Hybride kiesstelsels: steeds schevere verkiezingsuitslagen

ACHTERGROND - De Griekse partij Syriza heeft haar grote zetelaantal vooral te danken aan een hybride kiesstelel, waarbij de grootste partij automatisch een bonus van vijftig zetels in het parlement ontvangt. Maar Griekenland is niet het enige Europese land met zo’n hybride kiesstelsel, legt Tom van der Meer uit.

De Griekse verkiezingen hebben dit weekend net geen absolute meerderheid opgeleverd voor Syriza: de partij kreeg 149 van de 300 zetels in het Griekse parlement. Maar daar had de partij slechts 36% van de geldig uitgebrachte stemmen voor nodig.

Het Griekse kiesstelsel is namelijk een merkwaardige hybride: 250 zetels worden proportioneel toebedeeld, althans, met een kiesdrempel van 3%. De laatste 50 zetels worden echter automatisch geheel gegund aan de grootste partij.

Dit systeem beoogt het beste van twee werelden te zijn. Enerzijds worden minderheden gerepresenteerd, net als in proportionele kiesstelsels als Nederland. Anderzijds creëert het stabielere meerderheden in het parlement waardoor regeringen daadkrachtiger kunnen zijn, net als in meerderheidsstelsels als het Verenigd Koninkrijk.

De mate waarin de verdeling van parlementszetels representatief is voor de verdeling van de stemmen kan op verschillende manieren worden berekend. Een van de meest gebruikte maten is de Gallagher-index, waarbij een score van 0 perfecte proportionaliteit betekent (wat in de praktijk onhaalbaar is, al is het maar vanwege afronden) en hogere scores een toenemende mate van disproportionaliteit weergeven.

Scheve verkiezingen

Als we naar de meest recente parlementsverkiezingen kijken in Europa, zien we dat Griekenland hoog scoort op die Gallagher-index van disproportionaliteit. Aan de top staan achtereenvolgens Hongarije, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk, en Griekenland. Het meest proportioneel zijn landen als Denemarken, Nederland en Zweden.

disprop1
 
De landen die hoog scoren op disproportionaliteit hebben daar verschillende redenen voor. Sommige landen (Frankrijk, VK) hebben gekozen voor een districtenstelsel, waar per district maar één afgevaardigde wordt gekozen. Bulgarije scoort hoog doordat bij de verkiezingen van 2013 een kwart van de stemmen ging naar partijen die de kiesdrempel (4%) niet haalden.

Italië geeft net als Griekenland een bonus aan de grootste partij/coalitie, waarbij de Italianen ervoor kiezen de grootste partij/coalitie meteen een meerderheid te geven. In Hongarije, ten slotte, wordt sinds 2014 een groot deel van de zetels in een districtenstelsel gekozen.

Hongaarse mengelmoes: ook in Nederland?

Er zijn dus verschillende hybride kiesstelsels die de representativiteit van het parlement geweld aan doen om effectievere meerderheden te creëren. Ze maken gebruik van hoge kiesdrempels, van bonussen, of van een Hongaarse mengelmoes. Ook in Nederland wordt regelmatig tot dergelijke maatregelen opgeroepen. Denk maar aan de kiesdrempel van Wientjes (VNO-NCW) en van Hoogervorst (VVD), De Geus (CDA), en Van der Ploeg (PvdA). Of denk aan het curieuze kiesstelsel van Buma (CDA), dat lijkt op het Hongaarse model.

Onvoorspelbare loterij

Opmerkelijk is dat die hybride kiesstelsels de laatste jaren steeds disproportioneler hebben uitgepakt. Wanneer de grote partijen steeds kleiner worden, werkt een bonus voor de grootste steeds harder door op de samenstelling van het parlement – zoals in Griekenland en Italië.

Wanneer de beweeglijkheid van kiezers van verkiezing tot verkiezing toeneemt, kan het zomaar gebeuren dat kansrijke partijen net de kiesdrempel niet halen – zoals in Hongarije gebeurde. In Duitsland leidde de kiesdrempel van 5% ertoe dat twee partijen (AfD en FDP) beide nipt de kiesdrempel niet haalden, en dus naar hun zetels konden fluiten.

disprop2
 
Sinds het uitbreken van de crisis heeft de toenemende fragmentatie van kiezers in deze landen geleid tot een grotere disproportionaliteit. Naarmate kiezers volatieler worden in hun stemgedrag, fungeren de disproportionele maatregelen in deze hybride kiesstelsels steeds meer als een onvoorspelbare loterij: een bonus voor de grootste en een drempel voor de kleinste partijen.

Dit artikel verscheen eerder op Stuk Rood Vlees.

  1. 2

    He teken van echte beschaving is dat macht de macht behoudt en macht aanzuigt. Daar hoort disproportionele zetelverdeling bij.

    Evenredige verdeling is voor watjes.

    Echte macht wordt uitgeoefend met een leger en een politiemacht. Daar hoort geen evenredige verdeling bij want dat leidt tot praten. En praten leidt tot softe oplossingen. Echte oplossingen vereisen bloed. En bloed vereist macht. Macht vereist beslissingen en dus de meerderheid.

    Dat kan maar beter duidelijk zijn.
    Kijk naar de top 6: fascistisch of fascistoïde.
    En dan hebben we het nog niet over Europa!

    Stelletje watjes.

  2. 4

    Ach, ook in het zeer proportionele-minded Nederland zorgen de powers-that-be wel dat ze aan de macht blijven. Door de illusie te geven dat er wat te kiezen is, terwijl er maar twee blokken zijn: de insiders VVD, PVDA, PVV, CDA, GL, D66, CU , 50+ en SGP (allen in meer of minder mate VVD-klonen, in feite de ‘ruling party’) en de outsiders SP en PvdD.

  3. 5

    @1: Waarom denk je dat? Hier is sprake van een opvallende, nieuwswaardige uitslag. Daarom besteed ik er aandacht aan. De disproportionele landen hebben linkse (Frankrijk, Griekenland) of juist rechts-conservatieve (VK, Hongarije) partijen als grootste. Italië heeft een brede middencoalitie. In alle gevallen scoren de landen relatief slecht op representativiteit.

  4. 6

    @2: Volgens mij is de top-6 niet fascistisch of fascistoïde.

    Alleen m.b.t. Hongarije zijn verwijten in die richting mogelijk (inperken van de persvrijheid).

  5. 7

    @3:
    We kunnen ook de bonus 100% maken, of het aantal parlementsleden terugbrengen tot 1, want iedereen heeft kans om te winnen.

    Maar volgens mij worden besluiten beter (in ieder geval door meer mensen geaccepteerd) als met meer mensen rekening gehouden wordt.

    Met name een kiesdrempel maakt dat mensen niet graag op een nieuwe partij stemmen, want als de partij de drempel niet haalt, is hun stem verloren.

    Op die manier kunnen bestaande partijen zich een hoop corruptie veroorloven, eer ze echt weggestemd worden.

  6. 8

    @1: Dus nu een linkse partij eens als winnaar uit de bus komt, is er in een keer niets mis met het systeem?

    Als je hypocrisie de wereld uit wil hebben, begin dan bij jezelf.

  7. 9

    @7:

    We kunnen ook de bonus 100% maken, of het aantal parlementsleden terugbrengen tot 1, want iedereen heeft kans om te winnen.

    Dan krijg je dus wat ik na N.B. onder #3 schreef.

    Men kan het Syriza niet kwalijk nemen dat ze die bonus kregen.

    Persoonlijk ben ik voor evenredige vertegenwoordiging

    Maar ook dat heeft “schoonheidsfoutje” als de gekozenen na de verkiezingen niet aan hun beloftes houden.

  8. 10

    Beetje off-topic blog in ‘the chain of events.’ Zoals @4 al aangeeft, maakt het bij de algemene neoliberale shit niet veel uit. Rutte zou bij een Grieks systeem op 59 zetels zijn uitgekomen. Van de huidige generatie ‘sociaal-democraten’ valt niets nieuws te verwachten. Daar heeft Syriza dan ook wijselijk niet voor gekozen. Die QE van Draghi is niet meer dan ‘kicking the can down the road:’ zolang er maar niet inhoudelijk over systeemfouten wordt gepraat. Dus Jeroen Dijsselbloem kan vrijdag zijn borst inwrijven als hij met Yanis Varoufakis gaat praten:
    https://www.youtube.com/watch?v=PbxZB6HYY8k&x-yt-ts=1422327029&x-yt-cl=84838260

  9. 11

    @8: Punt is dat dit artikel niet uitkwam bij de laatste verkiezingen in het VK of Hongarije (waar deze problematiek blijkens het grafiekje toch echt groter is dan in Griekenland), maar heel toevallig precies nu.

    NB. Ik vind het kiesstelsel in Griekenland ook niet bepaald optimaal (maar nog altijd beter dan dat van een heleboel andere Europese landen met hun districtenstelsels of semidistrictenstelsels).

  10. 12

    @5: De Griekse verkiezingen zijn zeer nieuwswaardig en er vallen vele observaties bij te maken. Dat de winnende partij een zetelbonus van 50 krijgt, is daarbij m.i. de minst ter zake doende, want niets nieuws.

  11. 13

    @11:

    maar heel toevallig precies nu.

    Je insinueert dat Stukroodvlees dit stuk expres schrijft om Syriza in een kwaad daglicht te stellen of iets dergelijks. Dat lijkt me onzin.

    Ten eerste schrijven ze vrij vaak iets over kiesstelsels, ook over proportionaliteit; ten tweede schrijven ze meer artikelen over Syriza die zeker niet negatief getoonzet zijn. Sterker nog, dit artikel plaatst juist het hybride stelsel van Griekenland in perspectief, de disproportionaliteit is zeker niet uniek.

    maar nog altijd beter dan dat van een heleboel andere Europese landen met hun districtenstelsels of semidistrictenstelsels

    Nou ja, een heleboel… om precies te zijn zijn er 4 europese landen die slechter scoren dan Griekenland op het gebied van proportionaliteit.

    Het Griekse systeem heeft overigens nog wel meer eigenschappen waar ik me over verbaas. De nogal krappe tijd waarin een regering moet worden gevormd bijvoorbeeld. De regel dat als het binnen een bepaalde tijd niet lukt er automatisch nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven (gebeurde in 2012). De wijze waarop de president gekozen wordt, een supermeerderheid met verkiezingen als drukmiddel (de oorzaak van de huidige verkiezingen).

  12. 14

    @12: Hoezo? Vrijwel niemand weet iets van het Griekse kiessysteem, en die zetelbonus is nogal bepalend voor de uitkomst, aangezien de huidige coalitie zonder die bonus niet mogelijk was geweest.

    Het is mijns inziens heel belangrijk voor de beeldvorming om dit soort eigenaardigheden van het kiessysteem te benoemen in de verslaggeving (wat best redelijk gebeurd is overigens). Bijvoorbeeld dat de AK partij de Turkse politiek domineert, terwijl ze door de extreem hoge kiesdrempel van 10% maar ca. 40%-45% van de stemmen krijgen. Dat de regeringspartij in het VK vaak maar steunt op een minderheid van de kiezers etc.

    Is het dan zo moeilijk om je analyse van de structuur van verkiezingen te scheiden van de wenselijkheid van de uitkomst?

  13. 15

    Een in dit kader aardig artikeltje over ‘merit bias’:
    http://www.slate.com/articles/news_and_politics/view_from_chicago/2015/01/flip_flopping_politicians_and_judges_survey_of_motivated_reasoning_and_merits.html

    To investigate the role of motivated reasoning in the sort of institutional flip-flops that politicians and judges engage in, Harvard Law School professor Cass Sunstein and I conducted a series of surveys. In one, we asked people whether President Bush acted rightly by using a loophole to make appointments in defiance of Senate opposition.

    Most Republicans said he did the right thing while most Democrats said he acted wrongly. We then put Obama’s name in for Bush with a different group of respondents and asked the same question. This time the vast majority of Republicans opposed the appointments while most Democrats said he did the right thing.

    (..)

    We call this phenomenon “merits bias”—a bias in favor of evaluating a rule or institution in terms of whether it advances one’s political goals. We suspect that some politicians and even judges suffer from merits bias while others cynically exploit merits bias in the general public. Many Democrats really do believe that the filibuster is justified when it blocks Republican nominees and not when it blocks Democratic nominees. And the same with Republicans. Political operatives and sophisticated observers know it’s a game, but most people don’t.

  14. 16

    @13: Je insinueert dat Stukroodvlees dit stuk expres schrijft om Syriza in een kwaad daglicht te stellen of iets dergelijks.

    Nee dat maak jij ervan. Ik merk op dat Rood vlees nu direct na de Griekse verkiezingen dit stukje schrijft en dat het dat niet deed na verkiezingen in het VK, waar het issue dat ze aansnijden ernstiger is. Of eigenlijk, dat Sargasso dit nu plaatst, want Rood Vlees lees ik niet.

    “Nou ja, een heleboel… om precies te zijn zijn er 4 europese landen die slechter scoren dan Griekenland op het gebied van proportionaliteit.”

    Bedenk dat dat een momentopname is, de disproportionaliteit is in veel landen ook afhankelijk van bepaalde “toevalligheden” in de uitslag. Bovendien mis ik nogal wat context bij het grafiekje (welke verkiezingen voor welke vertegenwoordiging zitten erin?). Veel landen kennen een bicamaraal systeem (Griekenland trouwens niet), waarbij de methode van kiezen tussen beide kamers afwijkt. Vaak geldt daarbij de de disproportionaliteit (aanmerkelijk) groter is in de senaat (of het equivalent daarvan) en dat daar ook vaker sprake is van een district(achtig) stelsel. Is dat meegenomen? Overigens doen behalve de 4 landen die het slechter doen dan Griekenland ook Tsjechië, Polen en Roemenië (en trouwens ook Duitsland voor hun Bundesrat, maar dat ligt iets ingewikkelder) aan pure districtenstelsels voor één van hun kamers en ongeveer half Europa aan mixsystemen.