Hulspas weet het | Kansloze wetenschap

COLUMN - Nee, het is niet een beetje. De frisdrankindustrie oefent niet een béétje invloed uit op het wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van toegevoegde suiker. Zodra de wetenschap zich ermee mag bemoeien, neemt ze het onderzoek gewoon over. Het gaat niet om een beetje bijsturen, in de hoop dat de uitkomsten wat gunstiger zijn. Dat is het beeld dat wetenschappers graag geven: dat hun commerciële opdrachtgevers van alles proberen te regelen, maar uiteindelijk slechts beperkte invloed hebben op de uitkomsten, Dat ze op zo’n moment gewikkeld zijn in een dapper gevecht tegen de industrie. Niks van waar. De wetenschapper staat kansloos. En collaboreert.

Dat is de enige conclusie die je kunt afleiden uit een Amerikaans onderzoek dat vorige week verscheen in de Annals of internal Medicine. De onderzoekers vergaarden vijftien jaar aan onderzoek naar de schadelijke effecten van suikers in frisdranken, en kwamen tot de ontluisterende conclusie dat álle (26) onderzoeken waarbij de industrie een vinger in de pap had, of waarbij een onderzoeker banden had met de frisdrankindustrie, géén effect had gevonden. Terwijl álle (op een na) onderzoeken waarbij wél een negatief effect werd gevonden juist níét door de industrie werd gesubsidieerd.

‘Deze industrie,’ schrijven de onderzoekers, ‘lijkt de uitkomsten van het huidige onderzoek te manipuleren.’ Dat mag gerust de understatement van het jaar worden genoemd. Een harder bewijs (afgezien van camerabeelden die bedrog aantonen) is nauwelijks denkbaar.

Uitgeleverd aan de industrie

Verwonderlijk is dat niet. De verhoudingen zijn van begin af aan ongelijk. Vanaf het moment dat beide partijen rond de tafel gaan zitten om tot een overeenkomst te komen. De wetenschapper is wellicht nieuwsgierig, bezorgd, en vast ook oprecht. Hij of zij streeft ongetwijfeld naar een heldere uitkomst, een publicabel resultaat. Maar dat laatste staat voorop. En hij/zij heeft geen voorkeur voor een specifieke uitkomst. Dat heeft zijn onderhandelingspartner nu juist wel. Die wil voor weinig geld een wetenschappelijk ogende studie die door de peer review komt, maar wél met een uitkomst die van tevoren vast staat.

Zijn compagnon uit de industrie weet net zo goed als de wetenschapper hoe je onderzoek moet doen. Hoe dat eruit moet zien. En hij kent bureautjes die al dat ‘lastige’ werk uit handen van de wetenschapper halen. Handig! Daar weten ze hoe je studie eruit moet zien. En daarnaast kennen ze alle trucjes die nodig zijn om tot het gewenste resultaat te komen. Proefpersonen, controlegroep, meettechnieken, datakeuze, data-analyse, statistische bewerking – ze weten er alles van. En als alles faalt, en als zelfs de wetenschappers na veel vertraging nóg niet bereid zijn om water bij de frisdrank te doen (waardoor ze een publicatie mislopen!), dan is er altijd de clausule die zegt dat publiceren alleen mag plaatsvinden met toestemming van de commerciële partner. Alleen ‘goed’ nieuws mag naar buiten.

We zijn veel te naïef

Wetenschap en commercie. We zien ze graag als tegenpolen. De een op zoek naar de waarheid, de ander naar winst. De een oprecht en eerlijk, de ander sluw en manipulatief. En we denken dat als die samenwerken, de oprechte, onkreukbare wetenschapper het laatste woord zal hebben. Omdat goed triomfeert over kwaad. Het klinkt mooi. Maar het is anders. Wetenschappers en industrie hebben wel degelijk een gemeenschappelijk belang. De publicatie. Voor de een is het publish or perish. Voor de ander is een gunstige wetenschappelijke publicatie pure winst. Want het publiek gelooft de wetenschapper immers blindelings. En dus vinden ze elkaar halverwege. Niet halverwege de waarheid. Niet ergens tussen wel of geen effect. Nee, in een voor iedereen bevredigende coproductie. De een krijgt zijn artikel, de ander zijn gelijk. Met de onderzoeksopzet is niks mis. De onderzoeker hoeft zich niet te schamen. Of hooguit voor het feit dat hij meewerkt aan een systeem dat zijn goede naam misbruikt.

De voedingsindustrie besteedt vele miljoenen aan het subsidiëren van wetenschappelijk onderzoek. Het heeft weinig nut om daar lang en breed over te discussiëren, het is pure vervuiling van de vakliteratuur. En dan is er nog het onderzoek dat gesubsidieerd wordt door de farmaceutische industrie. We worden grotelijks bedonderd.

– Melissa Healy, ‘Does the soda industry manipulate research on sugary drinks’ health effects?’ (Los Angeles Times, 31-10-’16)

  1. 3

    Ondanks alle aanwijzingen voor hechte banden tussen industrie en wetenschap vind ik deze resultaten toch erg schokkend. Niet vanwege de bemoeienis van de industrie, maar vanwege de medewerking van de wetenschappers. Kan me niet voorstellen dat zoveel wetenschappers zich laten omkopen.

    Zijn alle onderzoeken wel vergelijkbaar? Of zitten er ook flutonderzoekjes van de marketing-afdelingen tussen?

  2. 4

    Kijk, het kan wel schokkend zijn, openbarend wellicht, maar nieuw is het allerminst. Ook op Sargasso is daar ruim aandacht aan besteed indertijd (2011, zie hier en hier). Iets andere insteek maar hetzelfde probleem, dezelfde lobby.

    Probleem bij dit probleem is dat suiker verslavend werkt.
    Vanaf de babytijd.

  3. 5

    @3: Zoals Hulspas het beschrijft, krijgen de wetenschappers nu juist de kans om zich niet omgekocht te voelen. Niemand stelt hen waarschijnlijk kritische vragen. De PR-machine van de industrie zorgt er ongetwijfeld voor dat ze zich gerustgesteld voelen en dat ze geloven dat het er nog wel mee door kan wat ze doen. Dat is de sluwheid die in deze aanpak zit meegebakken. Op microschaal lijkt het allemaal nog wel in orde. Pas als je het op grote schaal en van enige afstand bekijkt, zie je duidelijk wat er mis is.

  4. 6

    @3: “zitten er ook flutonderzoekjes van de marketing-afdelingen tussen??
    Die halen gemeenlijk geen biomedische vakbladen. De onderzoekers haalden de onderzoeken uit de Pubmed-database (afijn lees de samenvatting van de methoden maar na in de link van #1).

  5. 7

    Je kan mij niet wijs maken dat hier wereldwijd in 15 jaar maar 26 onderzoeken naar gedaan zijn en dat de suikerindustrie wereldwijd invloed heeft op de wetenschap. Dat te veel suiker niet gezond is, is algemeen bekend en wordt door vrijwel elke overheid en gezondheidsorganisatie erkend en uitgedragen. Die baseren dat ook niet op gebakken lucht.

  6. 8

    @7: “Je kan mij niet wijs maken dat hier wereldwijd in 15 jaar maar 26 onderzoeken naar gedaan zijn”

    Ook jou raad ik aan even op het linkje in #1 te klikken (en het verhaal van #0 wat beter te lezen).

  7. 9

    De gretigheid waarmee de voedingsindustrie zich vestigt bij de universiteiten belooft weinig goeds. De mate van samenwerking tussen universiteit en bedrijf lijkt zich te intensiveren