Hoe een nieuw digitaal geldsysteem de volgende crisis kan voorkomen

ONDERZOEK - Het lijkt ons economisch voor de wind te gaan, maar volgens experts is het wachten op de volgende bubbel die barst. Is het tijd voor een systeemverandering?

De wereldeconomie maakt gunstige tijden door, maar onder het oppervlak ontstaan grote risico’s, zo waarschuwde het IMF vorige week. Als we niet oppassen zitten we in drie jaar weer in de volgende crisis. Econoom Martijn Jeroen van der Linden (TU Delft) is niet verbaasd. Als we ons huidige systeem niet veranderen, zullen we altijd van crisis naar crisis gaan. Ja, we hebben de touwtjes strakker aangetrokken na de crisis – en zo’n 30.000 pagina’s aan regels opgesteld – maar het onderliggende probleem is daarmee niet verholpen: de instabiliteit van het verdienmodel van banken.

Toen de crisis uitbrak werkte Van der Linden bij de ING. Het viel hem op dat niemand hem daar kon uitleggen wat er op dat moment aan de hand was. Hoe kunnen banken omvallen? Hoe ontstaat financiële instabiliteit? Het motiveerde hem tot zijn promotieonderzoek naar hoe ons monetaire systeem werkt en hoe dit beter kan worden ingericht. Zijn oplossing: een nieuw digitaal cashsysteem in publiek beheer.

Wat is de rol van banken en waarom is ons systeem per defintie instabiel?

Of je 50 euro nou als briefje in je hand hebt of dat op je bankrekening hebt staan, maakt voor de waarde niet uit. Toch is er een groot verschil: het eerste is een object, het is jouw bezit, het tweede is slechts een claim. Het geld op je spaarrekening bezit je niet, maar je rekent op de belofte van de bank om die claim één op één om te wisselen voor cash. Als iedereen ineens massaal zijn geld zou willen opnemen, zou dat onmogelijk zijn. Van der Linden: “Veel mensen denken dat banken geld uitlenen van spaarders. Dat de bank dus uitleent wat hij heeft. Vrijwel niemand weet dat banken ook geld scheppen.” Sterker nog, 95% van het geld komt niet van de overheid over de ECB maar van commerciële banken.

De regels hoeveel kapitaal een bank moet aanhouden zijn sinds de crisis weliswaar aangescherpt, maar dat neemt niet weg dat ons hele systeem is gebaseerd op een belofte die eigenlijk niet waar te maken is. Dat maakt ons systeem per definitie instabiel. Volgens Hyman Minky, één van de economen die de afgelopen crisis voorspelde, is financiële instabiliteit inherent aan kapitalistische systemen. Systeemcrises zullen blijven terugkeren.

Het is de vraag hoe afhankelijk we ons zelf willen maken van – instabiele – commerciële banken. Een veelgehoorde uitspraak na de crisis is dat banken ‘too big to fail’ zijn geworden. Van der Linden: “We zijn zo afhankelijk geworden van (private) banken, dat we ze wel moeten redden wanneer er iets gebeurt, anders stort ons systeem in elkaar.” Banken fungeren niet slechts als intermediair, maar hebben ook belangrijke monetaire functies: ze scheppen geld, bepalen wie geld krijgt en beheren de betaalinfrastructuur. Ze hebben daarmee grote invloed op de economie.

Hoe kan een digitaal geldsysteem in publiek beheer uitkomst bieden?

Hoe je het ook wendt of keert: we zullen over moeten op een ander financieel systeem, stelt Van der Linden. Op z’n best zal dat een geleidelijke overgang zijn, op z’n slechtst worden we daartoe gedwongen doordat het huidige systeem crasht. Sinds de crisis is er veel onderzoek gedaan naar hoe een nieuw, stabieler systeem eruit zou kunnen zien. De meeste van die voorstellen schieten volgens Van der Linden nog steeds tekort. Ze blijven binnen het “banking paradigma” en houden geen rekening met digitale technologieën (zoals blockchain en smart contracts).

Van der Linden werkt in zijn promotieonderzoek uit hoe een nieuw monetair systeem in het digtale tijdperk eruit zou kunnen zien. Hij pleit voor een ‘digitaal cash systeem’, in publiek beheer. Anders dan je digitale geld in het huidige systeem, is dit geld geen claim maar een (digitaal) ‘object’. Je bezit iets digitaals dat op jouw naam staat en niet kan omvallen. Zo kan je veilig en stabiel sparen, en bepaal je zelf of en waarin jouw geld wordt geïnvesteerd. Natuurlijk moet er wel iemand zijn die dit geld beheert. Het voorstel hiervoor is een ‘monetaire autoriteit’. Een soort vierde macht, die handelt volgens protocol en in publiek belang. Commerciële banken blijven bestaan, maar verliezen hun sleutelpositie. Bovendien worden ze echt geprivatiseerd, ze krijgen geen overheidssteun meer.

Nieuw economisch denken

De invoering van een nieuw geldsysteem is een politiek en maatschappelijk vraagstuk, en geen gemakkelijke opgave. Het vraagt om een nieuwe mindset, waarbij we buiten de bestaande economische orde moeten denken. En mogelijke risico’s die een nieuw systeem met zich meebrengt zijn moeilijk te voorspellen. Om te weten of dit zou werken moeten we op grote schaal gaan experimenteren volgens Van der Linden. In Nederland, of zelfs in heel Europa. Maar wel met kleine hoeveelheden geld. De eerste tekenen van een nieuw digitaal systeem in publiek beheer zijn in zicht, de Tweede Kamer debatteerde erover, de WRR onderzoekt de mogelijkheden en ook banken zelf doen onderzoek naar alternatieve systemen. We moeten groots durven denken. Een van de lessen die Van der Linden trekt uit zijn proefschrift is de grote rol van ideeën in economie. “De beste economen waren geen puur economische wetenschappers, maar hielden zich bezig met politiek en maatschappij.”

Naast zijn werk als academicus is Martijn van der Linden bestuurslid bij burgerinitiatief ‘Ons Geld’, een stichting die druk uitoefent op de politiek om geldcreatie onder publiek beheer te plaatsen. Op hun website leggen ze duidelijk uit wat er mis is met het huidige systeem en wat hun alternatieven zijn.

Dit artikel van Nienke de Haan verscheen eerder op Studium Generale Utrecht.

  1. 1

    Dit is een ingewikkeld onderwerp waar helaas nogal wat misvattingen over rondgaan.

    Je moet, volgens mij, een onderscheid maken tussen de betaalinfrastructuur en het geldscheppingssysteem. Vroeger hadden we eigenlijk niet echt een infrastructuur voor onze betalingen. Als geld werden fysieke objecten gebruikt (munten en bankbiljetten), en een transactie kwam neer op het uitwisselen van die objecten. Natuurlijk waren er banken die dit proces makkelijker maakten, door de fysieke objecten voor hun klanten te bewaren, maar dat waren ondersteunende diensten, die eigenlijk niet noodzakelijk waren voor betalingen. Een bank kon rustig failliet gaan; dat was weliswaar uitermate vervelend voor de klanten van die bank, maar had geen negatieve gevolgen voor de betaalinfrastructuur.

    Tegenwoordig hebben we een hele complexe digitale infrastructuur voor onze betalingen. Fysieke objecten worden nauwelijks meer gebruikt om betalingen mee te verrichten. En de eigenaars van die digitale infrastructuur zijn de banken. Dat betekent, dat het nu wel degelijk heel vervelend is als een bank failliet gaat, want dat betekent nu dat een deel van de betaalinfrastructuur verdwijnt.

    Er valt best wat te zeggen voor het idee om die betaalinfrastructuur weer onder controle van de overheid te brengen. Maar dat idee heeft op zichzelf niets te maken met geldschepping. Betaalinfrastructuur gaat niet over hoe geld gemaakt wordt, maar over hoe het gebruikt wordt voor betalingen nadat het gemaakt is. De stichting Ons Geld (met o.a. de bekende 9/11 truther George van Hout) ken ik vooral als een stichting die zich juist met die geldschepping bezighoud, en daar nogal dubieuze ideeen over heeft. Er zijn een paar hele goede redenen waarom je geldschepping juist wel bij private banken wilt neerleggen.

  2. 2

    Een docent aan de NHL heeft het in de jaren ’90 aan hele klassen uitgelegd.
    Vroeger leenden banken in noodgevallen geld bij verzekeraars. Die zijn gefuseerd met diezelfde banken, die al de reserves van de verzekeraars hebben uitgeleend.
    De huizenbubbel werd gefinancierd door banken.
    Conjunctuur wordt versterkt door grote verschillen tussen arm en rijk. Waarschijnlijk omdat de ‘rijken’ in die bubbels investeren terwijl de armen naar de voedselbank moeten.
    Oplossing: verschil tussen arm en rijk opheffen.
    Voor de rest is dit een weinig spannende theorie. Er zijn al digitale munten. Die worden vroeg of laat ofwel verboden ofwel gereguleerd. Ik denk niet dat een academicus dit op gaat lossen. Ik heb nul komma nul vertrouwen in die zakkenvullers van de universiteit.

  3. 3

    @2:

    Ik heb nul komma nul vertrouwen in die zakkenvullers van de universiteit.

    goh, tegenwoordig is iedereen een zakkenvuller. Politici, Academici, uitkeringsgerechtigden…
    Misschien zou je eens kunnen vertellen wie dan die “zakkenvullers” zijn in de universiteiten?

  4. 4

    Hebben we banken niet gewoon veel te groot en machtig laten worden? In Nederland is 90% in handen van slechts 3 banken, de politiek luistert naar wat banken willen in plaats van andersom. Dat is in geen enkel markt gezond. In de rest van de wereld is het al niet veel beter. Gewoon banken gaan opknippen totdat er geen 1 meer is die meer dan 5 of 10% van een markt bedient.

  5. 5

    @4 het verplicht opknippen van banken (en bepaalde grote bedrijven) zou een weldaad zijn, zeker voor de concurrentie die momenteel alleen in theorie bestaat.

    Daarnaast zitten we in het huidige systeem met een groot probleem bij de banken, dat door opsplitsen niet aangepakt wordt: de slechte insentives van het salaris/bonus systeem. Het “presteren van het bedrijf” is daardoor meer verworden tot een schijn-excersitie die te vaak uitsluitend het persoonlijk belang dekt.

    Het andere probleem is de creatie van geld door banken. Natuurlijk zijn er argumenten vóór dat systeem te bedenken, maar het grote tegenargument lijkt mij de collectieve afhankelijkheid van samenlevingen van de successen en in bijzonder de mislukkingen van dat systeem. Dat roept in mijn ogen meer op een vorm van publiek toezicht en controle op geldcreatie.

    Helaas kun je het financiele systeem niet los zien van het gehanteerde economische (en maatschappelijke-) systeem. Verander je het ene systeem, zal het andere ook moeten veranderen, hetgeen de complexiteit van een dergelijke operatie redelijk risicovol maakt. Niet dat het volgens mij daarom niet veranderd zou moeten worden, maar wel met in acht neming van de nodige zorgvuldigheid. De noodzaak om het huidige systeem te veranderen is te groot.

  6. 6

    Doordat contant geld op termijn verdwijnt, en as-we-speak worden pinautomaten nu overal weggehaald, wordt het gevaar van een bankrun i.i.g. geëlimineerd. Banken zijn helemaal niet blij dat ze het “omklappunt” in het Nash equilibrium maar niet onder controle hadden. Dat is nu verholpen. Digitaal wantrouwen is beter te managen. En met simulaties/ algoritmes whatever waren de banken U allang voor. Zij bepalen nu wanneer de bank wel-of-niet omklapt. U stond erbij en keek er machteloos naar op een beeldscherm. Ondertussen schoven ze op de balans met wat schulden heen-en-weer totdat er weer rust in de tent was. En zo niet…tijdwinst/ verschuiven omklappunt naar een voor jou zo gunstig mogelijk tijdstip om nog enigszins de boedel te redden (en aandelen en opties te verzilveren)…

    // gelul