Kanker en Calvijn

© Diagram uit Why do the Dutch swear with diseases. Onderzoek Tom Ruette en Andrea Pizarro Pedraza, 2018

ONDERZOEK – Het is een vraag die af en toe voorbij komt als je in het adressenboekje van de nieuwsredacties zit: we hebben nog een gaatje voor een lollig item, dus, meneer de taalgeleerde, hoe komt het dat wij Nederlanders met ziekten schelden? Andere volken doen dat ook niet? Een Franse hooligan heeft het toch ook niet over een putain de cancre?

Het klassieke antwoord, in 2000 door Piet van Sterkenburg uitgewerkt in zijn standaardstudie Vloeken, is dat het iets met het calvinisme te maken heeft. Volgens dat geloof is ziekte een straf van God, en die straf wenst de Nederlander zijn medemens dus toe als hij zich een beetje kwaad maakt.

Maar klopt dat eigenlijk wel? De Leuvense taalkundige Tom Ruette zocht het uit en schreef er een artikel ( € ) over.

Rode en blauwe

Ruette gebruikte Twitter als zijn belangrijkste bron; dat is sowieso een geliefd onderzoeksinstrument voor mensen die moderne taalvariatie graag kwantitatief onderzoeken want het is gemakkelijk om een grote hoeveelheid informeel geschreven taal binnen te halen en te doorzoeken.

Hij vond zo 20.000 tweets uit het hele taalgebied met vloeken en scheldwoorden; niet alleen kanker, tyfus en soortgelijke woorden, maar ook pik, pis, jezus en andere niet-ziektegerelateerde krachttermen.

Vervolgens keek hij voor allerlei plaatsen hoe groot de relatieve frequentie van ziektes was in vergelijking met de termen uit andere categorieën. Hij zette rode stipjes op de plaatsen waar je meer ziektes vond dan verwacht en blauwe waar je er minder vond dan verwacht; zie de kaart hierboven.

Stad en platteland

Wat zegt dit nu over de relatie met het calvinisme? Het is onmiskenbaar dat Nederland calvinistischer is dan Vlaanderen en in die zin gaat je de correlatie de juiste kant op. Tegelijkertijd is hij ook niet absoluut: grote stukken van de Nederlandse bible belt zijn bijvoorbeeld niet rood gekleurd en Noord-Brabant of Nederlands Limburg zijn natuurlijk niet minder katholiek dan de Vlaamse buren.

Met ziektes gescholden wordt vooral in de Randstad. Ruette stelt voor dat er daarom een ingewikkelder statistisch verband nodig is, waarbij bijvoorbeeld ook het verschil tussen stad en platteland moet worden betrokken.

Scheepstimmerman

Het probleem lijkt mij dat je met Twitter alleen de gegevens van nu kunt vinden. En het soort woorden waar mensen nu mee schelden en vloeken is misschien helemaal niet zo rechtstreeks afhankelijk van wat er nu taboe is. De gebruikelijke ziektes zijn ook overwegend al wat ouder (tyfus, pleuris, kolere), terwijl nieuwere en dus reëlere ziektes (ebola) volgens mij juist niet zo heel zwaar klinken – eerder grappig. Nederlanders van nu schelden dan met ziektes omdat ze andere mensen met ziektes horen schelden. In de Randstad gebeurt dat vaker omdat het daar vaker gebeurt.

De vraag is dan wel: waar komt dat vandaan? Dat zou het Calvinisme kunnen zijn, of een taboe op ziektes. Het zou eigenlijk ook zelfs toeval kunnen zijn: ooit had toevallig een scheepstimmerman in Amsterdam veel succes met zijn gebruik van ziektenamen, en andere mensen namen dat over. Het verschijnsel verspreidde zich vervolgens. Hoe dit alles ook zij, de Twitter-gegevens van Ruette geven er geen antwoord op. En hoe jammer ook: misschien zijn helemaal geen gegevens die ons ooit een antwoord op de vraag geven.

  1. 1

    ‘Krijg toch allemaal de kolere, val voor mijn part allemaal dood … ‘ vertelde onze muziekleraar vroeger dat hij van de gereformeerde school wegging want dat mocht niet gezongen worden. Maar dan weer van hoe alleen hij zich voelde. Daar wilde de school een ander woordje ofzo.

  2. 2

    De functie van het vloeken is primair een ontlading bij een hogere gradatie van ernstig misnoegen en een stemloze velaire plosief als de K, een stemloze alveolaire plosief als de T, een stemloze labiodentale fricatief als de F, een stemloze bilabiale plosief als de P of uvulaire frictatieven als onze G zijn bij uitstek geschikt om een dergelijke stoot energie kwijt te kunnen. Genoeg fonetiek.
    Los van de klankwaarde (een woord als ‘zijig’ zal het bij die ontladingsfunctie eerder afleggen) blijft het idioom interessant. Zo heb ik me laten vertellen dat Canadezen in zo’n geval graag katholieke parafernalia als misgerei en paramenten uit de kast halen: “Tabernakel!”
    Ik probeer mij intussen om te scholen, maar vooralsnog is op het moment dat ik aan een kelk denk, het dubbele stemloze plosief van de fijne vleeswaren al aan mij ontschoten…

  3. 5

    SIDA bekt beter, maar heeft hoogstwaarschijnlijk ook het Franse equivalent van Heestermans Luilebol, zo dat al bestaat, niet gered.
    Het is goed mogelijk dat een ziekte eerst moet rijpen en aan archaïsche waarde moet winnen, wil het (al dan niet plosief of fricatief) inzetbaar zijn.