De Kroonboekenclub | Lady Chatterley’s Lover, van D.H. Lawrence

Een goede schrijver is altijd een dief. Ieder verhaal gaat minstens voor een deel over andere mensen. En door iemand anders verhaal op te schrijven, ontneem je die ander zijn verhaal.

De laatste weken woedt onder andere in NRC Handelsblad en op weblog Tzum een discussie over ‘culturele toe-eigening’ (cultural appropriation) in de literatuur: wat te denken van witte schrijvers die over zwarte personages schrijven? En wat als ze daarbij teruggrijpen op allerlei clichés?

Ik vind het een interessante kwestie en ik probeer er alles over te lezen wat erover gezegd wordt. Het lijkt me duidelijk dat je niemand het recht wil ontnemen om wat dan ook te fantaseren over wie dan ook. Het lijkt me ook duidelijk dat je kritiek moet kunnen hebben op verhaaltjes met een duidelijk racistische strekking. Waar ligt precies het redelijke midden?

De roman Lady Chatterley’s Lover van D.H. Lawrence is een interessant geval.  Het verhaal is bekend: Constance Chatterley is getrouwd met de gehandicapte en veel te intellectuele schrijver Lord Chatterley, en ze valt voor diens boswachter Oliver Mellors, van wie ze een kind krijgt en met wie ze uiteindelijk gaat samenleven. Het is een heel krachtig verhaal, waarin je als lezer heen en weer wordt geslingerd tussen sympathieën voor alle personages, en van intellectuele discussies over het bolsjewisme tot zeer zinnelijke beschrijvingen van erotische vervoering.

Met elkaar naar bed

08-5032pOm dat verhaal te kunnen vertellen, heeft de schrijver zich zo ongeveer alles moeten toe-eigenen. De meeste tijd volgen we Constance en haar gedachten en gevoelens; en Lawrence was zeker geen jonge vrouw. Net zo min als hij een ongeletterde boswachter was, of een kreupele kasteelheer.

Maar laten we het houden bij de vrouw. In hoeverre had Lawrence het recht zich haar belevingswereld toe te eigenen?

Een zeer ontroerende passage in Lady Chatterley’s Lover staat ongeveer op een derde. Constance heeft Oliver al een paar keer ontmoet, maar er is nog niets gebeurd. Dan buigen ze zich samen over wat fazantenkuikens, en Oliver legt haar zo’n kuiken in de hand. Ze kijkt ernaar, en voelt van alles, maar vooral haar eigen verlangen naar een kind. Onmiddellijk daarna gaan ze voor het eerst met elkaar naar bed.

Vrouwengevoel

Ook verder blijft voor Constance het seksuele verlangen sterk verbonden met het verlangen naar een kind. Als ze na deze eerste keer afstand van Oliver probeert te nemen en in plaats van naar zijn boshut te gaan, op bezoek gaat bij de buren, speelt ze daar met hun jonge kind. En valt even later, op de terugweg, toch weer voor Oliver.

Mij ontroert dit alles zeer, omdat ik het idee heb dat ik mee kan voelen met Constance. Haar verlangen wordt voor mij invoelbaarder dan dat van Oliver (van wie vooral wordt gezegd dat hij ‘vuur in zijn lendenen’ heeft).

Maar Lawrence heeft dat alles natuurlijk niet uit eigen ervaring. En ook ik als lezer eigen mij eigenlijk het vrouwengevoel toe als ik dat lees.

Maar een man

Geen probleem, kun je zeggen. Of sterker nog: hoe kunnen wij mensen ooit nader tot elkaar komen als we ons niet over alle grenzen heen proberen in te leven in elkaar? Is dat niet juist een van de krachtige functies van literatuur? Zou de literatuur niet eindeloos verarmen als iedere schrijver alleen over zijn eigen ervaringen kan schrijven?

Maar daar valt ook wel iets tegen in te brengen. Hoe krachtig Lady Chatterley’s Lover ook is – en ik vind het bij vlagen een van de ontroerendste boeken uit de eerste helft van de twintigste eeuw – het is niet het verhaal van een vrouw. Het is het verhaal van een man, een intellectueel die moeite had met wat hij zag als doorgeschoten intellectualisme, een Engelsman die de nasleep van de gruwelijke Grote Oorlog probeerde te verwerken, een man die worstelde met de relatie tussen lichaam en geest, met de waarde van de klassemaatschappij, enzovoort.

Een man die zich met flair inleefde in vrouwen. Maar een man.

Leestafel

Het probleem ontstaat pas als er in ons maatschappelijk verkeer alleen ruimte is voor dat soort verhalen, en niet voor verhalen die door vrouwen worden verteld. Of door boswachters. Het probleem van culturele toe-eigening kun je zo bezien nooit illustreren aan één specifiek geval – het is altijd een kwestie van statistiek.

Iedereen mag schrijven wat hij wil. Maar als samenleving wil je op de een of andere manier bereiken dat zo verschillend mogelijke verhalen de leestafel halen.

Volgende week: Hélène Swarth, Sorella.

 

  1. 1

    Maar o wee als je als blanke, mannelijke schrijver enkel blanke mannen in je werk hebt. Dan ben je opeens ‘cultureel eenzijdig’ bezig en andere politiek corrcte nonsens. Het is blijkbaar nooit goed.

  2. 2

    Ook verder blijft voor Constance het seksuele verlangen sterk verbonden met het verlangen naar een kind.

    Dat vind ik ook zo vreemd aan de mens. Sex voor fun. Volgens mij afgezien van sommige apensoorten is er geen enkele diersoort die dat doet. En zeker niet paren met onvruchtbare partners. Nee, alles is op voortplanting.

  3. 3

    “Maar als samenleving wil je op de een of andere manier bereiken dat zo verschillend mogelijke verhalen de leestafel halen.”
    Welke leestafel eigenlijk? Die van de universiteitsbibliotheek of het buurthuis? En hoe zie je dat voor je, een quotum voor moslims, negers, vrouwen, gehandicapten en laaggeschoolden waar uitgevers, galeries, filmproducenten en platenmaatschappijen zich aan moeten houden? Sorry ik vergeet joden. Of zijn die al oververtegenwoordigd in de kunsten naar jouw smaak? En wie bepaalt eigenlijk wat dan wel een billijke vertegenwoordiging is? De Gloria Wekkers van deze wereld?

  4. 4

    Trouwens dit is een boek dat ik bij een abonnement van de Volkskrant heb meegekregen in een rij van boeken die als gevaarlijk in hun tijd werden beschouwd. De verklaring zal zijn dat hij juist op sexueel gebied zowel in zijn eigen leven als in het boek nogal vrijpostig was. Ik heb het overigens zelf niet gelezen, ben niet van de romantische boeken, hoewel ik Madame Bovary wel heb gelezen, lijkt het daar op?

  5. 5

    “Culturele toe-eigening”.. ik kan er wel om lachen, zoals om een slang die zich in zijn eigen staart bijt. Boze blanke linkse mannen met een allochtonen obsessie worden nu aangepakt al zijnde het de verfoeide kolonialen met een retoriek die ze zelf geschapen hebben.

  6. 7

    Ben benieuwd naar je denkbeelden over Anaïs Nin en haar relatie tot Lawrence en Henry Miller bijvoorbeeld in samenhang met haar verhalen (ik doel niet specifiek op haar erotica maar die horen er wel bij).

  7. 8

    Ikzelf heb wel eens een tamelijk opgewonden brief verzonden aan Willem Elsschot, om mijn beklag te doen over de behoorlijk eenzijdige belichting mijns persoons in het boek “Kaas”.

    Verder ken ik iemand die meer dan onaangenaam verrast was door de personages Olivier B. Bommel en Tom Poes…

    Pure diefstal, wat ik je brom.

  8. 9

    @4: Er zijn allerlei verschillen met Madame Bovary. Zoals dat er veel meer seks voorkomt in Lady Chatterley’s Lover, en vooral: veel meer vieze woorden. Een veel belangrijker verschil is dat Madame Bovary zich in haar affaire laat leiden door een romantisch gevoel dat ze uit de boeken heeft gehaald, terwijl Lady Chatterley juist TEGEN de boekenwijsheid in aan haar affaire begint. Met Chatterley loopt het (daarom?) ook veel beter af dan met Bovary.

  9. 11

    Een roman is in de eerste plaats een groot avontuur voor de schrijver zelf. In de huid kruipen van iemand die zij of hij in werkelijkheid niet kan zijn is daarbij essentieel. En is inbreng van autobiografische standpunten vanuit andere optiek niet een prachtige manier van introspectie?

  10. 12

    Gerard Reve leed soms aan een gesteldheid die Monkey Mind heet, las ik vandaag op een Nl blog.

    *Alles van je afschrijven…* en vooral niet uitvoeren….

    Jammer, link kwijt.