van wonderlijke boeken over Den Haag.)

Lompe Hollander

Ik denk dat de manier waarop over Brakman geschreven is, ook niet hielp. In de recensies die ik op internet vind over De voortreffelijke ridder worden de moeilijkheden nogal benadrukt, alsof je een enorme geleerde moet zijn om van een bizar verhaal en woorden als klakkerden te genieten. Nog in het onlangs (9 jaar na Brakmans dood!) verschenen Levensbericht schrijft de Vlaamse literatuurwetenschapper:

Brakman heeft zich altijd verzet tegen de associatie met het postmodernisme. Voor hem was dat een verwerpelijke stroming, die de relativiteit van alles preekte en zich verloor in vrijblijvende spelletjes. Dat is wellicht de heersende kijk op het postmodernisme in Nederland (de ‘ludieke’ variant), maar het het is niet wat internationaal en in België onder het verschijnsel verstaan wordt (de ‘intellectuele’ variant).

Let eerst even op dat volkomen overbodige ‘in België’ – waarom moet van alle buitenlanden specifiek België naar voren worden gebracht? Moet Brakman na zijn dood nog even worden ingepeperd door een Belg wat voor lompe Hollander hij was dat hij bij postmodernisme alleen dacht aan vrijblijvendheid, in plaats van ‘intellectualiteit’? Hoezo zijn die begrippen eigenlijk tegenovergesteld aan elkaar? En waarom moeten mensen als Vervaeck nu tussen de schrijver en de lezers gaan staan?

 

 

  1. 1

    De recensies van zijn werk door Tom van Deel in Trouw waren altijd incrowd, ophemelend en dus ongenietbaar. Willem Brakman, nimmer lezen, vond ik.

  2. 2

    Hij had zijn naam niet mee. En ook nog een moeilijk schrijver. Ik heb eens een verhaal gelezen van hem dat bijna hallucinogeen te noemen is. Vond ik toch knap.

    (Maar eh… “schermmutseling”? Is dat bewust met een -m teveel?)