De Kroonboekenclub | Abdelkader Benali, Wax Hollandais

RECENSIE - Wat is een gedicht? Stel, je hebt een auteur die vooral bekend is als prozaschrijver, en die publiceert een bundel waarin gedichten staan die bijvoorbeeld Dordrecht heten en als volgt gaan:

Een stad die ik leerde kennen van de Wibra-
reclamefolder die maandelijks op de mat
viel. Alles was goedkoop, behalve de foto’s
achterop. Die hadden glans want zgn. kunstzinnig.

Ze brachten me naar pittoresk Drachten, vaarbaar
Amsterdam, zacht Zwolle en dan Dordrecht.
Een gracht met daarin een stuk drop groot
als een schip, spoorloos is de schipper.

De mooiste foto kreeg een prijs.
Met kloppend hart wacht ik op de nieuwe
folder. Zal Dordrecht nog meer van haar
geheime schoonheden prijsgeven, fotogeniek

is ze genoeg. Wanneer ik er voor het eerst kom
zie ik alleen geen gracht, wel een Wibra.

Hier wordt op het eerste gezicht een verhaaltje verteld dat weinig om het lijf heeft. Ik ga het bovendien nog niet eens navertellen, want het staat er in het gedicht zo duidelijk – en dus zo onpoëtisch – als wat: het gedicht is al zijn eigen samenvatting, in een zinsbouw die vooral opvalt door zijn alledaagsheid (“want zgn. opvallend” als hele zin). Kortom: lees dit voor zonder te letten op de eigenaardige afbrekingen en niemand gelooft dat je een gedicht voorleest. Als er al iemand luistert.

Sleutel kwijt

Maar dan! Hoewel het waar is dat de regelafbrekingen tamelijk willekeurig lijken, zijn het er wel precies dertien. En in de afdeling van Wax hollandais, de bundel van Abdelkader Benali hebben de meeste gedichten precies deze omvang van veertien regels: drie keer vier en dan twee. Net als een heleboel andere gedichten in de bundel.

Drie keer vier plus twee, dat is de omvang van Shakespeares sonnetten. Voor ‘zomaar’ verhaaltjes zijn deze teksten wel heel nauwkeurig afgepast. Het rijmt weliswaar niet, maar als je het even probeert merk je dat het nog niet gemakkelijk is om zomaar een verhaaltje in precies deze vorm te krijgen.

Zo is het eigenlijk ook met de inhoud. Het gedicht gaat over iets wat volkomen banaal is, maar tegelijkertijd juist omdat er door niemand over geschreven wordt voor iedereen die de jaren tachtig bewust heeft een kleine schok van herkenning oproept. De Wibra-folder! Wiens leven heeft hij dertig jaar geleden niet aangeraakt! En wie denkt er eigenlijk nog aan? In mijn hoofd zat hij in ieder geval al vijfentwintig jaar geleden goed opgeborgen en als ik hem had willen vinden, was ik de sleutel ook allang kwijt.

Drop in de gracht

Ja, Wibra heeft nog steeds folders. Maar de gemiddelde poëzielezer heeft een Nee Nee-sticker en dus worden die dingen allang niet meer bezorgd, en in ieder geval hebben ze die fotorubriek niet meer.

Juist door dit detail openen de jaren tachtig zich voor je en zie je de kleine Benali naar die foto’s kijken van ‘pittoresk Drachten, vaarbaar Amsterdam, zacht Zwolle en dan Dordrecht’. We kijken in dit gedicht al naar het minst poëtische materiaal dat er denkbaar is – de amateurfoto’s in de Wibrafolder, en daarin blijkt het dan ook nog te gaan om Dordrecht, de enige stad waar geen bijvoeglijk naamwoord op past.

Vervolgens blijkt dat Dordrecht, diep verstopt in het gedicht, aan het eind van de tweede strofe, bovendien ook nog eens behoorlijk geheimzinnig te zijn, met zijn gigantische stuk drop in de gracht.

Verborgen

Een poëzieliefhebber die aan Dordrecht denkt en aan de jaren tachtig, denkt aan Cees Buddingh’: de dichter die de poëzie zocht in het alledaagse leven en dat opschreef in een dichterlijke stijl die dicht tegen het proza aanlag (‘Vanochtend, na het ontbijt,/ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,/ dat het deksel van een middelgroot potje marmite /(het 4 oz net formaat) /precies past op een klein potje heinz sandwich spread’), maar ook een dichter die zijn biografie in niet-rijmende sonnetten wilde schrijven:

Soms, s avonds, staat mijn vader in de kamer.
Vreemd oud geworden, haast vel over been.
‘Slapen ze, Stientje en de jongens?’ ‘Ja, hoor.’
(Zij mogen hem niet zien.) Hij zucht tevree.

Je kunt dit gedicht, kortom, bijna niet anders zien dan als een stille ode aan de volkomen ten onrechte in de vergetelheid geraakte Buddingh’, zoals er geloof ik in alle stadgedichten in Wax hollandais wel een verwijzing naar een schrijver uit die stad verborgen zit.

Bedrieglijk eenvoudig

Het einde van het gedicht lijkt alle poëzie volkomen te willen vermoorden: niet alleen is de schipper van het stuk drop in de gracht spoorloos, maar ook de gracht zelf ligt er niet meer. Er staat alleen een Wibra. Wie over duizend jaar nog nooit van Dordrecht heeft gehoord en alleen dit gedicht kent, zal nooit vermoeden dat het eigenlijk een van de schilderachtigste, meest poëtische steden van ons land was.

En precies daarin schuilt dus, paradoxaal genoeg, de poëzie van dit gedicht. Door zo opzichtig net te doen alsof er helemaal geen sprake is van iets poëtisch, hooguit van zgn. kunstzinnige glansfoto’s, zie je vanzelf dat inderdaad ook in de Wibrafolder af en toe iets heel moois kon staan. Door zo prozaïsch te schrijven over zoiets prozaïsch, ontstaat schijnbaar vanzelf een raadsel.

Zo is deze hele bundel Wax hollandais: bedrieglijk eenvoudig. Wie de gedichten oppervlakkig leest, leest vriendelijke kleine vertellingen uit het leven van een 21e-eeuwse Nederlandse schrijver. Maar wie nauwkeuriger leest, ontdekt dat er in ieder gedicht onder al die alledaagsheid heel vreemde zaken verborgen zitten: wax hollandais.

  1. 1

    Mooie recensie. Ik ben een bewonderaar van Benali’s proza. Juist vanwege zijn schrijfstijl. Zo iemand moet ook kunnen dichten, denk je dan. Hoewel ik in het algemeen te weinig geduld heb voor poezie, ga ik deze toch maar eens proberen.

    Leestip voor wie ook meer van proza houdt en Benali alleen nog als bekende Nedermarokkaan kent: Bruiloft aan zee. Voor mij nog altijd een van de mooiste verborgen juweeltjes in de Nederlandse literatuur.

  2. 2

    Uh ja, ik heb ook een Nee Nee sticker op mijn brievenbus. Maar ik herinner me, ook nog die folders van de Wibra. Die foto’s op de achterzijde waren een beetje een Fremdkörper na die BH’s, en onderbroeken. Beetje low brow misschien maar wel erg Nederlands: het mooie, nostalgische, plaatje van een stad. Dat Abelkader Benali vervolgens een Wibra in Dordrecht ziet ipv een gracht, maakt het wel een tikje ontroerend en grappig tegelijk – en Nederlands.

  3. 3

    Het gedicht van Benali is niet alleen banaal,
    het rijmt niet en het heeft geen ritme.
    Moeilijk om een tekst in 4+4+4+2 in
    te passen? Laat me niet lachen.

    De idee van een gedicht is niet
    de bundel vol te krijgen met stukken
    van gelijke lengte, maar om op de één
    of andere manier te bekoren. Dat.

    Nu valt over smaak niet te twisten, da’s waar,
    maar dit schrijfsel is dermate ondermaats
    dat ik er niet naar verlang ook maar iets
    van de rest tot me te nemen. Pak aan.

    Het is genoeg. Mijn gedicht is klaar, het punt
    is nu wel gemaakt. Ik zet er een komma achter,

  4. 6

    Rijmen en dichten
    zonder het gat van den stool te lichten:

    “Oh gij koe gij edel dier”: wat is dit veur een herry hier.
    “Gij geeft ons melk en botter”: Kinderen wat is dit voor gesnotter.
    Dichtkunst!!

  5. 8

    MODEDIT: Verwijderd: off-topic.

    En houd uw racistische en oriëntalistische generalisaties voortaan voor u, anders kunt u uw biezen gaan pakken.

  6. 9

    ” Zal Dordrecht nog meer van haar
    geheime schoonheden prijsgeven, fotogeniek

    is ze genoeg. Wanneer ik er voor het eerst kom
    zie ik alleen geen gracht, wel een Wibra.”

    Als aangenomen dochter van Dordrecht fronste ik: “alleen geen gracht alleen de Wibra” – DAN MOET JE JE OMDRAAIEN DE GRACHT LIGT ACHTER JE!

    En toen realiseerde ik me dat hij dat natuurlijk gedaan heeft. Ik ben erin getuind. Ik ga het boek bestellen – dankjewel.