Illustere bibliotheek uit as verrezen

Ruim 550 jaar geleden werd in Florence in opdracht van Cosimo de’ Medici de Accademia Neoplatonica opgericht door Marsilio Ficino, de belangrijkste humanistische filosoof aan het ‘hof’ van de Medici. Deze Neoplatoonse Academie, waarvan de oprichting in feite de heropening van de oude Academie van Athene symboliseerde, groeide binnen korte tijd uit tot een plek waar alle toonaangevende wetenschappers, kunstenaars en intellectuelen van het vijftiende-eeuwse Florence samenkwamen.

Gedreven door dezelfde idealen bouwde ook Joost Ritman (1941), een zakenman die zijn fortuin vergaarde met de handel in plastic vliegtuigservies, een bibliotheek op die op haar hoogtepunt ruim 22.000, veelal zeer zeldzame filosofische boeken en handschriften telde. De bibliotheek, aangeduid als Bibliotheca Philosophica Hermetica, gold als de belangrijkste collectie op het gebied van de christelijk-hermetische en esoterische filosofie, maar scheerde tot drie keer vlak langs de afrond als gevolg van de onconventionele manier waarop Ritman de expansie van de bibliotheek financierde. De laatste keer leek Ritman zijn krediet letterlijk en figuurlijk verspeeld te hebben na een dubbele verpanding van zijn kostbare boeken, maar verbazingwekkend genoeg blijkt de collectie ook nu weer als een feniks uit de as te verrijzen.

Al kort na de eerste Golfoorlog, toen de luchtvaart een crisis doormaakte, plaatste huisbankier ING ernstige twijfels bij de bedrijfsvoering van De Ster BV, het vehikel waarmee Ritman zijn boekencollectie financierde. Een openbare verkoop kon toen op het nippertje voorkomen worden door internationale protesten van onder meer schrijver en bibliofiel Umberto Eco, die voor delen van zijn oeuvre schatplichtig was aan de collectie van Ritman. Zo’n 12 jaar later was het de Nederlandse fiscus, die een forse belastingschuld wilde verhalen op de bibliotheek. Maar ook nu weer bracht het ongekende belang van de collectie een oplossing binnen bereik: een overname door de staat van zo’n 4.000 boeken, die vervolgens weer in bruikleen werden gegeven aan de Stichting Bibliotheca Philosophica Hermetica.

Echt mis ging het pas in de kredietcrisis van 2008 en 2009. Weekblad Vrij Nederland heeft deze laatste fase tot in detail kunnen reconstrueren. Terwijl Ritman met het ministerie van OC&W onderhandelde over een overname van de collectie, gaf hij een deel van de collectie in onderpand voor een lening van 7 miljoen euro van Sotheby’s in Londen. Het veilinghuis nam echter geen risico en stelde als aanvullende voorwaarde dat de boeken ook fysiek naar de Engelse hoofdstad zouden worden overgebracht.

Onder de werken die Ritman in onderpand gaf bevonden zich één van de eerste gedrukte edities van Dante, uitgegeven in zijn geboortestad in 1481 en geïllustreerd met op tekeningen van Botticelli gebaseerde houtsneden, een exemplaar van de Hypnerotomachia Poliphili, gedrukt bij Aldus Manutius in 1499 en een veertiende-eeuws geïllumineerd handschrift van de Graal van Rochefoucauld, één van de belangrijkste werken uit de middeleeuwse literatuur. Een aantal van deze werken behoorde tot de kern van de in vele jaren opgebouwde collectie.

In 2010, met de wisseling van het kabinet, keerden de kansen voor Ritman. Een definitieve oplossing vanuit de Nederlandse overheid bleef uit en Sotheby’s dreigde haar pand te verzilveren. Op dat moment kwam uit dat de ondernemer zijn collectie eveneens bleek te hebben verpand aan huisbankier Friesland Bank, die direct stappen ondernam om het resterende deel van de verpande collectie onder zich te nemen. De nieuwe staatssecretaris Halbe Zijlstra besloot het rijksdeel van de bibliotheek over te brengen naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Waarop Sotheby’s bekend maakte de boeken in de Londense kluis te gaan veilen. Het einde van de collectie leek onvermijdbaar.

In juni werd bekend dat Ritman zo’n 350 werken, die weliswaar zeer kostbaar zijn maar niet van wetenschappelijk doorslaggevend belang, voor vele miljoenen euro’s had verkocht aan een onbekende privéverzamelaar. Topstukken als het Corpus Hermeticum uit 1471 zijn losgesneden uit de collectie, die wetenschappelijk gezien gered is, maar tegelijkertijd behoorlijke verminkingen heeft opgelopen. De bibliotheek is vanaf dat moment gesloten geweest voor publiek en daarmee leek het doek voor een nieuwe Neoplatoonse Academie, met Joost Ritman als mecenas in de traditie van Cosimo de’ Medici, te zijn gevallen.

Ritman lijkt ook nu weer aan het langste eind te trekken. De economische crisis ten spijt gaat de bibliotheek vandaag over 2 weken weer open met de tentoonstelling Infinite Fire. Een van de meest bijzondere bibliotheken van Nederland is (opnieuw) als een ware feniks uit de as verrezen. Maar met een nieuwe crisis in aantocht valt het te hopen dat Ritman deze keer geen dubieuze financiële constructies heeft opgezet. Zelfs een feniks is misschien geen eeuwig leven beschoren.