Hulspas weet het | De gezonde wilde

COLUMN - Antropologie is een fascinerende wetenschap. Niet vanwege enig opmerkelijk resultaat maar vanwege de opmerkelijke uitgangspunten waarmee de antropologen ooit op reis gingen. Nou ja, op reis… de eerste antropologen bleven liever thuis. Ze waren vooral geïnteresseerd in de reconstructie van de menselijke evolutie (lees: waarom zijn zijn wij blanken toch zo verdomde superieur?) en hoefden daarvoor niet meer te weten dan de afmetingen van diverse schedels. Daarvoor hoefden ze zelf niet op pad. Sterker, netjes meten deed je in het lab en dus lieten ze die schedels gewoon verzamelen en opsturen. Het resultaat: kasten vol met schedels die de huidige bezoekers beschuldigend aankijken.

Daarnaast worstelden andere antropologen met een andere prangende vraag: hoe leefde de mens in vroeger tijden? (Lees: waarom zijn wij blanken toch zo verdomde hoog ontwikkeld?) Dit keer trokken ze er wél zelf op uit, in de veronderstelling dat ‘primitieve volken’ lieten zien hoe wij allemaal vroeger ons kostje bij elkaar scharrelden.

Een wankele hypothese, want veel van die ‘primitieve volken’ waren ooit simpelweg door anderen gedwongen om zich in marginale gebieden op te houden, en antropologen moesten vaak constateren dat die volken via-via wel degelijk invloed hadden ondergaan van de moderne beschaving. Maar de ‘oermythe’ was en bleef sterk, en heeft toch interessante gevolgen gehad.

In Frankrijk werd de antropologie door Levy-Strauss en consorten verheven tot een theoretisch fundament onder de geesteswetenschappen (zoals de wiskunde dat is voor de natuurwetenschappen). Abstracte onderzoeksmethoden uit de antropologie zouden gebruikt kunnen worden om onze westerse wereld te onderzoeken, en zo onze eigen westerse vooroordelen te ontmaskeren. U herinnert zich vast nog wel hoe wetenschappers bestudeerd werden als betrof het een vreemde stam, en hoe de overspannen claims van de wetenschap onverbiddelijk ontmaskerd werden. Wat waarheid was, dat werd, zo zagen ze, gewoon bepaald door de alfa male met de meeste publicaties.

Inmiddels lijkt zich een nieuwe vorm van antropologie te hebben ontwikkeld. Een waarbij de vreemde cultuur niet als object van onderzoek wordt beschouwd, maar als lichtend voorbeeld. Die trend dateert (hoe kan het anders) van na de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk werden ‘natuurvolken’ daarbij afgeschilderd als heerlijk relaxte, spirituele gemeenschappen, bij uitstek geschikt om eventjes aan te schuiven en op adem te komen van het jachtige moderne leven. (De naam Laurens van der Post dringt zich op.) Tegenwoordig (zeg maar, sinds de opkomst van de sportschool en superfood) horen we regelmatig dat ‘natuurvolken’ ook veel gezonder leven (en zijn) dan wij verdorven westerlingen.

En ziet, antropologen zijn niet meer op zoek naar de kleinste schedel, of de meest armoedig levende stam, maar naar de meest gezonde, om deze aan ons te kunnen tonen. Menig volk heeft wat dat betreft al even op een voetstukje mogen staan. Afgelopen week was het de beurt aan de Boliviaanse Amazonestam de Tsimane. Aangezet door een artikel in The Lancet werd dit hoopje mensen ineens gepromoveerd tot wereldnieuws.

De leden van deze 16.000 mensen tellende stam, zo hebben onderzoekers vastgesteld, hebben totaal geen last van stug wordende, of dichtslibbende bloedvaten. (Daarvoor moesten enkele honderden Tsimane per jeep naar een kliniek worden vervoerd, alwaar ze na afloop van de bodyscan beloond werden met spiegeltjes en kraaltjes. Echt waar.) Een Tsimane-op-leeftijd, zo bleek en zo wisten vele media elkaar na te vertellen, heeft aderen die te vergelijken zijn met die van een dertig jaar jongere Westerse puber.

Het verschil zit uiteraard in hun gezondere leefwijze. Tsimane werken hard en ze eten heel gezond, dat wil zeggen weinig vet en weinig suiker. Ze eten überhaupt weinig. En het zijn ook geen rokers of drinkers, althans niet in die mate die men elders aantreft. De Tsimane zijn, kortom, straatarm. En armoede, hard werken en weinig eten, daar blijf je gezond bij. Dat wist uw grootmoeder al. Maar tegenwoordig hebben we goeroes en antropologen om ons daar aan te herinneren. De moderne antropoloog brengt ons de natuurmens en zegt: ziet, u bent dik en lui en ziek.

En deemoedig buigen wij ons hoofd. Wetende dat de tijd dat wij onbeschaamd mochten genieten van onze macht en welvaart, definitief voorbij is.

  1. 1

    “Aanvankelijk werden ‘natuurvolken’ daarbij afgeschilderd als heerlijk relaxte, spirituele gemeenschappen, bij uitstek geschikt om eventjes aan te schuiven en op adem te komen van het jachtige moderne leven.”
    Een heel klein beetje empirisch bewijs bestaat er ook wel voor die theorie. Jager-verzamelaars zijn/waren gemiddeld 2-3 uur/dag minder bezig met hun kostje bij elkaar scharrelen dan landbouwers en industriële mensen.

  2. 2

    En dat dankzij de koe, het paard en goede oogsten.
    Had je tijd om na te denken.
    De gemiddelde leeftijd op Nieuw Guinea is gestegen sinds men daar stalen bijlen en messen hebben gekregen.
    Of ze gezonder zijn, tja wat is gezond, wij hebben de grootste dichtheid aan psychiaters per persoon.
    Voor de liefhebbers:

    http://jeffshea.org/category/tribal_people/

  3. 3

    @2: “Tijd om na te denken” was eeuwenlang een voorrecht van een kleine groep.

    Ik denk wel dat technische vernieuwingen van groot belang zijn geweest voor de voedselvoorziening.
    Dat begon al met het drieslagstelsel (hierdoor bleef akkerland minder lang braak liggen) en het juk (daardoor kon een paard harder trekken).

  4. 5

    En armoede, hard werken en weinig eten, daar blijf je gezond bij. Dat wist uw grootmoeder al. Maar tegenwoordig hebben we goeroes en antropologen om ons daar aan te herinneren. De moderne antropoloog brengt ons de natuurmens en zegt: ziet, u bent dik en lui en ziek.

    Waarom irriteert die Hulspas mij nou zo vaak?

    Bovenstaand zinnetje maakt het duidelijk: insinuatie maar net niet zeggen wat hij eigenlijk wil. Omdat dat expliciet maken van dat vermoeden onwetenschappelijk is of iets dergelijks.

    Nou, mijnheer Hulspas, als u toch columnist wil zijn, dan kunt u zeggen wat u wilt. Klets maar raak, waarheden en onwaarheden door elkaar.

    De beste column gaat helemaal los met ongerelateerde feiten en feitjes om dan tot een volstrekt daar los van staande conclusie te komen. Dat is het genre, dat is de techniek. Jan Mulder en Piet Grijs konden daar in hun tijd wat van. Toen ging het nog ergens over. Toen was cryptische filosofie nog heel gewoon.

    Op basis van bovenstaande zinnetje wilt u eigenlijk zeggen: <>

    Armoede is gezond en daarom zijn wij rijk.
    Met Trump als exponent.
    Trump heeft gelijk omdat armoede goed is.
    Wij armoedig maar gezond en hij rijk maar (geestes)ziek.

    Zeg dat dan meneer Hulspas. Armoede heeft een reden en u bent zijn columnist. Dat is beter dan zijn filosoof.

    Zeg gewoon waar het op staat, daar zijn columns voor.

  5. 6

    Dit is natuurlijk onzin. Die Tsimane-op-leeftijd zijn zo gezond omdat ze deel uitmaken van een club waarbinnen de helft van de zuigelingen al is overleden voordat ze van de borst af zijn en daarna nog eens de helft van de kids is overleden voordat ze zichzelf kunnen voortplanten. Die ouderen zijn, met andere woorden, de gezondsten uit de hele populatie, de rest is er al veel eerder uitgewied.

  6. 7

    Ach, ja. Hulspas en Plasterk zijn niet meer te verkassen van ThePostOnline naar Sargasso. Zonder beledigend te willen zijn … iets met Rousseau …
    /artikel pas gelezen na A Touch of Arduenn.