Huishoudens zijn de zieke deelnemers van de economie

Het voordeel van de hypotheekafrenteaftrek is voor de meeste huizenbezitters nihil, stelt econoom Jaap van Duijn in zijn nieuwe boek De Schuldenberg. Gastredacteur Jan BL bespreekt zijn boek en is er enthousiast over.

Econoom Jaap van Duijn stelde twee jaar geleden al vast dat de hypotheekrente aftrek een slechte  regeling is: “Dat was ooit bedoeld om het huizenbezit te stimuleren,” zei hij toen bij Eén vandaag. “Naast dat we schuldennatie nummer één zijn geworden, zijn daardoor huizen onbetaalbaar geworden. Pervers is dat die regeling bovendien één grote overheveling van inkomens is van mensen in de Schilderswijk in Den Haag naar miljonairs in Aerdenhout en ik snap ook niet dat de PvdA daar een voorstander van is…”

In zijn recente boek “De Schuldenberg” spitst hij deze kritiek nog eens ongenadig toe: de hypotheekrenteaftrekfaciliteit veroorzaakte volgens hem dat de Nederlandse huishoudens grote schulden op zich hebben genomen en de huizenprijzen zijn opgeblazen. Behalve de enkele gelukkige die zijn huis nog op tijd kon verkopen profiteren hiervan alleen de makelaars, hypotheekadviseurs, notarissen, banken, projectontwikkelaars en gemeenten en andere grondeigenaren.

Het voordeel van de hypotheekrenteaftrek voor de koper van een woonhuis is nihil, zegt Van Duijn, en voor wie nog een huis wil kopen betekent deze faciliteit dat hij een te duur huis moet kopen. Nederland is het land met de hoogste verhouding tussen hypotheekschuld en netto besteedbaar inkomen en de Nederlandse gezinsschulden zijn in totaal daardoor wel twee keer zo hoog als de overheidsschulden. De huishoudens zullen het nog hard voor de kop krijgen. Door toekomstige rentestijgingen en bevolkingskrimp zullen de prijzen van de huizen onherroepelijk dalen en zullen de Nederlandse huishoudens hun “overwaarde” zien verdampen en niet alleen met teveel leningen maar echt met in het rood te schrijven schulden achterblijven.

Niet iedereen is het met Van Duijn eens, maar er is naar nu steeds duidelijker wordt, geen speld tussen te krijgen. In “De Schuldenberg” zijn de Nederlandse huishoudens dan ook de ziekste deelnemers in de economie. Er is vooralsnog ook geen verbetering te verwachten. Medio 2008 begon de huizenmarkt te stagneren en de koersval van aandelen, eerst van 2000 tot 2003 en nog een keer van 2008 tot nu, heeft de schuldenpositie en de verwachtingen van de huishoudens er niet beter op gemaakt. Dat zet een zware domper op het consumentenvertrouwen en dat belemmert ook de hoognodige groei van onze economie.

Net als voor de huishoudens heeft de Nederlandse belastingwetgeving ook voor het bedrijfsleven een soort vreemdvermogensrenteaftrekfaciliteit: rente en kosten voor vreemd vermogen zijn aftrekbaar en kapitaal inlenen is voordeliger dan de eigen winst in het bedrijf houden. Investeerders hebben goed renderende bedrijven daarom met schulden opgetuigd om er daarna met de eerste winst van die operatie van door te gaan.

Maar de meeste bedrijven hebben na de eeuwwisseling een conservatiever opstelling ingenomen. Er zijn de laatste jaren ook minder spectaculaire en dure overnames gedaan dan we ons van daarvoor herinneren. Het bedrijfsleven heeft in het eerste decennium van de deze eeuw in Nederland weinig groei en een afnemende werkgelegenheid vertoont. Toch hebben ze volgens Van Duijn niet echt bijgedragen aan de stijging van de schuldenlasten. Industriële ondernemingen zijn nog steeds redelijk gezond.

Voor banken en verzekeraars geldt dat niet. Verzekeringsbedrijven en pensioenfondsen liepen grote schade op door de daling van aandelenkoersen en de eurocrisis. Ze beknibbelen op uitkeringen en werkgelegenheid. Het eigen vermogen van banken is al sinds heugenis steeds verder aan het afnemen – zelfs tot 3 %. Banken hebben thans dus dertig keer hun eigen vermogen uitgeleend aan bedrijven en gezinnen. Dat speelt niet alleen in Nederland, maar, vooral door de mondiaal lage rente, bijna overal, en het gaat goed fout: op de bankencrisis van 2008 volgt de economische crisis van 2009 en de eurocrisis van 2010. Het verhaal is bekend.

Wie kan ons nog redden? Last resort is steeds weer de overheid. Recent zijn de overheidsschulden echter enorm toegenomen, vooral ten gevolge van de economische crises. De overheidsinkomsten daalden, de uitgaven stegen door een groter beroep op overheidsvoorzieningen en door pogingen tot stimulerend beleid. Als er nu nog groei in de economie had gezeten was het goed mogelijk geweest een paar procent begrotingstekort of een negatieve betalingsbalans daarmee blijvend te compenseren – maar, zie boven, groei zit er op het moment niet in. De schuldencisis zal nog jaren duren, en de vraag is wie de verliezen gaat nemen als er uiteindelijk afgerekend moet gaan worden.

Voor wie er meer over wil lezen – Jaap van Duijn besteedt er 305 pagina’s aan, en 44 pagina’s noten en appendices, in zijn recent verschenen boek “De schuldenberg” of “Hoe de wereldwijde schuldenlast ons allemaal gaat raken”. De grafiekjes in het boek zijn wat klein en niet goed te lezen, maar de tekst is kristalhelder en alles wordt twee of drie door Van Duijn keer uitgelegd. Het is een geschikt boek voor als je alle columns in het FD of de Telegraaf van Jaap van Duijn gemist hebt, of als je tien jaar incommunicado hebt gezeten en dat wil inhalen.

Bestel De Schuldenberg.

  1. 3

    Hypotheekschuld tov BNP is idioot hoog in Nederland en toch geen wetmatigheid correcties huizenprijzen als in USA, Spanje of Engeland.
    Raar is dat en nog vreemder dat huurders het gelag mogen betalen omdat anderen onverantwoorde risico’s hebben genomen.

  2. 4

    Hoe zit het met het kapitaal dat de babyboomers in hun huizen hebben zitten? Dit kapitaal komt vrij zodra ze overlijden, wat betekent dat hun kinderen een erfdeel in hun eigen woningen kunnen stoppen. In hoeverre is de totale schuld daardoor relatief beheersbaar? Als 3 opeenvolgende generaties ieder 1/3e van de Nederlandse huizenvoorraad financieren, dan schiet het ook goed op. Nu worden we verondersteld om in 1 generatie allemaal ons eigen huis af te betalen, ik vraag me af of dat nodig is.
    Los daarvan is het zinloos als mensen volledig aflossingsvrij wonen, want dan gaat bovenstaande niet op.

  3. 5

    In de moderne economie, (zoals ook gepraktizeert door Rutte-Verhagen-Wilders) leutert men altijd over de (overheids)schulden waarmee men (dit geldt in het bijzonder voor babyboomers) zijn kinderen opzadelt, deze schulden dienen ‘onmiddellijk’ afbetaald te zijn; de lusten die de kinderen genieten doen niet ter zake: het onderwijs, infrastructuur, vrede dankzij EU en collectief bezit (Rembrandts, Vermeers, VanGogh) zijn voortdurend ‘gratis’.

  4. 6

    Hoe zit het met het kapitaal dat de babyboomers in hun huizen hebben zitten? Dit kapitaal komt vrij zodra ze overlijden, wat betekent dat hun kinderen een erfdeel in hun eigen woningen kunnen stoppen. In hoeverre is de totale schuld daardoor relatief beheersbaar?

    Dat werkt voor een individu maar niet voor de jongere generatie als geheel. Het vrijgekomen vermogen aan de kant van de babyboomer, is de betaalde huizenprijs aan de kant van de kinderen.

  5. 7

    Niet alleen dat de huurders hiervoor opdraaien, ze draaien ook op voor het algeheel doorgeschoten consumptiegedrag van de hogere economische klassen.Wat weer werd mogelijk gemaakt door makkelijk vestrekt krediet,waarvoor de lagere inkomens zelf niet in aanmerking kwamen

  6. 8

    Van Duijn’s claim dat “Pervers is dat die regeling bovendien één grote overheveling van inkomens is van mensen in de Schilderswijk in Den Haag naar miljonairs in Aerdenhout ” zie ik overigens graag door hem onderbouwd.

    Als ik het goed heb leven in de Schilderswijk veel mensen op een of andere vorm van subsidie (uitkering, huursubsidie … noem maar op). In Aerdenhout betaalt met gemiddeld 52% inkomstenbelasting. Als ik dan ga plussen en minnen kom ik op een volkomen andere conclusie dan van Duijn…

    Maar ja, zijn populistische uitspraak bekt wel lekker in linkse kringen….

  7. 9

    Die huursubsidie zou niet nodig zijn als woningprijzen, en in het verlengde daarvan huurprijzen, normaal zouden zijn. Dan zou iemand met een laag inkomen in een ‘slechte’ wijk met gemak een huis moeten kunnen huren. Door de hoge huizenprijzen zijn de lasten voor de huisbezitters hoger, waardoor de verhuurprijs ook hoger uitkomt uiteindelijk. Aangezien duidelijk is dat de woningprijzen hoog worden gehouden door de hypotheekrenteaftrek, is het wel zo dat de bewoner van de achterwijk meebetaalt aan zijn eigen hoge huurprijzen. Niet een directe subsidie dus, maar wel door het systeem genaaid worden.

  8. 11

    Uitkering subsidie noemen bekt weer lekker in rechtse kringen,over populisme gesproken.En ik denk dat iedereen wel 52% inkomstenbelasting wil betalen als je zoveel moet betalen verdien je naverhand.

  9. 14

    Ik lees in VN: Deze zomer publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau het rapport Minder voor het midden. De onderzoekers wilden weten welke bevolkingsgroepen het meest profijt trekken van de overheid. Wat blijkt? De rijken profiteren van de hypotheekrenteaftrek en de subsidies aan crèches en symfonieorkesten. De allerarmsten van de huursubsidie en de zorgtoeslag. Meer … Het gaat volgens mij om 11, 3, 2 (samen 16) en 3 en 2 (samen 5) miljard.

  10. 15

    Wie zijn de “rijken” en wie zijn de “(aller)armsten”? Is daar een definitie van?
    Ik kon niets anders vinden dan dat in 2011 Jan Modaal 33.000 per jaar verdient (bruto).

  11. 22

    “de vraag is wie de verliezen gaat nemen als er uiteindelijk afgerekend moet gaan worden”.
    Hoezo is dat een vraag? We weten allemaal, dat de bedrijven en de mensen, die de winsten in hun zakken hebben gestoken, die verliezen netjes aan de hele samenleving door zullen berekenen.

    De huiseigenaren zullen het verlies van een deel van de overwaarde van hun huis ook niet accepteren en de politici gaan iedereen aan dat verlies mee laten betalen, want zij kunnen het zich niet veroorloven niet naar deze stemmers te luisteren. Alle niet huiseigenaren, of mensen, die hun huis niet voor 1980 of niet begin jaren 90 hebben gekocht, zullen aan de compensatie van die selecte groep huiseigenaren (waaronder een aantal babyboomers) mee moeten betalen.