Kastelen van herinnering


Het nieuwe boek The Memory Chalet van Tony Judt is uniek: iets tussen memoires, geschiedenis, politiek en filosofie in. Ik heb het ademloos uitgelezen. Hij maakt herinneringen los, waarvan ik het bestaan al lang vergeten was. Hij stelt vragen, die alsnog verbazen: waarom is mij dat nooit eerder opgevallen? Zijn vertellingen hebben een spanning, die voortkomt uit het ontstaan ervan.

Het gaat om dictaten na slapeloze nachten. In “Night” verklaart hij het ontstaan van deze verhalen. Judt werd een paar jaar geleden gediagnosticeerd als ALS patiënt en was sinds 2009 hulpbehoevend, totaal verlamd, permanent beademd, zonder pijn, met een normaal werkend verstand. Zijn nachten zijn soms rampzalig: moet je nu al weer roepen in de babyfoon, terwijl je alleen maar even gekrabd wilt worden of een arm of been verlegd wil hebben? Dit gevecht met lichamelijk ongemak bestrijdt hij door te harken in zijn brein. Zijn geheugen, zijn vermogen tot expressie, zijn ordenende en analytische scherpte zijn niet aangetast door zijn ziekte. Mogelijk namen zij zelfs nog in kracht toe. Zolang hij nog verstaanbaar kon spreken dicteerde hij ’s ochtends wat hij in de nacht had bedacht. Hij is in augustus 2010 overleden.

Wat betekent herinnering? Voor de individu kun je te rade gaan bij Dick Swaab of Douwe Draaisma: je bent je levensverhaal. Dat is meer dan je je kunt herinneren, maar de gedachte dat we alles kunnen onthouden lijkt onjuist. Ook bij Oliver Sacks kom je identiteit als levensverhaal tegen: je bent wat je kunt vertellen over je verleden, je ervaringen, je vakkennis en vaardigheden. (Als je het niet meer kunt vertellen, vervaagt ook je identiteit, zoals ik bij mijn dementerende vader heb kunnen ervaren.)

Ook collectief spelen herinneringen een belangrijke rol. “Alles gaat voorbij, behalve het verleden”, schrijft Luc Huyse: “Een burgeroorlog, een brutale repressie, apartheid: dat sterft nooit helemaal. Hoe temmen mensen, van Argentinië tot Zimbabwe, van Spanje tot Zuid Afrika, een verleden dat pijnlijk voortleeft in hun lijf?” Zo is het: de geschiedenis dragen wij mee, individueel en collectief. Huyse vergelijkt de herinnering aan oorlog of onderdrukking met malaria: de ziekte sluimert en speelt soms op.  Wij weten dat het beeld klopt voor onze herinnering aan W.O.2: goed of fout geweest, bij wie kun je onderduiken? In Zuid Afrika is gepoogd een collectieve verwerking en heling te bereiken door de Waarheidscommissie.

Judt heeft herinneringen over treinen, het revolutionaire studentenmilieu en de dubbele houding jegens de sexualiteit, de klasseverschillen aan de universiteit in Engeland, de geur van een buslijn in Londen, over de relatie van Fransen met theorie en praktijk. Zoals een Franse rapporteur, die de eerste trein in Engeland bestudeert, die trein ook daadwerkelijk ziet rijden, om vervolgens met een diepgaande analyse te rapporteren dat de trein een onmogelijkheid is. Dat is het Franse intellectualisme ten voeten uit.

Op zijn best is Judt, als het gaat over zijn eigen hoofonderwerp, het naoorlogs Europa. Misschien spreekt hij mij ook aan, omdat wij tijdgenoten zijn: Judt was twee jaar jonger dan ik. Het jaar 1968 herinner ik me nog goed. Werkcollege in Amsterdam, linkse mantra’s uit de werken van Marx en zijn epigonen, solidariteit met vakbonden, stakers, rebelse bewegingen. En dan de praagse lente, waar onze leeftijdsgenoten onze rebellie nadeden, maar om het linkse geloof dat ons inspireerde, als zinledige onzin te ontmaskeren. Judt verbaast zich: waarom liepen we wel rond in Parijs, om het strand onder het plaveisel te ontdekken, maar maakten we de stap naar Praag niet?

Die vraag haakt: ik zie me zelf nog staan voor de vitrines van de Telegraaf (ja internetgeneratie, dat moest toen, als het nieuws “heet” was en je had de radio al gehoord) om met rooie oren te lezen over de zelfverbranding van Jan Palach en de lotgevallen van Dubcek. Waarom was de Praagse Lente een rimpeling en de interventie vanuit het oosten slechts opwindend nieuws zolang het duurde? Waarom had het geen betekenis voor ons geloof in de linkse mantra’s? Later, na Charta, na de val van de Muur en de fluwelen revolutie van Havel veranderde dat pas.

Hadden wij last van een “captive mind”, een bevangen geest, en waarom? Judt probeerde een boek van Milosz met die titel te verklaren voor zijn studenten. Maar die snappen er niets van: waarom zou je je ziel verkopen aan welk idee dan ook, zeker aan een onderdrukkend idee? Zij konden zich dat niet voorstellen, want zij hadden nog nooit een marxist ontmoet. (“Je moet je hersens inleveren voor de partij”, zei een CPN-bekeerling in de collegebanken tegen mij. Dat vond ik wel afschrikwekkend, maar niet abnormaal.) Niet de desillusie van het marxisme werd thema van zijn colleges, maar de illusie zelf.

Judt spreekt over ideologische mobilisatie, die hij vreest; de Koude Oorlog heeft een groot deel van onze levens beheerst: de oproep tot de kruistocht tegen het “islamofascisme” rekent hij tot deze foute reflex. De echte bevangenheid van onze tijd is “de markt”, evenzeer een abstractie als “dialectisch materialisme”. Het is een geloofsartikel, een dubbelganger van negentiende eeuwse begrippen als “noodzakelijkheid, vooruitgang, geschiedenis”. Het begrip “identiteit” is een gevaarlijk woord, zonder respectabele gebruiksmogelijkheden. In Frankrijk en Nederland zijn “national debates on identity, a flimsy cover for political exploitation of anti-immigrant  sentiments”. (p.201) Het stuk heet “Edge People” en hij verdedigt hier zijn principiele keuze voor marginaliteit, passend bij zijn Joodse komaf, zijn Engels-zijn en zijn liefde voor Amerika.

De Bijbel ziet twee manieren van sterven: de ene is het feitelijke einde van een leven, de andere is het uitwissen van een naam, daarmee van de herinnering. Zijn voorlaatste tekst gaat over een tante, Toni Avegael, geboren in Antwerpen in 1926, vergast in Auswitz in 1942. Judt is naar zijn tante genoemd.

  1. 2

    Felix Rottenberg had onlangs ook een lovende recensie over dit boek in het Parool. Tom, weet jij of er van dit boek binnenkort een Nederlandse vertaling komt?

  2. 3

    @Kyra: dat weet ik niet, maar Judt is redelijk hot bij de fijnproevers en verkoopt goed. Dus ik vermoed van wel. overigens schrijft hij mooi en helder engels, dus als je de taal een beetje machtig bent zou ik het er op wagen.

  3. 4

    “Waarom had het geen betekenis voor ons geloof in de linkse mantra’s? Later, na Charta, na de val van de Muur en de fluwelen revolutie van Havel veranderde dat pas.”

    Geen idee, maar da’s dan toch een generatie-dingetje. Wanneer je pas ná 1968 leerde lezen en schrijven was het Sovjet communisme ook ruim vóór de val van de muur niet direct een lonkend perspectief.

  4. 5

    @Taco: dat zal ik niet ontkennen. Maar leer van een oude man dat ideologische bevangenheid altijd en overal is.
    Ik verwonder me daarover nu. Maar houd je eigen geloof maar eens een beetje tegen het licht. Ik vond de manier waarop hij de markt en het dialectisch materialisme als abstracties weg zet boeiend. En de historische opeenvolging van dit soort begrippen.