Koester het kritische denken

COLUMN - De elegant geschreven repliek op onder andere mijn repliek op zijn oorspronkelijke column, verhult dat er een gebrek aan werkelijk kritisch denken is bij de auteur.

Kennelijk zorgde de verwijzing naar emoties in mijn vorige stuk voor verwarring bij de heer Veelo. Ik zal mijn kritiek deze keer dan ook wat klinischer verwoorden.

In essentie komt het betoog van de heer Veelo er op neer dat het klimaatdebat belangrijk is vanwege de grote gevolgen. En dat juist omdat het zo belangrijk is, het gewenst is dat kritische geesten zich ook kunnen uiten zodat absoluut zeker is dat we op basis van de juiste inzichten beslissingen nemen.
Hierin ben ik het volledig eens met de heer Veelo.
We wijken alleen stevig af in onze opvatting over wat de werkelijke kritische geesten zijn en wat de verantwoordelijkheid is van eenieder die bericht over het klimaatdebat, of willekeurig welk ander belangrijk debat.

Om met het eerste te beginnen. Voor idee-ontwikkeling, en al helemaal wetenschappelijke theorievorming, is het van groot belang dat iedere werkelijk kritische beschouwing serieus genomen wordt. Wanneer dit niet gebeurt, kan een dwaling het gevolg zijn.
Echter, niet alles is een werkelijk kritische beschouwing. Een kritische beschouwing laat gaten zien in de theorie waar men nog geen antwoord op heeft. Die gaten maken de houdbaarheid van de theorie zwak. Een kritische beschouwing kan ook aantonen dat de werkelijke wereld, de feiten, niet overeenkomen met hoe de theorie beschrijft dat het zou moeten zijn.

Maar een kritische beschouwing die dat niet doet en waar ook al meerdere malen van aangetoond is dat het gat of het tegenbewijs niet bestaat of klopt, is geen kritische beschouwing meer. Dat is een achterhaald concept waar aan vastgeklampt wordt.

Uit de reactie van de heer Veelo maak ik op dat hij moeite heeft onderscheid te maken tussen de werkelijke kritische beschouwingen, zoals die ruim aanwezig zijn in het wetenschappelijke klimaatdebat, en de eindeloos herkauwde, gefalsificeerde beweringen.

En in plaats van enige inspanning te verrichten om te bepalen of “zijn” “recalcitrante geleerden” ook maar enige grond hebben voor hun kritiek, richt hij zich op de serieuze klimaatdebatvolgers en klimaatwetenschappers en vraagt ze waarom ze boos worden. En dit doet hij wederom zonder goed kennis te nemen van wat deze groep nu werkelijk hem terug geeft aan kritiek.
En dan vraagt de heer Veelo zich ook nog eens verwonderd af waarom er in het klimaatdebat wel opgewonden wordt gereageerd bij deze gevallen en elders niet.
Terwijl de vraag omgekeerd moet zijn, waarom krijgen dit soort geluiden in het klimaatdebat nog wel een podium en elders niet?

Mijn conclusie is dat er hier sprake is van selectief gebrek aan kritisch denken. De heer Veelo neemt niet de moeite om verder te kijken dan de mooie woorden die “zijn” “recalcitrante geleerden” hem toewerpen. Dat hij zich alleen maar richt op de vorm van het debat en niet de inhoud. Terwijl dat laatste nu juist zo belangrijk is. Terwijl dat juist tot de verantwoordelijkheid van de heer Veelo als duider van ontwikkelingen behoort.

Hier eindigt mijn repliek.
 
 
Maar omdat de column van de heer Veelo ook nog een aantal evident incorrecte uitspraken bevat, een naschrift.

Als ik mij hier hardop af zou vragen of de aarde wel rond is, haalt u waarschijnlijk meewarig de schouders op, om door te klikken naar wat anders. Al beweer ik glashard dat de aarde plat is, het zal u worst wezen.

Dat is niet correct. Ik zou de auteur gelijk minder serieus en hem (als bekend columnist) aanspreken op de evidente onwaarheden die hij verspreidt.

Aanleiding voor de column was de documentaire van Marijn Poels over klimaatverandering. Mijn stukje ging niet over klimaatverandering, maar over het verzet van dissidenten tegen de grootst denkbare consensus.

De columnist geeft met het label “dissidenten” autoriteit aan de mensen die opgevoerd worden. Hij schets ze als moedige verzetsstrijders. Dat is een frame. In werkelijkheid zijn het mensen die bewust leugens herhalen. Waarom ze dit doen kan verschillen, soms om het belang van een groep (bv de fossiele industrie) te verdedigen, soms voor de aandacht (een tegenmening krijgt altijd meer aandacht, hoe fout ook), soms omdat ze de werkelijkheid niet onder ogen willen zien of geloven in een complot.

En dat het zonde is om afvallige opvattingen te negeren. In algemene zin, maar ook wat betreft het klimaat zolang toekomst voorspellen een klus vol onzekerheden is.

Afvallige opvattingen worden niet genegeerd in het klimaatdebat. Eclatante leugens wel.
En ja de toekomst voorspellen is vol onzekerheden, maar ook vol waarschijnlijkheden. Gecombineerd met waarnemingen geeft het een mate van betrouwbaarheid waar in veel andere wetenschappen met jaloezie naar gekeken wordt (denk bv medische).

De klimaatconsensus is dat ongeveer 97 procent van de wetenschap het er over eens is, dat de mens in gevaarlijke mate bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Het verbranden van kolen, olie en gas lijkt een goede verklaring voor de snelle toename van de concentratie CO2 in de atmosfeer. Samen met het broeikaseffect van CO2 en de gemiddelde temperatuurstijging op aarde komen we wel zo’n beetje bij onszelf uit.

Niet “lijkt”, het is de niet te ontkrachten verklaring. De discussie gaat hooguit over de mate en de exacte gevolgen.

Maar een column of een gesprek over het klimaat zonder bovenstaande disclaimer raakt een open zenuw. Bij gebrek aan expertise had ik dit terrein überhaupt niet mogen betreden.

Natuurlijk mag de heer Veelo dat wel. Maar hij had daartoe eerst eens kritisch denkend rond moeten kijken en zich kunnen inlezen.

Het voor mogelijk houden dat zelfs de grootste consensus kan worden ingehaald door nieuwe feiten, was een aanslag op de waarheid en een vorm van goedkoop scoren.

Voor nieuwe feiten staat de wetenschap open. Maar die worden niet aangedragen. En dat maakt het goedkoop scoren. Of beter, gemakzuchtig scoren.

Over de consensus als waarheid zonder twijfel. Onwrikbaar. Dwingend. Terwijl de wetenschap niet zonder twijfel kán. Juist als iedereen het met elkaar eens is, verdienen eigenwijze twijfelaars extra aandacht.

Wederom suggereert de heer Veelo dat de klimaatwetenschap werkt zonder twijfel. Dit is pertinente onzin. Had hij zich werkelijk verdiept in het debat, had hij dit kunnen weten.

De vruchten van zo’n houding plukte het VN-klimaatpanel zelf in 2007 en de jaren daarna, toen bleek dat het rapport van het panel – samen met Al Gore weliswaar winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede – toch ernstige wetenschappelijke blunders bleek te bevatten.

Hier herhaalt de heer Veelo een fabeltje. Er zaten geen ernstige blunders in het IPCC rapport van 2007. Met een beetje zoeken had hij dat kunnen weten. Er staan overigens wel kleine fouten in de rapporten. Maar die raken de hoofdconclusie op generlei wijze.
En waarom hij in hemelsnaam Al Gore hierbij sleept, is volstrekt onduidelijk. Dat is slechts een boodschapper.

Het zijn juist politieke en financiële consequenties die een brede wetenschappelijke consensus kunnen vervuilen. Klimaatwetenschap is daarvan niet automatisch uitgesloten. Alleen al om die reden zouden we dat kleine groepje recalcitrante geleerden moeten koesteren.

Ja, recalcitrante geleerden moeten gekoesterd worden. Leugenaars en verwarde zielen moet je kritisch weerwoord geven.

Ik ben bereid om voor de heer Veelo in de toekomst, zonder te vragen om een tegenprestatie, door hem interessant gevonden claims inzake het klimaat van kritische kanttekeningen te voorzien, mocht hij er zelf niet de ruimte voor zien.

  1. 1

    Uit de reactie van de heer Veelo maak ik op dat hij moeite heeft onderscheid te maken tussen de werkelijke kritische beschouwingen, zoals die ruim aanwezig zijn in het wetenschappelijke klimaatdebat, en de eindeloos herkauwde, gefalsificeerde beweringen.

    Wie een methode ontwikkelt die hier een scherp onderscheid maakt, verdient een Nobelprijs.