Individuele privacy: een onvolledig concept?

ANALYSE - Het individualistische privacybegrip is achterhaald en onvolledig geworden. Het wordt tijd voor een nieuw, relationeel privacyconcept, vindt onderzoeker Victor Toom.

Privacy is recent veel in het nieuws geweest, ook dit weekend met de onthulling dat de AIVD mogelijk onrechtmatig op internetfora inbreekt. Goed initiatief dus van Judith Sargentini om een discussie te entameren over dataverzameling, misdaad- en terrorismebestrijding en – het onderwerp van deze bijdrage – privacy.

Privacy wordt wettelijk gedefinieerd als de ‘bescherming van de persoonlijke levenssfeer’. Het gaat dus over individuen. En precies daar wringt de schoen, want gegeven de praktijken van massasurveillance en datamining voldoet de bescherming van individuele persoonlijke levenssfeer niet meer; inderdaad, naast bescherming van het individu vraagt deze tijd om een privacy die óók de gedeelde levenssfeer waarborgt – een relationele privacy. Om dit nieuwe privacybegrip te kunnen enten, zal ik hieronder kort bespreken hoe datamining wordt ingezet om criminaliteit en terrorisme te bestrijden.

Het in de gaten houden van mensen, groepen of objecten – surveillance – is een sinds mensenheugenis bestaand mechanisme en is onder andere gericht op het opsporen van illegale activiteiten. Op het eerste gezicht weet iedereen wel ongeveer wat misdaad of criminaliteit is: iets wat bij wet verboden is, waarvoor je straf verdient en waartegen de politie op moet treden. Klip en klaar. Maar tijdens de opsporing van delicten is onderscheid maken tussen een misdrijf en wettelijke geoorloofde activiteiten veel weerbarstiger; criminelen kennen de mazen van de wet, verstoppen (illegale) activiteiten in bonafide bedrijven of werken ‘achter de schermen’ – ze weten de wet in hun eigen voordeel te gebruiken. Het is op voorhand dus niet mogelijk te zeggen wat crimineel gedrag is, waar het zich afspeelt en wie ervoor verantwoordelijk is.

Wat het afgelopen decennium veranderd is in de discussie over privacy en surveillance is de mogelijkheid van massasurveillance of datamining. Datamining bestaat bij de gratie van technologische mogelijkheden, een politiek-maatschappelijk discourse van risicomijding, en het utopische idee dat meer technologie meer veiligheid betekent. Met PRISM en andere surveillancesystemen wordt systematisch, routinematig en automatisch data verzameld. Verzamelde data – financiële transacties, bezochte websites, meta-data, reisgedrag etcetera – wordt vervolgens opgeslagen in grote databestanden.  Laten we zeggen dat met dergelijke surveillancesystemen hooibergen worden verzameld om de spreekwoordelijke speld te vinden. De vraag is natuurlijk hoe die speld eruit ziet? Of anders gesteld: wat zijn indicatoren voor criminaliteit of terrorisme? Wie zijn de boeven en wie zijn de goede luiden? Wie is een ‘risicoburger’, en wie niet?

Om die spreekwoordelijke speld te vinden, worden databestanden geordend, geclassificeerd, uitgewisseld, gecombineerd en doorzocht met behulp van algoritmen. Wat is statistisch normaal, en welke gedragingen zijn voorbij de standaardafwijking? Wat afwijkt kan, afhankelijk van dreigingsindicatoren, als verdacht worden bestempeld. Een speld is dus geen gegeven, maar wordt actief geproduceerd door het bij elkaar voegen van data, statistische bewerkingen van die data en technologische spierballen. Welke gedragingen, uitlatingen, geschiedenissen, transacties of verplaatsingen zijn afwijkend, welke zijn verdacht? Is er een digitaal patroon waarneembaar van afwijkend gedrag waarmee u als een non-descript individu wordt getransformeerd naar een risicoburger? Een burger die mogelijk iets kwaads in de zin heeft hetgeen een interventie – in de gaten houden, verder onderzoek, tappen, praatje maken, afluisteren, oppakken, arresteren etc. – nodig maakt? Dat vrijwel alle aangewezen risicoburgers niets met criminaliteit of terrorisme van doen hebben draagt niet bij aan de proportionaliteit en democratische legitimiteit van datamining. Maar het gaat me nu even om een ander punt, namelijk hoe de persoonlijke en gedeelde levenssfeer kunnen worden gewaarborgd.

Privacy is belangrijk. Sterker, omdat privacy ons behoedt van een al te opdringerige staat of markt is het een voorwaarde voor veilig leven in een maatschappij. Maar ik denk dat de privacydiscussie zoals Sargentini die wil voeren achterhaald is. Datamining en het produceren van risicoburgers gaan niet alleen over de persoonlijke levenssfeer, maar ook over samengevoegde informatie van soms miljoenen individuen en daaruit berekende gemiddelden. Het gaat om de keuzes rondom statistiek, data en algoritmes die bepalen wat die gemiddelden worden. En dus veranderen ze voortdurend; het zijn geaggregeerde, technologische en amorfe objecten die niet alleen gaan over de persoonlijke levenssfeer, maar óók over samengevoegde informatie van grote groepen mensen – datamining en risico-burgers gaan over het individu en de gedeelde of relationele levenssfeer. De 21e eeuw vraagt daarom om een herijking van het individualistische privacybegrip. In plaats daarvan zal een nieuw begrip van privacy moeten worden geënt met de capaciteit individu en de persoonlijke levenssfeer te binden aan de groep en gedeelde levenssfeer. Een relationeel privacyconcept dat horizontaal door individu en groep heen reguleert, coördineert en distribueert.

Victor Toom is een Nederlands forensisch socioloog die in het Verenigd Koninkrijk werkt. 

Dit debat is een coproductie van Sargasso en De Helling.

  1. 2

    De auteur heeft privacy al afgezworen en neemt impliciet in zijn stuk de datamining als een juiste techniek waarbij privacy (in zijn staande betekenis) overboord mag. Dit soort mensen zorgt er voor dat al dat tappen gelegitimeerd wordt. Ik krijg kippenvel.

    Een relationeel privacyconcept dat horizontaal door individu en groep heen reguleert, coördineert en distribueert.

    Privacy is juist bedoeld om los te mogen staan van die groep. Ik wil helemaal niet bij alles wat ik doe rekening houden met die groep. Ja, sociale controle is er en bepaalt grenzen van functioneren, maar mensen die menen dat elk(!) individu 100% verantwoording schuldig is aan de groep – nog los van de definitie van die groep, waartoe behoort het individu? – snapt niets van het individu en kan dus feitelijk ook geen discussie over privacy voeren.

    *overweegt carrière als kluizenaar op de top van een berg*

  2. 3

    “over samengevoegde informatie van grote groepen mensen – datamining en risico-burgers gaan over het individu en de gedeelde of relationele levenssfeer.”

    Omdat mijn data worden samengevoegd met die van miljoenen andere Nederlanders, ontstaat er nog geen gedeelde of relationele levenssfeer tussen mij en die anderen. Dat lijkt misschien wel zo in de dataset, maar uiteindelijk heb ik met 999 van 1000 mensen die vergelijkbare datapatronen als mij vertonen geen enkele relatie (en datzelfde geldt voor mensen die totaal andere datapatronen vertonen).

    Ik neem trouwens aan dat hier een vervolg op komt, want ik vind met name de laatste alinea erg pover uitgewerkt.

  3. 4

    @0: “op voorhand niet mogelijk te zeggen wat crimineel gedrag is”
    Is dat niet omschreven in de strafwet of mag de overheid naar eigen inzicht dat zelf bepalen? Kern van de rechtstaat is de bescherming van de burger tegen de (willekeurige) overheid, blijkbaar ontbreekt die volgens de schrijver en behoort de overheid onbegrensde mogelijkheden te krijgen.

  4. 5

    Ik snap niet waarom dit stuk al die minnen scoort. Dit is de kern van wat de auteur vindt:

    want gegeven de praktijken van massasurveillance en datamining voldoet de bescherming van individuele persoonlijke levenssfeer niet meer; inderdaad, naast bescherming van het individu vraagt deze tijd om een privacy die óók de gedeelde levenssfeer waarborgt.

    Individuele privacy wordt dus niet opgegeven, maar moet volgens de auteur worden uitgebreid met een privacybegrip dat daarnaast ook gaat ‘over samengevoegde informatie van grote groepen mensen’.

    Lijkt me een prima opvatting.

    EDIT: Misschien dat de kop veel lezers op het verkeerde been zette?

    EDIT 2: Ik heb uiteindelijk de kop maar aangepast.

  5. 6

    @5: Ja, dat fragment heb ik ook gelezen maar ik vind in het stuk onvoldoende uitwerking cq invulling van de constatering dat de gedeelde levenssfeer gewaarborgd moet worden. Integendeel.

    Daarnaast : …vraagt deze tijd om een privacy die óók de gedeelde levenssfeer waarborgt.

    Wat is waarborgen? Waarom moet privacy beschermd worden en de gedeelde levenssfeer gewaarborgd? Ik vind dit een stukje newspeak en kan er niets mee. Denk ik dan.

  6. 7

    @5: De schrijver neemt vergaande dataverzameling en -mining wel heel erg aan als een gegeven en wekt zo de indruk dat hij om “individuele privacy” niet zoveel geeft. Sterker nog, hij wekt de illusie dat er nog iets anders bestaat dan alleen “individuele privacy” (terwijl het concept privacy toch wel echt puur individualistisch is, zoals ook #2 al aangeeft), om zo de mogelijk te creëren daar verdere inbreuk op te plegen, zolang er maar geen al te grote inbreuk is op een “gedeelde levenssfeer” (die hij dan weer niet erg duidelijk omschrijft, maar die blijkbaar iets is van groepen mensen die samen gedataverzameld zijn).

  7. 8

    @7:

    De schrijver neemt vergaande dataverzameling en -mining wel heel erg aan als een gegeven

    En daarom pleit hij voor een privacybegrip dat ook gaat ‘over samengevoegde informatie van grote groepen mensen’.

    Om daarmee die dataverzameling en -mining te kunnen inperken.

    Althans, zo begrijp ik zijn stuk.

  8. 9

    @8: “Om daarmee die dataverzameling en -mining te kunnen inperken.”

    Dat vind ik dan weer helemaal niet blijken uit het stuk. Hij stelt eerder een discussie over de wijze van dataminen (het verzamelen laat hij volledig onberoerd), in de zin van welke parameters gesteld moeten worden. Dat kan op zijn best alleen maar gaan over het vergroten van de specificiteit (het verlagen van het aantal false positives) en heeft ondertussen helemaal niets meer met privacy te maken (maar hooguit over bescherming tegen onnodige verdenkingen).

  9. 10

    Hoe kun je over privacy discussieren als iedereen moet worden gewogen naar gemiddelden en afwijkingen? En als die algoritmes steeds verder moeten worden aangepast, wanneer is het dan klaar en waar? Nooit dus, en dan krijg je weer die mythe dat tijden veranderen en politieke waarden verschuiven en dat de mens allang geen mens meer is, maar een wezen, omschreven door de waan van de dag. En zo wordt het gemiddelde één grote afwijking en is die elektronische surveillance óf totaal zinloos óf een instrument van despoten. Eigenlijk moet privacy helemaal niet bediscussieerd worden (ter discussie staan), want dat gaat eindigen in handjeklap met verlies van privacy. De discussie moet zijn hoe je de surveillancestaat tegen gaat en hoe je despoten vroeg herkent en buiten de politiek en de lobby houdt. Daar zit de noodzaak.

    ps.: weg met de angelsaksische mindset.

  10. 11

    Gelukkig is er het belmeniet register om me tegen de meest opdringerige commerciële toepassingen van datamining te beschermen. Dit is namelijk wel een mooi artikeltje over de mooie dingen die et datamining gedaan zouden kunnen worden, maar het gaat helemaal niet in op het misbruik dat van al die gegevens gemaakt kan worden. Ondanks het feit, dat dataverzamelingen in het verleden vroeg of laat allemaal misbruikt zijn.

  11. 12

    Hartelijk dank allemaal voor jullie waardevolle en kritische reacties op mijn stuk over privacy.
    Het is een discussiestuk, maar ik moet eerlijk zeggen dat de discussie anders verloopt dan ik had gehoopt. Dat is natuurlijk mijn fout; ik had een en ander blijkbaar anders moeten opschrijven. Ik wil graag een aantal misverstanden uit de weg helpen.
    1. Ik wijs privacy niet af, en ik vind individuele privacy enorm belangrijk. De achtergrond van dit stuk is juist dat ik vaak zie dat privacy in de context van bigdata en datamining niet goed functioneert. We hebben te maken met organisaties die en masse persoonlijke informatie verzamelen en verwerken ondanks al die privacy wet- en regelgeving. Ik constateer dan dat privacy in die praktijken van datamining ondanks alle goede bedoelingen onvoldoende bescherming biedt van en voor de persoonlijke levenssfeer.
    2. Een voorstander van datamining, zoals iemand schrijft, ben ik absoluut niet (ik snap niet hoe iemand dat in mijn bijdrage kan lezen). Datamining en het verwerken van al die data is een bestaande praktijk. Dat hebben we het afgelopen half jaar bijna iedere week wel op het nieuws gehoord. Al die digitale data tezamen is wat ik als die gedeelde (digitale) levenssfeer beschouw. Die geaggreerde data gaat niet meer over individuele personen en dus valt het buiten de kaders van individuele privacy. Daar ben ik niet voor; ik signaleer alleen dat daar een probleem zit.
    3. Nergens staat in mijn bijdrage dat de overheid onbegrensde mogelijkheden moet krijgen. Misschien is er verwarring ontstaan omdat ik eerst het proces van datamining beschrijf. In dat proces verlies je als individu de controle over de vraag in welke groep je wordt ingedeeld. Het is een volautomatisch proces afhankelijk van statistische algoritmes en menselijke keuzes. Afhankelijk van die groep waartoe je gaat behoren kan je worden aangemerkt als ‘verdacht’ of als ‘risico’ wat in sommige gevallen kan leiden tot inbreuk door de autoriteiten op de individuele/persoonlijke levenssfeer van echte mensen. Het digitaal genereren van groepen en profielen kan dus wel degelijk consequenties hebben in het echte leven, bijvoorbeeld door privacyschendingen.

    Ondanks wet- en regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer verzamelen autoriteiten en andere instellingen lustig allerlei persoonlijke informatie. Die samengevoegde informatie vormt een gedeelde digitale levenssfeer. Mijn vraag is: hoe is die gedeelde levenssfeer beter te beschermen? Mijns inziens biedt individuele privacy onvoldoende beschermingsmogelijkheden of waarborgen tegen ge- of misbruik. Er zijn natuurljk wel concepten en criteria als doel-middel-binding, effectiviteit, proportionaliteit en subsidiariteit, maar die zijn vaak nergens omschreven, laat staan wettelijke gedefinieerd (inderdaad, geen Angelsaksische praktijken, maar gedegen wetgeving aub)!
    Dus wat ik probeerde te bewerkstelligen is de discussie over privacy voorbij het individu te tillen door te stellen dat het ook de gedeelde levenssfeer zou moeten omvatten. Volgens mij is dat nieuw. En dan hebben we er inderdaad nog geen woorden of taal voor ontwikkeld om erover te kunnen spreken. Het idee van relationele privacy dat dwars door categorieen van individu en massa (of persoon en populatie) heen werkt zou die gescheiden sferen met elkaar moeten verbinden. Daarom gebruikte ik ook het woord ‘enten’: kunnen we het idee van (wettelijke) bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet toepassen op de (wettelijke) bescherming van de gedeelde levenssfeer? En daarom ook het woord ‘horizontaal’: hoe die twee gescheiden sferen met elkaar te verbinden?
    Allerlei vragen spelen rondom datamining, bijvoorbeeld: wie is verantwoordelijk; wie heeft er competentie; wat is de reikwijdte van een dienst; wat zijn rechten van individuen met betrekking tot data in beheer van opsporingsdiensten; zijn er misschien ook plichten, en zo ja, voor wie; hoe lang mag data worden gebruikt en opgeslagen, en onder welke omstandigheden; wie controleert; wie bepaalt? Al die vragen hebben hun weerslag op onze verhouding als burgers met autoriteiten; en allemaal gaan ze ook over al die verzamelde, bewerkte en bevraagde informatie. Persoonlijke en gedeelde levenssfeer zijn nog maar moeilijk uit elkaar te houden. Zolang dee sferen gescheiden blijven zal het mijns inziens verdomd lastig worden om die in het persoonlijke leven oprukkende overheid te temmen.

  12. 14

    @12, Schrijvers die meereageren, altijd fijn!

    Als ik het zo lees denk ik dat er verwarring ontstaat over het onderscheid dat je maakt tussen gedeelde levenssfeer en privesfeer. Ik denk dat de meeste reacteurs hier als standpunt hebben ‘als je nergens inkomt, kun je ook niet gemined worden’. Met dat uitgangspunt is het onderscheid dat jij maakt niet duidelijk: de digitale sfeer valt volgens die opvatting geheel binnen de privesfeer en als je die dus maar goed beschermt, is dat voldoende waarborg.

    Ik heb het idee dat jij iets anders bedoelt, ik kan er alleen niet precies de vinger op leggen wat het is. Misschien helpt het als je een paar concrete voorbeelden geeft: wat zou voor jou bv een mogelijke regel zijn die de gedeelde sfeer beschermt, en waarom is die regel specifiek voor die gedeelde sfeer los van de privesfeer?

  13. 15

    @12: Persoonlijke en gedeelde levenssfeer zijn nog maar moeilijk uit elkaar te houden. Zolang dee sferen gescheiden blijven zal het mijns inziens verdomd lastig worden om die in het persoonlijke leven oprukkende overheid te temmen.

    Ik blijf moeite houden met jou acceptatie van de gedeelde levenssfeer en de datamining.

    Datamining is de oorzaak van het probleem omdat het individuen op persoonsniveau een label geeft waarmee overheden aan de gang gaan. Het doorbreekt de privacy.

    Als die datamining alleen voor statistische doeleinden gebruikt zou worden is er geen koppeling met individuen mogelijk en heb je het probleem niet. Als overheden niet geïnteresseerd zouden zijn in de koppeling van hokjes – die zij definiëren – en individuen zou er geen probleem zijn.

    Anders gezegd : het probleem dat je aan wilt pakken is een door overheden gecreëerd probleem omdat zij de privacy niet respecteren. Er is geen gedeelde levenssfeer als men de privacy respecteert. Iets dat gegeven de huidige wetgeving zou moeten.

    Anders gezegd : overheden creëren een illegale gedeelde levenssfeer en gaan vervolgens wetenschappers betalen om dat goed te praten en een plaats te geven.

    Idee: hou privacy primair, dat lost heel veel op.

    Maar dat willen ze eigenlijk niet.
    Aha, zie daar de oorzaak van de vraag.

    Jij zegt ook nog : …dat privacy in de context van bigdata en datamining niet goed functioneert. Het is omgekeerd. Bigdata en datamining functioneren niet goed omdat ze privacy negeren. Privacy was er nl eerst.

    Oorzaak en gevolg.

    Je schrijft ook : Die geaggreerde data gaat niet meer over individuele personen en dus valt het buiten de kaders van individuele privacy. Maar de geaggregeerde data zijn wel te projecteren op individuen en maakt dat zij in vakjes geplaatst kunnen worden. Dat valt dus binnen de kaders van de individuele privacy.

    Ik heb grote moeite met de manier waarop jij de problematiek beschrijft en benadert. Ik denk dat je uitglijdt.

  14. 16

    @15: Dat denk ik ook. Qwerty stelt terecht:

    Dat datamining die alleen voor statistische doeleinden gebruikt wordt, zonder koppeling met individuen, geen probleem is,

    en het lijkt me, dat voor alle andere doeleinden toestemming van de eindgebruiker vereist zou moeten zijn, of een gerechtelijk bevel.

    Dat zullen Google en Facebook wel niet leuk vinden en dus zal het wel niet gebeuren, maar zo hoort het wel.

    Zo simpel ligt dat!

    PS: zelfs het onderscheid tussen datamining via het internet of langs andere weg is goed beschouwd kunstmatig.

    * Door dit formulier in te vullen en te verzenden geeft U firma XXX toestemming om de ingevulde gegevens te gebruiken voor commerciele doeleinden, zoals vereist in de wet op de privacy, Art. Y par. Z.

  15. 17

    Oorzaak en gevolg, en zo simpel ligt het?! Werkelijk?!

    Ik zou willen dat de wereld zo lekker eenvoudig was als jullie suggereren. Maar onze realiteit is al lang niet meer zo simpel. En dan kan je gaan zitten mokken dat het nu eenmaal zo hoort, of dat privacy primair gehouden moet worden, of klagen dat er foute wetenschappers zijn die betaald worden om dat allemaal goed te praten (@15, is dat uw argument, wat een gostpe!).

    Het huidige privacy-concept biedt te weinig bescherming, dat is de afgelopen tijd wel duidelijk geworden. De geest is uit de fles. Hij gaat niet meer terug (zoals @16 terecht stelt). Ik ben dan liever pragmatisch dan hopeloos principieel en–sorry–ouderwets.

    Toch heb ik het idee dat we allemaal wel aan dezelfde kant staan: minder datamining, betere bescherming van personen, een getemde overheid, meer transparantie, accountability etc. Het hebben van overeenkomstige doelen is dus geen garantie voor een constructieve discussie. Kan je nagaan hoe zo’n discussie verloopt tussen actoren met tegengestelde doelen.

    @14: dank voor je constructieve bijdrage en vraag. Een regel die de gedeelde sfeer beschermt is er nog niet, voorzover ik weet. Het is dus moeilijk om er een regel voor te verzinnen. Maar laten we het tegelijkertijd van boven en van onderaf aanpakken. Waarom niet een nieuw Grondwetsartikel 10a: Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van de gedeelde levenssfeer. En laten we dan vervolgens eens kijken wat er allemaal onder gevoegd kan worden? Is dat een antwoord?

  16. 18

    @17, niet echt, want juist dat vervolg is waar het om gaat. Dat ‘laten we eens kijken wat er allemaal onder gevoegd kan worden’ dus. Je kunt niet iets beschermen als je niet op z’n minst globaal kunt beschrijven waar het precies over gaat.

    Want stel dat je die regel zomaar *poef* in de grondwet krijgt, en stel dat we een land hebben waar je handelen mag toetsen aan de grondwet. Wat dan? Ergens moet er invulling gegeven worden. Je moet op een bepaald moment tegen een rechter of wie dan ook kunnen zeggen: ‘dit is een inbreuk op de gedeelde levenssfeer omdat […]’ En omdat je bepleit dat het hier gaat om een begrip dat toegevoegde waarde heeft boven het oude privacyconcept, moet je ook nog beargumenteren waarom het geen inbreuk was op de privacy.

    Je stelt ook

    Het huidige privacy-concept biedt te weinig bescherming, dat is de afgelopen tijd wel duidelijk geworden.

    Maar… waarom is het concept precies onbruikbaar geworden? Waarom biedt het concept te weinig bescherming? Mijn visie is eerder dat het concept op zich wel prima is, maar dat overheden, grote bedrijven en schimmige veiligheidsdiensten het gewoon straal negeren. Maar dat heeft meer met de uitvoering te maken dan met het concept, en is dus (mi) ook niet op te lossen door iets wat wel een nieuw concept maar geen nieuwe handhaving introduceert. (Het is een bekende reflex: als er iets mis gaat willen we nieuwe regels. Maar in veel gevallen zijn de oude regels wel prima, als we ze maar zouden volgen.)

    In dit geval is de vraag die jouw stukje oproept dus: waarin voorzien de oude regels niet, waarin jouw voorgestelde richting wel zal voorzien? Dat blijft nu toch wat vaag voor mij.

  17. 19

    Kijk @Victor, je kunt mijn antwoord kort vinden, maar het is hier nu een maal geen wetenschappelijk forum en we bedrijven hier geen wetenschap.

    Het probleem is de datamining. Dat die er is en dat die techniek bestaat en niet weg te cijferen is hoef je mij niet duidelijk te maken. Maar wat jij doet is de privacy op een tweede rang zetten omdat die datamining resultaten geeft die je een plaats wil geven. En dan kun jij mij simpel noemen en zeggen dat de wereld dat niet is, maar dan roep ik graag terug : elke intelligente gek kan dingen groter, ingewikkelder en gewelddadiger maken. Er is een beetje genialiteit en heel veel moed voor nodig om in tegengestelde richting te gaan. We kunnen problemen niet oplossen door dezelfde manier van denken te gebruiken die we gebruikten toen we ze creëerden. Je kent vast de bron wel.

    Leg eerst maar uit waarom privacy een stap terug moet doen om plaats te maken voor een gedeelde levenssfeer waar jij en de belanghebbenden bij mining, misschien behoefte aan hebben maar de individuen wellicht wat minder.

    Je wetenschap is geen wetenschap, het is manipulatief praten naar een gewenst resultaat. En dat kun jij dan wellicht geen constructieve opmerking vinden, hij is wel gemaakt en als je een echte wetenschapper bent, moet en doe je er wat mee.