Israel dreigt Bedoeïenendorp Susiya te gaan slopen

ACHTERGROND - Israel wil het volledige Bedoeïenendorpje Susiya ten zuiden van Hebron op de Westoever slopen. Dat is gezegd op een vergadering die heeft plaatsgevonden tussen een 50-tal inwoners van Susiya en de militaire instanties die over de Westoever heersen, te weten het ”Burgerbestuur”, en COGAT, het  ”Bureau van de Coördinator van (Israelische) Regeringsactiviteiten in de Gebieden”.  De mensenrechtenorganisatie B’tselem meldt dat de inwoners op deze bijeenkomst te horen kregen dat druk van de organisatie van kolonisten ”Regavim” en van de kolonisten in de buurt van Susiya hadden geleid tot een beslissing het dorp te ontmantelen nog voor het Israelische hooggerechtshof zich heeft uitgesproken over een verzoekschrift dat de bewoners van Susiya hebben ingediend en dat op 3 augustus wordt behandeld.


Volgens een functionaris van de NGO ”Rabbis for Human Rights” die de vergadering van 12 juli bijwoonde, was de mededeling van de militaire bezetters om het dorp nog voor de rechtszitting van de kaart te vegen, een ”onacceptabel manier” om de bewoners onder druk te zetten in de hoop dat ze zullen vertrekken voordat de petitie zelfs maar aan de orde is geweest.
Er is echter een grote kans dat de visie van deze functionaris iets te optimistisch is. Het Israelische hooggerechtshof heeft namelijk in mei al de vrij opzienbarende uitspraak gedaan dat Susiya (350 inwoners) mag worden afgebroken ten gunste van de dichtbij gelegen Israelische nederzetting met dezelfde naam. De kans dat Susiya daadwerkelijk snel zal worden afgebroken lijkt daarom niet denkbeeldig. Susiya (of Khirbet Susiya) is in kringen van mensenrechtenbewegingen geen onbekende naam. Het dorp bestaat al sinds op zijn minst de jaren ’30 van de 19e eeuw, maar waarschijnlijk nog veel langer. Maar in 1983 werd op een deel van hun land, dat Israel had onteigend, de nederzetting Susiya opgericht en sindsdien zijn de inwoners van het oorspronkelijke Bedoeïenendorp al tot twee keer toe uit hun oorspronkelijke woningen verjaagd. Nu dreigen ze zelfs helemaal van hun land te worden verbannen. Israel wil ze onderbrengen in een stedelijke behuizing bij de plaats Yatta.

De 28 ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie hebben een beroep gedaan op Israel om de plannen te laten varen om het Bedoeïenendorp Susiya in de heuvels van Zuid-Hebron te slopen en de inwoners te verplaatsen. 
De oproep werd gedaan in een communiqué na afloop van de maandelijkse vergadering van de ministers van de EU. Hun boodschap kwam slechts een paar dagen na een soortgelijke waarschuwing van het Amerikaanse miniserie van Buitenlandse Zaken. De woordvoerder van dit ministerie, John Kirby, deed namelijk afgelopen donderdag namens zijn werkgevers “een krachtig beroep” op Israel om het plan Susiya te slopen te laten varen. ”Sloop van dit Palestijnse dorp of een deel ervan en het verjagen van de Palestijnen uit hun huizen is schadelijk en provocerend. Het zal gevolgen hebben die verder reiken dan de betrokken personen en hun families die worden uitgezet.”

In de NRC schreef correspondent Derk Walters over Susiya onder de kop  ”Dit dorp zoekt al zestig jaar een plek”. De kopt dekt de lading,  want Walters vertelt in het stuk dat de inwoners van Susiya in 1948 vanuit de Negev zijn verjaagd toen deze woestijn Israel was geworden, en zich toen op deze plek hebben gevestigd.
Maar helaas, daar klopt dus niets van. Zelfs Plia Albeck, de inmiddels overleden functionaris van het Israelische ministerie van Justitie die in de jaren ’80 en ’90 als geen ander met juridische spitsvondigheden en verdraaiingen van wetten en regels heeft bijgedragen aan de landroof ten behoeve van de stichting van nederzettingen 1), verklaarde in 1982 nog dat de grond van Susiya eigendom was van de inwoners.  Dat had nooit het geval kunnen zijn geweest als de inwoners er niet al in de Britse mandaatperiode hadden gewoond – dus heel wat eerder dan de ”zestig jaar”van Walters.

Ik weet niet waar Walters zijn informatie vandaan heeft, maar waarschijnlijk heeft hij het verhaal van Susiya verward met het verhaal van de Jahalin-Bedoeïenen die in de buurt van Jeruzalem wonen. Die zijn wèl in 1948 uit de Negev verjaagd en zij worden, net als de inwoners van Susiya nu, met een (in hun geval nieuwe) gedwongen verhuizing bedreigd. Het verhaal van Susiya is echter dat de inwoners al in de 19e eeuw (en mogelijk nog veel eerder) in het gebied woonden waar ze nu zitten. Oorspronkelijk bewoonden ze een gebied waar resten van een antieke synagoge zijn aangetroffen. Zij werden daar echter vandaan gejaagd nadat in 1983 de Joodse nederzetting Susiya was opgericht, die grote delen van hun grond toegewezen had gekregen die voor dat doel eerder tot ”staatsland” waren verklaard.  Hun oorspronkelijke grotwoningen bij de overblijfselen van de synagoge, werden later tot ” beschermd archeologisch gebied” verklaard, waar de inwoners van de nederzetting wèl en de oorspronkelijke inwoners niet meer mogen komen. Walters laat de rol van de nederzetting (en een inmiddels verrezen afsplitsing daarvan) helemaal buiten beschouwing. Zoals hij ook verzuimt het pikante feit te vermelden dat de kern van de inwoners van het Joodse Susiya wordt gevormd door christelijke bekeerlingen uit het Nederlandse Dordrecht en uit Zuid-Afrika.

De inwoners van het oorspronkelijke Susiya betrokken vervolgens andere grotten op hun land, niet ver van de plek waar ze eerst woonden. Van daaruit werden ze echter in 2001 voor een tweede keer verjaagd, nadat tijdens de Tweede Intifada een inwoner van het Joodse Susiya was vermoord. Hun grotten werden opgeblazen en hetzelfde gebeurde met hun waterputten. Sinds die tijd wonen ze in armoedige geïmproviseerde bouwsels en tenten, waarvan Walters terecht  opmerkte dat je het nauwelijks een dorpje kan noemen. En inderdaad  hebben ze sindsdien nooit een vergunning gekregen voor die geïmproviseerd huizen, laat staan dat er van de kant van de regering ooit een ontwikkelingsplan is gemaakt. Zodat de regering nu kan aanvoeren, daarbij gesteund door Israel hoogste rechtscollege, dat de behuizingen van de inwoners van Susiya ”illegaal” zijn. Jawel, u leest het goed, twee keer gedwongen verhuisd en daarom nu wonend in huizen die ”illegaal” zijn.

Walters schreef natuurlijk over Susiya 2) naar aanleiding van de waarschuwingen die de VS en de EU hebben geuit tegen het Israelische plan om nu maar het hele dorp af te breken en te verhuizen. Hij noemde het – terecht – een internationaal symbool van de strijd tegen onrecht in de Palestijnse gebieden. Maar hij miste wel volledig de draagwijdte van dat onrecht: namelijk dat voor het eerst is sinds de bezetting van 1967 dat een heel dorpje (350 inwoners) dreigt te worden verjaagd van nota bene hun eigen grond, om plaats te maken voor een Joodse nederzetting die – om het nog schrijnender te maken – wordt bewoond door leden van een tot het jodendom bekeerde christelijke secte. Een dorp dat al zestig jaar zoekt naar een plek? Nee hoor, waarschijnlijk een correspondent die zijn draai nog vinden.

1)  Het parlemenstlid Dov Khenin van de Verenigd (Arabische) Lijst haalde Plia Albeck aan tijdens een debat met onderminiser van defesi Ben Dahan van Defesnie. Albecks rol wordt uitgebreid beschreven in het boek ”Lords of the Land” van Idith Zertal en Akiva Eldar. Zie onder meer pagina 366 en volgende. Ikzelf heb Albeck een keer gesproken in 1987, toen ik een ploeg verslaggevers van de Volkskrant aanvoerde bij het maken van een zaterdagbijlage over 20 jaar bezetting. Tijdens het gesprek met Albeck liepen steeds mensen in en uit met landmeters gereedschap en grote kaarten die ze ontolden om haar over specifieke plekken om raad te vragen.
2)  Walters doet een poging de naam Susiya, of Khirbet Susiya, te vertalen. Dat levert de naam op ”Ruïne van de Zoethoutplant”. Redelijk komisch en ook niet echt correct, vrees ik.  Khirba (khirbet in samenstellingen) betekent inderdaad ruïne, maar ook verlaten plek en wordt in Palestina vaak gebruikt om een gehucht of afgelegen wijk aan te duiden.  En Sus betekent inderdaad zoethout, maar dan wel in de samenstelling ‘iriq sus (in het Hebreeuws  susi). Maar Susiya?  Ikzelf zou, gezien de grotwoningen, eerder denken aan een etymologische verwantschap met susa of susaya, boorkever.

[dit stuk is door de redactie samengesteld uit drie recente blogberichten van Abu Pessoptimist]

  1. 5

    Het idee dat Israëlische regering zich inzet voor vrede in de regio, mist zelfs voor de grootste optimist, alle vormen van geloofwaardigheid.

    Het wordt hoog tijd dat voor wat meer druk van de landen, die dit regiem wat al te onvoorwaardelijk steunen.

  2. 6

    @4, @3 Nu ik er wat langer over nadenk zou ik graag aan de redactie willen vragen of ze comment 3 van Mario willen verwijderen of editen, aangezien dat bericht een hoax is, en zeer schadelijk voor de echte Josh Bornstein. Ik geloof onmiddellijk dat er Israëliers zijn die hartstikker racistisch zijn, en het enge is dat die nu een grote rol in de Israëlische politiek hebben. Maar ik vind dat we hier op Sargasso de discussie niet moeten voeren op grond van artikelen die alleen maar zijn bedoeld om iemand zwart te maken.

  3. 7

    Het is misschien wel goed er de aandacht op te vestigen dat de zaak-Susiya al een aantal jaren aansleept, dankzij een nogal activistische familie Nawajah die nota bene een gewoon huis heeft in door de PA beheerst gebied. Er is grondig onderzoek geweest, onder andere op basis van oude luchtfoto’s, en daaruit bleek dat het vroegere bestaan van het betreffende dorp uit de duim is gezogen. Nu is er wel een dorp, met een stuk of 20 door de EU (!) gefinancierde gebouwtjes, maar daarvan heeft de alom gerespecteerde Hoge Raad inmiddels besloten dat dat gesloopt mag worden. Deze slechte grap heeft nu wel lang genoeg geduurd.