De Kroonboekenclub | Eindexamen Frans-vwo 2017

COLUMN - Dat er problemen zijn met het eindexamen Nederlands, dat weten we nu wel. Ruim dertigduizend scholieren klaagden dit jaar bij de scholierenvakbond LAKS. Maar hoe zit het met andere examens? Om dat proefondervindelijk te onderzoeken besteedde ik mijn leeszondag aan het eindexamen Frans (vwo).

Dat viel niet mee. Wie dat eindexamen succesvol kan doen en daarna niet urenlang een koude lap om zijn hoofd moet binden, lijkt mij niet geschikt voor deze samenleving.

Het begint met de teksten: een schier eindeloze parade van betrekkelijk korte teksten (twaalf) die allemaal van het type wist-u-dat zijn, het soort dat de gemiddelde gebruikt om een gaatje dat ergens gevallen is nog op te vullen. Wist u dat er in East Anglia een universiteit is waar studenten een half uurtje siesta kunnen houden? Dat  een biohacker in Amerika onlangs zijn eigen DNA getest heeft? Dat het in Marokko sinds april 2010 is toegestaan om (bepaalde) Berber-namen aan je kind te geven? En zo maar door, en zo verder. Een aantal artikelen komen zelfs letterlijk uit een tijdschrift dat de onsterflijk suffe titel Ça m’interesse heette, ‘Dat vind ik nou leuk’.

Minimale afwisseling

Allemaal informatie waar je niets aan hebt en waar je niet op zit te wachten en die alleen dient of je bereid bent uren te besteden aan het consumeren van wetenswaardigheden en daar dan vragen over te beantwoorden. Een artikel over een actueel onderwerp, of over kunst en cultuur, of een artikel dat ergens een wat originelere invalshoek op heeft zat er niet bij.

Maar goed, zou men zeggen: men kan niet iedereen tevreden stellen en het gaat er maar om dat de scholier laat zien dat hij een tekst over een willekeurig onderwerp begrijpen kan. Maar waarom niet een minimale afwisseling in genres? Bij het examen Nederlands wordt je doodgegooid met meningen, zijn de opinies van Franse auteurs onbelangrijk?

Sluwe DIY-bioloogjes

En dan de vragen! Die leken wel genomen uit het eindexamen Nederlands van 2013 – een en al multiple choice wat de klok sloeg, ook bij vragen die gingen over relatief subtiele interpretatiekwesties. Multiple choice is daarvoor ongeschikt: bij een meerkeuzevraag is niet alleen maar één antwoord goed en alle andere onzin, maar is er minstens één alternatief antwoord dat eventueel ook goed zou kunnen zijn. Bij tekstinterpretatie rijst dan altijd de kwestie waarom dat alternatief niet eigenlijk ook goed zou zijn – maar als examenkandidaat heb je geen ruimte om dat toe te lichten: je mag alleen die ene letter geven. En zo moest je bij een van de vragen kiezen tussen d’ailleurs (hoe dan ook) en en outre (bovendien) als een mogelijk verbindingswoord tussen twee zinnen – die allebei de verbindingen toe leken te staan.

Een eigenaardigheid van dit soort examens is overigens dat antwoorden op open vragen die in het Frans zijn gesteld worden fout gerekend. Je mag niet alleen in het Nederlands antwoorden, je moet in het Nederlands antwoorden. Ik neem aan dat ergens in de wet staat dat dit zo is, maar je zou denken dat men dan de wet maar moet veranderen. In dit examen leidt het bovendien tot verwarring: op een bepaald moment wordt je geacht een tweetal synoniemen aan te wijzen voor een term (‘génies de génétique’). Moet je dan ‘garagebiologen’ en ‘sluwe DIY-bioloogjes’ zeggen of ‘biologistes de garage’ en ‘petits malins de DIYbio’? Het blijkt volgens het correctievoorschrift op de website het laatste te zijn, maar waarom?

Geheime gedachten

Een van de artikelen gaat over het feit dat een Franse hogeschool een examen algemene ontwikkeling afschaft. Volgens de auteur is dat niet erg, want die kennis is vaak toch niet meer dan het kunnen oplepelen van willekeurige feitjes. Zo mag je dat echter niet antwoorden, als je gevraagd wordt wat de mening is van de auteur. Je moet, ook weer volgens het correctievoorschrift, zeggen: ‘die kennis zou slechts oplepelen zijn’. “In de formulering van het goede antwoord moet iets van veronderstelling verwoord worden.” Wie dat zou vergeet, kan fluiten naar zijn punt.

Er is dit jaar een recordaantal klachten ingediend over het eindexamen Nederlands, maar ik heb eigenlijk de indruk dat dat dit jaar juist wel meeviel. Voor de echt ouderwetse examenproblemen – vervelende teksten, vragen die van de kandidaat vooral vergen dat hij de geheime gedachten van de examenmaker kan lezen – moest je dit jaar bij Frans zijn.

 

  1. 1

    Leuk om eens te lezen hoe het er vandaag de dag aan toe gaat met die examens ook al heb ik dat ruim achter de rug en heb ik de indruk dat d at voor de meesten alhier het geval is. Ik schoot toch een beetje in de lach toen ik las:

    Allemaal informatie waar je niets aan hebt en waar je niet op zit te wachten en die alleen dient of je bereid bent uren te besteden aan het consumeren van wetenswaardigheden en daar dan vragen over te beantwoorden.

    Dat lijkt me dan toch wel to the point, want dat is ongeveer representatief voor het maatschappelijke en intellectuele klimaat van vandaag de dag in Frankrijk (en wellicht ook elders NL bv). Enkele individuele uitzonderingen daargelaten.

    Het gaat overal nergens meer over, dus waarom daar niet een examen over afnemen ;)

  2. 3

    Ik heb nu geen woordenboek bij mij, maar volgens mij kan d’ailleurs ook vertaald worden als “overigens”.

    Google-translate vertaalt het naar het engels als “anyway”.

    (vertalingen van google naar het nederlands gaan meestal via het Engels.
    “verslijten” wordt op die manier in het Duits “tragen” (want in het Engels is het “wear”).

  3. 4

    Je moet, ook weer volgens het correctievoorschrift, zeggen: ‘die kennis zou slechts oplepelen zijn’

    Hier vind ik het correctievoorschrift te streng.
    Volgens mij is van belang of een leerling de franse tekst begrijpt, en minder of de leerling genuanceerd Nederlands schrijft.

    Afgaande op de informatie hier, lijkt mij dat “Die kennis is slechts het oplepelen van feitjes” beter de mening van de auteur weergeeft dan “zou oplepelen”.

  4. 5

    Toen ik eindexamen Frans op het VWO deed, bestond het examen alleeen maar uit multiple-choice vragen.
    Dit gold ook voor Engels.

    De teksten waren waarschijnlijk wel langer.

    Ik weet niet meer waarover de teksten gingen.

  5. 6

    @3: Volgens mij heeft d’ailleurs meer de connotatie van het Nederlandse woord ‘trouwens’… (in de zin van […] maar het is trouwens ook warm […]).

    Dat is toch anders dan ‘bovendien’… (in de zin [argument] en bovendien is er ook nog [tweede argument])

    d’ailleurs is dus minder dwingend of logisch. Het ‘bovendien’ is strikter in de logica, het vereist een soort overtreffende trap.

    Denk ik dan.