Kieskompas III: Nieuwe ruimtes

Recentelijk schreven zowel Simon Otjes als Tom Louwerse over de zwakte van het Kieskompas: politieke partijen positioneren zich niet consistent in het model van het Kieskompas. Dat maakt de posities van partijen in de ruimte onzeker. In dit derde deel onderzoeken we de posities van de partijen op een inductieve manier.

Er wordt door politici en opiniemakers veel waarde gehecht aan de posities die partijen zijn toegekend in het Kieskompas. Het dagblad Trouw berichtte uitgebreid over de posities van de partijen: de positie van de PVV week opvallend af van de VVD, de PVV staat namelijk links van de VVD. Ook de posities van de ChristenUnie (links en conservatief) en D66 (rechts en progressief) waren ‘uniek’ volgens de Trouw. Het model van het Kieskompas is echter opgelegd aan de politieke partijen, die zoals wij eergisteren zagen, inconsistent antwoord geven op de stellingen en dus onzekere posities hebben. Als we, in plaats van het ruimtelijke model op te leggen aan de posities van partijen, deze hierop baseren, krijgen we een veel preciezer beeld van de verschillen en gelijkenissen tussen politieke partijen.

3dd12

Een inductieve methode gaat uit van deze gelijkenissen en verschillen tussen politieke partijen en bouwt op de basis daarvan een model op. Het figuur hiernaast (klik op het plaatje voor een grotere versie) is gemaakt op basis van multidimensionale schaling, die een visuele weergave van de verschillen en gelijkenissen tussen partijposities maakt. Dit is een twee-dimensionale weergave van de verschillen tussen partijen. Volgens de data is een drie-dimensionale weergave het meest correct. Maar met de beperkingen van de hedendaagse techniek is een twee-dimensionaal model vele malen handiger: daarom zal ik het drie-dimensionale model in drie stappen moeten weergeven. Eerst dus de eerste en de tweede dimensie. Zoals je kan zien, bevindt de meeste spreiding zich op de horizontale dimensie. De afstanden op de verticale dimensie zijn kleiner. Je kan grofweg drie clusters zien:

  • Het eerste cluster bestaat uit VVD, Trots en PVV. Zij hebben een bijna identieke positie. Deze partijen stellen zich hard op op integratie, kiezen voor economische groei, zijn seculier en rechts op economische onderwerpen. Van een linkse koers van de PVV valt hier weinig te zien.
  • Het tweede cluster bestaat uit PvdD, D66, GroenLinks, PvdA en SP. Deze partijen delen een zachtere opstelling ten opzichte van integratie, zijn seculier, kiezen voor het milieu, en hebben een linkse positie op economische onderwerpen. Het valt hier op dat GroenLinks dichtbij de SP staat, terwijl deze bij Kieskompas ver van elkaar verwijderd zijn.
  • Het derde cluster bestaat uit CDA, SGP en ChristenUnie. Dit zijn religieuze partijen. Ze zijn met name verdeeld op de horizontale dimensie met de linksere ChristenUnie in de buurt van PvdA en de rechtsere CDA in de buurt van de VVD.

Het lijkt alsof er zich twee belangrijke scheidslijnen in deze ruimte bevinden: een horizontale links/rechts-scheidslijn die PVV op rechts en SP op links scheiden. En een verticale religieus/seculier-scheidslijn die SGP scheidt van D66. Dit zijn de klassieke tegenstellingen tussen de Nederlandse partijen sinds het begin van de vorige eeuw.

3dd13

Hiernaast zie je een figuur met de eerste en de derde dimensie. De derde dimensie scheidt D66 van de PVV. Daarbij staat de SP dichtbij de PVV en CDA dichtbij D66. Dit lijkt dus een scheidslijn te zijn die de populistische oppositiepartijen van de gevestigde hervormingspartijen scheiden. Je kan hier iets van het hoefijzer model in zien waarbij de partijen van extreme partijen van links en rechts (SP en PVV) bepaalde politieke posities gelijk hebben. Deze ‘new politics’-dimensie is wel minder belangrijk dan de twee eerder genoemde dimensies over religie en economie.

3dd23

In deze laatste figuur zie je de tweede en derde dimensie: de scheidslijn tussen religieuze en seculiere partijen (verticaal) en de populistische en gevestigde partijen (horizontaal).

In het Kieskompas-model wordt er helemaal van uit gegaan dat de tegenstelling tussen religieuze en seculiere partijen en de tegenstelling tussen populistische en hervormingsgezinde partijen gelijk lopen, maar dat is onterecht. Daarnaast geldt dat de tegenstelling tussen multiculturele en monoculturele partijen gedeeltelijk gelijk loopt met de tegenstelling tussen linkse en rechtse partijen.

Al met al moeten de posities van de partijen in het Kieskompas met een grote korrel zout genomen worden: partij positioneren zich niet consistent op de twee dimensies van het Kieskompas. Met name de verticale dimensie, waarin migratie en religie zijn opgenomen, is de structuur van de antwoorden van de partijen niet consistent. Het idee dat de antwoorden van de PVV sterk lijken op de linkse partijen of dat er een groot verschil is in de antwoorden tussen GroenLinks en de SP, is ongegrond op basis van een preciezere analyse van de data, zoals hier gepresenteerd. We moeten dus voorzichtig zijn met het interpreteren van de partijposities op basis van het Kieskompas.

  1. 1

    Welke data heb je gebruikt?

    Misschien is het een idee om daadwerkelijke gegevens over stemgedrag op moties in de Tweede Kamer te gebruiken? (staat wel ergens op internet volgens mij)

  2. 6

    Ja NRC mist ook de grafiek waar het eigenlijk om draait?

    Mooie analyse, slechts 2 procent “meestemverschil” tussen PVV-SP en VVD-SP :)

  3. 7

    Krijg toch beetje het gevoel dat er lichtelijke paniek ontstaat vanwege het feit dat de PVV ineens linkser, iig volgens kieskompas, lijkt te zijn dan volgens traditioneel links de bedoeling is – O gruwel – en die foute conclusie moet tegengegaan worden.

    Het verschil met het kieskompas van 2006 is trouwens niet eens zo groot. D66 iets rechtser, PVV wat linkser.

    Leuk wel de hier getoonde grafiekjes, maar compleet nietszeggend, want zoals hier gepresenteerd gestoeld op een mening.

    Ook zegt een ‘meestempercentage’ nog niet zoveel als er niet staat over welke punten de stemming is gegaan.

    Daarnaast lijkt me vooral het partijprogramma bepalend en niet historische stemmingen, zeker niet als het de PVV betreft want die hebben sociaal-economisch nogal een draai gemaakt.

  4. 8

    @Kropotkin: de methode die ik hier gebruik is inductief en dus onafhankelijk van de mening van de maker. Dit is een ruimtelijke representatie van de verschillen in antwoorden in het kieskompas.

    Ik bestrijd ook niet dat de PVV soms “linkse” standpunten inneemt, bv. over de AOW. Opvallend is wel dat juist linkse partijen (PvdA, GL) vaak dan een “rechts” standpunt innemen.

  5. 9

    @Simon: en dus onafhankelijk van de mening van de maker

    Inductie heeft evenmin als deductie, volgens mij, iets te maken met de (on)afhankelijkheid van de maker. Zeker niet zoals jij het hier voorstelt. De dus in je zin begrijp ik dan ook niet zo goed.

    Wat ik lees is dat je (men?) uitgaat van gelijkenissen en verschillen tussen politieke partijen en je (men) bouwt op de basis daarvan een model op.

    Ja? Welke gelijkenissen? Welke verschillen? Welk model? Wie/wat bepaalt zoiets?

    Sorry, maar je lange artikel, best interessant hoor, komt op dit moment voor mij nog niet verder dan wat vaag ‘gelul in de ruimte’. Veel aannames en losse conclusies maar misschien heb ik iets over het hoofd gezien. Dat kan natuurlijk.