Kaas verenigt Cyprus

ELDERS - Op het eiland Cyprus zijn deze week nieuwe onderhandelingen gestart tussen Turken en Grieken.

Cyprus heeft bij de EU een beschermde status aangevraagd voor de geitenkaas die op het eiland wordt gemaakt. Halloumi (Grieks) of Hellim (Turks) zou volgens de Cyprioten uit beide delen van het land alleen zo mogen heten als de kaas op Cyprus is geproduceerd. Zoals de Grieken de fêta hebben geclaimd en de Italianen de Parma ham. Britse kaasfabrikanten die goede zaken doen met het merk halloumi hebben al protest aangetekend.

De gezamenlijke aanvrage van beide landsdelen is uniek. De Turkse Noord-Cypriotische republiek wordt niet eens erkend door de EU. Het is sinds jaren de eerste gezamenlijke stap van Grieken en Turken. Voorzitter Juncker van de Europese Commissie prees daarom dit initiatief en de gezamenlijke inzet van Turken en Grieken om te werken aan de hereniging van het sinds 1974 verdeelde eiland.

Dinsdag is in Nicosia op neutraal terrein onder auspiciën van de Verenigde Naties een topconferentie begonnen van de nieuwe Turkse leider Mustafa Akinci en Nicos Anastasiades, de president van het Griekse deel van Cyprus. Zij hebben elkaar de afgelopen maanden al meer dan eens ontmoet en kunnen het goed met elkaar vinden. In de officiële verklaring van de VN-bemiddelaar Espen Barth Eide wordt niet gesproken over een rol van de EU.

De conferentie van de twee leiders op Cyprus gaat nu vooral over de Turkse en Griekse eigendommen die sinds de deling in 1974 zijn verlaten, c.q. bezet (of vernietigd) door de andere partij. Er zal een oplossing gezocht moeten worden voor Grieken die naar het noorden willen terugkeren en Turken die hun bezittingen in het zuiden terug willen. Een ruil van grond behoort tot de mogelijkheden. De onderhandelaars willen daarvoor criteria vaststellen. Een opgave die waarschijnlijk nooit iedereen tevreden zal kunnen stellen.

Zowel Akinci als Anastasiades zijn vastbesloten er uit te komen. De Griekse president was in 2004 voorstander van het plan van VN-chef Kofi Annan dat in een referendum door de Grieken werd verworpen. Akinci heeft zich direct na zijn verkiezing dit voorjaar uitgesproken voor het versoepelen van de band tussen zijn “republiek” en het moederland Turkije. Akinci zei dat hij zijn Noord-Cypriotische republiek in de beeldvorming wil opschalen van ‘kind’ (child country) naar ‘broer/zus’ (sibling country). Volgens de Turkse president Erdogan is Turkije echter nog steeds het moederland dat voor het kind “een prijs betaald heeft.” Akinci liet zich niet overbluffen. Hij verklaarde zijn trouw aan het ‘moederland’, maar zei ook dat het tijd wordt dat het kind op eigen benen gaat staan.

De Turks-Cyprioten zullen na meer dan veertig jaar bezetting door het moederland niet zomaar een eigen weg kunnen kiezen. Er zijn nog steeds Turkse troepen op het eiland die de Turkse belangen moeten bewaken. En Turkije heeft ook een massa kolonisten gestuurd om de banden met het moederland te verstevigen. Er zijn er nu al meer dan autochtone Turken. Die zijn daar niet blij mee, volgens een Grieks-Cypriotische commentator, temeer niet omdat de meeste kolonisten islamieten zijn van Erdogan’s AK-partij. En de autochtone Turken zouden nog meer geseculariseerd zijn dan de Grieken op het eiland.

Volgens de Grieks-Cypriotische minister van Buitenlandse Zaken zijn de economische voordelen van een hereniging groot. Denk alleen maar aan het herstel van de fameuze badplaats Famagusta. Het armere noordelijk deel zou na hereniging eindelijk ook kunnen profiteren van EU-regels en subsidies. De omstandigheden voor hereniging zijn nu ook beter dan in 2004, zegt hij. Het Annan-plan werd door de Grieken ervaren als een extern dictaat. Nu worden de plannen op het eiland zelf gesmeed. De bevolking zal er pas over kunnen oordelen als de twee presidenten het met elkaar eens zijn. Ook van Turks-Cypriotische kant komen er optimistische geluiden.

Dat biedt hoop. Maar Cyprus is in politiek opzicht geen eiland. Het zit aan alle kanten vast aan complexe internationale problemen en conflicten: aan de belangen van Turkije en Griekenland, hun onderlinge conflicten en het prestige van hun respectievelijke leiders, nationalist Erdogan voorop. Dan is er nog Rusland dat via steenrijke expats het Griekse deel heeft gekoloniseerd. En het Verenigd Koninkrijk, dat er nog steeds twee militaire bases heeft. Cyprus hoort ook bij de eurozone en is als zodanig afhankelijk van de rekenmeesters van de eurogroep. In de oostelijke hoek van de Middellandse zee, ten slotte, zijn recent ontdekte gasvelden een potentiële bron van conflict tussen Cyprus, Libanon, Israël en Egypte.

Als ze er binnenslands uitkomen, Akinci en Anastiades, zullen er dus nog flink wat internationale hordes genomen moeten worden voordat het eiland in een of andere vorm herenigd kan worden. Met dat vooruitzicht lijkt de EU-bijdrage die een Cypriotische merknaam moet beschermen wel erg pover.

  1. 1

    “Maar Cyprus is in politiek opzicht geen eiland. Het zit aan alle kanten vast aan complexe internationale problemen en conflicten: aan de belangen van Turkije en Griekenland, hun onderlinge conflicten en het prestige van hun respectievelijke leiders, nationalist Erdogan voorop.”

    Dit is denk ik de kern van het verhaal. De Cyprioten kunnen onderling praten wat ze willen en fantastische akkoorden bedenken, maar als Erdogan het niet ziet zitten, gaat het niet door.

  2. 4

    @2 Ik vond de situatie van Cyprus, en de framing in de Nederlandse (en westerse) media altijd een beetje vreemd. Turkije had destijds het volste recht om in te grijpen om de dreigende escalatie van het geweld tegen etnische Turken een halt toe te roepen. Hoewel de methode (een marionetstaat) niet de allersierlijkste is, is het ‘boze Turkije’ en het ‘boze, Turkse Noord-Cyprus’ toch echt niet zo boosaardig.

    Vergelijk het met de Krim: de etnische Russen op de Krim waren daar ook voor een ‘enosis’ met Rusland. Dat wilden de Tataren en de Oekrainiers daar ook niet, net als de Turken op Cyprus. Op de Krim is die enosis wel begonnen, op Cyprus niet.

  3. 5

    @4:

    recht om in te grijpen om de dreigende escalatie van het geweld tegen etnische Turken

    In 1974, toen de Griekse kolonels er nog zaten, had je een punt. Maar is de 40-jarige bezetting en de kolonisatie door Turkije die volgde te verdedigen?