De Kroonboekenclub | Gedichten van De Schoolmeester

COLUMN - De Kroonboekenclub is zoals jullie inmiddels weten toch al het frivole hoekje van Sargasso. Hier geen mismoedige klachten over het einde der beschaving vanwege de leugens van extreem rechts of linkjes naar rapporten die minstens tien centimeter dik zijn voor iedere centigraad dat de temperatuur de afgelopen maand boven het gemiddelde lag. Hier lezen we gratis boeken voor ons plezier.

Maar deze week maken we het wel heel bont: we nemen de Gedichten van De Schoolmeester ter digitalen hand.

Wees niet bang, lezers van Sargasso! We hebben hier heus te maken met een baken in onze literaire cultuur. “Nog geen eeuw geleden”, schreef de Amsterdamse hoogleraar Marita Mathijsen nog geen twintig jaar geleden in haar naschrift bij de Gedichten van De Schoolmeester, “leerde men op Nederlandse scholen de gedichten van De Schoolmeester van buiten.” Ook meldde ze dat de verzamelde werken van Gerrit van der Linden, de man die zich nauwelijks verstopte achter het pseudoniem, in het begin van de twintigste eeuw “zelfs cadeau werd gedaan bij repen chocolade.”

Anarchistisch

9207_g_66_1-1Inmiddels hoef je er zelfs geen chocola meer voor te kopen: een internetaansluiting volstaat om de gedichten te downloaden van deze wonderlijke losbol – de man die naar Engeland vluchtte nadat hij in Leiden, waar hij studeerde, torenhoge schulden had gemaakt én bovendien de vrouw van een hoogleraar had bezwangerd. Hij werd in zijn nieuwe vaderland inderdaad schoolmeester en bleef er absurde gedichten schrijven, die zijn vriend Jacob van Lennep na zijn dood zou samenbrengen en publiceren.

Humor veroudert doorgaans nogal snel, de gemiddelde grap uit de eerste helft van de negentiende eeuw is nauwelijks nog de moeite waard. Maar als het om De Schoolmeester gaat, zou je willen dat je in de vroege twintigste eeuw op school had gezeten, zodat je het absurdistische gedicht uit je hoofd had gekend:

Onder de merkwaardigste taferelen
waarin wij gewoon zijn de schepping te verdelen
behoren vooral zekere natuurtonelen,
inzonderheid een vaartuig in de storm,
wanneer iemand gerust kan zeggen: “Ik ben maar een worm,
die noch zijn eigen kan helpen, noch zijn natuurgenoten,
al stond hij ook op zijn achterste poten.”
Zo er daarom een schipbreuk voorhanden is op zee,
ga ik liever voor mijn plezier niet mee.

Vooral de laatste regels zou je op een tegeltje moeten beitelen en dit boven het beeldscherm hangen van menig zeilmeisje. Maar sowieso is De Schoolmeester op zoveel niveaus tegelijkertijd zo anarchistisch dat je je bijna niet kunt voorstellen dat zo iemand hier bijna tweehonderd jaar geleden geleefd heeft.

Buiksloot

Het geldt natuurlijk voor de vorm: geen andere dichter durfde zo het rustige taTAMtaTAMtaTAM van de poëzie van zijn tijd los te laten, geen dichter durfde het aan om, al was het maar voor de grap zijn eigen te schrijven, geen dichter zou een worm op zijn achterste poten hebben willen zetten. Het geldt ook zeker voor de totaal krankjoreme inhoud. In dit gedicht (De schipbreuk) vergaat een schip, de passagiers en bemanning stranden op een schip, maar maken uit het antwoord op hun brief aan de magistratuur van het eiland op dat het onbewoond is, zodat ze maar weer naar huis vertrekken.

Ja, sommige grappen zijn een beetje oudbakken. Ik vind bijvoorbeeld regels als:

en ik had in mijn jeugd een kleinzoon, die in april te
Buiksloot moest wezen: – ik verspreek mij, ik meen te Curaçao,
een eiland, dat je misschien te Buiksloot niet vinden zou

te flauw voor woorden, maar daar staan mooie zinswendingen tegenover als:

Doch de kapitein en de overige passagieren,
benevens de onvernuftige huisdieren,
zaten net zo gerust als in een wagentje van vieren.

Waarom mensen het woord benevens nog maar zo zelden gebruiken weet ik niet. Hier op Sargasso zullen ze wel zeggen dat het komt door de klimaatverandering of door extreem rechts.  Hoe dan ook is het enerzijds te betreuren; anderzijds zijn er natuurlijk nog altijd boeken als Gedichten van De Schoolmeester waar de ware liefhebber van benevens zijn hart kan ophalen.

Volgende week: Christiaan Snouck Hurgronje, Het Mekkaansche feest.

  1. 1

    Mijn vader kende ook nog wat gedichten van de Schoolmeester uit het hoofd, maar die was dan ook neerlandicus. En schoolmeester. Deze vind ik zelf wel aardig:

    Op Leidse held

    Wij waren drie broers, doch daar ik gesneuveld ben in ’t beleg van Leien,
    zo zijn we nu nog maar met ons beien.

  2. 2

    De zelfmoordenaar.
    Geweldig! Heb ik in de jaren 70 nog uit mijn hoofd geleerd. Of dat vrijwillig was of omdat het moest dat weet ik niet meer maar het was zeker geen straf.
    Door de stil knagende slak heb ik nog steeds een afkeer van die beesten.

  3. 7

    Proeve van dichterlijke waarnemingen!
    “Zo zal een eerlijk man zijn kiezen
    niet op zijn derde jaar verliezen
    als hij maar zeven weken leeft”

    en natuurlijk het onovertroffen:

    Hier ligt Poot
    Hij is dood