Populisme & sociaal-democratie

Pieter Jelles Troelstra, leider van de SDAP (Foto: Wikimedia Commons/Onbekend)

De komende verkiezingen zullen in het teken staan de strijd tussen de betrouwbare bestuurder Cohen en Wilders, als aanvoerder van een populistische protestpartij. De centrale tegenstelling is hier dus tussen de ietwat regenteske sociaal-democraten, die al jaren Nederland besturen, en het nieuwe populistische alternatief. In hoeverre is dit nu een nieuwe tegenstelling? Komen er niet voortdurend nieuwe populistische partijen op? Is het niet zo dat juist sociaal-democratie ooit ontstaan is als een populistische protestbeweging?

Laten we populisme definiëren als een politieke stroming die het volk als deugdzaam, homogeen geheel ziet. De centrale stelling van populisten is dat de (regerende) elite niet luistert naar het volk. Er zijn een nieuwe leiders nodig die naar dat volk luisteren. En een nieuwe democratische manier van politiek bedrijven. Daarnaast staan populisten bekend om hun simpele oplossingen voor complexe problemen.

Rond 1900 was de boodschap van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (een van de voorgangers van de PvdA) heel simpel: er is een liberale elite in Nederland. Deze elite heeft in politiek en in economisch opzicht al de macht in handen. Socialisten noemde deze elite de bourgeoisie. De gewone man op de straat is een hardwerkende, deugdzame arbeider. Hij wordt echter door de elite dubbel gepakt: zowel in economisch opzicht, want arbeiders worden uitgebuit door hun werkgevers, als in politiek opzicht, want de arbeiders hadden geen stemrecht.

Dus moet er een wisseling van de wacht komen: het volk moet het voor het zeggen krijgen. Dat vereiste een nieuwe manier van politiek bedrijven. De meeste partijen waren rond 1900 zwakke unies van gelijkgezinden parlementariërs. De SDAP ontwikkelde zich als een massapartij waar burgers bij de partijpolitiek betrokken werden. De politiek moest op een andere, democratischer manier georganiseerd worden, door het algemeen kiesrecht in te voeren bijvoorbeeld. De stemloze arbeider zou en-masse op de sociaal-democraten stemmen. Immers de arbeidende klasse is een grote homogeen links blok. De SDAP voerde op een simpele manier campagne: er was een kwaad (de bourgeoisie) en als we dat kwaad zouden aan pakken, zouden alle wereldproblemen (oorlog, armoede, crisis) verdwijnen.

Alle voorgenoemde elementen van het populisme zijn aanwezig: een homogeen deugdzaam volk (het proletariaat), een dove elite (de bourgeoisie), de nieuwe manier van politiek bedrijven (algemeen kiesrecht en massapartij) en de simpele oplossingen (als de kapitalisten weg zijn zijn alle problemen opgelost). De sociaal-democratie is dus ooit begonnen als een populistische beweging.

Net als de sociaal-democratie zal ook het nieuwe rechtse populisme door het politieke systeem ingekapseld worden. De SDAP is ook ooit eens begonnen als revolutionaire anti-systeempartij, net als de LPF en de PVV. Uiteindelijk kwam de PvdA ook gewoon in de regering en bleek dat ze misschien het onmogelijke eiste, maar redelijke praktische politiek bedreven. Nederland is en blijft een land van polderende coalities daar kunnen al die vernieuwingsbewegingen niets aan af doen. Voor de SDAP begon het allemaal met het wethouderssocialisme: op lokaal niveau pragmatische sociaal-democratische politiek bedrijven. Misschien is Marco Pastors, die in het verleden in Rotterdam een gematigde bestuurder bleek, wel een soort Drees 2.0.

Er zit een soort onvermijdelijkheid in: democratische anti-systeembewegingen verzetten zich tegen de regerende elite. Maar dan worden ze zo groot dat ze verantwoordelijkheid moeten dragen. Oppositiepartijen gaan dan de regering in. De macht bevalt en zo worden regeringspartijen regentenpartijen. Die verliezen het contact met hun maatschappelijke basis en moeten ruimte maken voor populistische alternatieven.

Kortom: all of this has happened before and all of this will happen again.

  1. 3

    “Laten we populisme definiëren als een politieke stroming die het volk als deugdzaam, homogeen geheel ziet.”

    Oei, dan is de inleiding meteen misleidend, want volgens die definitie is de PVV niet populistisch. Die zien het volk duidelijk als bestaande uit twee delen: Een kleine hardwerkende minderheid en een grote meerderheid van moslims, socialisten en ander links tuig dat de eerdergenoemde kleine groep bedreigt.

  2. 4

    ah ik vond em idd al zo bekend voorkomen! Ik dacht eerder aan een vrije quote naar de Bijbel.

    on-topic: ik vind het een mooie maar ook wel shocking vergelijking. Kunnen we nu ook concluderen dat de PVV geen revolutie gaat uitroepen a la Troelstra?

    Ook wel mooi dat de merites van de sociaal-democratie even worden aangestipt. Na de doorbraak van de liberaal Thorbecke (macht van monarchie beknot) hebben we de volgende stap (algemeen stemrecht) voor een groot deel aan de arbeiderspartijen te danken.

  3. 5

    @3 Goed punt. In de definitie van populisme staat een ding centraal de tegenstelling tussen een homogeen, deugdzaam volk en een corrupte elite die niet naar dat volk luistert. Een aspect dat sommige populisten ook hebben is het idee dat er een groep buiten het volk is die een bedreiging is voor haar waarden (moslims bij de PVV, joden bij de NSDAP, aboriginals bij de One Nation, Slovenen bij de FPO). Dat mist de SDAP als populistische beweging.

    @4 Ook de vroege Christendemocratie (met name de ARP) is verantwoordelijk voor het huidige democratische stelsel en het fenomeen massapartij.