Iedereen het land uit?

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Enis Odaci, voorzitter van de Stichting Humanislam, over de ijzige wind die momenteel door Nederland waart.

Koffer (Foto: Wikimedia Commons/Wolfgang H. Wögerer)

Er waait een straffe wind door Nederland. Het is wintertijd. Er zal vast een relatie zijn tussen de temperatuur buiten op straat, met ijzige wind en een gladde ondergrond, en de staat van onze Hollandse geest. Want dat er een ijzige geest door Nederland waart, is een feit. Als we de vele nieuwsberichten in de gedrukte en digitale media, radio en televisie mogen geloven denkt iedereen inmiddels aan emigreren. Gedwongen of ongedwongen.

Frits Bolkestein maakt zich zorgen over de jonge generatie joden die met name door de Marokkaanse jeugd in de niet al te verre toekomst zal worden weggepest. Geert Wilders boos natuurlijk: die Marokkanen zelf moeten het land uit. In Zwitserland is na een volksraadpleging besloten dat mensen van buitenlandse komaf het land uit moeten als ze een strafblad hebben, en het verschil tussen een kwajongensstreek en een heus misdrijf doet er niet zoveel meer toe. Auf Wiedersehen! Raak je als vreemdeling, buitenlander, medelander, nieuwe Nederlander, allochtoon of gastarbeider je baan kwijt, en kom je ook nog eens uit Bulgarije of Polen? PvdA-wethouder Norder uit Den Haag regelt je one-way vliegticket back home. En minister Leers van Integratiedingen vindt een goed ingeburgerde meid van Afghaanse komaf, die vloeiend Fries spreekt en bij God niet weet wat zij moet in haar moederland, ondergeschikt aan de bekende dooddoener: haar familie had kunnen weten dat ze geen garantie had om in Nederland te blijven.

De geest is uit de fles. Praten over uitzetting is in 2010, om welke reden dan ook, absoluut salonfähig geworden. Is een extrapolatie van dit denken nog wel vreemd te noemen? Voorbeeld: economische crisis? Alle moslims het land uit! Levert immers werk op voor de eigen bevolking. Ander voorbeeld, een jongen heeft een snoepje gepikt? Dubbele nationaliteit ontnemen en een strafblad op zijn palmares. En bij een volgend vergrijp, u raadt het, het land uit. Als we gaan turven kunnen we een bonte verzameling mensen definiëren die prima in aanmerking komt voor uitzetting: Islamitische geestelijken, Marokkaanse criminelen, Bulgaarse bollenwerkers, Poolse bijstandtrekkers, Afghaanse asielzoekers in afwachting van een rechterlijke uitspraak, Turkse arbeidsmigranten zonder inburgeringsdiploma, Afrikaanse burgers zonder verzekering, enfin… het moge duidelijk zijn.

Uit het Jaarrapport Integratie 2010 van het CBS blijkt dat begin 2010 er in Nederland 1,9 miljoen niet-westerse allochtonen woonden. Dat is ruim 11 procent van de totale bevolking. Rond de 43 procent (!) daarvan is in Nederland geboren en behoort tot de tweede generatie allochtonen. Zij voelen zich veel vaker Nederlander dan hun ouders, nemen steeds meer deel aan het hoger onderwijs en kiezen hun levenspartner steeds vaker uit Nederland. Geen sprake van een tsunami in welke vorm dan ook, eerder is er sprake van het mengen van kleuren op een schildersezel van Hollandse makelij.

Saillant detail uit de praktijk: hoe kan het dat deze tweede generatie allochtonen vaker wel dan niet dezelfde retoriek bezigt? Oké, ze hoeven dan misschien niet het land uit, maar stevig aanpakken is prima. Naar het motief kan men alleen maar raden, maar de vrees op één hoop te worden gegooid met bijvoorbeeld de criminele Antillianen of de extremistisch ingestelde moslims ligt voor de hand. Ook de tweede generatie allochtonen wordt namelijk verliefd op een buurjongen of -meisje, solliciteert naar een droombaan, of wil een hypotheek afsluiten bij de bank. Zij vreest voor veralgemenisering.

Bevinden we ons in een spiraal naar beneden of is er hoop? Hoewel er duidelijk sprake is van een continuerende verruwing van taal, is er zeker hoop: in drie generaties allochtonen ziet men, als men wil, een emancipatie- en integratieproces dat zijn weerga niet kent.

De eerste generatie arbeidsmigranten spreekt amper Nederlands, neemt altijd zoonlief mee naar de huisarts, zat in de arbeidsintensieve industrie, nu in de bijstand, met vrouwlief thuis bij de kids en kleinkids, en zij denkt dagelijks aan terugkeer naar het warme moederland. De tweede generatie is bicultureel, spreekt prima Nederlands, worstelt met de identiteit als het gaat om huwelijk, religie en culturele gebruiken, en is werkzaam in de middenklasse waarbij een hypotheek gesprek van de dag is. En de derde generatie? Die spreekt naar believen met of zonder accent, is goed opgeleid, helpt de vrouw in het huishouden, neemt sabbaticals en kiest bewust voor een Nederlandse partner en herkent zich totaal niet in de politieke stigma’s.

En dat allemaal binnen vijftig jaar. In slechts drie generaties een transformatie van gastarbeider, naar inwoner, naar burger. Is het niet gek dat het CBS zelfs de derde generatie allochtonen nog steeds als allochtonen bestempelt, alleen omdat ze een opa of oma hebben uit een ander land?

Nieuwkomers moeten aan de poort degelijk gescreend worden, dat is rechtvaardig voor zowel gast als gastheer, maar de tweede en zeker de derde en volgende generaties ‘Nederlandse allochtonen’ zal men moeten zien als medeburger, als bondgenoot. Zij die dan alsnog weigeren mee te doen, doen dat bewust en zullen niet alleen door de politiek (terecht) aangesproken worden, maar vooral ook door hun eigen kinderen. De democratische oproep komt van de staat, het morele appèl vanuit de eigen gemeenschap. Zoals bijvoorbeeld de Nederlandse extreme islam alleen beteugeld kan worden door de Nederlandse liberale en humane islam, want zoiets als religie evolueert net zo hard mee in de overgang van de ene generatie op de andere (ook al beweren enkele ‘arabisten’ bij hoog en laag het tegendeel).

En misschien moeten we in deze symbolisch kille winter, met ijzige wind en een gladde ondergrond eerst eens goed verkouden worden, flink uitglijden en enige pijn voelen, voordat we inzien dat verdraagzaamheid en geduld het grauw en grijs doet overgaan in iets warms en kleurrijks. Naïef, zegt u? Misschien, maar feiten zijn feiten.

Reacties zijn uitgeschakeld