Journalisten als boodschappers van drugskartels

Politie in Mexico (Foto: Jan-Albert Hootsen)

In de steeds verder escalerende Mexicaanse drugsoorlog zijn journalisten meer dan alleen een slachtoffer geworden. De georganiseerde misdaad probeert de media steeds vaker naar haar hand te zetten. En niet alleen door verslaggevers het zwijgen op te leggen. Steeds vaker worden journalisten actief gedwongen boodschappen van de drugkartels door te geven.

Met 68 vermoorde journalisten sinds 2000 en nog eens 11 vermisten sinds 2003 is Mexico het gevaarlijkste land voor verslaggevers op het westelijk halfrond. Dit jaar zijn al elf verslaggevers door geweld gedood. Sinds president Felipe Calderón in 2006 besloot duizenden militairen tegen de georiganiseerde misdaad in te zetten, zijn meer dan 30.000 mensen in het drugsgeweld omgekomen. De meerderheid van de slachtoffers zijn drugscriminelen zelf, maar ook onschuldige burgers komen om. Journalisten vormen een kleine, maar opvallende groep slachtoffers.

Dat is op zich geen nieuws. Reporters worden in Mexico al jaren met grote regelmaat het slachtoffer van aanslagen, ontvoeringen en bedreigingen. In de context van de steeds verder escalerende drugsoorlog wordt die gevaarlijke situatie veelal toegeschreven aan de georganiseerde misdaad, maar ook corrupte autoriteiten vormen soms een bedreiging voor de pers. Het wordt nog eens verergerd door het gebrek aan bescherming van de pers. Hoewel Mexico een heel scala aan instituties heeft die op papier de pers zouden moeten beschermen, worden de moord- en verdwijningszaken in de praktijk nauwelijks onderzocht, laat staan opgelost.

De dramatische situatie werd half september weer eens benadrukt door de moord op de pas 21-jarige fotograaf Luis Carlos Santiago Orozco, van het dagblad El Diario in het geteisterde
Ciudad Juárez. Santiago werd vanuit een rijdende auto doodgeschoten. Ook voor ondergetekende kwam daardoor het geweld ineens dichtbij; ik leerde de jonge fotograaf persoonlijk kennen tijdens een reportagereis naar de stad.

Boodschappers
De laatste tijd lijkt er echter een nieuwe ontwikkeling gaande: in plaats van het intimideren van journalisten, opdat ze stoppen met het publiceren van misstanden, worden ze door de georganiseerde misdaad steeds vaker ‘ingezet’ om hun boodschap te communiceren.

Eind juli werden in Gómez Palacio, in de Noord-Mexicaanse deelstaat Durango, vier journalisten op persoonlijke opdracht van Mexico’s machtigste drugsbaron Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán ontvoerd. Het viertal, onder andere werkzaam voor televisiezenders Televisa en Milenio TV, werd niet zomaar ontvoerd. De drugdealers wilden ze dwingen een video op hun kanalen uit te zenden, waarin ze politieagenten ondervroegen die zouden samenwerken met een rivaliserend kartel. De video werd uiteindelijk ook uitgezonden door Milenio TV. Twee van de vier journalisten werden vrijgelaten, de anderen werden door de federale politie bevrijd.

Ruchtbaarheid
Kartels die televisiezenders tot propaganda dwingen door intimidatie? Zo direct als in juli heeft Mexico het nog niet meegemaakt, maar volgens Ernesto Eslava, journalist in de Noord-Mexicaanse grensstad Tijuana voor Sintesis probeert de georganiseerde misdaad al een tijd de media actief voor hun eigen doeleinden in te zetten:

Neem afgelopen woensdag. Er werd een afgehakt hoofd naar de redactie van het dagblad Frontera de Tijuana gegooid, bij een van de drukste wegen van de stad. Toen ik daarvan hoorde, dacht ik meteen: ‘iemand wilde met alle geweld dat men van deze dode op de hoogte werd gebracht’. Ik zag het niet als intimidatie, maar als een manier om hun boodschap in de media te krijgen.

Als de georganiseerde misdaad propaganda wil bedrijven, tegen wie is die dan gericht? Volgens Eslava gaat het vooral om het versturen van dreigementen en boodschappen naar rivaliserende bendes:

Afgelopen week zijn er vier vermoorde bendeleden onthoofd en aan een brug opgehangen. Dat gebeurt niet zomaar, het gaat dan om een boodschap van de ene aan de andere bende. Bij Síntesis hebben we het beleid dat we geen ruchtbaarheid geven aan de berichten die erbij worden opgehangen, maar tussen de bendes wordt een en ander wel degelijk begrepen.

Stilte
Het drugsgeweld in Mexico concentreert zich in zes van de 31 deelstaten van het land, vooral in staten die grenzen aan de Verenigde Staten, zoals Chihuahua, Tamaulipas en Baja California. Door middel van geweld en intimidaties hebben de drugsbendes daar ook een andere boodschap aan de media opgelegd: die van de stilte. Enkele maanden geleden vond in de grensstad Nuevo Laredo een urenlange schietpartij plaats in het centrum van de stad. De kranten publiceerder er helemaal niets over. De meeste dagbladen en TV-zenders in Noord-Mexico houden zich wat betreft de drugsoorlog inmiddels op de vlakte. Ze vinden het risico domweg te groot. “De narcos proberen journalisten hun agenda op te dringen. Zelfcensuur hoort daarbij,” zegt Claudio Ramírez van het Centrum voor Journalistiek en Publieke Ethiek in Mexico Stad. “Dat doen ze door intimidatie, kidnappingen, afpersingingen. Het maakt journalistiek in Mexico tot een gevaarlijk beroep. De onveiligheid neemt snel toe. Vroeger was het beroep van journalist nog een soort schild, maar verslaggevers moeten steeds meer nadenken over hun eigen veiligheid. Is het nog wel de moeite waard over zaken als drugshandel te schrijven, als je jezelf of je familie erdoor in gevaar brengt?”

Narco-gevoeligheid
Die zelfcensuur kan sluipend gaan, maar wordt soms ook heel direct aangekondigd. El Diario in Ciudad Juárez kondigde na de moord op fotograaf Santiago per hoofdredactioneel commentaar officieel aan niet langer meer over de drugsoorlog te berichten. De boodschap (“Wat willen jullie van ons?”) kwam de krant op nationale en international kritiek te staan, maar voor de redactie was de maat vol. Na twee vermoorde medewerkers in twee jaar (in 2008 werd redacteur José Rodríguez ook al vermoord) gaf El Diario zich gewonnen.

Ernesto Eslava wijst erop dat de situatie niet overal in Noord-Mexico hetzelfde is:

Het geweld manifesteert zich per stad en per deelstad anders. Hier in Baja California hebben we de laatste jaren relatief weinig echte aanslagen op de journalistiek gehad. Tijuana is de laatste tijd weer rustiger, waardoor het gevoel van veiligheid is toegenomen.

Toch wordt volgens hem ook bij Síntesis in Tijuana rekening gehouden met de ‘gevoeligheid’ van de drugdealers:

Door middel van cursussen leren we onszelf aan bij de drugscriminelen geen gevoelige snaren te raken. Ik ben zelf in het verleden ook bedreigd, nadat ik in een item over corruptie de verantwoordelijken ‘verdacht van misdaad’ noemde. Ze zijn vaak erg gevoelig voor dat soort dingen. Daar proberen wij in ieder geval rekening mee te houden.

[jan-albert]