Josef Baisz

Weet iemand van welk merk de auto’s zijn die in dit filmpje voorkomen? Het lijken mij Amerikaanse auto’s, maar ik kan me vergissen. Ik kan nog geen Simca van een Austin Martin onderscheiden, dus u kunt behulpzaam zijn, lieve dames en beste heren. Weest u het eens!

Ik ben ondertussen, behalve met de Olympische Spelen (die me eigenlijk geen reet interesseren, maar je kijkt naar die NOS-live streams, en je gaat van het boksen naar het gewichtheffen naar het volleybal. Je gaat dus niet naar het zeilen, het kruisboogschieten, het kakhokkie of het evenzeer gevreesde paardrijden. Het gewichtheffen is nu afgelopen, tenzij ze nog een gewichtklasse overhebben van 250 kg of meer, ik bedoel van de echte mastodonten, maar ik denk het niet. Het volleybal is sinds 1996 ook nauwelijks geëvolueerd, meende ik bekeken te hebben. Vooral het damesvolleybal staat stil. In het turnen gebeuren er wel nieuwe dingen: een atleet slaagt er heel soms in om een Van Gelder diréct te combineren met een Uchimara – ik verzin uiteraard wat namen – met een dubbele schroef, maar in het algemeen  laat zich zeggen dat er niks nieuws gebeurt. De marathon of de 10 kilometer waren doodnormaal. Niemand die onderweg een radslag maakte, bijvoorbeeld. Het fietsen op de baan was ook zo normaal, niemand die zich een breuk reed) ik ben ondertussen, zei ik, begonnen aan het herlezen van een roman van Dan Jacobson, die nu al wel ruim 80 jaar oud moet zijn: The confessions of Josef Baisz.

Dan Jacobson is een schrijver die ik vertrouw. Hij begint dat boek met een oude truc: hij stelt zich voor als vertaler van een manuscript, dat hem aangeleverd wordt. Dat komt altijd goed aan, tenminste bij mij. ‘Op een goede middag deed ik de deur open en daar stond mister X met een pakketje’ et cetera. Een goede manier om een roman te beginnen. Er zou eens een onderzoek moeten worden gedaan naar het aantal, ik denk: vooral Engelstalige romans, dat zo begint, en wannéér dat ooit is begonnen.

Die Josef Baisz is een zeer nare figuur: een beul van een niet bestaand land, dat overeenkomsten vertoont met Zuid-Afrika, dat toentertijd (hij schreef het boek in 1977) nog nauwelijks een lopend spoorwegnet had, om het zo maar te zeggen. Jacobson was een uit zijn land gevluchte blanke Zuidafrikaan. Het boek geeft de memoires van die meneer Baisz.

Ik verschil hierin met Karel van het Reve, die zich niet kon vinden in bijvoorbeeld de roman van Dostojevski, De gebroeders Karamazov. Hij zei ergens dat hij zich niet met ook maar één van de hoofdpersonen in een kamer zou willen bevinden, en dat hij het daarom een rot geschreven boek vond. Ik vind het ook een rot geschreven boek, punt uit. Dostojevski slaagt er niet in enig personage wat diepte te geven. Met Josef Baisz zou ik me ook niet in één kamer willen begeven, maar Jacobson is er wél in geslaagd hem toch wat menselijk te maken. Maar als er één boek is dat duidelijk maakt dat je met sommige mensen niets uitstaande wilt hebben, dan is het wel dit prachtige boek.

  1. 2

    Mag ik aannemen dat u met het duiden van twee uiterste voorbeelden (Simca vs Austin Martin, overigens spel je dat Aston Martin) wel degelijk het verschil kunt zien? Dat u zich niet interresseert voor auto’s kan ik snappen, maar een mooi ontwerp blijft een mooi ontwerp. (en lelijk blijft (meestal) lelijk).

  2. 3

    Dank u voor de correctie. Ik zocht voor het leeseffect naar twee uitersten en zo kwam ik uit op een Simca en een Aston Martin, een zeer lelijk stuk vierkant blik en een zeer mooie wagen. Daar zie ik het verschil natuurlijk wel tussen.
    Heel vroeger (eind jaren vijftig) had je het bermtoerisme. Mijn vader, die van al dat soort dingen veel verstand had, zei dan: ‘Kijk, Ben, daar rijdt een Opel (of een Jaguar of een Mercedes)!’ Het heeft mij er nooit toe kunnen brengen me te gaan interesseren voor zulke kennis, helaas.

  3. 4

    Je moet denk ik ook wel over diepgang beschikken om het te kunnen zien. De gebroeders Karamazov is de beste roman ooit geschreven. Feit.

    Karel van het Reve ‘vindt’ De gebroeders Karamazov alleen slecht omdat zijn idool Nabokov ooit eens iets van die strekking heeft gezegd. En als bijgevolg ‘vind’ jij dat nu kennelijk ook, maar werkelijk alleen omdat jouw idool (gokje) Karel van het Reve dat reeds voor jou ‘heeft gevonden’.

  4. 5

    Dat mag je allemaal vinden. Ik vind het een rot boek, veel beter zijn ‘The gift’ van Nabokov, of die eerste roman van Zinovjev of een willekeurig boek van Platonov of een boek van T.C. Boyle. Dat kun je, met of zonder diepgang, óók vinden.
    En ik vind niet iets omdat iemand anders (KvhR) dat zo vindt. KvhR vindt Mozart bijvoorbeeld zeer mooi, en dat vind ik helemaal niet.

  5. 6

    Nee, dat was ook inderdaad geen eerlijke opmerking. Excuses.

    Het springt me alleen wel in het oog dat mensen die Nabokov en Karel van het Reve goed vinden Dostojevski dan meestal ook slecht vinden. Verwante geesten trekken elkaar wel aan natuurlijk, dus helemaal at random zal zoiets nooit zijn, dergelijke ‘bundels’ zullen met andere woorden wel vaker voorkomen, maar toch … het springt wel erg in het oog.

    Maar dat is uiteraard slecht een algemene observatie, die ons niets nuttigs kan leren over individuele gevallen, en dus was mijn toepassing ervan in dit geval niet terecht. Doordat de genoemde confederatie tegen Dostojevski me al zolang dwarszit kon ik mijn gemak eventjes niet houden denk ik. Wellicht ook omdat onlangs nog met behulp van de CERN-deeltjesversneller objectief is vastgesteld dat Dostojevski van alle schrijvers het diepste inzicht in de menselijke ziel moet hebben gehad (met een waarschijnlijkheid van 99,99997%).

  6. 7

    Krekel, geaccepteerd! Ja, je kunt hooguit spreken (smaken verschillen enz.) over wat vind ik een goed boek en wat voor boek heb jij in je bibliotheek staan. Mijn uitgave van ‘De gebroeders Karamazov’ is van 1969, in een vertaling van Marko Fondse, en dat is een vertaler die ik zeer hoog heb zitten. Ik heb het boek anderhalf keer gelezen, in de jaren zeventig, en daarna nooit meer. Ik weet ook hoe dat komt. Dat komt onder meer doordat Dostojevski zijn voorwoord besluit met: ‘En nu terzake.’
    Maar terzake komt hij eigenlijk nooit in dat boek, naar mijn idee. Er staan wel (als ik diep terugga in mijn herinnering) een paar goede scènes in, maar die worden dan weer verpest door het eeuwige geëmmer waar Dostojevski zo in uitblinkt, geëmmer dat een verstandig schrijver direct zou schrappen.
    Weet je wat? Ik ga dat rotboek nog eens lezen.