Isfahan, privacy en het beduimelde boekje

GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft.

Isfahan (Foto: Flickr/seier+seier+seier)

Op NRC Opklaringen (van Marc Chavannes) woedt een zeer interessante discussie over privacy bij de NS. Het aardige is dat de privacy-officer van de NS zich ook in de discussie mengt. Niet verwonderlijk beantwoordt hij de meest prangende vragen niet. Daarnaast hamert hij vooral op het legalistische aspect ? we krijgen een heel college Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Hij vergeet dat er een andere dimensie aan het opslaan van reisgegevens is. Dat aspect kwam prangend naar voren toen mijn vrouw en ik twee jaar geleden door Iran reisden. Dat ging als volgt:

Mijn vrouw en ik lopen door de zinderende woestijnhitte naar het treinstation in Isfahan. In de weldadig koele hal wijst een beambte in een groen uniform ons naar een klein kantoortje, honderd meter verderop. Iraniërs mogen gewoon doorlopen. Achter een oud bureau, zoekt een man met meer strepen op zijn epauletten verkoeling naast een ventilator. Hij pakt langzaam een beduimeld boek van de plank achter hem. Zijn pet ligt op het bureau. We mogen plaatsnemen op twee versleten stoelen. De agent is een en al vriendelijkheid en wil weten waar we naartoe gaan (Yazd), wat we daar gaan doen (gewoon kijken) en waar we vandaan komen (een goedkoop hotel in Isfahan). Hij bestudeert onze paspoorten en visa en schrijft vervolgens de nummers op in het boek. Hij wenst ons een prettig verblijf in Iran en we mogen plaatsnemen in de stationshal.

Eerst voelen we ons wat ongemakkelijk omdat we gecontroleerd worden. We weten niet waarom en wat ze precies van ons willen. Zo gaat dat blijkbaar in een dictatuur. Men probeert zoveel mogelijk te controleren en op de hoogte te blijven van je reisbewegingen. Wachtend op de trein ? die veel te laat vertrekt ? kwam er een andere gedachte bij me op. Eigenlijk is dit kinderspel. In Nederland doen we dat toch veel professioneler. Op veel grotere schaal . Met behulp van de OV-chipkaart worden immers alle reisbewegingen van iedereen opgeslagen.

In Nederland voelen we ons vooral ongemakkelijk als blijkt dat de chipkaart te kraken is en we dus geld kunnen verliezen. De meeste mensen hebben er geen enkele moeite mee dat al die reisbewegingen de marketingdatabank van de NS voeden. En dat oom agent die gegevens ook zo kan opvragen.

Ik denk dat het komt omdat het onzichtbaar is. Als je op ieder moment dat je je kaart registreert ? bij het instappen en uitstappen ? je moet melden bij een agent die je naam, geboortedatum en allerlei andere gegevens in een beduimeld boek opschrijft, zou je je waarschijnlijk een stuk ongemakkelijker voelen.

Techniek maakt controle in dat opzicht onzichtbaar. Je merkt die controle niet. Je hebt er geen last van. Het leidt niet tot enige vertraging. Mark Weiser, de tien jaar geleden overleden internetgoeroe, zei hierover al: “The most profound technologies are those that disappear. They weave themselves into the fabric of everyday life until they are undistinguishable from it.”

Stel je daarom het volgende voor. Dat alle momenten dat je gecontroleerd wordt, dat er niet die camera hangt, niet die digitale toegangspoort staat, niet een ontvanger de informatie op je RFID chip opvangt, niet het bedrijf of organisatie achter een website al je surfgegevens vastlegt. Maar dat op zo’n moment, op ieder moment er een snorremans staat die je tegenhoudt, je op onvriendelijke toon ondervraagt en allerlei gegevens noteert in zijn beduimelde boek.

Er is echter een groot verschil. Het beduimelde boek in Isfahan wordt ergens in een archiefkast gestopt, waar niemand er meer naar kijkt. De ‘boeken’ in Nederland worden aan het einde van de dag nauwkeurig nageplozen en met elkaar vergeleken. De informatie over personen wordt apart bijgehouden in dossiers. Marketingjongens wijzen op basis van de uitgevraagde informatie waarde toe aan de klanten. Politie en welzijnswerkers kijken naar de boeken en bepalen op basis van de beperkte informatie welke dreiging je vormt: om iets ‘kwaads’ uit te voeren of om je kinderen te slaan bijvoorbeeld. De beduimelde boekjes in Nederland worden jarenlang actief gebruikt.

Voelt het nog steeds alsof je niets te verbergen hebt?