Hulspas weet het | Alzheimer: wachten op nieuwe breinen

COLUMN - Krasse knarren, heten ze. (Met dank aan Koot en Bie.) Van die oudjes die tot op heel hoge leeftijd nog bij de pinken zijn. Prima brein, denk je dan. Niks mis daarboven. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Een recente Amerikaanse studie (van Rezvanian et.al.) laat zien dat dergelijke hersenen afgeladen kunnen zijn met de vettige ‘plaques’ waarvan een patholoog onmiddellijk zou zeggen: Alzheimer, en flink ook! Maar aan de eigenaar van dat plakkende brein valt dan dus niks te merken.

De onderzoekers bekeken het brein van acht 90-plussers die nog opmerkelijk goed scoorden op cognitieve tests, vergelijkbaar met de resultaten tussen de 50 en de 60 jaar. Daarvan zijn er niet veel. En bij een aantal van hen was er inderdaad (zoals je zou verwachten) sprake van weinig tot geen plaques en eiwitdraden, twee zaken die vaak optreden op hoge leeftijd en altijd geassocieerd worden met Alzheimer. Maar zijn zij ook de oorzaak? Onder die acht excellente bejaarde breinen waren er namelijk ook een paar die juist fikse hoeveelheden van dergelijke vervuiling in het brein hadden – maar aan hun cognitieve vermogens viel dus niks te merken. Blijkbaar zegt dat soort aanslag niet alles over Alzheimer. Of helemaal niks. Kortom, laat de discussie maar beginnen. Of beter: opnieuw beginnen en waarschijnlijk weer verdwijnen. Want deze resultaten zijn allesbehalve nieuw.

Plaques veroorzaken Alzheimer. Dat is de richting waarin het Alzheimeronderzoek zich al minstens twintig jaar beweegt. Een mooie richting, want met uitzicht op genezing. Het eerste farmabedrijf dat een effectief middel tegen die plaques op de markt brengt, is de winnaar en haalt honderden miljoenen binnen. Die hoopvolle verwachting heeft ervoor gezorgd dat er weinig ruimte is voor twijfel aan dit model. Want als dít niet klopt, staat iedereen weer met lege handen.

Maar er is ondertussen alle reden voor twijfel. Zo is het verband tussen de hoeveelheid plaques in het brein en de mate waarin cognitieve vaardigheden zijn teruggelopen, allesbehalve duidelijk. Veel of weinig, je kunt op basis daarvan niet voorspellen hoe het met de cognitieve functies gesteld is. Dat weten we allang, en bovenstaande studie gooit er nog een schepje bovenop.

Onderzoekers die het standaardmodel aanhangen, wijzen er op dat er naast plaques allerlei variabelen een rol kunnen spelen (denk aan de genen), maar dat im grossen ganzen plaques en Alzheimer gelijk op gaan. Maar veel studies, zoal bovengenoemde, maken zelfs dat ruwe, globale verband twijfelachtig. Misschien is er wel géén verband. Misschien heeft het ouder wordende brein gewoon last van aanslag én last van cognitieve aftakeling. Elk in zijn eigen tempo. En met zo’n correlatie denk je al snel dat er een causaal verband zal bestaan. En ga je op zoek naar plaque-oplossende medicijnen. Maar de kans bestaat dus dat die helemaal niks uit zullen halen. Of wellicht een beetje?

Gaat dat uitsluitsel geven? Moeten we wachten tot dat medicijn er is? Weten we dan of de wetenschap op het verkeerde paard heeft gewed? Dat kan ten eerste lang duren. En daarbij komt dat de experimentele resultaten waarschijnlijk niet compleet negatief uit zullen vallen. Althans, de fabrikant zal er alles aan doen om dat te verhinderen. Dan hobbelt het Alzheimeronderzoek dus nog veel langer in doodlopende richting.

Eén ding is zeker: de huidige generatie onderzoekers zal geen draai meer maken. Hun carrières zijn immers gegrondvest op de plaque-hypothese. In een recent artikel in Acta Neuropathologica roepen Gary Morris en zijn co-auteurs daarom toekomstige generaties onderzoekers op om het lab te verlaten en alle theorie opnieuw kritisch te bekijken: ‘

We conclude by suggesting the students, post-docs and young faculty who will determine the course of AD research in the next decade, must spend time reading this literature extensively, and thinking deeply, and thus become the next generation of leaders that, at the expense of time away from the lab bench, determine the best pathway forward.

De huidige generatie hoeft dus niet op een Alzheimer-geneesmiddel te rekenen. Wellicht dat de volgende generatie dat wél kan. Tenzij, uiteraard, er spoedig een anti-plaque-medicijn gevonden wordt, dat nog effectief is ook én inderdaad een einde maakt aan de Ziekte van Alzheimer. Dan waren die krasse knarren gewoon… ja: gek.

  1. 1

    Er was laatst ook een onderzoek dat een verband tussen veranderende expressie van bepaalde genen en Alzheimers suggereerde (http://dx.doi.org/10.1016/j.jalz.2016.09.003). Dat laat ook de nodige vragen open, natuurlijk. En er is natuurlijk ook nog de bevinding dat Alzheimers bevorderd lijkt te worden door hersenbeschadiging. Ik hoop maar dat de belangen van de onderzoekers niet dermate vastgenageld zijn dat ze niet meer kritisch tegenover de ‘plaque’-theorieën staan.