Het Rathenau Instituut kletst

GeenCommentaar heeft ruimte voor Gastloggers. Vandaag is dat Miko Flohr over de stand van de Nederlandse wetenschap.

Via Sargasso vond ik juist het jaarverslag van het Rathenau-instituut waarin een stuk staat over de positie van het Nederlandse universitaire onderzoek ten opzichte van het buitenland. Het Rathenau Instituut is een onderdeel van de KNAW en een door de overheid bekostigde wetenschappelijke organisatie die werkt op het spanningsveld tussen wetenschap, samenleving en politiek. Het jaarverslag van het Rathenau instituut is ontvangen door alle kamerleden, en dus een belangrijk uitgangspunt bij het doorhakken van politieke knopen omtrent de wetenschap (klik). Het is dan ook buitengewoon jammer dat er een paar pertinente onwaarheden en uitermate onverstandige adviezen in staan, die de positie van wetenschappers nog verder onder druk kunnen zetten dan die nu al staat en ertoe kunnen leiden dat het voor universiteiten nog moeilijker wordt om talent vast te houden dan het nu al is.

Ingezet wordt de immer effectieve retorische truc van de snel naderende donderwolk: Nederland heeft de laatste decennia, met relatief weinig geld, een voortrekkersrol gespeeld, maar we worden nu door het buitenland ingehaald en De Ondergang Dreigt. Maatregelen zijn noodzakelijk. Ik citeer:

Op de eerste plaats zou de beoordeling van het Nederlandse onderzoek meer kunnen worden gekoppeld aan de financiering. ?De geldstromen zijn nu niet afhankelijk van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek: wij koesteren gelijkheid. Daardoor is het moeilijk om in internationale rangschikkingen tot de topscoorders te gaan behoren. De concurrentie tussen universiteiten mag best toenemen ? dat gebeurt in het buitenland al heel duidelijk.?

Het is werkelijk een gotspe dat dit zo gezegd kan worden! Wetenschappers concurreren zichzelf en elkaar al jaren totaal kapot. Kiezen voor de wetenschap betekent voor de meesten kiezen voor minstens vijftien jaar aan kleine, tijdelijke baantjes waarbij je academische voortbestaan afhankelijk is van de mate waarin je zelfstandig in staat bent geld te werven – en dat hangt weer voor een deel af van geluk en retorische vaardigheden: excellente wetenschappers zijn we allemaal, dat is een basisvoorwaarde. Wellicht is dit bij het Rathenau instituut nog niet doorgedrongen. Waarschijnlijker is dat het een inconvenient truth is die om politieke redenen is gesneuveld. Dan de volgende alinea:

Het Nederlandse onderzoek kan ook effectiever worden geëvalueerd. ?Je ziet dat tachtig procent van het onderzoek wordt bestempeld als zeer goed of excellent. Een optie is om de oordelen te gaan normeren: bijvoorbeeld dat slechts tien procent van al het onderzoek als excellent kan worden beoordeeld, en twintig procent als zeer goed. Daarmee dwing je evaluatiecommissies om duidelijker onderscheid te maken, en komt echt toponderzoek beter aan het licht.?

Bij het Rathenau instituut weten ze blijkbaar ook niet veel van de praktische uitwerking van beoordelingsprocedures. Voorstellen zijn namelijk zo gespecialiseerd dat je die om ze een eerlijke kans te geven eerst naar een of meer externe referees stuurt. De kans dat een beoordelingscommissie voldoende kennis in huis heeft om uit de excellente voorstellen zelfstandig de allerallerbeste te kiezen is namelijk zo goed als nihil. Het is een mix van de adviezen die ze krijgen en de eigen indruk. Je kan dus nooit de beoordeling relatief normeren, nog los van het feit dat het te zot voor woorden zou zijn als jouw excellente voorstel (dat helaas buiten de boot valt) in minder glorieuze termen zou worden omschreven alleen omdat er toevallig onvoldoende geld is – en daardoor dus bij de volgende ronde minder kans heeft. Een inhoudelijke beoordeling en het toekennen van geld zijn gewoon twee verschillende dingen. Dat hele gedoe om excellentie wordt maakt zo langzamerhand dat de wetenschap een soort parodie van zichzelf wordt. Pas als je het mooist kan kakelen hoe excellent je bent, mag je meezingen in het koor.

Het sleutelwoord is concurrentie.

‘Echt, als we onze goede internationale positie willen behouden is er meer concurrentie nodig in de Nederlandse wetenschap.?

Dat is lijnrechte onzin. Concurrentie is er genoeg. Alles dat op de universiteit werkt en geen vaste aanstelling heeft (dat is nu al 40% (!) van het wetenschappelijke personeel – en dat wordt rap meer) is en masse geobsedeerd door die volgende zak met geld en die hebben we nog niet binnen of we smachten alweer naar nieuwe klinkende munt. Focus is er meer dan genoeg. We loensen ervan. Massa, dat hebben we nodig! Er moet gewoon simpelweg meer poen in dat systeem, en snel ook, voordat alles dat talent en ideeën heeft, afhaakt en dan maar gewoon geld gaat verdienen in de industrie of in een ziekenhuis.

  1. 1

    Idd een uiterste vreemd onderzoek. De meeste wetenschappelijke onderzoeken aan onze universiteiten worden gedaan door de beste wetenschappers, die we hebben. De beste wetenschappers komen daar door de door Miko zo goed beschreven concurrentie, al zullen er ook heel goede wetenschappers meteen voor de zakken geld van de markt kiezen.

    Dat we op wetenschappelijk gebied ingehaald worden door andere landen ligt ook niet aan de kwaliteit van het onderzoek, maar aan de gedaalde kwaliteit en de inrichting van het wetenschappelijke onderwijs. Wie na een aantal jaren universiteit tegenwoordig af is gestudeerd, moet flink dokken om verder te kunnen gaan voor de doctorstitel. Lang niet iedereen heeft daar zin in of geld voor, dus zijn er al heel veel van de beste studenten, die hun drs titel en hun studieschuld al voldoende vinden, snel werk gaan zoeken om hun torenhoge schulden af te kunnen betalen en geen zin hebben in een jarenlang bestaan als oio of aio voor een part time minimumloon.

  2. 2

    @1 Dat is niet geheel waar. Je kan je ten eerste oprecht afvragen of we momenteel wel worden ingehaald door andere landen. Die bewering wordt verder niet echt onderbouwd, en als ik hier in Oxford kijk, ligt het gemiddelde niveau er op mijn gebied iig niet hoger dan in Nederland.
    Bovendien heeft Nederland het gunstige systeem (hier ongekend) dat je in principe betaald promoveert en dus pensioen opbouwd en geen gezeik hebt met verzekeringen. Je hoeft dus niet te betalen maar krijgt een baan, of, als buitenpromovendus, doet het in je eigen tijd omdat je het wilt. Het salaris is ook best redelijk, zeker geen minimumloon. De situatie van promovendi is in Nederland dus juist erg goed.
    Bovendien zijn Nederlanders internationaler georiënteerd dan vrijwel alle landen om ons heen (Vlaanderen uitgezonderd): wij zijn – i.i.g. op mijn gebied, letteren – de enigen in Europa die zowel Frans, Duits als Engels lezen en geacht worden van alle tradities het beste mee te nemen.
    Nederland doet het eigenlijk dus heel goed, en dat wordt niet minder, maar kan nog veel beter. Bijvoorbeeld door te investeren, maar niet door te bezuinigen.

  3. 4

    @2: Sorry hoor, maar vroeger hadden we een voortrekkersrol en lag ons niveau hoger dan dat van de omringende landen. Er zijn genoeg onderzoeken, die bewijzen dat we onze toppositie al lang kwijt zijn geraakt. Je mag je gerust af vragen, of dat wel waar is, maar zult op je zoektocht naar antwoorden louter studies tegenkomen, die dat aantonen. Je persoonlijke ervaring in Oxford is geen representatief onderzoek (n=1).

    Bovendien heeft Nederland het gunstige systeem (hier ongekend) dat je in principe betaald promoveert

    Dat is al heel lang zo, maar heeft niks met het onderwerp te maken. Maar ik snap, dat mijn vorige reactie op dat punt niet duidelijk genoeg was, want er zijn idd studies, waar je na je 4 jaar standaard studie meteen aan een doctoraalscriptie kunt beginnen. Er zijn echter ook tal van studies, waar je voor het behalen van een doctorstitel nog een paar jaar moet studeren, waar je voor moet betalen. Pas daarna sta je op ongeveer hetzelfde niveau als de studenten, die vroeger 5 of 6 jarige studies volgden. En als je geluk hebt mag je daarna als aio of oio tegen een belachelijk lage vergoeding het werk van de professor doen, wiens voeten je moet kussen. De vergoedingen, die ik in het staatje van #3 zie, vind ik een lachertje in verhouding tot de salarissen, die elders verdiend kunnen worden, of in verhouding tot het salaris van de professor. Iemand, die na zijn HAVO het leger in gaat, verdient op 17 jarige leeftijd al meer. Ten opzichte van je studiebeurs is het wel heel erg veel geld ;-)

    Dat wij Nederlanders internationaler georiënteerd zijn en het nog steeds best goed doen, is waar, maar is geen weerlegging van de stelling, dat we in het klassement gezakt zijn van een top 3 klassering naar een (pakweg) 10e plaats. En als we opnieuw gaan investeren ipv bezuinigen, gaat het zeker beter worden. dat ben ik helemaal met je eens.

  4. 5

    @4 “… Er zijn echter ook tal van studies, waar je voor het behalen van een doctorstitel nog een paar jaar moet studeren, waar je voor moet betalen. Pas daarna sta je op ongeveer hetzelfde niveau als de studenten, die vroeger 5 of 6 jarige studies volgden. En als je geluk hebt mag je daarna als aio of oio tegen een belachelijk lage vergoeding het werk van de professor doen, wiens voeten je moet kussen…” Dit is geleuter. Ik ben de afgelopen vijf jaar promovendus geweest en in die periode redelijk actief geweest in het universiteitspolitiekwereldje en ik kan je vertellen dat je hier echt ontzettend aantoonbaar ongelijk hebt.
    En ook wat betreft het relatief ‘minder worden’ van ons onderzoek: geef me de data die dat ondubbelzinnig aantonen! Iedereen roept dat altijd als ze iets willen veranderen, maar ik ken geen enkel onderzoek dat mij duidelijk maakt hoe de relatieve positie van de Nederlandse universiteiten zich ontwikkelt. Geen enkel.

  5. 6

    Goed artikel en één punt wordt zelfs niet genoemd: de concurrentie om onderzoeksgeld bevoordeeld toegepast onderzoek boven fundamenteel onderzoek. Bij de eerste categorie zijn namelijk gemakkelijker einddoelen en benchmarks te stellen, wat meeweegt in de beoordeling. Maar waar worden de Nobelprijzen in overgrote meerderheid mee gewonnen of de Nature en Science artikelen gescoord? Met belangrijke fundamentele ontdekkingen.

  6. 7

    Miko, even afgaande op jouw stukje lees ik dat het Rathenau geldstromen meer wilt koppelen aan prestaties.

    Vervolgens zeg je dat wetenschappers elkaar al kapot concurreren en dat het een gotspe is dat het rathenau dit zegt.

    Heb je ook enige onderbouwing dat het Rathenau ernaast zit mbt tot de logica: meer concurrentie zorgt voor betere resultaten? Ben je eigenlijk niet gewoon een beetje op je pik getrapt? (Mag hoor)

  7. 8

    @7 Wat is je punt precies, behalve een beetje sarren? Ja, de drijfveer achter dit stuk is een zekere mate van irritatie, maar even voor alle duidelijkheid: met concurrentie op zich is echt helemaal niets mis. Sterker nog, toegenomen concurrentie heeft inderdaad de afgelopen decennia tot belangrijke verbeteringen geleid in het hele systeem, zeker in de vakken die ik kan overzien. Het punt is dat Rathenau net doet alsof dat allemaal niet gebeurd is, alsof concurrentie geen enkele rol speelt en alsof we allemaal maar ongeïnspireerd voortmodderen en af en toe ons handje ophouden waar dan op wonderbaarlijke wijze wat geld in valt. Ze ontkennen de lastige positie waarin veel wetenschappers tot hun veertigste zitten (het is een geweldig vak, maar voor zekerheid en een pensioen hoef je het niet te doen), en maken een parodie op de realiteit.
    Als je mijn stuk goed leest zul je zien dat ik het risico groot acht dat als het circus met tijdelijke baantjes en onzeker toekomstperspectief een nog grotere rol gaat spelen dan het nu al doet, mensen niet meer zo snel voor de wetenschap zullen kiezen, zeker daar waar de wetenschap concurreert met het bedrijfsleven – beta, medisch. Als je nog meer flexibiliseert (wat Rathenau wil), dan wordt het dus contraproductief.

  8. 9

    O nee, sarren is niet mijn doel, al is dat misschien wel een bijkomend pleziertje. Excuses daarvoor.

    Ik vraag me wel – en oprecht – af of je niet teveel uit jouw eigen ervaring spreekt. Of je het rapport van het Rathenau niet teveel wilt weerleggen op pure retoriek en overtuigingskracht in plaats van een degelijk weerwoord op de conclusies en de methodiek van het Rathenau. We’re talking science, right?

    Gezien jouw laatste reactie vraag ik me ook af of je niet teveel ‘de vijand’ ziet in het Rathenau. Is het daadwerkelijk zo dat zij de lastige positie van wetenschappers ontkennen? Wat denk je dat de mensen die daar werken zelf hebben gedaan? (Om maar even een common sense opmerking terug te kaatsen).

    “Als je mijn stuk goed leest zul je zien dat ik het risico groot acht dat als het circus met tijdelijke baantjes en onzeker toekomstperspectief een nog grotere rol gaat spelen dan het nu al doet, mensen niet meer zo snel voor de wetenschap zullen kiezen, zeker daar waar de wetenschap concurreert met het bedrijfsleven – beta, medisch. Als je nog meer flexibiliseert (wat Rathenau wil), dan wordt het dus contraproductief.”

    Volgens mij voeg je hier gewoon een nieuw hoofdstuk toe aan je verhaal, maar ook hier vraag ik me af wat de onderbouwing is.

    In het algemeen verkondig je voor mij teveel zogenaamde waarheden en baseer je jezelf op premissen welke ik twijfelachtig vind. Daarom vind ik het stuk dat je hebt geschreven nogal slecht in haar conclusies. Vooral gezien de overtuiging waarmee je het presenteert.

  9. 10

    Ja, maar nou doe je alsof a) het Rathenau instituut in het onderhavige jaarverslag een gedegen analyse presenteert in plaats van een retorisch getint positiestuk en b) alsof ik pretendeer dat ik hier een grondig onderzoek naar heb gedaan, terwijl ik slechts een contrapositie inneem op basis van mijn eigen ervaring en de indruk die ik krijg in de vele gesprekken die ik daar met collega’s en vrienden over voer. Ik presenteer geen conclusies, slechts een door enige feiten en grondige indrukken onderbouwde mening. Dit is een blog, geen wetenschappelijke publicatie – beoordeel hem dan ook niet zo! Lees het als een perspectief dat – daar ben ik echt van overtuigd – door vele jonge wetenschappers gedeeld wordt, en als je het er niet mee eens bent, prima, maar laten we het dan hebben over wat er anders is volgens jou en niet over of ik het wel helemaal naar alle maatstaven onderbouwd heb.

  10. 11

    Nee, ik zeg niet dat het Rathenau een gedegen analyse presenteert, ik vraag me af op welke grond jij het standpunt inneemt dat dit níét het geval is. En ik verwacht daarvoor heus geen wetenschappelijke onderbouwing.

  11. 12

    Omdat ze het zonder onderbouwing, maar zeer tendentieus presenteren in een stuk dat naar de tweede kamer gaat en waarop de tweede kamer straks wellicht haar mening gaat vormen, en omdat het verhaal vrij naadloos aansluit bij de politieke agenda van Plasterk (die e.e.a. nog in gang heeft gezet), die probeerde zoveel mogelijk geld te flexibiliseren en bij de universiteiten weg te halen, en omdat ik in de praktijk (in de OR aan de RU en op de dagelijkse werkvloer) gezien heb welke ingrijpende consequenties die eerdere 100 miljoen die er zijn weggehaald (in 2008) hadden voor beleid (manisch bezuinigen binnen faculteiten) en perspectief op het microniveau (nagenoeg geen eerste geldstroom beschikbaar voor universiteiten om onderzoeksbeleid te maken); omdat ik ook gezien heb hoe de enorme aantallen aanvragen die NWO nu al krijgt voor overbelasting zorgt in de beoordelingspijplijn – een commissielid krijgt geen geld of tijd om een aanvraag kritisch te beoordelen, maar wordt wel geacht het grondig te doen, en het zijn lang niet altijd aanvragen op terreinen waar je echt up to date bent met wat er precies gebeurt ( wat weten taalkundigen van de zeventiende eeuw? Niets, maar iedere commissie voor de geesteswetenschappen bestaat wel voor ongeveer de helft uit taalkundigen) – waardoor de beoordelingsprocedures nog willekeuriger dreigen te worden dan ze nu al zijn (i.e. het competitieelement is nu al deels een farce – het gaat voor een groot deel om je CV en je verkooppraatje, en minder om wat je van plan bent en hoe vernieuwend dat is, want dat kunnen dus niet alle commissieleden beoordelen). Om die redenen vind ik verder flexibiliseren en competitief maken een erg slecht plan, en dat zijn allemaal zaken die je in dat foldertje van het Rathenau niet terugvindt.

  12. 13

    “Omdat ze het zonder onderbouwing”

    Nu herhaal je gewoon jouw standpunt. Is dat zo? En waarom?

    “i.e. het competitieelement is nu al deels een farce”

    Dat het competitieelement volgens jou slecht wordt uitgevoerd countert niet de gedachte dat er meer competitie nodig is. Dat zou eerder als voorbeeld kunnen dienen om te suggereren dat competitie tussen universiteiten nu eindelijk eens serieus genomen moet worden.

    Ik heb moeite met de manier waarop je redeneert.

  13. 14

    1. Waar zie jij de onderbouwing van het Rathenau dan? Ik kan hem niet vinden in het stuk dat ze naar de kamer hebben gestuurd – er is vast ergens een rapportje, maar het gaat mij ook om de sturende retoriek van dit stuk.

    2. Waar haal je het idee vandaan dat competitie tussen de universiteiten nu niet serieus genomen wordt? Dat beweert het Rathenau, maar dat is echt aantoonbaar onwaar. Ik heb de onderhavige feiten reeds tweemaal opgesomd, als je mij niet gelooft, ga eens te rade op de dichtstbijzijnde universiteit, en met name onder het jongere deel van het personeel – je opmerkingen geven de indruk dat je het systeem niet zelf recent van binnen hebt gezien. Bovendien,

    3. waarom zou je een systeem dat volgens velen niet goed werkt nog belangrijker maken dan het al is? Zou je niet eerst moeten kijken hoe je de ermee samenhangende problemen beter kan ondervangen? Ik heb er een paar genoemd, maar er zijn er meer (bijv. de gedeeltelijke loskoppeling van onderzoek en onderwijs).

  14. 15

    1. Wil je ze echt afrekenen op twee pagina’s in een jaarverslag? Je snapt toch wel dat de uitgebreide onderbouwing niet in zo’n rapport thuis hoort.

    2. Dat zeg ik niet (en het Rathenau zegt dat ook niet). Ik gaf wel aan hoe jouw voorbeeld gebruikt kan worden om de conclusies van het Rathenau te staven (zie nu ook weer mijn antwoord op 3.)

    “je opmerkingen geven de indruk dat je het systeem niet zelf recent van binnen hebt gezien”

    Mijn opmerkingen geven aan dat die insiders-look-volgens-Miko niet voldoende is om de gedachten van het Rathenau bij het vuilnis te zeggen. Maar als je dit autoriteitsargumentje toch wilt volhouden, dan zeg ik dat het Rathenau hier waarschijnlijk meer onderzoek naar heeft gedaan dan jij en dat daar heel veel mensen werken met heel veel ervaring in jouw wereldje. Dat balletje kaats ik met genoegen terug.

    3. Je zegt zelf het volgende: “het competitieelement is nu al deels een farce”. Nu zeg ik dat deze ervaring van jou de conclusie ondersteunt dat het systeem gerepareerd moet worden zodat concurrentie haar magische werk kan doen. Niet alles wat je opsomt ondersteunt jouw conclusie.

  15. 16

    Het magische werk van de concurrentie…

    Tsja. Ik ga je vermoedelijk niet overtuigen van mijn positie, maar neem van mij aan dat als er verder geflexibiliseerd gaat worden (en waarom zou dat ook niet, met het dreigende kabinet), dat niet alleen tegen de zin van veel wetenschappers zal zijn, maar ook tegen de zin van de vereniging van Nederlandse Universiteiten, en tot een aantal zeer praktische problemen zal leiden op de werkvloer – wat te doen met die medewerker die nu reeds een vaste baan heeft, geen geld blijkt te kunnen werven, en wel veel en goed onderwijs geeft? De kans is groot dat je een scheiding gaat krijgen tussen lesboeren die geen onderzoek doen en onderzoekers die niet of nauwelijks college geven. Dat gebeurt nu al op een aantal (letteren)faculteiten, als (in)direct gevolg van de Plasterkmiljoenen. Is dat wel goed voor de Nederlandse Wetenschap, of voor het universitaire onderwijs? Zijn de mensen die wel geld weten te verwerven bovendien wel de besten, of moet je niet ook een backup hebben voor mensen die in de harde competitie die er is niet meteen boven komen drijven, maar wel baanbrekend onderzoek doen en binnen een vakgroep een sleutelrol kunnen spelen? Voor mij, en ik denk voor vele wetenschappers, is juist de combinatie van beide (concurrentie met ‘backup’) cruciaal, niet zozeer voor ons eigen perspectief, maar voor de kwaliteit van ons vak. De mogelijkheden van universiteiten om dergelijke ‘backup’ te bieden uit de eerste geldstroom zijn echter op dit moment al vrijwel nihil. Als je een nog groter deel van het onderzoeksbudget aan de vrije concurrentie over gaat laten, zullen universiteiten nog minder mogelijkheden hiervoor hebben. Dat zouden velen slecht vinden voor het onderzoek op hun vakgebied.

    Maar nu houd ik erover op, want ik moet nog wat magisch werk aan mijn concurrentiepositie doen.

  16. 17

    Misschien deelt het Rathenau zelfs wel een groot deel van jouw zorgen, maar zijn ze van mening dat de logica van concurrentie toch nog voor verdere verbeteringen kan zorgen.

    En waarschijnlijk ga je mij inderdaad niet overtuigen van jouw positie, daarvoor vind ik deze kwestie te complex. Ik heb ook geen idee of jouw visie of die van het Rathenau de juiste is.

  17. 18

    @5:

    Ik ben de afgelopen vijf jaar promovendus geweest

    Wiens brood men eet….
    Er zijn ook wel goede professoren hoor, maar ‘Onder professoren’ van WF Hermans is nog steeds een vermakelijke beschrijving, ook van het huidige politieke wereldje op de universiteiten.

    wat betreft het relatief ‘minder worden’ van ons onderzoek: geef me de data die dat ondubbelzinnig aantonen

    Ondubbelzinnig? Als wetenschapper zou je dat niet moeten roepen, want zulke ondubbelzinnigheid is vrijwel nergens verkrijgbaar. Wel is het zo, dat we gestaag zakken bij Shanghai en THES indexen (niet alle uni´s altijd, maar gemiddeld scoren we tegenwoordig maar middelmatig). Blijkbaar is dit zo erg, dat we nu al een eigen index aanleggen, waarbij de prestatiecriteria van onze eigen overheid (die in andere landen niet gelden) bepalend zijn voor het niveau…

    @8:

    Ze ontkennen de lastige positie waarin veel wetenschappers tot hun veertigste zitten

    Welke lastige positie? Financieel zit je toch goed (zie #2 en 3)?

    @16:

    als er verder geflexibiliseerd gaat worden

    … gaat de kwaliteit nog verder omlaag.

    De kans is groot dat je een scheiding gaat krijgen tussen lesboeren die geen onderzoek doen en onderzoekers die niet of nauwelijks college geven

    Is dat wel goed voor de Nederlandse Wetenschap, of voor het universitaire onderwijs?

    Het eerste is goed voor het onderwijs, het tweede voor de wetenschap.

    Zijn de mensen die wel geld weten te verwerven bovendien wel de besten

    Dat zijn de beste verkopers met de leukste gemakkelijk te verkopen projecten. Over kwaliteit van het werk zegt het niets.

    Als je een nog groter deel van het onderzoeksbudget aan de vrije concurrentie over gaat laten

    … wordt de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek nog verder aangetast, en worden universiteiten nog meer veredelde HBO opleidingen.

    Over het feit, dat er geld bij moet, zijn we het helemaal eens, en dat dat niet van sponsors uit het bedrijfsleven moet komen misschien ook. Maar als je dat vanuit ‘geld verdienen’ perspectief (“voordat alles dat talent en ideeën heeft, afhaakt”) presenteert, zul je in de politiek op een blinde muur stuiten.

  18. 19

    Na het lowlands-weekend ook even een duit in het zakje van mij.

    Het gebrek aan wat meer zekerheid over toekomstperspectief is voor mij de belangrijkste reden om wellicht niet verder te gaan in de wetenschap.

    Salaris is niks mis mee, maar ook weer niet zodanig dat het bedrijfsleven niet trekt.

    Je werkt op tijdelijke contracten, moet mogelijk weer verhuizen als je volgende contract ergens anders is, het is moeilijker een hypotheek te krijgen etcetera.

    Door de bezuinigingen zijn de vaste aanstellingen zo schaars geworden dat je ook als bovengemiddeld onderzoeker (maar niet absolute top) het moeilijk hebt een plek te verwerven. Voor zover ik het kan overzien.

    Dat bedoelt Miko met “lastige positie” tot je 40e.