Hulspas weet het | En de bij, zij zoemde voort

COLUMN - Weet u het nog? Of bent u het al vergeten? Het was nog maar tien jaar geleden. De wereld verging. We zouden verhongeren, we zouden zonder appelen, peren, en nog veel meer komen te zitten door ‘de grote bijensterfte’. Alarmerende aantallen bijenvolken slaagden er niet in de winter te overleven. En dat wereldwijd! Wat was er aan de hand? Imkers én fruittelers hingen aan de noodklok. Milieuactivisten deden hetzelfde. Het Einde was nabij. Dat was dus tien jaar geleden. Daarna heeft u er waarschijnlijk nooit meer iets meer over gehoord. Er zijn nog steeds appelen en peren. U kunt rustig gaan slapen. Maar wat was er nou aan de hand?

Elke winter sterven er bijenvolken, door allerlei oorzaken. Soms hadden ze toch te weinig voedsel opgeslagen, of werd een schimmel (nosema) of parasiet (de varroamijt) het volk fataal. En eenmaal verzwakt kon je midden in de winter overvallen worden door je fittere buren, die er met je voedsel vandoor gingen. Een verlies van 20 procent was normaal, en daar werd vanouds ook nauwelijks aandacht aan besteed. Shit happens. Maar een aantal jaren achtereen ging het mis. De sterfte steeg naar dertig, veertig procent. Imkers raakten bezorgd.

Deskundigen gingen scherper kijken. Een deel daarvan (ik denk bijvoorbeeld aan Tjeerd Blanquière in Wageningen) weigerde te geloven dat er iets nieuws aan de hand was en bleef een oplossing zoeken in oude gevaren.

Ze suggereerden daarmee dat imkers hun volken minder goed verzorgden, of ze uitputten. Met name in de VS wordt elke zomer veel gesjouwd met bijenkasten, van boomgaard naar boomgaard. Dat was natuurlijk tegen het zere been.

De milieubeweging kwam de imkers te hulp door een nieuwe boosdoener aan te wijzen: insecticiden. En dan vooral de zeer effectieve neonicotinoïden. Ondertussen was er een mooie, alarmerende afkorting voor de ramp bedacht: colony collapse disorder: ccd. En zoals dat zo vaak gaat: de kale omschrijving werd omarmd als was het een antwoord. CCD werd de naam voor een nieuwe, geheimzinnige ziekte.

Ccd piekte zo omstreeks 2007/2008, en is sindsdien weggezakt. Nu zit de sterfte al een paar winters achter elkaar op een aanvaardbaar niveau. Iemkers rapporteren nog wel gevallen van ccd, maar deskundigen, inmiddels heel alert, zien nog maar zelden een sterftegeval waar ze geen redelijke verklaring voor kunnen geven. Alle heisa leidde tot een verbod op (enkele) neonicotinoïden, maar dat is pas sinds een paar jaar en de sterfte was toen al dalende.

Hebben de weigeraars daarmee gelijk gekregen en ging het om een combinatie van bekende oorzaken? Maar waar kwam de piek dan vandaan? En is dat ook de verklaring voor de (zeldzame) raadselachtige gevallen? Niemand die het weet. Maar de paniek is voorbij. En drie gevolgen zijn overduidelijk: de zorg voor de honingbij is sterk verbeterd. Onze kennis van de honingbij (en ervaring met het onderzoeken van volken) is sterk toegenomen. We weten nu dat een bijenvolk een ongelofelijk complex ding is. En het publiek bewustzijn over de rol van honingbijen is sterk vergroot. Iedereen weet nu dat de honingbij belangrijk is en het zwaar heeft. Dat kan geen kwaad.

Voor de goede orde: mochten ze toch verdwijnen, hoeft dat geen ramp te zijn. Andere, wilde insecten nemen die bestuiversrol graag over. Het probleem is wél dat ze minder te manipuleren zijn en dat we dan ook beter voor ze moeten zorgen, willen we stabiele fruitoogsten bereiken. Daarom voorlopig de makkelijke weg. Sjouwen met die suffe honingbijen.

  1. 3

    “CCD werd de naam voor een nieuwe, geheimzinnige ziekte.”

    Een disorder is, net als een symptoom of een syndroom, geen ziekte. Nepwetenschapper. Het is een resultaat, een effect van een ‘ziekte’.

  2. 5

    Hoe dan ook, je mag mij in het anti-neonicotinoïden-kamp neerzetten. Bayer heeft dat spul veel te snel door de burelen gelobbyd en waar niet of onvoldoende op is gelet, is dat de bijen door dat spul gedesoriënteerd raken. Daardoor dansen ze uit de maat en kunnen ze het nest niet meer vinden.
    En zoals we weten is de levensverwachting van een dakloze aanzienlijk geringer.

    Een ander bijenweetje betreft de honing. De bloemenkeus is bepalend voor de smaak van de honing. De massale aanplant van koolzaad t.b.v. biobrandstof heeft echter als gevolg dat de honing in die gebieden bitterder wordt. De vooruitgang heeft vele keerzijdes…

  3. 7

    @5: ” De massale aanplant van koolzaad t.b.v. biobrandstof heeft echter als gevolg dat de honing in die gebieden bitterder wordt.”
    Bij mijn weten is koolzaadhoning juist mierzoet ipv bitter. De eerste potjes smaken lekker, maar na een tijdje begint hij naar zeep te smaken. Tiens …. zeep smaakt nu ook weer niet bepaald zoet.