Niet de kiezer is gek

RECENSIE - Een flinke kiesdrempel, harde maatregelen tegen afsplitsende Kamerleden, een districtenstelsel, zelfs een vorm van ‘stemexamen’: vanuit de Haagse torens klinken regelmatig ingrijpende voorstellen om het huidige democratische systeem te verbeteren. Want de democratie in Nederland, die functioneert niet meer. En anderzijds borrelen er vanonder op allerlei voorstellen voor directe democratie, met als voornaamste voorbeeld het bindend referendum. De burger beslist! Dat ze ze leren, daar in Den Haag! Het is allemaal onzin, vindt politicoloog Tom van der Meer. Het zijn allemaal lapmiddelen, vaak nog erger dan de kwaal. En wat die kwaal betreft: er is niks mis met de democratie in Nederland. Integendeel, in alle internationale onderzoeken staan we zo’n beetje bovenaan. En volgens Van der Meer zijn alle politicologen het hierin met hem eens. Probleem is alleen dat niemand naar hen luistert.

Onze democratie verkeert in een crisis. Dat vinden de haantjes boven in het hok en dat vinden de kippen. En als je ze allemaal hoort kakelen, lijkt het net alsof er écht iets aan de hand is. Het probleem is alleen dat beide kampen het over een heel andere crisis hebben. De politiek is beducht voor het populisme en voor het feit dat er geen echt grote middenpartijen meer zijn. Kort gezegd: als de PVV buitenspel blijft staan, is er straks een verdomd brede coalitie nodig om tot een meerderheidskabinet te komen. Vandaar de roep om zaken als een kiesdrempel – dan kunnen we, zo hopen politici, terug naar de goede oude tijd waarin twee, drie partijen voldoende waren voor een meerderheid in beide kamers.

Ondertussen broeit en gist het op de kaal gepikte bodem van het kippenhok. Daar ziet men andere problemen. Het succes van Pim Fortuyn, vijftien jaar geleden, opende het wenkende perspectief van een grote partij op rechts. De PVV is in dat gat gesprongen, maar Wilders heeft zijn partij met zijn radicale anti-islam uitspraken tot de Haagse paria gemaakt. Zijn nieuwste partijprogramma bewijst dat hij deze status nu blijvend ambieert.

Dus proberen velen een succesvol alternatief te brouwen. Rechts in toon, niet al te islamofoob. De potentiële kiezers zitten vooral bij Geert; die moeten zich realiseren dat de PVV een doodlopende weg is. Vandaar de nadruk op directe democratie. Zo is er in de Nederlandse democratie geen sprake van één, maar van twee afzonderlijke crises: het uiteenvallen van het politieke midden én het onvermogen van rechts om op die rechterflank een serieuze partij te vormen.

En buiten staat Tom van de Meer. Die ziet weer andere problemen. In een keurig en helder betoog, Niet de kiezer is gek, wijst hij alle oplossingen tot ‘redding’ van de democratie van de hand. Op papier klinken ze mooi; in de praktijk kleven er vaak allerlei problemen aan. Het enige voorstel dat mogelijk nuttig kan zijn, is het referendum. Dat houdt de politiek bij de les, zo leren buitenlandse voorbeelden.

Wat dat betreft wacht ons land echter een steep learning curve. Van der Meer hekelt de huidige wet, met een opkomstdrempel van 15 procent. Zoiets schept alleen maar verwarring. (Zal ik ‘nee’ stemmen of zal ik thuisblijven?) En hij is uiteraard niet te spreken over het eerste praktische resultaat, het Oekraïne referendum, waarbij het debat over alles ging behalve over waar Nederland nou mee bezig was (p. 101):

Over de haalbaarheid en wenselijkheid van de gevolgen van een nee-stem is nauwelijks gediscussieerd, hoewel het de kernvraag van de campagne was.

Daardoor ontstond de potsierlijke situatie dat Thierry Baudet na zijn ‘overwinning’ heel democratisch mededeelde dat hij samen met wat vrienden met voorstellen zou komen die de regering dan maar naar Brussel mee moest nemen. Baudet onderstreepte daarmee de leegheid van de nee-campagne. Net als Nigel Farage en de UKIP na het Brexit-referendum, hadden Baudet en zijn ‘intellectuele nee-kamp’ (zijn woorden) geen idee waar ze het nu eigenlijk over hadden gehad.

Van der Meer ziet drie problemen die hoognodig aangepakt moeten worden. Ten eerste het verval van de klassieke politieke partijen. Ten tweede het probleem dat de middenpartijen te veel op elkaar lijken (p. 125):

De crisis in de Nederlandse democratie, [ja! Toch wel! MH] is allereerst een crisis van de gevestigde partijen die nog geen structureel antwoord lijken te hebben op de assertiviteit van de kiezer en de toegenomen concurrentie met andere partijen.

Zijn oplossing hiervoor is dat politieke partijen zich moeten durven profileren. Ze moeten komen met ‘een duidelijk richtinggevend verhaal waarachter de kiezers zich kunnen scharen.’ Dat vraagt minder pragmatisme en meer langetermijndenken. Tegelijkertijd vindt Van der Meer dat partijen de kiezer duidelijkheid moeten verschaffen door vóór de verkiezingen al aan te geven met welke partijen ze in zee willen gaan. Dat voorkomt (volgens hem) dat de verkiezingsstrijd steeds opnieuw uitmondt in een tweestrijd om wie (vanuit rechtse dan wel linkse hoek) de grootste wordt. Een strijd die zich ook nu weer aftekent, en waarbij de kleinere partijen steevast vermalen dreigen te worden.

Daarnaast vindt hij dat politici moeten ophouden met het krampachtig zoeken naar een meerderheidscoalitie. Dat is onder de huidige omstandigheden vrijwel onmogelijk, of er komt na maandenlang touwtrekken een dichtgetimmerd regeerakkoord en dan ‘ligt het voor de hand dat ontevreden kiezers bij gebrek alternatieven naar de flanken vluchten.’ In plaats daarvan moeten ze het aandurven om minderheidskabinetten te formeren, die regelmatig op zoek moeten naar wisselende partners om wetgeving door de Kamers te krijgen. Van der Meer wijst er overigens op dat het huidige kabinet (dat geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft) daar eigenlijk al een goed voorbeeld van is.

Allemaal helder. En het zou allemaal heel mooi zijn, maar zoiets vereist wél (Van der Meer komt ineens, we zijn op pagina 136, met een vreselijk cliché) dat de partijen ‘over hun eigen schaduw heen springen’. Maar hoe zit het met dat andere probleem: het gemodder op rechts? De leegheid van de PVV? Daarover heeft Van der Meer eigenlijk niets te zeggen.

In plaats daarvan signaleert hij een probleem dat daar hooguit zijdelings mee te maken heeft: de vastgeroeste Nederlandse bestuurscultuur. Nu het aantal actieve partijleden dramatisch gedaald is (tot rond de 30.000, vooral witte mannen op leeftijd) is het niet langer vol te houden dat een hele reeks van politieke, openbare en semiopenbare vacatures nog steeds ingevuld wordt op basis van betrokkenheid bij deze of gene partij. Die minuscule club van actieve partijleden moet zo snel mogelijk minder te zeggen krijgen. Van der Meer (p. 138):

Functies die niet inherent politiek maar eerder bestuurlijk zijn, moeten veel meer opengesteld voor niet-leden.

Maar hij realiseert zich dat dat heel lastig zal zijn. Pagina 139:

De hindernissen zijn niet institutioneel maar cultureel, en daardoor misschien nog wel moeilijker te overwinnen. Allerlei deelbelangen voorkomen dat politieke partijen bereid zullen zijn hun politieke belang op de lange termijn te doen prevaleren boven dat van de korte termijn.

Niet de kiezer is gek, een warm pleidooi voor meer feiten in het debat over ‘de crisis in de democratie’, gaat daarmee toch als een nachtkaars uit. Van der Meer had best wat meer mogen zeggen over de crisis op rechts, waar volgens velen de gekste kiezers te vinden zouden zijn.

En waarom niet een mooi overzicht van de baantjes en functies die nu door politieke partijen aan elkaar worden ‘gegund’ terwijl competente niet-partijleden geen kans maken? De lezer mag hier best meer van lezen; meer dan de karige vier pagina’s achterin. Dat had het boekje nog een aardige bite kunnen geven. Maar ach, de kans dat daar verandering in komt is juist nu uiterst klein. Want waarom zou je nog lid worden van een partij, als die partij niet ook wat moois te verdelen heeft?

Tom van der Meer, Niet de kiezer is gek (Uitgeverij Spectrum); 140 blz. 12,50 euro.

  1. 1

    ‘Zijn oplossing hiervoor is dat politieke partijen zich moeten durven profileren. Ze moeten komen met “een duidelijk richtinggevend verhaal waarachter de kiezers zich kunnen scharen.”’
    Zucht…

  2. 2

    @1: Zucht wat, willem? Zucht, daar heb je d’r weer een die meent het wiel te hebben uitgevonden, of: zucht, eindelijk eens iemand die zegt waar het op staat.

    Er zijn vast nog wel meer verzuchtingen te verzinnen, maar m’n paella wordt koud en dat vind ik toch net nog wat spannender dan iemand porren om eens iets duidelijker en uitgebreider te reageren dan met één nietszeggende lettergreep.

  3. 3

    Tegelijkertijd vindt Van der Meer dat partijen de kiezer duidelijkheid moeten verschaffen door vóór de verkiezingen al aan te geven met welke partijen ze in zee willen gaan.

    Dan wordt een kans op een coalitie nog kleiner.

    Politici hoeven niet bijvoorbaat andere partijen uit te sluiten.
    Ze moeten alleen duidelijk maken, als ze een compromis sluiten, wat ze ervoor teruggekregen hebben.

    Dan hoef je niet met rare voorstellen te komen als de “inkomensafhankelijke zorgpremie” als je eigenlijk beloofd had niet de belasting te verhogen (dank je wel VVD.)

  4. 7

    @2: Ik wil niet al te cynisch overkomen, maar hoe ver kun je nu een open deur opentrappen? Het citaat zegt precies waar het in de politiek over zou moeten gaan, maar wat we in de campagnes steeds minder zien.
    Ik moest meteen denken aan ‘the day after’ 15 maart, als de PvdA naar alle waarschijnlijkheid weer aan het ‘herbronnen’ slaat om ‘een duidelijk richtinggevend verhaal waarachter de kiezers zich kunnen scharen’ te formuleren.
    Met andere woorden: een zoveelste poging gaat doen om erachter te komen wat nu eigenlijk haar reden van bestaan is. Niet dat dit tot iets zal leiden, want in het ‘spel’ der machten zal het weer snel vergeten zijn, maar het hoort bij het ritueel.
    In plaats van een ziepe zucht, behoort natuurlijk ook een volle, doch holle lach tot de mogelijkheden.
    Ik hoop overigens dat de paella heeft gesmaakt. In mijn geval heb ik mij een cassarole uit Toulouse met gebakken aardappels laten welgevallen. Ook heel lekker…

  5. 8

    @6 wat een cynische blik op solidariteit heeft u, zeg. Ben blij dat u de voorstanders van nivellerende maatregelen die tegen hun eigen financiële belang in stemmen niet de kost hoeft te geven.

  6. 9

    Wilders heeft zijn partij met zijn radicale anti-islam uitspraken tot de Haagse paria gemaakt.

    Het is niet Wilders’ schuld dat hij met zijn partij als enige stelling neemt tegen de invloed van de islam. Dat had al veel eerder politiek gemeengoed moeten zijn, maar een ontwikkeling in die richting werd met de moord op Pim Fortuyn voorkomen. Het de facto cordon sanitaire tegen de PVV is bijna even effectief. En de kiezer? Die moet knarsetandend toezien hoe hij door de politiek steeds opnieuw niet serieus wordt genomen. Bij de volgende verkiezingen zal de PVV nóg groter zijn – als Geert tegen die tijd niet uit de weg is geruimd (gezien het geknoei bij het personeelsbeleid van de politie is dat bepaald niet ondenkbaar).

  7. 10

    @9: Het is wel Wilders’ schuld dat hij racistisch tekeer gaat (niet alleen tegen moslims, ook tegen bijvoorbeeld Oost-Europeanen, Antillianen en Marokkanen) en zich daardoor tot politieke paria heeft gemaakt.

  8. 11

    @6:
    Gezien je armzalige opmerking denk ik, dat je noch vermogend noch enig gevoel voor solidariteit bezit.
    Gewoon een modaal+ egoïstje Dus.
    ;-)
    Over en uit.

    @9:
    Je wilt toch niet met droge beweren dat Wilders een partij bestiert.
    De man leidt een clubje “brave” meelopers en flikkert iedereen die het niet met hem, de peroxide-ariër, eens is er uit.

  9. 12

    @5: Ze noemen het een zorgpremie, maar eigenlijk is het een belasting.
    Dus de sigarenboer die VVD stemde, voelt zich belazerd.

    Mag de PvdA-stemmer dan blij zijn?
    Nee, want deze belasting is een maximum gesteld.
    M.a.w. in de hoogste belastingschijf geldt een lager tarief dan in een lagere schijf.

  10. 13

    @9: Kacebee,

    Wilders is geen politieke paria.
    PVV-moties worden soms ook door andere partijen gesteund.

    Maar als de standpunten van een partij ver afwijken van wat andere partijen willen, zal daarvoor geen meerderheid te vinden zijn.
    De SP heeft dat probleem ook, en de Partij voor de Dieren.

    Sterker nog, de PVV mocht meepraten over het regeerakkoord. Het werd een gedoogakkoord genoemd, omdat de PVV geen minister leverde.

    En invloed had hij zeker: hij heeft gezorgd dat de pensioenleeftijd naar 67 jaar (en nu nog meer) ging. Dat was namelijk zijn breekpunt!

  11. 14

    @13: Je blijft er wel nog een beetje bij, Co? Die gedoogsteun gold het vorige kabinet, Bruin I. De rest van Nederland heeft inmiddels Bruin II er al bijna op zitten. En het breekpunt voor Wilders was dat de aow-leeftijd (niet pensioen) juist NIET naar 67 moest, terwijl hij dat ‘keiharde breekpunt’ prompt met net zo rechte rug (ahum) terzijde flikkerde (f*ck de kiezer, nietwaar?) om met de grote jongens (Rutte en Verhagen) mee in bed te mogen stappen.

    Gewoon voor de aardigheid: noem eens een handvol moties ingediend door de PVV die erdoor zijn gekomen?

  12. 15

    @14: Bedankt voor de correcties.

    Ik was een beetje cynisch toen ik stelde dat Wilders de AOW-leeftijd naar 67 jaar geschoven heeft.

    M.b.t. moties:
    Ooit werd 7 procent van de PVV-moties aangenomen, al kan het best zijn dat die moties vooral de kleur van het wc-papier betrof.

    http://www.telegraaf.nl/binnenland/25419145/__Minder_PVV-moties_aangenomen_na__minder-uitspraken___.html

    En in 2016 werd nog een motie unaniem aangenomen:
    http://www.volkskrant.nl/politiek/unicum-hele-kamer-steunt-pvv-motie~a4430286/

    Maar dit was (meen ik) voordat Wilders beloofde voor minder Marokkanen te zorgen.

  13. 16

    @15: Dus kunnen we het erover eens zijn dat de ‘invloed’ van Wilders voornamelijk indirect is. Zijn geblaat beïnvloedt het gedrag van de overige partijen die vrezen anders nog meer kiezers aan hem te verliezen. Van directe invloed op het reilen en zeilen van dit land is nauwelijks sprake — nu niet en voorheen niet.

  14. 17

    @16: Ik ben met je eens dat hij veel indirecte invloed heeft.
    Zijn directe invloed lijkt mij gering.

    Maar ik reageerde op de bewering dat Wilders een ‘paria’ zou zijn in de tweede Kamer.
    En dat is hij niet.

  15. 18

    @17: Natuurlijk is hij dat wel. Kijk naar hoe hij nu weer het nieuwtje omtrent de beveiligers uitmelkt. Hij is alweer dagelijks gratis en voor niks in het nieuws, weigert in debat te gaan, hij zet de flyercampagne stil, heeft zich daarmee alvast een excuus voor het tegenvallende resultaat op 15 maart voorgebakken, hoeft dus weer vier jaren geen verantwoordelijkheid te dragen en kan vanaf de zijlijn blijven roeptoeteren. Zo heeft Wilders nog steeds overal zijn keutel ingetrokken op het moment dat hij waar dan ook verantwoordelijkheid zou moeten gaan dragen — waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat zijn gedoogsteun hem toch wel wat zuur is opgebroken [en lang niet zuur genoeg naar wat hij zijn eigen kiezers en het hele land geflikt heeft, red.].
    Dat, beste Co, is een paria: iemand die al achttien jaar pluche warm houdt in de Kamer en -afgezien van een flinke stapel uitgelezen Donald Ducks, een gros of wat afgekloven pennen en een berg aan lafhartige tweets- nauwelijks iets aan prestatie kan voorleggen.

  16. 19

    @17:
    Goed geen paria dus, maar wel een parasiet:

    Hij zit voor zich zelf in de 2e kamer.
    De overige Kamerleden van de P.V.V. duldt hij om de schijn van een politieke partij hoog te houden.
    Een politieke partij zonder leden ;-)
    Hij zit op kosten van de belastingbetaler in een wat hij zelf noemt “nepparlement”
    Je moet toch wel een enorme … en parasiet zijn als je dat doet.