Hoe groot is de ambitie voor Open Access?

ACHTERGROND - Het aantal Open Access-publicaties stijgt fors. Maar om de ambities waar te maken is een andere aanpak nodig, volgens onderzoeker Edwin Horlings.

In november 2013 schreef Sander Dekker, de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, aan de Tweede Kamer: “We hebben de ambitie dat in 2016 zestig procent en in 2024 honderd procent van de Nederlandse publiek gefinancierde wetenschappelijke artikelen Open Access gepubliceerd wordt.” Gaan we dat halen?

In Thomson Reuters’ Web of Science, een van de grote indexen voor wetenschappelijke publicaties, wordt tegenwoordig aangegeven of een publicatie in een Open Access tijdschrift is gepubliceerd. In Open Access tijdschriften stellen wetenschappers hun werk zonder beperkingen beschikbaar aan derden.

Welk deel van de Nederlandse wetenschappelijke output verschijnt inmiddels in Open Access tijdschriften? In 2001-2003 werd gemiddeld één op de honderd publicaties (artikelen, conferentieverslagen, letters, notes en reviews) gepubliceerd in een Open Access tijdschrift. Tien jaar later, in 2011-2013 was dat één op de tien. Dat is nog altijd veel minder dan de beoogde 60 procent. Maar de groei is duidelijk exponentieel.

Wat gebeurt er als we deze groei doortrekken naar de toekomst? Tussen 2001-2003 en 2011-2013 nam het aantal niet-Open Access publicaties jaarlijks toe met 4.9 procent. Het aantal Open Access publicaties steeg met 33.1 procent. Als deze groeicijfers zo blijven, dan wordt de ambitie van de staatssecretaris van zestig procent gehaald in 2024. Pas in 2034 komt het aandeel van Open Access publicaties uit op 95 procent. (In deze berekening wordt de honderd procent nooit bereikt).

Kosten blijven hoog

Vanuit de huidige situatie wordt de ambitie van Sander Dekker dus later bereikt: in 2024 in plaats van in 2016. Maar het groeitempo van Open Access publicaties zal afnemen naarmate het volume groter wordt. Daar komt bij dat de kosten hoog zullen blijven omdat kennisinstellingen nog steeds abonnementen moeten nemen om toegang te houden tot niet-Open Access publicaties.

Een nieuw business model is nodig en daarvoor moeten afspraken worden gemaakt met de grote wetenschappelijke uitgevers. Met Springer is dat al gedaan. Hoe ver komen we met Elsevier, Oxford en Wiley, waarmee nu wordt onderhandeld? Volgens de Web of Science werd in 2010-2012 23 procent van de Nederlands output gepubliceerd door Elsevier, 10 procent door Springer, 3 procent door Oxford en 13 procent door Wiley. Samen zijn ze goed voor 49 procent. Gevoegd bij de 11 procent die in 2012-2014 in Open Access-tijdschriften verscheen, bereiken we zo in ieder geval de eerste ambitie van zestig procent.

Internationaal

Als je nationale cijfers laat zien, wordt altijd ook gevraagd naar een vergelijking met andere landen. Wat blijkt? Nederlandse wetenschappers zijn niet sterker geneigd om in een Open Access tijdschrift te publiceren dan wetenschappers uit andere landen. Nederland presteert als veertiende land in output op het wereldgemiddelde van Open Access (elf procent). De grootste landen, zoals de VS en China, hebben een laag percentage Open Access. Echte uitschieters zijn nieuwe, opkomende wetenschapslanden zoals Brazilië, Mexico, Turkije en Iran.

grafiek-open-access
 
In werkelijkheid zijn we al dichter bij het doel van Sander Dekker dan deze cijfers suggereren. Veel publicaties worden namelijk door auteurs zélf openbaar beschikbaar gemaakt: door ze in universitaire repositories op te slaan en op websites als Arxiv.org, Researchgate of SSRN te delen. Met Google Scholar kun je veel meer wetenschappelijke publicaties vinden dan formeel beschikbaar zouden moeten zijn. Maar die vrije toegankelijkheid is niet vanzelfsprekend: ze is afhankelijk van de bereidwilligheid van de auteur.

Output omvat meer

De ambitie van zestig procent in 2016 is haalbaar als we alleen kijken naar het standaardproduct (een artikel, conferentiepaper, letter, note of review in het Web of Science of Scopus). De Open Access-ambitie uit de Wetenschapsvisie moet uiteindelijk over veel meer gaan, dan de wetenschappelijke output die in het Web of Science is geïndexeerd. De wetenschap produceert namelijk ook boeken die via commerciële uitgevers de wereld in gaan; designs; stadsplannen; juridische adviezen; blogs en allerlei andere producten. Soms zijn deze vrij toegankelijk, soms onvindbaar, dan weer onbereikbaar. Voor volledige Open Access in 2024, ook voor alle andere soorten wetenschappelijke output, is een Europese aanpak nodig.

Edwin Horlings is themacoördinator bij de afdeling Science System Assessment van het Rathenau Instituut. Hij doet onderzoek naar de werking van het wetenschapssysteem.

  1. 1

    Een laatste doodsteek voor de zelfstandige uitgeverij die van overheidswege (nl. vanuit de universiteit) kapot wordt gemaakt. Voor zover die niet al kapot was door overheidspublicatie van vacatures, rechtspraak, wetteksten, overheidsinformatie, nieuws, en wat al niet meer.
    Het betekent naast banenverlies ook een verlies van vrije informatiegaring.

  2. 3

    Edwin, WoS is natuurlijk niet de beste database om de pregressie van OA te berekenen. De OA optie maakt het wel verleidelijk, maar de dekking van OA journals in WoS (ca. 600?) is wel aan de lage kant. Scopus is natuurlijk een stap vooruit, maar echt meten kan je het pas wanneer de universiteiten hun registratie op orde hebben.