Hulspas weet het | Toen presidenten nog wijs waren

COLUMN - Iedereen wist dat de Amerikanen de eersten zouden zijn. Twee jaar eerder hadden zowel Rusland als de VS bekendgemaakt dat ze werkten aan een kunstmatige aardsatelliet, die gelanceerd zouden worden tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar, 1957/58. Een jaar dat in het teken stond van de internationale wetenschappelijke samenwerking. Niemand wist waar de Russen mee bezig waren, maar in Amerikaanse boekwinkels kon je ruim voordien al boekjes kopen over de komende lancering van de Vanguard, de eerste Amerikaanse satelliet. Dat zou de start worden van de Space Age, met ruimteschepen naar de maan, mannen op Mars, kortom, alle science fiction zou daarna werkelijkheid worden. En made in America.

Maar wat óók bijna niemand wist, was dat het Amerikaanse satellietprogramma ernstige vertraging had opgelopen. De draagraket bezorgde iedereen hoofdpijn. De eerste trap was niet sterk genoeg, de tweede bevatte ontwerpfouten en de derde was gewoon te zwaar. Het zou op z’n vroegst ergens in 1958 worden. Maar niet getreurd. Het ‘jaar’ zou tot eind 1958 duren en de Russen waren in geen velden of wegen te bekennen. Tot op 4 oktober 1957 (nu op een weekje na zestig jaar geleden) persbureau TASS bekendmaakte dat een satelliet genaamd Spoetnik rondjes om de aarde draaide. En voor ongelovigen in het Westen: de satelliet bevatte een zender en was op de radio te horen.

De klap was immens. Beroemd is het verhaal dat de Russische ambassade, waar op dat moment een borrel werd gegeven voor een select gezelschap van wetenschappers, bestormd werd door journalisten, waarop de ambassadeur besloot om de deuren (de meest gesloten deuren van de VS) wijd open te zetten. De wodka vloeide rijkelijk. Felicitaties alom. Er kwam een radio op tafel. Bliep, bliep… ‘Dat is zijn stem,’ zei een Russische wetenschapper die stiekem bij het project betrokken was. Met betraande ogen. En er was nóg meer wodka.

Het nieuws bereikte Huntsville, Alabama, tijdens een andere borrel. Aanwezig waren hoge militairen, een stel bobo’s van het Army Ballistic Missile Agency, verantwoordelijk voor Vanguard, en het team van Werner von Braun, de Duitse oorlogsmisdadiger die nu voor het leger raketten bouwde. Von Braun had jarenlang geroepen dat zijn team veel beter was dan ambtelijke het ABMA. Dat niet zij maar híj de eerste satelliet moest bouwen. Maar president Eisenhower had hem verscheidene malen de knip op de neus gegeven. Het leger was al machtig genoeg. En nu hadden de Russen ABMA ingehaald. Von Braun was wanhopig, woedend, ratelde tegen iedereen die wilde luisteren – maar hij ook opgelucht. De Space Age was een space race geworden. Ook al was hij niet de eerste geweest, zijn toekomst was verzekerd.

En Eisenhower zelf? Die hoorde het nieuws in Gettysburg, Pennsylvania, waar hij was voor overleg. Er waren racistische rellen uitgebroken in Little Rock, Arkansas, nadat de gouverneurs geweigerd had een einde te maken aan gescheiden scholen voor zwarten en blanken. De (blanke) National Guard van de staat was duidelijk niet in staat effectief op te treden, en moest volgens de president onder federaal gezag komen. Eisenhower hoorde van de lancering en diezelfde avond liet hij de pers via een woordvoerder weten dat de lancering geen verrassing was, en: ‘We hebben ons ruimteprogramma nooit beschouwd als een race met de Russen.’

De volgende dagen stonden de kranten wereldwijd vol met beschouwingen over de onvermijdelijke race, en over wat een land allemaal niet zou kunnen doen wanneer het straffeloos over een ander land kon vliegen. Maar Eisenhower weigerde die term race te gebruiken – totdat het hele Amerikaanse raketprogramma gereorganiseerd was, en Von Braun alle geld en tijd kreeg om de Russen in te halen. Pas toen alles op orde was, durfde de oude generaal te zeggen dat er een race gaande was. En dat Amerika zou winnen, uiteraard.

Het gepiep was na een paar dagen voorbij. De batterij was op. En Spoetnik zelf verbrande na drie maanden in de atmosfeer. Maar die simpele ijzeren bol met zijn lange antennes transformeerde de Amerikaanse psyche. Plotseling realiseerde men zich dat Rusland geen slechte kopie was van het Westen, maar in staat was dat Westen in te halen. Een golf van kritiek barstte er los, op ABMA, op het Amerikaanse onderwijs (veel te weinig bètavakken!), op de normloze samenleving, op de Amerikaanse defensie. Drie jaar later veroverde John F. Kennedy het presidentschap door Richard Nixon (Eisenhowers vicepresident) te verslaan met nepnieuws over een missile gap tussen beide grootmachten. Eigenlijk hield alleen Eisenhower het hoofd koel.

En nu, zestig jaar later, zien de Amerikanen opnieuw raketten op zich afstormen vanuit een natie die je onmogelijk voor vol kunt aanzien. Maar verder is alles anders. Een antwoord of een ‘race’ zijn onmogelijk. De VS beschikken al over raketten, maar kunnen ze niet lanceren. Van paniek is dit keer in de VS totaal geen sprake. Het enige onrustbarende is de reactie van de Amerikaanse president, die alleen maar méér lanceringen lijkt te willen zien. Maar die president is dan ook geen doorgewinterde oud-generaal, maar tv-persoonlijkheid Donald Trump. Alles is anders – maar nog wel het meest de plaats waar Amerika zijn presidenten vandaan haalt.

Eisenhower stond in de Tweede Wereldoorlog bekend om zijn methodische aanpak, gebaseerd op de wetenschap dat een overwinning overwicht vergde, en overwicht tijd. Trump doet wat Eisenhower nooit zou hebben gedaan: olie gooien op twee vuren tegelijk. In de Verenigde Naties liet hij zich vrijuit gaan over atoommacht Iran én over Noord-Korea. Gelukkig voor de Iraniërs, en de rest van het Midden-Oosten, kan de VS zich maar één atoomcrises tegelijkertijd permitteren. De tijd dat de VS een wereldoorlog op twéé fronten tegelijk kon voeren, en winnen, ligt geen zestig maar ruim zeventig jaar achter ons.

Reacties zijn uitgeschakeld