Klein in gastvrijheid – deel I

ACHTERGROND - Nederland stond ooit bekend als een gastvrij land. Dat is echter lang geleden.  Ruim anderhalve eeuw is het Nederlandse vreemdelingenbeleid steeds terughoudender geworden. Een geschiedenis van krimpende gastvrijheid, met treurige dieptepunten, waar het bed-bad-brood compromis naadloos op aansluit. Deel I: voor de oorlog.

Een vluchteling zal voortaan als ongewenscht element voor de Nederlandsche maatschappij en derhalve als ongewenschte vreemdeling te beschouwen zijn

Waar een klein land groot in kan zijn. Dat horen we graag. En waar we nog niet groot in zijn, verzinnen we ambities. Vreemd dat niemand viel over Ruttes gebrek aan ambitie toen hij het bed, bad en brood compromis verdedigde door ferm te wijzen op het feit dat Nederland op de achtste plaats staat binnen Europa als het gaat om de opvang van asielzoekers ten opzichte van het aantal inwoners van het land.

Achtste? Waarom is Nederland niet eerste? Binnen Europa zijn er landen die wel meer kunnen doen, zei Rutte. En plotseling ambitieloos vergat hij plannen op tafel te leggen om in één klap de zeven andere landen voorbij te streven, die meer doen dan Nederland.

Sinds 1 juni 2013 kent Nederland een modern migratiebeleid. Modern wil zeggen: selectief. Nederland is gastvrij voor “migranten aan wie economisch behoefte is en restrictief voor anderen”. Het woordje ‘modern’ suggereert dat de wetgeving vernieuwd en meer van deze tijd is. Dat is voor een groot deel bezijden de waarheid.

Nederland heet een gastvrij land te zijn. maar al in 1849 vond de regering het voor het eerst nodig immigratie aan regels te binden. Een liberaal, katholiek kabinet introduceerde de Wet tot regeling der toelating en uitzetting van vreemdelingen. Juist in tijden dat in heel Europa werd gestreden om liberale hervormingen en meer rechten en vrijheden voor de burgers, wilde de toenmalige regering meer controle over wie het land in mocht en vooral ook, wie men er uit wilde zetten.

De wet werd niet erg streng nageleefd. Buitenlandse seizoenarbeiders werden met rust gelaten, ook als ze geen geldig paspoort konden tonen. De wet ging vooral ten koste van armoedzaaiers die een beroep op de armenzorg deden en lieden die een gevaar werden geacht voor de ‘publieke rust’. Ze werden over de Belgische of Duitse grens gezet. Na 1849 steeg het aantal uitzettingen van 1000 naar 3000 in 1900. Ter vergelijk: in 2010 werden ruim 8000 ‘vreemdelingen’ gedwongen het land uitgezet, in 2013 waren dat er 2840.

Deze wet bleef vrijwel ongewijzigd van kracht tot in 1967. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het neutrale Nederland overspoelde met vluchtelingen. Het liberale extraparlementaire kabinet-Cort van der Linden, in eendrachtige samenwerking met het volk, maakte er het beste van om, onder andere, 1 miljoen Belgische vluchtelingen op te vangen. Jawel, de enige echte vreemdelingentsunami in de vaderlandse geschiedenis.

Het was improviseren en niet alles verliep zoals men wilde dus bedacht het kabinet-Cort van der Linden de ‘Wet houdende nadere voorzieningen in de tegenwoordige buitengewone omstandigheden betreffende het toezicht op hier te lande vertoevende vreemdelingen’. Ook deze wet, eigenlijk alleen bedoeld voor de toenmalige naoorlogse ‘buitengewone omstandigheden’ bleef tot 1965 van kracht.

De wet van 1918 gaf de overheid meer armslag door met circulaires en voorschriften haar wettelijke bevoegdheden aan te passen aan de omstandigheden. Een diep in het onderbewuste weggemoffeld voorbeeld daarvan is een jaren later uitgebrachte circulaire van de minister van Justitie in 1938.

Het rechtse kabinet-Colijn IV had het al moeilijk de gevolgen van de wereldwijde economische crisis te tackelen. De Duitsers gingen steeds brutaler te keer in Europa, uiteraard met grote vluchtelingenstromen tot gevolg. In die sfeer van buitenlandse en binnenlandse onrust, waarbij de NSB een vieze rol speelde, besloot de rooms-katholieke minister van Justitie: “Een vluchteling zal voortaan als ongewenscht element voor de Nederlandsche maatschappij en derhalve als ongewenschte vreemdeling te beschouwen zijn”. Op 15 december 1938 gingen de grenzen op slot.

De toenmalige ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken besloten het beheer over de vluchtelingenkampen onderling te verdelen. Justitie kreeg de kampen voor illegale vluchtelingen en Binnenlandse Zaken de kampen voor legale vluchtelingen, die uit  twee categorieën vluchtelingen bestonden: zij die toestemming kregen in een gezin te worden opgenomen en anderen die kampopname kregen voorgeschreven. De verplichte kampopname had tot doel een snelle emigratie te bevorderen. er voor te zorgen dat deze vluchtelingen niet op de arbeidsmarkt kwamen en het toezicht op deze vluchtelingen beter te handhaven.

Klinkt dat niet bekend? Een bed, bad en brood regeling met als doel mensen weer het land uit te krijgen is bepaald geen modern beleid, maar meer een herhaling van geschiedenis.

Zondag deel twee, waarin de naoorlogse gastvrijheid onder de loep wordt genomen.

  1. 2

    De auteur vergeet ook de dramatische opvang van tweede rangsburgers zoals de opvang van loyale indonesiërs en molukkers nadat de kolonie definitief was gevallen.

  2. 5

    Dus die asielprocedure (die bijna tien jaar kan duren) resulteert in:
    A) Asiel, met bijbehorend bed bad brood;
    B) Afwijzing, met bijbehorend bed bad brood;

    Waarom geven we niet gewoon iedereen asiel?

  3. 6

    Als je als land al 30 jaar worstelt met immigratie en de laatste 15 jaar hevig ermee worstelt, dan erodeert de steun voor gastvrijheid wel weg.

  4. 7

    Het gebrek aan gastvrijheid wordt aangeleerd in de eigen kring. Als Nederlanders bij Nederlanders op bezoek gaan spreekt het vanzelf dat ze niet kunnen blijven slapen. Zelfs onverwacht blijven eten is meestal niet gewenst; pas na lange aarzeling besluit moeders dat ze wel twee aardappels bij kan schillen. Een verstandige gast stapt dus tegen zessen maar eens op.
    Ik denk dat dit aan de kleinheid van het land ligt. In een wat groter land als Duitsland is blijven slapen dikwijls vanzelfsprekend en ook nodig, omdat de afstanden zo groot zijn. Blijven eten spreekt vanzelf, en als er niet genoeg in huis is ga je samen ergens buitenshuis eten. In een echt groot land zoals Canada zal dit nog meer het geval zijn.

  5. 8

    Er wonen in Nederlamd nogal wat migranten, vluchtelingen welke eigenlijk gewoon migranten bleken en noem maar op. Misschien hebben Nederlanders geen behoefte meer aan nog meer? Stel je nodigt mensen uit en even later bestelen ze je, je probeeert het weer en het wordt bedelen om geld en je kunt er je leven lang voor betalen, weer anderen die je uitnodigt blijken moordenaars en verkrachters te zijn. Hoe pervers moet iemand dan zijn om maar te blijven verwachten dat je nog mensen uitnodigt?

    maar kom laten we wegkijken van nadelige effecten van immigratie en onze ogen sluiten voor de pijn en ellende die vele gastvrije Nederlamders is aangedaan. Waarom moeten wij meer immigranten opvangen terwijl andere landen niet mogen genieten van cultuurverrijking? Waarom moet Nederland voorop lopen? We kunnen het geluk dat migranten brengen toch ook eens delen met minder fortuinlijke landen ? Laten we dus vooral niet inhalig zijn door andere landen geen migranten te gunnen!

  6. 11

    Turkije herbergt 1.750.000 vluchtelingen, Libanon 1.116.000, Iran 980.000, Jordanië 736.000 (cijfers van 2014). Het is dus bepaald niet zo dat het arme Nederland de zwaarste last van de ellende te dragen krijgt.