Hulspas weet het | De dokter maakt u liever bang

COLUMN - Zijn zwarten minder intelligent dan witten? Thierry Baudet weet het niet. En alhoewel politiek correct Nederland vervolgens enthousiast over hem heen viel, heeft Thierry natuurlijk gelijk. We weten het niet.

We hebben een test die met behulp van een breed pakket aan heel verschillende vraagjes iets zou meten, iets van vaardig omgaan met abstracte systemen, en daarin is niet iedereen even vaardig. Niet bij iedere vraag. Maar die totaaluitslag noemen we ‘intelligentie’. En we weten dat een keurige opvoeding, goed voedsel, slimme ouders, veel spelen en lezen een hogere score oplevert. Dus wat constateer je dan wanneer een bepaalde subgroep des mensheid (ik zeg: Inuit) nou net even wat lager scoort? Ligt dat dan aan ‘intelligentie’?

Eén factor heb ik dan nog niet genoemd. De verbeelding. De score wordt ook beter wanneer de deelnemer dénkt dat hij of zij beter zal scoren. Beter dan gemiddeld, of beter dan de buurman. Meisjes scoren bijvoorbeeld traditioneel minder op wiskundetoetsen. Natuurlijk, want wiskunde is ‘niks voor meisjes’. Dat weten ze. Ze horen niks anders. Met die instelling gaan ze van start. Maar als je ze nu voorafgaand aan de test vertelt dat meisjes nou net bij déze vragen beter scoren, beter dan jongens, en dat dat nu vast ook weer zal blijken, ziet: dan gaan de scores fraai omhoog. Dan is de start: wij zijn beter, wij zij ‘intelligent’, dus we zijn scherper, of doen nét iets meer moeite.

Verbeelding, je mag het ook illusie noemen, is een wapen dat nog maar zelden wordt ingezet. Alleen in de sport is het heel gewoon. Daar vinden we het normaal om een kind of een talent vol te pompen met extreme voorstellingen over wat hij allemaal kan worden, en daarbij te bagatelliseren wat hij of zij daarvoor allemaal moet doorstaan. Toernooitjes, lintjes, plastic medailles, lovende woordjes – alles is gericht op de illusie van de roem. De showbizz heeft dit systeem inmiddels ook ontdekt en alles wat vervolgens denkt iets te kunnen wordt genadeloos uitgebuit. En nu is de medische zorg aan de beurt.

Morgen, 7 februari, promoveert in Leiden gezondheidspsychologe Kaya Peerdeman op de inzet van de verbeelding van de patiënt. Peerdeman wilde weten of het inbeelden van pijnvermindering de latere pijnervaring beïnvloed. Ze deed dat met de klassieke ‘hand in een bak ijswater’ methode. De controlegroep mocht zijn hand er uit halen als het té pijnlijk werd, de andere deelnemers moesten zich vooraf verbeelden dat ze een warme, waterdichte handschoen aantrokken. En dan de emmer in. Peerdeman en medewerkers zagen dat de proefpersonen na deze verbeeldingsoefening minder pijn verwachtten en daarna minder pijn ervoeren. Langer in het ijs bleven hangen.

Volgens het Leidse persbericht ‘onderstreept [dit] het belang van de instructies bij het behandelen van pijn en andere klachten.’ Behandelaars moeten met andere woorden gaan doen wat trainers en coaches al honderd jaar doen: de verbeelding inschakelen. Zo van: ‘Echte stoere kerels voelen hier vrij weinig van’.

Of: ‘Kent u René van der Gijp? Die had ik vorige week. Liep hier fluitend naar buiten!’ Bij vrouwen kunnen behandelaars René vervangen door Eva Jinek. Of gewoon: ‘Mannen vinden dit een pijnlijke ingreep, vrouwen merkwaardig genoeg niet.’ (Dat ‘merkwaardig genoeg’ niet vergeten, dat stimuleert de verbeelding nóg sterker).

Zullen artsen het advies van Kaya Peerdeman opvolgen? Ik acht de kans klein. Artsen hebben namelijk zo hun eigen verbeelding. Ze zijn er om mensen te redden. Liefst van de afgrond, van de angst. Een patiënt die zich, na enige peptalk, best wel senang gaat voelen, dat geeft dan toch minder voldoening. Dan kun je beter zeggen: ‘Een gevaarrrlijke ingreep, mevrouwtje, maar u bent in goede handen.’ Die blik, die illusie, dát ziet de dokter graag.

  1. 1

    Dus als we onszelf als blank ras vertellen dat we veel beter zijn dan anderen, dan zullen we ook beter presteren. Een geweldig argument om een houding van blanke suprematie aan te nemen.

  2. 2

    ‘Met de tram of loopen’, vroeg Anna. ‘Loopen!’ riepen wij schril. ‘Hollandsche jongens die malen niet om een fiksche wandeling’ zei Anna tevreden. Halverwege de weg stond een waterpomp. Daar marcheerden wij zingend eenige slappe tinussen voorbij en deden alsof we hen niet zagen. Op het strand aangekomen kregen we een glas limonade. ‘Fijn he, jongens’ riep Anna op geregelde tijden. Het werd door haar ook zeer op prijs gesteld wanneer je zoomaar uit jezelf ‘fijn!’ zei.”

  3. 3

    Maar die totaaluitslag noemen we ‘intelligentie’.

    Nee, dat doen we niet. Nepwetenschapper Hulspas hoort weer eens klokgelui omdat hij de klepel op zijn kop heeft gekregen.

    IQ-testen vergelijken een score met een gemiddelde en geven dan een verhouding, een quotient. Ze zeggen dus wat je score is in verhouding tot anderen binnen dezelfde testgroep waarbij het gemiddelde per definitie is vastgesteld op 100 om een verhouding mogelijk te maken.

    IQ-testen zijn zeer afhankelijk van taal omdat de testen zelf ‘talig’ zijn. Als je geen Chinees kunt lezen zul je niet erg hoog scoren in een Chinese IQ-test, hoe intelligent je ook bent. Ook zijn ze afhankelijk van cultuur. Algemene kennis is alleen algemeen binnen een bepaalde cultuur (regio, land, taal).

    Een IQ-test meet dus geen intelligentie maar de vaardigheid in het maken van een IQ-test. Als je vaker dat soort testen maakt gaat je score omhoog terwijl je toch echt niet intelligenter wordt, wel neemt deze ene specifieke vaardigheid toe.

    Er bestaan dan ook geen IQ-testen die wereldwijd onafhankelijk van taal en cultuur inzetbaar zijn. Het gemiddelde per land is per definitie 100 en die gemiddelden kun je niet onderling vergelijken. De kaartjes en lijstjes van IQ per land zijn daarom onzin.

    IQ is geen intelligentie.

  4. 4

    “En alhoewel politiek correct Nederland vervolgens enthousiast over hem heen viel, heeft Thierry natuurlijk gelijk.”

    Tsja, dit is op zich feitelijk correct, maar het is heel erg misleidend. Dit impliceert dat Baudet eigenlijk altijd heeft beweerd dat het niet bekend is, en dat “politieke correct Nederland” alleen maar aan het stoken was. Quod Non.

    Wat er echt aan de hand is, is dat Baudet zelf en leden van zijn partij een flinke serie uitspraken hebben gedaan die suggereren dat ze wel degelijk vinden dat het bekend is dat bepaalde rassen/volken/culturen een lagere intelligentie hebben. “Politiek correct Nederland” reageerde daarop, door uit te leggen wat er zoal mis is met het vergelijken van IQ testen. Na heel veel aandringen probeerde Baudet zich te distantieren door dan maar te gaan beweren dat het het niet bekend is.

    Thierry heeft dus helemaal geen gelijk. Hij heeft bakzeil moeten halen. Het zijn juist die hele vervelende, “politiek correcte” mensen die gelijk hebben.

  5. 5

    @3:

    Nee, dat doen we niet. Nepwetenschapper Hulspas hoort weer eens klokgelui omdat hij de klepel op zijn kop heeft gekregen.

    Ja dat doen we wel. Alvorens Hulspas uit te maken voor nepwetenschapper, is het verstandig eerst goed te lezen wat er echt staat. Er staan toch echt heel duidelijk aanhalingstekens om het woord intelligentie. En die aanhalingstekens betekenen iets.

  6. 6

    Zijn zwarten minder intelligent dan witten? Thierry Baudet weet het niet.

    Volgens mij is het probleem juist dat Thierry het wel weet. Of in ieder geval suggereert. Je zou als politicus moeten weten dat je extreem voorzichtig moet zijn met zulke uitspraken, juist omdat ze zo uit hun verband gerukt kunnen worden.

    ‘Echte stoere kerels voelen hier vrij weinig van’.

    Ja, dat had geholpen bij mij als puber. Not.

  7. 7

    Baudet provoceert. De media trappen er in. Zijn aanhang juicht. Het is allemaal al eens vertoond toen een zekere Fortuyn afschaffing van het eerste artikel van de grondwet bepleitte. Niemand schijnt er van te leren. Behalve B. zelf natuurlijk.

  8. 8

    Zijn zwarten minder intelligent dan witten?

    Er zijn geen zwarten en witten. Niet genetisch niet. Niet etnografisch niet. Dus allicht dat een wetenschapper het niet weet. Die weet wel beter; we zijn individueel genetisch diverser en collectief genetisch homogener dan sommigen misschien zouden willen.

  9. 9

    Correlatie aantonen tussen twee grootheden is niet zo moeilijk. Kijk maar eens naar deze vermakelijke website: http://tylervigen.com/spurious-correlations.

    Wat Baudet doet is echter wel degelijk misleidend en gevaarlijk. Hij dropt een correlatie in het debat om de suggestie te wekken dat er een causaal verband is dat vervolgens discriminatie zou kunnen goedpraten en zelfs promoten. Vervolgens ontwijkt hij de discussie over dat causaal verband en zijn plannen voor het daarop te baseren beleid. Daarmee laat hij in het midden hoe hij er zelf over denkt. Zijn aanhangers zien steun voor hun racistische ideeen (“eindelijk iemand die het zegt”) en hij scoort de publicitaire ophef waar hij naar op zoek was. Hij wakkert daarmee doelbewust racistische tendensen onder zijn aanhang aan, maar speelt de vermoorde onschuld richting zijn tegenstanders. Een doorzichtige truc, maar hij werkt wel.

    Er zijn vele mogelijke verklaringen voor het feit dat de hoeveelheid melanine in de huid correleert met de behaalde score op Westerse IQ-testen. Hierboven wordt er al een aantal genoemd. En hoewel het wetenschappelijk best een interessant onderwerp kan zijn, is de wijze waarop Baudet dat ‘feit’ in het politieke debat gooit tendentieus en gevaarlijk. Feiten zijn neutraal. Maar de selectie van de feiten die je communiceert en de context waarin je dat doet zijn dat niet.

  10. 10

    LOL over het feit dat het hele stukje van hulspas genegeerd wordt (de kracht van verbeelding in coaching en wellicht geneeskunde), maar dat heel sargasso natuurlijk weer over baudet / rascisme gaat … dus misschien moet hulspas niet zo een bruggetje maken als ie het over z’n onderwerp wil hebben.

  11. 11

    @10: Ik negeer ‘m niet – ik zeg dat de premisse van zowel zijn stuk, als de ‘these’ van de collega van Baudet nergens op gebaseerd is.

  12. 12

    Nepwetenschapper Hulspas hoort weer eens klokgelui omdat hij de klepel op zijn kop heeft gekregen.

    @3 Marcel Hulspas pretendeert überhaupt geen wetenschapper te zijn, de man is van beroep journalist die het een en ’t ander weet van wetenschap.

    Verder zal Hulspas je kritiek op de onder leken gangbare interpretatie van de uitslagen van IQ-testen waarschijnlijk onderschrijven, evenals je argumentatie waarom je gemiddelde scores uit de ene populatie niet goed kunt vergelijken met scores uit de andere populatie.

    Wat hij in zijn stukje schrijft sluit wat jij daarover te berde brengt namelijk bepaald niet uit. In de volksmond heeft men het over ‘intelligentie’, en ook wetenschappers gebruiken die term.

  13. 13

    @12 Hulspas is als astronomoïde wel een wetenschapper, maar als wetenschapsjournalist pretendeert hij van allerhande onderwerpen verstand te hebben terwijl hij in zijn schrijfsels telkens fouten maakt die echte vakwetenschappers niet zouden maken. Die pretentieusheid en gebrek aan terughoudendheid ergert me.

    En wat #10 zegt. Ondeskundige uitlatingen en populistische voorbeelden en bruggetjes leiden ontzettend af. Schoenmaker hou je bij je leest.