De Kroonboekenclub | Hélène Swarth, Sorella

COLUMN - Het mooie boekje dat Jeroen Brouwers over de dichteres Hélène Swarth (1859-1941) schreef, is inmiddels ook gratis te krijgen. Ik pikte het in ieder geval op van een tafel op mijn werk, waar collega’s boeken neerleggen die ze zelf niet meer willen. Het treurige verhaal van Swarth hoort daar dus bij. Het lag weken op de tafel voor ik het meenam.

Aan het begin van de twintigste eeuw was Hélène Swarth waarschijnlijk de bekendste dichteres in onze taal. Aan het eind van zijn boek beschrijft Brouwers hoe hij in de jaren tachtig hoe hij haar graf bezoekt, en de kerkhofwachter er zijn verbazing over uitspreekt dat er heden nog belangstelling voor Hélène Swarth bestaat. “Ik zeg,” luidt de laatste zin van het boekje, “dat er geen sprake van is dat er heden nog belangstelling voor Hélène Swarth bestaat.”

Inmiddels is er dus ook voor Brouwers’ boekje geen belangstelling meer.

Rondzingen

s-05153De afbladdering begon al tijdens Swarths lange leven. “Van de in 1942 posthuum verschenen bundel Sorella, voor het laatst dat er een boek van Hélène Swarth verscheen, werd geen kennis meer genomen. Het was oorlog, men had wel wat anders aan zijn hoofd.”  Gelukkig is Sorella onlangs gratis vrij gegeven op de website van de DBNL.

Nu verdwijnen in Nederland schrijvers vrij standaard binnen enkele jaren na hun dood uit de publieke belangstelling. En wie oud wordt, overkomt dat soms al naar zijn leven. Maar vaak blijft de naam toch wel rondzingen.

Bij vlagen onovertroffen

356-jeroen-brouwers-helene-swarth-haar-huwelijk-met-frits-lapidoth-1894-1910Je krijgt de indruk dat het probleem met Swarth was dat ze tezeer nergens in paste. Ze schreef net als de Tachtigers sonnetten, maar ze hoorde niet bij die beweging, omdat ze geen hemelbestormer of bohémien was. Ze was een vrouw die haar hele leven in haar eigen levensonderhoud voorzag door enorm te produceren, maar van het feminisme moest ze niets hebben. Ze was een vrouwelijk literair auteur van sonnetten in een tijd waarin je weliswaar veel vrouwelijke schrijvers had, maar die over het algemeen populairdere genres beoefenden.

En toch. Haar werk is bij vlagen onovertroffen. Zelfs in Sorella, duidelijk het product van een dame op hoge leeftijd, staan heel mooie passages. Je kunt de twee dramatische gedichten waarmee de bundel begint wat mij betreft beter overslaan. Swarth had, anders dan ze zelf kennelijk dacht, geen gevoel voor dialoog, voor drama.

De buurvrouw

Maar haar gevoel voor grote zwaarmoedigheid bleef:

Wintermiddag

Met trage slagen hakt de klok de vracht
Der zware grijze middaguren stuk.
Eentonig lekt een goot met droef gekluk.
Uit bleeken hemel streept de regen zacht.

In ’t naast vertrek, met loomen vingerdruk,
Ontlokt een vrouw ’t harmonium psalmeklacht.
O winterwind! verscheur die wolkenvacht
En geef mij de aalmoes van wat zongeluk!

De lauwerstruiken glimmen, groengelakt.
De bruine stammen, langs den blanken weg
Staan kil te druipen, schamel en gedwee.

En ’t orgel jammert en de hangklok hakt
De wegende uren klein – Van hier nu weg!
Maar ’t sparrenwoud is zwart van winterwee.

Het is haar hele leven de grote kracht van Hélène Swarth geweest: beschrijven hoezeer de mens kan lijden aan het dagelijks leven. De tijd gaat traag, het is guur weer, de buurvrouw maakt lawaai. En je kunt nergens naar toe, want in de stad is het vreselijk en zelfs in het bos is het zwart van winterwee.

Je moet er misschien van houden, maar ik houd er toevallig erg van.

Volgende week: Vrouwen lief en leed onder de tropen van Thérèse Hoven.

 

Reacties zijn uitgeschakeld