Knip het klimaatprobleem op in deelproblemen

‘Het zeldzame geval waarin gemeenschappelijke belangen je laten rekenen op de coöperatie van je medemens.’Zo definieerde Jean-Jacques Rousseau een paar eeuwen geleden het begrip ‘collectieve actie’. Vandaag de dag heeft die uitspraak niets aan kracht verloren. Het blijkt erg moeilijk om in grote groepen samen te werken, zeker als de gemeenschappelijke belangen niet helder zijn. Dat is zeker het geval bij het probleem van klimaatverandering. Prof. dr. Rosemary Rayfuse, hoogleraar Internationaal Recht aan de University of New South Wales en hoogleraar Internationaal Milieurecht aan Lund University, laat zien dat collectieve actie mogelijk is als we het klimaatvraagstuk opdelen in deelproblemen die met een kleiner aantal partijen aangepakt kunnen worden, bijvoorbeeld met het mensenrechteninstrumentarium. Klimaatverandering biedt kansen om het rechtssysteem aan te scherpen en opnieuw te definiëren wat belangrijk is. 

Groepspsychologie

Wie de wetenschappelijke onderzoeken naleest ziet dat er drie hoofdproblemen zijn wanneer mensen in een groot collectief iets proberen te bewerkstelligen. Hoe groter de groep, hoe kleiner het individuele voordeel is dat de afzonderlijke groepsleden hebben. Omdat het voordeel van het individu zo klein is, zet niemand de eerste stap. Bovendien is het erg duur om een dergelijke groep op te zetten en draaiende te houden, waardoor het economisch gezien ook niet gemakkelijk is om vanuit een groot collectief te opereren.

Deze problemen van collectieve actie zijn duidelijk te herkennen in de klimaatproblematiek. In het Kyoto-protocol zijn de lasten ongelijk verdeeld en het verdrag is slecht voor de internationale concurrentiepositie van geïndustrialiseerde landen. Vanuit een kosten-batenanalyse is het Kyoto-verdrag ongunstig. Daarnaast is er het zogenaamde probleem van de free riders: grote uitstoters van broeikasgassen zoals de Verenigde Staten en nu ook Canada committeren zich niet aan de klimaatverdragen, of zijn zoals China en India gevrijwaard van restricties met betrekking tot CO2-emissies. Ook helpen regeringswisselingen en wantrouwen tussen de afzonderlijke landen niet.

Het grootste probleem is echter dat het klimaat te veelomvattend is om als één probleem te behandelen. De algemene doelen die we ons stellen zijn te groot en te abstract waardoor er politiek gezien weinig animo is. We moeten het opknippen. Een eilandstaat als Palau wint advies in of spant bij het Internationaal Gerechtshof een zaak aan tegen grote ‘uitstoters’ van broeikasgassen om hen verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van klimaatverandering voor het eiland. Deze casus kan het klimaatvraagstuk tastbaar maken en inzichtelijk maken hoe morele verantwoordelijkheden toegewezen kunnen worden.

Specifiekere doelstellingen, grotere resultaten

Om tegen klimaatverandering sterke collectieve actie te kunnen ondernemen, zullen we onze doelen en de manier waarop we die willen uitvoeren dan ook op een andere manier moeten framen. Klimaatdoelstellingen moeten we verdelen in behapbare stukken. In plaats van grote conferenties die het hele vraagstuk adresseren, zoals in Kopenhagen het geval was, waar goede bedoelingen strandden in strategisch diplomatiek gekonkel, moeten de doelen binnen een duidelijke termijn behaald kunnen worden, ook in kleinere groepen. Een aanpak binnen bepaalde economische sectoren zorgt voor meer engagement en vergroot de slagkracht van collectieve actie. Ook kunnen nationale en internationale instituties zoals de UNHR of de WHO onderzoeken wat voor gereedschap zij in hun toolkit hebben zitten om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken.

Het is uiteraard niet alleen aan landen voorbehouden om collectieve actie te ondernemen. Bedrijven, ngo’s en individuen kunnen zich ook verenigen. Uiteindelijk is het klimaatvraagstuk van ons allemaal en kan het alleen opgelost worden als we allemaal ons steentje bijdragen. Met collectieve actie kunnen we specifieke vraagstukken aanpakken, maar een gedeeld besef van de klimaatproblematiek is dan eerst nodig.

Volgende week zal prof. dr. Frank Biermann een lezing geven over global justice institutions. Ook Aleid Wolfsen, burgemeester van Utrecht, is aanwezig en kort spreken. Kijk de lezing van Rosemary Rayfuse hier terug.

  1. 2

    Aan welke voorbeelden moet ik denken buiten dat van Palau? Energiebesparing in huis, is dat ook een kleine effectieve actie? Levert nog geld op ook (zuiniger omgaan met licht, verwarming, elektra etc.) en als iedereen meedoet…..Maar ja, zit daar nu juist niet het probleem?

  2. 3

    Een eilandstaat als Palau wint advies in of spant bij het Internationaal Gerechtshof een zaak aan tegen grote ‘uitstoters’ van broeikasgassen om hen verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van klimaatverandering voor het eiland.

    Dat klinkt als een kansloze actie. Palau ondervindt geen aantoonbare nadelen en de aangeklaagde kan altijd wijzen naar nog x andere landen. Dat natuurlijk los van het feit dat de topuitstoters stuk voor stuk totaal ongelijk juridisch geschut te berde kunnen brengen ten opzichte van Palau (of willekeurig welke eilandstaat) en de economische druk die zo’n China, Canada of de VS nog op een Palau (of als je een echt “slachtofferland” wil, de Malediven) kunnen uitoefenen. Als zo’n rechtszaak vervolgens op niets uitloopt, zal zo’n casus het klimaatvraagstuk verre van tastbaar maken en inderdaad inzichtelijk maken hoe morele verantwoordelijkheden niet toegewezen kunnen worden.