Het probleem bij de PvdA heet Wouter Bos

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Onderstaand stuk is van Brechtje en verscheen eerder bij Wouter Bos (Foto: Flickr/roel1943)

In een interview met als titel ‘Ik heb geen behoefte aan natrappen‘, trapte Bos Euro-lijsttrekker Berman inderdaad maar twee keer na: hij liet vallen dat de sympathieke lijsttrekker slechts zesde keus was. En vervolgens gaf hij toe niet op zijn eigen lijsttrekker gestemd te hebben maar op René Cuperus, omdat hij ‘de 40% anti-Europeanen ook vertegenwoordigd wilde zien’. Hier kun je maar één conclusie uit trekken: de PvdA-leider staat niet voor zijn eigen pro-Europese verkiezingsprogramma. Zeggen wat hij dénkt dat mensen willen horen is bij hem eerste natuur geworden.

Het bijzondere van deze verkiezingen zat hem niet zozeer in de val van de PvdA, of de opkomst van de PVV. Het zit hem in de maatschappelijke scheidslijnen, die beter zichtbaar worden. Bestuurskundige Mark Bovens stelde in Trouw dat voor het eerst de scheidslijn tussen hoger- en lager-opgeleiden zich duidelijk liet zien in de verkiezingsuitslag. Wat men al jaren voorspelt, gebeurde nu: degenen die hopen beter te worden van de globalisering komen lijnrecht te staan tegenover degenen die bang zijn er alleen maar bij te verliezen. Geert Wilders profiteert van deze tweespalt. Wilders maakt zich al enkele jaren meester van de onvrede onder de laagopgeleiden en buigt dat om richting woede en haat.

Inmiddels heeft hij na de Islam ook de ‘elite’ tot vijand van het volk verklaard. De combinatie van woede en slachtofferschap doet het erg goed bij zijn achterban. Recentelijk buit hij zijn slachtofferschap vooral uit door zich te beroepen op een cordon sanitaire. En inderdaad, er lígt een cordon sanitaire rondom Wilders, maar het is niet een cordon sanitaire van niet willen samenwerken: het is er één van stilzwijgend ontzag.

Vanuit de pers krijgt Wilders uitermate veel ruimte, zie bijvoorbeeld het debat na de Europese verkiezingen, waarbij Ferry Mingelen bijna aan Wilders’ voeten lag en zowat zijn zinnen voor hem afmaakte. Ook uit de meeste politieke partijen krijgt Wilders nauwelijks tegenspel. En ook Bos wil de oude PvdA-achterban, die in 2002 in grote getale overliep naar Fortuyn, vooral niet tegen zich in het harnas jagen. En daar ligt precies het probleem. Want was de PvdA, als voormalige brede partij, de enige was die nog in staat zou zijn om te binden, dwars door bevolkingslagen heen, inmiddels is zij dat niet meer. Niemand gelooft daar nog echt in – getuige ook de zetels die de partij afgelopen week wederom verloor in de peilingen voor de Tweede Kamer verkiezingen.

De algemene opvatting dat Wilders ‘de enige is die de problemen echt benoemt’, is al heel lang ingehaald door de werkelijkheid. De goegemeente benoemt zich de blaren op de tong. En de oplossingen heeft Wilders al helemáál niet. Want het is inmiddels volstrekt duidelijk wat je met kutjochies, zoals we ze dan maar zullen noemen, aanmoet. Veelplegers en hun ouders het land uit gooien, of het leger op ze afsturen, zoals Geert triomfantelijk kraait? Werkt niet, dat snapt een kind. Wat wel? Voorkom met alle mogelijke middelen dat de jongeren de school zonder diploma verlaten. Zit er heel alert bovenop. Coach ze, help ze op school, stuur ze desnoods naar een heropvoedingskamp, en blijf zeer alert op de veelplegers. Dat kost tijd: de problemen zijn niet één, twee, drie opgelost. Maar het werkt wèl.

Diezelfde benadering geldt ook voor kutjochie nr. 1, Wilders zelf. Tegenspreken, steeds waar hij de fout ingaat – en dat is heel vaak. Doorprikken, die bubbel van ontzag rond kutjochie Geert Wilders, zoals Alexander Pechtold en Femke Halsema al een tijd met zoveel succes doen en waarmee Eberhard van der Laan nu ook is begonnen. Dat is kwaliteitspolitiek. De juiste, beproefde maatregelen nemen en onzin-geblaat van politici meteen doorprikken. Díe benadering straalt respect en betrokkenheid uit, juist ook naar Wilders? achterban. Dan neem je ze pas serieus. Wilders napraten of proberen hem in hardheid te overtreffen getuigt enkel van gemakzucht. In wezen eist deze achterban niet zozeer hardheid, ze eist dat je als politicus betrokken bent: goede afwegingen maakt, de juiste maatregelen treft voor de roblemen die zij signaleren en staat voor wat je zegt en doet – kortom, dat je een goed bestuurder bent.

En inderdaad, PvdA’ers als Marcouch, Aboutaleb en Spekman zijn voorbeelden van mensen die de kutjochies-terreur proberen te breken met beleidsmaatregelen. Maar Bos buigt voor Wilders en presenteerde intussen een ‘harde’ integratienota. Net zoals Rutte – die zich stevig verslikte in het verdedigen van de vrijheid van ontkenning van de Holocaust – probeert hij de harde lijn van Wilders te imiteren of te overtreffen. Maar iedereen weet dat dat fake is, en tot mislukken gedoemd: als mensen echt de harde lijn willen, dan kiezen ze gewoon meteen voor the real thing. Persoonlijk word ik liever gehaat om wat ik vind, dan geminacht om wat ik veins. Maar Bos ziet dat blijkbaar helemaal anders. En dat is wat hem als politicus ongeloofwaardig maakt. Het grootste struikelblok voor de PvdA als brede partij, dat is Wouter Bos zelf.