It’s NOT the economy, stupid!

ANALYSE - Groeiende inkomensverschillen zijn nu al een tijdje ‘hot topic’. Economen proberen deze ontwikkeling zo goed mogelijk te verklaren. Maar misschien moeten we de economische theorie even laten zitten en kijken naar een heel ander soort concept, namelijk: macht.

Het is al weer een tijdje stil rond Tanja Nijmeijer. Het nieuwtje is eraf, de foto’s (inclusief iconische Che-achtergrond) zijn gemaakt en de onderhandelingen tussen Colombiaanse regering en FARC kunnen ons al weken niet meer boeien. Toch moest ik naar aanleiding van een research paper van twee Spaanse economen weer even aan haar denken. Iets verderop daarover meer.

Bovengenoemde paper, getiteld Human Capital and Income Inequality: Some Facts and Some Puzzles (pdf), concludeert dat hoewel de ongelijkheid in human capital, dat wil zeggen: scholing, kennis en intellectuele vaardigheden, wereldwijd fors is afgenomen, deze afname nergens heeft geleid tot een significante afname van de inkomensongelijkheid. Deze conclusie is in tegenspraak tot de klassiek economische aanname dat – algemeen gesproken – inkomen afhankelijk is van arbeidsproductiviteit, en arbeidsproductiviteit van opleidingsniveau.

Een mogelijke verklaring voor de blijvende inkomensongelijkheid, zo menen de auteurs, is dat tertiaire opleidingen een veel hogere toegevoegde waarde hebben met betrekking tot de arbeidsproductiviteit dan lagere, middelbare of beroepsopleidingen. Aangezien tertiaire opleidingen per definitie zijn bedoeld voor een beperkte groep, zou hiermee de gelijkblijvende inkomensongelijkheid worden verklaard. Duidelijkheid is er wat dit betreft echter niet. Bovendien lijkt deze hypothese in tegenspraak met ander onderzoek (pdf) dat slechts een zeer zwakke correlatie laat zien tussen de toenemende inkomensongelijkheid in Europa en de VS en de opleidingskeuzes van de beroepsbevolking. Er lijkt dus iets anders aan de hand te zijn.

Wanneer we iets dieper duiken in de bevindingen van het eerstgenoemde onderzoek, valt het volgende op. In vergelijking tot andere regio’s bestaat er in Latijns-Amerika relatief weinig ongelijkheid in scholing en kennis. Niettemin is de inkomensongelijkheid in deze regio groter dan waar ook: groter dan in Afrika, het Midden-Oosten, India, China, noem maar op. Op puur economische gronden valt dit natuurlijk niet te verklaren. Hoe dan wel?

In Latijns-Amerika in het algemeen en Colombia in het bijzonder, zo blijkt, is het letterlijk levensgevaarlijk om op te komen voor de rechten van werknemers:

Although some progress has been made, the longstanding violence against the Colombian trade union movement continues to plague the country and trade unionists are still being killed, forcibly disappeared and intimidated. Twenty nine trade unionists were murdered in 2011. While some efforts have been made to investigate these crimes, the majority of the cases reported by trade union organisations remain unsolved. The state clearly lacks the capacity to protect trade union rights. The vice president of the Republic, speaking on behalf of the government, has recognised the scale of the violence, something previous governments have never done.

Inkomensongelijkheid heeft dus lang niet altijd met economie te maken. Soms is macht een belangrijker factor. En macht, zo blijkt uit het voorbeeld van Colombia, wordt niet altijd uitgeoefend door een welwillende, democratisch gekozen overheid.

Macht kan natuurlijk ook veel subtieler worden uitgeoefend dan door de inzet van paramilitaire doodseskaders. Machtsmiddelen die in de westerse wereld graag door grote bedrijven worden ingezet zijn bijvoorbeeld lobbyisten en campaign contributions. Ook hiermee valt veel te bereiken, aldus nobelprijswinnaar Paul Krugman:

[I]f you want to understand what’s happening to income distribution in the 21st century economy, you need to stop talking so much about skills, and start talking much more about profits and who owns the capital.

Heeft Tanja Nijmeijer met haar verzet tegen de Colombiaanse status quo dus een punt? Tot op zekere hoogte wel, zo blijkt. Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag of iemand (ten dele) gelijk heeft. Minstens zo belangrijk zijn de middelen waarmee dit gelijk wordt behaald. En daar gaat het, in Nijmeijers geval, heel erg mis. Het doel heiligt de middelen niet.

  1. 2

    In Latijns Amerika kun je je opleidingsstatus niet rechtstreeks verzilveren; eer gaat er vóór; de economie is daaraan ondergeschikt. In de USA en (iets minder) Europa is dat omgekeerd. Dat die werelddelen nu qua inkomensongelijkheid een Latijns-Amerikaanse toestand te zien gaan geven, zal met de uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen te maken hebben. Die zijn eindig en dat gaan we voelen.
    En zo komen we allemaal bij elkaar. Heel sociaal, heel gelijk, heel arm.

    En die Tanja Nijmeijer: Gewoon een onredelijke terroriste.

  2. 3

    Pak de quote 500 erbij en ga na hoe de leden hun rijkdom hebben vergaard. Slechts bij een klein deel is opleiding hiervan de oorzaak, en van dat kleine deel zijn de meesten naar een elitaire universiteit gegaan van waaruit ze het financiële ons-kent-ons wereldje zijn ingerold, meer kennissen dan kennis dus.

    Opleiding is veel belangrijker en tegelijkertijd veel minder belangrijk geworden.

    Ik ben het dan weer niet eens met de stelling dat een tertiaire opleiding tijdverspilling zou zijn. Het zijn vaak de beste jaren van het leven.

  3. 4

    In Colombia is het inderdaad niet zo zeer het opleidingsniveau of de kwaliteit van het individu dat bepaalt wie welke baan krijgt, maar zijn de sociale relaties veel bepalender dan in het Westen. Iemand neemt liever zijn achterneefje, of het zoontje van een vriend aan, dan een hooggeschoolde en bewezen onbekende.

  4. 5

    @2, 3, 4:

    Heel algemeen gesproken, bestond c.q. bestaat in grote delen van Latijns-Amerika de situatie dat de criollos, dat wil zeggen: de blanke afstammelingen van Spaanse of Portugese voorouders, de dienst uitmaken en dat de mestizos en ‘zuivere’ Indianen en Afrikanen een permanent achtergestelde positie innemen, met als algemene stelregel: hoe donkerder de huid hoe achtergestelder.

    Met andere woorden: het concept ‘Herrenvolk’ werd daar eeuwenlang in de praktijk gebracht. Een beetje zoals de Pruisen in Bismarcks tijd de Polen eronder hielden, of de Oostenrijkers de Tsjechen. Maar in tegenstelling tot die laatste twee gevallen zijn de criollos nooit vertrokken of verjaagd.

    Ik denk dat dit de enorme inkomensongelijkheid voor een belangrijk deel verklaart.

  5. 7

    Laat de factor “macht” nu net iets zijn dat nooit genoemd wordt in neoliberale theorie. “Iedereen vrij” betekent in de (economische) praktijk vrijwel altijd “meer macht voor de machtigen”.

  6. 8

    Goed stuk. Mijn enige kritiek behelst de slotzin.
    Dat het doel de middelen niet heiligt, is braaf vastgesteld alsof het kennelijk geen toelichting of argumentatie behoeft.
    Ik zou ook niet durven stellen dat geweld wel de oplossing is voor ongelijkheid. Maar ergens wringt er wel iets. Waarom wordt het leed dat wordt veroorzaakt door ongelijkheid niet als geweld beschouwd, en het verzet ertegen wel?
    Waarom was een overval op een distritbutiekantoor in de Tweede Wereldoorlog een heldendaad van dappere verzetsmensen die onderduikers van de hongerdood wilde redden, maar is verzet tegen honger en armoede in Zuid-Amerika een vorm van terrorisme?
    Ik weet het, het is een manier van redeneren die tot enge conclusies leiden kan. En dat zijn conclusies die ik helemaal niet wil trekken. Ik wil ook graag horen waar ik de mist in ga. Maar ik zie het nog even niet.
    Nog een opmerking over leed en ongelijkheid. In landen als Colombia gaat ongelijkheid niet over het al of niet kunnen aanschaffen van het nieuwste model smartphone. De gevolgen van ongelijkheid kunnen daar verschil tussen leven en dood uitmaken. Toegang tot gezond voedsel, schoon water of tot adequate gezondheidszorg zijn voorbeelden daarvan.

  7. 9

    @8 en @1:

    Beiden bieden jullie zinnige kritiek. Het is natuurlijk lekker makkelijk om vanaf de veilige, zelfs comfortabele zijlijn te roepen dat geweld altijd fout is. Dit is ook iets waarmee ik heb geworsteld (al is dat, denk ik, aan de afsluitende alinea niet te zien). Laat ik dus mijn gedachtengang wat verder toelichten.

    In het algemeen is het zo dat regeringen die door middel van een gewapende revolutie aan de macht komen doorgaans niet bepaald goed uitpakken voor hun burgers. Tegenover voorbeelden als Rusland (in 1917), China, Algerije, Cuba, Vietnam, Zimbabwe en Iran (waar het niet goed afliep) kan ik zo gauw eigenlijk alleen maar Nicaragua plaatsen – en zelfs daar bracht de revolutie niet alleen maar pais en vree. Met andere woorden, de methode Gandhi heeft een betere track record dan de methode Mugabe. (Het is daarom – praktisch gesproken – ook wat anders om te vechten voor het herstel van een democratie dan voor de invoering ervan.)

    Met dit in het achterhoofd moet je als vrijheidsstrijder over een innerlijke zekerheid beschikken die op het blinde af is. En daar ben ik – terecht of onterecht – erg huiverig voor. Daarnaast maakt het nog een behoorlijk verschil of je de vrijheid brengt door legerbases aan te vallen of door stadsbussen op te blazen. Ik bedoel: hoe valt het te rechtvaardigen om doelbewust dertig non-combattanten naar de andere wereld te helpen terwijl je weet (of zou moeten weten) dat het nog maar de vraag is of hiermee de vrijheid dichterbij komt?

    Wanneer we specifiek ingaan op Colombia en Nijmeijer komt daar nog eens bij dat a) de zaken in Colombia de laatste jaren vele malen beter zijn geworden; en b) dat de FARC behalve militair ook terroristisch optreedt en bovendien inmiddels meer een stelletje ordinaire criminelen zijn dan vrijheidsstrijders.

    Vandaar dus de opmerking dat het doel de middelen niet heiligt.

  8. 10

    @9: Heldere reactie. Ik kan me er in vinden en meld me voorlopig niet aan als donateur van de FARC.
    Geweld tegen onschuldige burgers in plaats van tegen de machthebbers en onderdrukkers is sowieso een doorslaggevende reden om clubs als de FARC niet als vrijheidsstrijders maar als terroristen te beschouwen.
    Maar ik heb nog één kanttekening. Stel dat iedereen jouw redenering volgt. En stel dat slechte regimes en hebzuchtige mensen met veel macht dus weten dat onderdrukte burgers bedacht hebben dat het in de praktijk niet loont om gewapend verzet te plegen. Dan is het denkbaar dat machthebbers de grenzen van wat ze de bevolking aan durven doen, nog verder oprekken. Oftewel, is de mogelijkheid dat burgers een grens hebben waarbij ze — verstandig of niet — naar de wapens grijpen als er een grens is bereikt, wellicht een factor waarmee regimes onwillekeurig rekening houden. En is op voorhand afzien van geweld (al beweer ik niet dat dat jouw exacte stellingname is), daarmee een keuze die onderdrukkers in de kaart speelt?
    Kortom: heeft de mogelijkheid van het gebruik van verzetsgeweld, hoe vreselijk ook, een nuttige afschrikwekkende functie, als een soort ‘mutual assured destruction’ vergelijkbaar met de doctrine van nucleaire bewapening in de koude oorlog?

  9. 12

    @10:

    Wanneer een regime echt buitensporig optreedt tegen de eigen bevolking kan gewapend verzet wellicht beter worden beschouwd als zelfverdediging dan als vrijheidsstrijd. En dan valt er een hele andere morele afweging te maken.

    Nu is het natuurlijk wel zo dat, zoals je al aangeeft in je reactie @8, dat er tussen zelfverdediging en vrijheidsstrijd een grijs gebied bestaat. Het komt dan op iemands individuele afweging aan om te bepalen van welk van beide situaties sprake is. Ik zou daar overigens ook geen vaste regels over kunnen bedenken.