Israël sloopt drie illegale nederzettingen, maar gaat er drie alsnog legaliseren

ACHTERGROND - Israëlische militairen zijn woensdag begonnen met het slopen van onderkomens in de (ook volgens de Israëlische wet) illegale nederzetting Ma’ale Rehavam, een aanhangsel van het Etzion Blok, ten zuidoosten van Bethlehem Woensdag werden elf onderkomens gesloopt, waarvan er vijf waren bewoond, zo verklaarde een woordvoerder van het ministerie van Defensie tegen het persbureau AFP.

Dit gebeurde nadat pogingen de bewoners te overreden vrijwillig te vertrekken, waren mislukt. De sloop werd even opgehouden door het hooggerechtshof, waar de bewoners een laatste poging aanhangig hadden gemaakt om te bewijzen dat ze de grond eerlijk hadden gekocht. Na een half uur durend onderzoek van die ‘bewijzen’ gaf het hooggerechtshof echter alsnog zijn goedkeuring aan de sloop.

Volgens Israëlische media worden voor het weekend, dat vrijdag begint, nog zo’n veertien andere onderkomens, waaronder een synagoge, gesloopt in twee andere illegale outposts, Ramat Gilad (een satelliet van de nederzetting Karnei Shomron) en Givat Assaf (bij Beit El).

De sloop vindt plaats nadat het Israëlische hooggerechtshof in november had bepaald dat al deze onderkomens weg moeten, omdat ze op privégrond van Palestijnen staan. Maar, om met een Nederlandse staatssecretaris te spreken, het zuur gaat gepaard met het zoet – voor de kolonisten dan.

Israëlische media melden namelijk dat de regering van plan is tegelijkertijd drie andere outposts te legaliseren, die niet op privégrond, maar op wat Israël ‘staatsgrond’ noemt, zijn neergezet. Daarbij gaat het om de outposts Givat Hara’a en Mitzpe Lachis en een gedeelte van Ma’ale Rehavam, dat volgens dezelfde uitspraak van het hooggerechtshof van verleden jaar november niet op privégrond was neergezet. Met dat besluit wordt dus wat over is van deze outpost alsnog ‘geëcht’.

De huidige gebeurtenissen rond deze outposts zijn te herleiden tot een zaak die de Israëlische NGO Vrede Nu zeven jaar geleden bij de rechter aanhangig maakte. Het vroeg toen het hooggerechtshof de regering opdracht te geven om de alle zes de outposts Givat Asaf, Mitzpeh Yitzhar, Ramat Gilad, Ma’ale Rehavam, Givat Hara’a en Mitzpeh Lachish te ontruimen.

Dit leidde tot een uitspraak van het hof dat deze zes nederzettingen voor ontruiming in aanmerking kwamen, maar vervolgens gebeurde er niets. Pas in 2011 ging de staat ermee akkoord dat deze outposts zouden worden ontruimd voor zover ze op Palestijnse privégrond stonden. Uiteindelijk is dus het resultaat van de bemoeienis van Vrede Nu dat drie van de zes alsnog ‘legaal’ worden verklaard (althans onder de Israëlische wet, want volgens de internationale juridische regels zijn alle nederzettingen illegaal).

De Israëlische regering bewandelt hiermee een pad die het al eerder heeft ingeslagen. In 2012 speelde de zaak ‘Ulpana’, die eveneens een outpost betrof alwaar huizen op privégrond dienden te worden gesloopt. Toen die zaak de woede van de kolonisten (en coalitiepartners in de regering) opriep, besloten Netanyahu en zijn getrouwen ter compnesatie in één klap niet minder dan dertien illegale nederzettingen te legaliseren.

Bij dit alles zijn misschien nog twee opmerkingen op hun plaats. Allereerst kan het geen kwaad er nog eens op te wijzen dat Israël zich in de zogenaamde ‘Roadmap for Peace’, een document waar het in 2003 zijn fiat aan gaf, verplichtte om alle (meer dan honderd) illegale outposts te zullen ontruimen. Die verplichting is Israël op geen enkele wijze nagekomen.

De tweede opmerking betreft het gebruik van de termen privégrond en staatsgrond door de Israëlische staats- en juridische instanties. Zonder er op deze plaats heel diep op te kunnen ingaan, wil ik er nog eens op wijzen dat als Israël over ‘staatsgrond’ praat, dit in veel en waarschijnlijk de meeste gevallen grond is die collectief in gebruik was bij een dorp of stad, als weidegrond of anderszins.

Vaak is daarbij ook sprake van waterbronnen in collectief bezit of andere natuurlijke hulpbronnen. Tegelijkertijd is het van belang te vermelden dat onder ‘staatsgrond’ ook heel vaak grond wordt verstaan die wel degelijk privéeigendom van Palestijnen is. Israël heeft namelijk op allerlei manieren (onder meer door het kadaster af te schaffen) heel veel eigendomspapieren en andere claims van Palestijnen op de meest dubieuze gronden ongeldig verklaard.

  1. 1

    Bezet gebied kan toch helemaal geen staatsgrond (van de bezettende staat) zijn? Als er dus op de Westelijke Jordaanoever al sprake is van staatsgrond, dan zou dat grond moeten zijn van de Palestijnse staat. En het lijkt me sterk dat die Israëlische kolonisten toelaten op staatsgrond.

  2. 2

    Ik vind dat het Israelische leger nog heel netjes handelt. Putin had gewoon de hele Westelijke Jordaan oever bezet en gezegd dat 89% het daar mee eens is.

  3. 3

    @1 Ik denk dat je het zo moet zien: in afwachting van een ‘echte’ regering (zonder partijen met een terroristische tak/oorsprong), ziet Israël zich als ‘voogd’ van de Palestijnse gebieden. Van een Palestijnse ‘staat’ is dus in theorie geen sprake (want ze hebben geen ‘echte’ regering), en in praktijk ook niet (als ze zelf niet eens het gezag kunnen uitoefenen in hun eigen gebieden, wat voor staat zijn ze dan?). Voor zover er dus sprake is van ‘staatsgrond’, valt die -volgens de Israëlische interpretatie- onder de ‘voogdij’ van Israël. Privébezit moet -‘natuurlijk’- in een democratische rechtsstaat beschermd worden. En waarom zou de Israël, als de ‘rechtvaardige voogd’ geen (Palestijnse) staatsgrond mogen toekennen aan hen die dat het beste weten te exploiteren? Dat dat Israëliërs zijn, is enerzijds ‘toeval’, maar komt Israël anderzijds bijzonder goed uit.

    Het is natuurlijk recht praten wat krom is. Maar ik heb nu de opvatting dat de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever onstuitbaar is (zonder af te zien van vreedzame middelen) en dat een volk hier een groot onrecht aangedaan wordt, maar dat het ‘nou eenmaal niet anders is’. De jongste zwarte bladzijde uit de huidige (westerse) geschiedenis.

  4. 4

    Allereerst kan het geen kwaad er nog eens op te wijzen dat Israël zich in de zogenaamde ‘Roadmap for Peace’, een document waar het in 2003 zijn fiat aan gaf, verplichtte om alle (meer dan honderd) illegale outposts te zullen ontruimen. Die verplichting is Israël op geen enkele wijze nagekomen.

    In fase I van dat plan ging het al mis, en wel op de allereerste regels:

    Mutual recognition; an immediate and unconditional ceasefire to end armed activity and all acts of violence against Israelis anywhere;

    The publication of the Roadmap could not stop the violence of the Second Intifada. Hamas rejected it, saying that “Abu Mazen [Mahmoud Abbas] is betraying the Palestinian people’s struggle and jihad …”

    (bron: Wikipedia)