Verloren Oudheid | Kalhu; de stad van Nimrod

COLUMN - Toen IS in maart 2015 de ruïnes van de stad Dur-Sharrukin opblies, werden ook de ruïnes van de stad Kalhu opgeblazen. Kalhu, door de plaatselijke bevolking ook wel Nimrud genoemd, was van 879 tot 706 de hoofdstad van het Assyrische Rijk. Net als Dur-Sharrukin was Kalhu een relatief nieuwe stad die bewust door een Assyrische koning (in dit geval Ashurnasirpal II) was uitgekozen als nieuwe hoofdstad. Waar Dur-Sharrukin één jaar na haar feestelijke opening al weer verlaten werd, heeft Kalhu het echter een stuk langer volgehouden. In de 173 jaar dat Kalhu de hoofdstad was bouwden drie verschillende koningen er hun paleizen en versierden ze de stad met de mooiste kunstvoorwerpen.

Een Lamassu uit Kalhu, uit de tijd van Ashurnasirpal II (r. 884-859 v. Chr.) Metropolitan Museum, New York.

Een Lamassu uit Kalhu, uit de tijd van Ashurnasirpal II (r. 884-859 v. Chr.)
Metropolitan Museum, New York.

De stad van Nimrod
Toen de Britse archeoloog Austin Henry Layard in 1845 aan de opgraving van Kalhu begon, waren de ruïnes van de stad al goed te zien. In 1760 werden ze beschreven door de Duitse avonturier Carsten Niebuhr en mogelijk heeft ook de Griekse huursoldaat Xenophon ze rond 400 v. Chr. zien liggen. Onder de plaatselijke bevolking waren de ruïnes bekend onder de naam Nimrud, naar de beruchte Bijbelse koning Nimrod. Volgens Genesis was Nimrod de eerste persoon die na de Zondvloed het koningschap op zich nam en steden stichtte. Onder de steden die door hem zouden zijn gesticht waren onder meer Uruk, Akkad, Babylon, Ashur, Nineveh, en ook Calah (= Kalhu). Hij wordt ‘een machtige jager in het aangezicht van de HEER’ genoemd, wat vaak wordt geïnterpreteerd als dat hij zichzelf boven de HEER probeerde te verheffen. De vraag op welke historische figuur Nimrod is gebaseerd houdt geleerden al eeuwenlang bezig. De meest waarschijnlijke verklaring is dat Nimrod een archetype is van de arrogante Mesopotamische koning en dat sporen van meerdere historische figuren – met name Sargon van Akkad, Naram-Sin en Tukulti-Ninurta – er in terug te vinden zijn. Hoe het ook zij, de plaatselijke bevolking zat er niet ver naast door deze Assyrische ruïnes aan Nimrod toe te schrijven.

Standbeeld van Ashurnasirpal II. British Museum, Londen. Foto van Jononmac46.

Standbeeld van Ashurnasirpal II.
British Museum, Londen.
Foto van Jononmac46.

Stichting door Salmanasser I
Op de plaats waar de Tigris en de Grote Zab samenstromen lag al van oudsher een handelspost. Onder Salmanasser I (r. 1274-1245 v. Chr.) werd deze uitgebouwd tot een stad genaamd Kalhu. Salmanasser I was een koning van het Midden-Assyrische Rijk (1392-934 v. Chr.), een rijk dat tot bloei kwam nadat de Assyriërs zich onafhankelijk hadden verklaard van het koninkrijk Mitanni (ca. 1500 – ca. 1300 v. Chr.). Toen Salmanasser I regeerde was Mitanni inmiddels ten onder gegaan, wat de Assyriërs de kans bood om hun macht over Mesopotamië en Syrië uit te breiden. Salmanasser’s zoon Tukulti-Ninurta I (een van de koningen waarop de figuur Nimrod is gebaseerd!) breidde het rijk nog verder uit door Babylonië te onderwerpen en de Hittieten terug te drijven. 

Tot hoofdstad verheven door Ashurnasirpal II
In de tiende eeuw v. Chr. raakte het Midden-Assyrische Rijk in verval en zo ook de stad Kalhu. Onder de koningen Adad-Nirari II (r. 911-891 v. Chr.) en Tukulti-Ninurta II (r. 891-884 v. Chr. wisten de Assyriërs echter opnieuw hun macht over Noord-Mesopotamië en Syrië uit te breiden. Toen Ashurnasirpal II (r. 884-859 v. Chr.) aan de macht kwam erfde hij een groot rijk dat uit zijn voegen dreigde te barsten. Al vroeg in zijn regeerperiode braken overal in het rijk opstanden uit. Ashurnasirpal sloeg deze opstanden op een zelfs voor de Assyriërs ongekend wrede manier neer. Opstandige edelen liet hij spietsen of levend villen en jonge mannen, vrouwen en kinderen liet hij levend verbranden. Om onduidelijke redenen verplaatste hij de hoofdstad van Ashur naar Kalhu. Mogelijk wilde hij een stad ‘voor zichzelf’ hebben, weg van zijn onbetrouwbare onderdanen. Hij legde een acht kilometer lange muur aan en liet een enorm paleis bouwen dat hij in 879 v. Chr. feestelijk liet openen. Op de housewarming waren naar eigen zeggen bijna 70.000 mensen aanwezig, die allemaal voorzien werden van de meest luxueuze dranken en spijzen. 

Ivoren reliëf uit Kalhu

Ivoren reliëf uit Kalhu

Bouwprojecten in Kalhu
Kalhu heeft, op de oorspronkelijke hoofdstad Ashur na, het langst de titel ‘hoofdstad van Assyrië’ mogen dragen. Waar Nineveh ‘slechts’ 93 jaar de hoofdstad was (705-612 v. Chr.), is Kalhu dit 173 jaar lang geweest (879-706 v. Chr.). Kalhu telt dan ook meer paleizen dan Nineveh. In Nineveh staan ‘enkel’ de paleizen van Sanherib (r. 705-681 v. Chr.) en Ashurbanipal (r. 669-627 v. Chr.), maar in Kalhu bouwden maar liefst drie koningen hun paleis: Ashurnasirpal (r. 884-859 v. Chr.), Salmanasser III (r. 859-824 v. Chr.) en Tiglath-Pileser III (744-727 v. Chr.). Het paleis van Ashurnasirpal was 200 bij 130 meter in oppervlakte en had 200 kamers en 3 binnenplaatsen. Sanherib’s ‘paleis zonder gelijke’ in Nineveh had ‘slechts’ 80 kamers. Salmanasser III liet naast een eigen paleis ook een groot tempelcomplex met Ziggurat (tempeltoren) aanleggen. Alle paleizen en belangrijke tempels stonden op een goed zichtbare heuvel (akropolis), die er tijdens de Nieuw-Assyrische Periode behoorlijk indrukwekkend moet hebben uitgezien. Naast de paleizen en de tempels is Kalhu ook bekend om haar prachtige kunstvoorwerpen, waarmeer de belangrijke gebouwen werden versierd. De ivoren beeldjes, gouden ornamenten en beelden van Lamassu’s (gevleugelde stieren met mensenhoofden) behoren tot fraaiste van het gehele Nabije Oosten.

De volgende keer
Ondanks de roem, pracht en praal van Kalhu besloot Sargon II (r. 722-705 v. Chr.) de hoofdstad in 706 v. Chr. naar Dur-Sharrukin te verplaatsen. Hier heb ik vorige week al over geschreven. Dur-Sharrukin was echter geen lang leven beschoren en de hoofdstad werd in 705 v. Chr. alweer verplaatst naar Nineveh. De volgende week zal ik schrijven over Ashur, de oorspronkelijke hoofdstad van Assyrië, waar het land en het volk zijn naam aan te danken heeft.

  1. 1

    Hoe kregen ze toch die keurige krulletjes, in strakke horizontale lijnen, in die rechte baarden? Kan iemand me daar meer over vertellen? Het lijkt me niet dat het een artistieke expressie van de beeldhouwer is, eerder de toenmalige mode.

  2. 2

    Gevonden:
    “Mesopotamian civilizations (Chaldean, Babylonian, Assyrian, Median, Aramean, and ancient Persian) devoted great care to oiling and dressing their beards, using tongs or curling irons to create elaborate ringlets and frizzles, in a tiered effect”
    http://wordinfo.info/unit/3365

  3. 3

    ROFLOL @1, @2

    Daan schrijft zich een ongeluk om uit te leggen waarom het vernietigen van de archeologische schatten door IS zo dramatisch is* en dan is het meest uitgebreide en inhoudelijke commentaar tot nu toe over de krullen van de Assyriërs. Ik heb echt in tijden niet zo gelachen. Dank je @Sylvia. Ook voor de informatie trouwens, die zeker niet oninteressant is. Ook niet voor mijn vrouw die kapper is.

    Een ding weten we nu zeker : ijdelheid en fatjes zijn ouder dan we dachten en niet van onze beschaving alleen, wellicht zelfs van alle tijden. Dorian Gray was een Assyriër. Grapjes over de Dorische beschaving zal ik maar niet maken maar Wilde was een grapjas dus het zou zo maar kunnen.

    /hikt nog wat na

    *wat ik voorlopig nog niet uit de stukken aflees trouwens, het is een overmatig saaie geschiedenisles met af en toe het woordje IS als ze iets hebben opgeblazen. Maar waarom is dat nu zo belangrijk? Waarom is dat zonde? Het is toch gefotografeerd en vastgelegd? De grond is belangrijker voor landbouw of huizenbouw wellicht? Politiek signaal? Herinnert u zich Dresden nog?
    Ook elders – in Nederlandse bouwputten bv – worden archeologische vondsten gedaan, die direct na onderzoek vernietigd worden voor nieuwbouw en zo.

  4. 4

    Lol.
    Yw troebel. :)

    Het is niet dat ik voorbij ga aan wat Daan schrijft, hoor; al zijn stukken lees ik met veel interesse.

    Maar voor mij zijn dit soort beschrijvingen altijd de beginpunten voor gedachten over hoe heersers en gewone volk in die tijd leefden. Hun gewoonten, hun eigenaardigheden, de overeenkomsten en met name de verschillen met de moderne mens.

    Nu is over dat laatste in de stukjes van Daan weinig te vinden, allereerst omdat zijn insteek anders is natuurlijk, maar ook omdat er in de grond eenvoudigweg meer te vinden is/was over de grote bouwwerken in het verleden en de opdrachtgevers daarvan. Al is het soms knap hoe archeologen de eindjes van veroverings- en opvolgingsverhalen aan elkaar weten te knopen: wie kwam na wie en deed wat.

    Maar de bouwwerken en de kunstvoorwerpen zijn voor mij slechts een begin.

    Ik hoop trouwens dat Daan of een van zijn collega’s ook ooit eens aandacht zullen geven aan de onbekende grote beschavingen in Afrika. Zo jammer dat in grote delen van het continent geen opgravingen kunnen worden gedaan wegens oorlogen en armoede.

  5. 5

    @3:Mijn doel is niet om uit te leggen waarom het erg is dat erfgoed wordt vernietigd. Dit is immers subjectief. Ik ben er om achtergrondinformatie te geven, zodat de lezers zelf de waarde van het erfgoed kunnen inschatten.

    Wat ‘saaie geschiedenisles’ betreft: ik hoor graag van lezers waar ze meer over willen weten. Ik probeer altijd een goede invalshoek te vinden, want telkens een opsomming van het erfgoed dat verloren is gegaan wordt inderdaad al snel saai. Ik probeer vooral historische context te geven en mijn eigen interesses (hoe dachten de mensen en hoe functioneerden hun samenlevingen?) daarin mee te nemen.

    Naar mijn mening is relevantie niet iets dat op zichzelf bestaat, maar is het de waarde die iemand hier en nu aan iets toekent op basis van zijn of haar eigen interesses. Als iemand zich afvraagt hoe of waarom de Assyriërs zulke fraaie baarden kweekten en wat dit zegt over hun cultuur, is dat onderwerp niet minder relevant dan de veronderstelde continuïteit tussen het Mesopotamische en het Islamitische denken. Daarom zeg ik ook tegen de lezers: vraag maar raak!

  6. 6

    @4: Ik zou zeker over het antieke Afrika willen schrijven, maar mijn kennis daarover reikt niet diep genoeg. Ik ben sowieso geïnteresseerd in alle geschiedenis die buiten het ‘relevante’ geschiedeniscanon valt.