Kohl’s lovebaby en de komende crisis

Politici zijn schrijvend soms beter te volgen dan sprekend. Ik probeer te begrijpen wat ze doen met de problemen in Europa, bezoek vergaderingen, luister naar ze. Maar waar willen ze naar toe? In Buitenhof waren Roemer (SP) en Blok (VVD) aan de beurt. Maar ik heb geen gedachte opgevangen, die het begin van een oplossing in zich leek te dragen. Roemer wilde minder tempo met de bezuinigingen en een vrije loonontwikkeling, zodat de zuidelijke landen concurrerender konden worden en de groei minder zou worden geremd. Blok vond dat onverstandig, want dat zou banen kosten en de schuldenlast zou niet kleiner worden, maar juist groter.

Maar over de “weeffouten”  van de EMU heeft de gewone politicus geen tekst om van op te kijken. Der Spiegel van de afgelopen week had een mooie titeltekst: “Geld regeert de wereld, maar wie regeert het geld?” Het is boeiende lectuur, maar ook hier groeit weinig perspectief.

In de media kwam een zin voorbij: zoiets als:”als er inhoudelijke processen zijn en fatale data, dan winnen de data van de inhoud.” Ik pak de memoires van Gerrit Zalm, “il duro”, zoals hij met enige trots zijn Italiaanse geuzennaam aanvaardt,  er nog eens bij. Hij schrijft:

“De minder degelijke landen krijgen door de invoering van de euro in één klap de reputatie van Duitsland en Nederland, met een forse daling van de geld- en kapitaalmarktrente als gevolg.” (p.358) Dat lijkt me precies waarom het nu gaat, de markten hebben de zwaktes van de zuidelijke economieën ontdekt.

Ook toen, aan het begin van de jaren negentig, ging het om de criteria van het stabiliteitspact, te weten 3% als maximaal tekort op de rijksbegroting en een maximale staatsschuld van ten hoogste 60% van het BNP. De landen deden hun best om aan die criteria te voldoen. Zalm sprak daarover met een zekere Mario Draghi en verweet hem allerlei incidentele kunsten te doen om onder de 3% te komen. Draghi repliceerde met humor en zelfspot: “Wij doen niet aan eenmalige windowdressing, maar aan structurele windowdressing.” Zalm waardeerde dat: met humor kwam je ver met hem.

Maar ook de schuld van Italië (123 % en niet of gering dalend) was Zalm een zorg. Hij deelde zijn zorgen met Kok en Wellink, waarbij ook uitstel van de invoering van de euro aan de orde kwam. “We gooien onze gulden niet in de Hofvijver”, bromde Kok, maar verwees  Zalm door naar de Duitse collega’s. Waigel, de Duitse minister van Financiën is resoluut tegen uitstel. De euro is een politiek project voor Helmuth Kohl.

Zalm blijft zijn rol van “Il Duro” spelen en noteert: “Een tekort dat slechts door eenmalige maatregelen beneden de 3% komt, is zonder structurele maatregelen een tijdbom onder de EMU”. (p.352) De grootste zorg blijft Italië, maar als de tekorten verbeteren en het EMU-saldo ook van Italië onder de 3% uit komt, geeft de ECOFIN (de vergadering van ministers van Financiën) op 1 mei 1998 het groene licht voor de euro. De omvang van de staatsschuld wordt door Zalm niet meer genoemd.

Het is een boeiend verhaal, dat om interpretatie vraagt van het gedrag van Kohl en ook van Zalm. Mijn beeld is: Kohl had einde jaren tachtig de Duitse hereniging mogen regisseren. Het was een geschenk van de geschiedenis, maar Kohl greep zijn kans. Het leverde de nieuwe Duitse Staat wel forse economische problemen, door het achterstallig onderhoud van de DDR. Dat inspireerde Kohl om door te pakken. Een nieuwe stap in de Europese eenwording zou de schande van het Derde Rijk definitief in geschiedenis veranderen. De euro moest en de Duitse economie was onmisbaar en onontkoombaar. Kohl’s wil was wet.

En Zalm? Gerrit Zalm wist wat hij deed. Hij vond de zelfspot en humor van Draghi ontwapend. Hij kreeg van Waigel geen enkele ruimte voor uitstel van de invoering van de euro. Italië slaagde er in een tekort van 3% op de begroting te tonen. De gecumuleerde staatsschuld zou veel lastiger weg te poetsen zijn, dus die schuld wordt niet meer vermeld. Griekenland doet dan nog niet mee, zodat het besluit om door te gaan met de invoering van de euro op 1 mei 1998 kan worden bekrachtigd.

Inmiddels zien de financiële markten dat de economieën van de lidstaten zeer sterk verschillen en dat die verschillen misschien zelfs zijn gegroeid, terwijl ze hadden moeten convergeren. Dus de rentes gaan per land steeds meer uiteen lopen. Wij zijn toe aan een echte economische integratie, is mijn conclusie. Dat betekent dat wij te maken krijgen met de Griekse belastingmoraal, de Italiaanse maffia en corruptie, de achterstand in Slowakije, enzovoort. Ik snap de populistische weerzin heel goed. Maar moeten we er nu mee stoppen?

Het is de vraag voor de huidige, politieke constellatie: de PvdA moet zich dat zeer afvragen, de SP niet minder. Maar ik hoor niet het begin van een antwoord. Modderen we door naar een volgende top en wanneer gaat het dan echt mis?

Kan ons “houtje-touwtje-kabinet” met zulke lastige vragen omgaan? Een favouriete uitspraak van Steve Jobs was: “een goede hockey speler, is daar waar de puck is, een hele goede is daar waar de puck naar toe gaat.” Gezien het kenterende economisch tij en de geplande nieuwe topconferentie is mijn vraag: waar gaat de puck naar toe?

Jan Terlouw schrijft in zijn nieuwe boek: “Dit kabinet Rutte had er nooit moeten komen. Wel een ander kabinet Rutte”.( p.113) Paars plus zegt hij, deed geen recht aan de verkiezingsuitslag. Een combinatie van VVD, CDA, PvdA, D66 en GL wel. Het bezwaar van zo’n grote combinatie is evident, maar de bezwaren van de gedoogconstructie zijn misschien wel groter. De VVD had tevreden kunnen zijn met een klein rechts overwicht, het CDA had zich moreel niet hoeven te verkopen.

Terlouw is voor een reconstructie zonder verkiezingen. Dat is een beetje vreemd: na de wisseling Cals, Marijnen, in de jaren zestig, vinden we een tweede coalitie op dezelfde verkiezingsuitslag niet zo wenselijk. Maar met het economisch zware weer is een brede, stevige coalitie niet zo gek. Is Terlouw zo’n speler, die weet waar de puck naar toe gaat?

Jan Terlouw, “Hoed u voor mensen die iets zeker weten”, Rotterdam, 2011

Gerrit Zalm, “De romantische boekhouder”, Amsterdam, 2009

  1. 1

    Il duro liet ook Belgie toe die meer dan 100% staatsschuld had. De media speelt het spelletje mee, maar feit is dat Zalm Il Softo was.

    De euro had geen weeffout maar een funderingsfout. Het huis is gebouwd zonder dat de fundering (lees politieke of fiscale unie) goed zat.

  2. 2

    @ Tom Je analyse deel ik in grote lijnen. De conclusie niet.

    ¨Wij zijn toe aan een echte economische integratie, is mijn conclusie. Dat betekent dat wij te maken krijgen met de Griekse belastingmoraal, de Italiaanse maffia en corruptie, de achterstand in Slowakije, enzovoort. Ik snap de populistische weerzin heel goed. Maar moeten we er nu mee stoppen?¨

    Ja, wel in deze vorm.

    Zonder eigen munt wordt Zuid-Europa nooit concurrerend en komt het niet uit de recessie. Integendeel, het zal van kwaad tot erger gaan. In Spanje gaat Rajoy alleen volgens jaar al 16 miljard bezuinigen. De Spaanse provincies hebben nu al de status ´vuilnisbak´ gekregen van de kredietbeoordelaars. Simpel gezegd: het geld is al op. Veel ambtenaren krijgen nu al niet of veel te laat hun salaris. De extra bezuinigingen zullen echt niet gaan werken. Een splitsing tussen noord-zuid lijkt me daarom onafwendbaar. Een slechte oplossing, maar wel de minst slechte oplossing in mijn optiek.

    ps. Ik vind daar overigens niets populistisch aan. Zijn ook niet alleen populistische politici die deze mening delen…

  3. 3

    @1: daar ben ik het wel mee eens. Het punt is politiek. Zalm vond het leuk om “il duro” te zijn, maar toen helder was hoe de politieke hazen zouden lopen, zag hij in dat zijn weerstand zou verdampen. Hij sprak toen ook niet meer over het volume van de schulden.
    @2: ook hier kan ik redelijk mee uit de voeten. Het punt is of de echte integratie, die ik bepleit, nog realistische en mogelijk is. Ik heb daarbij ook grote twijfels. Dan kom je inderdaad uit bij een variant, waar ik Bolkestein in een ander stuk al eens om heb geprezen: de neuro en de zeuro. En als de ECB de crisis wil verdrinken in een meer van liquiditeit (lees: de geldpers aan), dan zou dat Amerika welgevallig zijn. Maar dat zou Duitsland tamelijk onstabiel maken.

  4. 4

    Hier gaat de puck misschien heen:

    Volgend jaar gaat de kredietwaardigheid van België en Frankrijk eraan. Deze landen komen dan ineens in het andere kamp, Bij Spanje en Italië terecht, waardoor Duitsland niet meer de dienst kan uitmaken.

    Een meerderheid in de Eurozone zal zich tegen de economisch verstikkende bezuinigingen gaan keren en eindelijk aandringen op de broodnodige sanering van de schulden en de fianciele sector.

    Duitsland zal gaan kiezen: Binnen de eurozone blijven en miljarden verliezen of uit de eurozone stappen en miljarden verliezen. Nederland komt ook voor deze keuze te staan. Linksom of rechtsom zal het resultaat zijn dat eind volgend jaar een flink deel van het pensioenvermogen zal zijn verdampt in de drooggekookte financiële sector.

  5. 5

    @4: Ik denk dat Nederland niet voor die keuze komt te staan, want niets te kiezen heeft: Nederland zal geconfronteerd worden met de keuze die Duitsland maakt en daarin mee moeten, net als destijds in de dagen van Kohl.

  6. 6

    @5: het lijkt me dat Bismarck daar gelijk in heeft. Je ziet de beweging in Duitsland richting mark aan kracht winnen en als Merkel haar coalitie niet bij elkaar kan houden, dan moeten wij, als vermomde deelstaat, meebewegen met de Duitse politiek.
    Maar misschien zijn de lichte voortekenen van verbetering in Amerika en in de tweede helft van 2012 net het twijgje aan de rand van de afgrond, waaraan wij ons nog kunnen vastklampen?