Het nut van literatuurlessen

COLUMN - © Marc van Oostendorp, eigen werk bij Het nut van literatuurlessen, 2018We hadden het met wat taalkundigen over het nut van literatuurles. De meeste van ons hebben daar een gecompliceerde relatie mee. Iemand vertelde bijvoorbeeld dat ze was aangetrokken tot de neerlandistiek omdat ze letterkundige wilde worden. Pas daarna ontdekte ze de taalwetenschap, omdat de literatuurwetenschap haar was tegengevallen.

De consensus in ons groepje was dan ook nogal negatief: je hebt er niks aan, lessen over literatuur. Maar ik was het daar toch niet mee eens.

Natuurlijk zijn er films en schilderijen. Natuurlijk is er muziek. Natuurlijk zijn er emoji’s en bewegende gifjes. Natuurlijk is dat allemaal aantrekkelijk, en natuurlijk kun je een belangrijk deel van je leven doorbrengen met al die middelen, en een bevredigend leven hebben. Maar literatuur, kunst gemaakt van taal, biedt je dingen die je op geen enkele andere manier kunt krijgen: een benadering van wat er omgaat in de binnenkant van iemands hoofd.

Verrijken

Ieder hoofd is anders, en daarom is de wereld waarin ieder mens leeft net iets anders dan de wereld van een ander mens. Welke details er belangrijk zijn, hoe je je voelt bij de manier waarop andere mensen zich gedragen, wat voor bijgedachten je hebt bij wat er gebeurt – dat alles máákt iemands wereld en dat alles is voor iedereen net een beetje anders (en in andere opzichten juist soms weer verrassend gelijk).

Om te begrijpen hoe andere mensen zich voelen en wat ze denken, moet je je in ze verdiepen. En daarvoor is concentratie nodig, en inlevingsvermogen. Dat zijn geen zaken die gemakkelijk te verkrijgen zijn; maar het zijn wel zaken die je leven aanmerkelijk verrijken.

Concentreren

Het levert omgekeerd wat op, namelijk precies oefening in die zaken. Uit onderzoek blijkt dat in ieder geval voor het inlevingsvermogen; mensen die een literair verhaal hadden gelezen bleken daarna vriendelijker en meer bereid iemand anders te helpen.

Hoewel ik eerlijk gezegd geen goed onderzoek ken waaruit hetzelfde zou blijken voor concentratie, zou het me verbazen als dat niet zo zou blijken te zijn.

Inlevingsvermogen en concentratie zijn misschien wel de grootste van de deugden voor de wijsgeren uit de Oudheid. Ze helpen je een beter mens te worden en daarmee gelukkiger. Wie zich meer verbonden voelt met zijn medemensen en wie zich beter kan concentreren op wat voor taak ook, kan als het ware de hele wereld aan.

Anders dan alle anderen

Je kunt een en ander vast ook op andere manieren leren. Je kunt er bijvoorbeeld dure cursussen voor doen in mindfulness. Maar in de eerste plaats: dat je zaken op een andere manier kunt leren, betekent niet dat je deze methode niet kunt beproeven. In de tweede plaats is literatuur, zeker in deze tijden van het internet, vrijwel gratis. Je kunt de hoogtepunten van de wereldliteratuur op tal van plaatsen gratis downloaden en lezen vanaf voor iedereen beschikbare beeldschermen. En in de derde plaats raak je via literatuur natuurlijk ook nog eens bekend met de vele vreugden en genoegens van de taal.

Voor mij is dat in ieder geval een van de magische dingen van de literatuur. Om een goed schilderij te kunnen maken moet je naar de winkel en daar materiaal kopen waar je nog nooit van hebt gehoord. Om muziek te maken moet je jarenlang oefenen en ingewikkelde theorieën leren. Om te dansen moet je een lichaam hebben dat voldoende elastisch is. Maar literatuur is gemaakt van iets dat toch al voortdurend overal beschikbaar is, dat niets kost, dat niet opraakt, en waar sommige mensen toch dingen mee weten te doen die nooit eerder zijn gedaan en waaraan je die mensen meteen herkent. Taal is van iedereen en kun je tóch gebruiken om te laten zien hoe anders je eigenlijk bent als alle anderen.

Simuleren

Het hoeft natuurlijk niet altijd over ‘hoge’ literatuur te gaan. Het hoeft niet per se te gaan over teksten die moeilijk zijn te begrijpen of die een uitgebreide achtergrondkennis vereisen. Een eenvoudig verhaaltje of een simpel gedicht kunnen je leven al eindeloos verrijken.

Ik denk dat literatuurlessen ook in de eerste plaats daarover moeten gaan – dat het doel moet zijn dat een leerling leert zich te concentreren en zich in te leven. Een dyslecticus en een dromer zouden wél, een psychopaat zou nooit een goed punt moeten halen voor een examen literatuur.

Is dat toetsbaar? Ik weet het niet. Ik kan me voorstellen dat dit niet heel makkelijk langs een meetlat te leggen valt; en vooral, dat het betrekkelijk gemakkelijk te simuleren is.

Deze column van Marc van Oostendorp verscheen eerder hier.

  1. 1

    Tsja, ik weet het niet. Ik ken toch aardig wat mensen die stellen dat ze sinds de verplichte “lijst” op het VWO vroeger 20 jaar lang nooit meer een literatuurboek aangeraakt hebben. Het lijkt me toch echt dat je literatuuronderwijs dan totaal verkeerd aanpakt, als het gevolg is dat mensen 2 decennia lang niks meer van goede boeken willen weten.

    Totdat ze er na hun 40ste achter kwamen dat het toch veel moois te bieden heeft. Het is misschien net zoals Midas Dekkers ooit zei: je moet onderwijs aanbieden op de leeftijd dat de hersenen daar rijp voor zijn: vreemde talen op je vierde, literatuur na je 40ste.

  2. 2

    Onder het derde kopje vergelijk je het maken van beeldende kunst, muziek en dans met het consumeren van literatuur. Bij mij gaat die vergelijking mank.

    Verder zie ik het toch wel als een toevalsgebeuren, al kun je dat door veelvuldig lezen wel een eind sturen. Een ‘goed boek’ moet maar net op het juiste moment (wanneer je er in je eigen ontwikkeling aan toe bent en je er ook mentaal voor open staat) je pad kruisen.
    In de vroege jaren negentig heb ik mij in Leipzig een jaar lang onder leiding van Prof. Dieter Pilling met Göthes Faust 1 uiteen mogen zetten. Wat me daar vooral van is bijgebleven is niet wat er zoal in die Faust stond, maar dat Pilling elke tien jaar een nieuw exemplaar kocht en er tijdens het lezen aantekeningen in maakte. En die vergeleek met wat hij er tien, twintig, dertig jaar eerder van vond. Om te concluderen dat hij vroeger best wel een dwaas was geweest.
    Ik moet ook maar weer eens een Faust kopen. Al ben ik nu nog niet zo oud als Pilling toen.

  3. 3

    Sommige mensen kun je stimuleren om literatuur te lezen en hen daarmee te leren literatuur te appreciëren. Een verrijking van hun leven. Hoera. Missie geslaagd.

    Bij anderen (de meesten?) zal het nooit lukken, n’importe quoi hoe hard je de leerling dan ook met bullshitbingowoorden als ‘verrijking’ op de oren slaat, of hoe hard je ook je weerzin laat blijken jegens de geestelijke kaalslag, hoe hard je de ontblote rug van de scholier ook bewerkt met een leren riem, of, het ergste van allemaal, hoe lang en moeilijk je die verplichte boekenlijst ook laat zijn en een sadistisch genoegen put uit het lage slagingspercentage (“Kijk mijn vak eens nog moeilijker zijn dan wiskunde.”)

    Ik had het geluk dat mijn leraar Nederlands geen andere eisen stelde aan de lijst dan dat de auteur nederlandstalig moest zijn. Op mijn lijst stonden dan ook de dunne werken van Van Kooten en De Bie, Marten Toonder en beeldverhalen van Jan Bosschaert. Vooruit, er zat ook wat Wim Gijssen en Cees Noteboom tussen.

    Andere literatuur ben ik gaan waarderen tijdens mijn eerste studiejaren waarin ik nog thuis woonde en met de trein reisde. Vooral buitenslandse literatuur.

    Er is wel een nadeel verbonden aan de liefde voor literatuur: hoe meer je ervan houdt, hoe minder je je verveelt en hoe korter het leven is.

  4. 4

    @1: Ik weet niet hoe het nu is in het vreemde talenonderwijs, maar wie vroeger een talenpakket had, stond onder een enorme druk. Per taal tien, vijftien, soms wel twintig titels lezen: dat is voor een tiener eigenlijk niet te doen zonder te foetelen. Dat deden we dan ook ruimschoots. De slimsten ruilden met leerlingen van andere scholen boekverslagen die op de eigen school nog niet circuleerden. Zelf ben ik ooit door mijn Nederlands gezwijnd door allerlei stukbesproken oorlogs- en domineesleed uit de canon op mijn lijst te zetten (het merendeel had ik zelfs nog nooit in mijn handen gehad), en daartussen drie titels die net uit waren. De truc werkte, dankbaar greep mijn docent de afwisseling in zijn werk aan.
    En nu ik hierover nadenk: dat getuigde van inlevingsvermogen zònder te lezen…

  5. 5

    Hoewel ik een flink gevulde boekenkast heb (met niemendalletjes, althans volgens mensen die het hebben over Literatuur met een hoofdletter L – dat zal ik ook wel tegen literatuur hebben, dat snobbige gedrag) en al van jongs af lezen leuk vond, die literatuurverslagjes voor school vond ik maar niks. Ik doe graag een verslag van een boek dat ik graag lees, maar je moest uit zo’n lijst een aantal boeken uitzoeken waarvan de titel mij al niet aansprak.

  6. 7

    Wat @1 zegt. *Dat* kinderen en jongvolwassenen gaan lezen, is belangrijker dan wat ze lezen. Laat ze hun eigen smaak en interesse ontwikkelen, maar probeer ze geen door de intellectuele elite bepaalde ‘literatuur’ door de strot te duwen. Wolkers, Reve, Mulisch, en al die andere oubollige zooi, je jaagt er hele volkstammen mee weg van het lezen.

  7. 8

    Maar literatuur, kunst gemaakt van taal, biedt je dingen die je op geen enkele andere manier kunt krijgen: een benadering van wat er omgaat in de binnenkant van iemands hoofd.

    Als opgeleid kunstenaar maak ik bezwaar tegen deze observatie: dit is een heel moderne opvatting. Kunst is evengoed een totaal rookgordijn, opgetrokken uit pure lol in het eigen vermogen om dit te doen, door de kunstenaar.

  8. 9

    Overigens heb ik de indruk dat de grens tussen lectuur en literatuur nergens zo streng getrokken wordt als in het Nederlands taalgebied.
    Waarbij bij buitenlands werk de vertaling soms statusbevorderend werkt; ik weet dat van boeken, die in de handel als literatuur werden aangeprezen, de vertaler niet het literair tarief kreeg.

  9. 10

    Ik gooi lectuur en literatuur allemaal op een dampende hoop. Net zoals in de filmwereld, waar Rocky en First Blood ook al onder de klassieke cinematografie worden gerekend.

  10. 12

    Bij mij thuis werden we vanaf zeer jonge leeftijd gevarieerd voorgelezen.
    Op de lagere school werd niet alle gelezen, maar er werden ook mooie verhalen verteld en voorgelezen.
    Na de lagere school had ik het geluk een leraar voor Nederlands te krijgen, die ook geschiedenis gaf en een en ander vaak combineerde.
    Volgens mij waren er geen leerlingen die met tegenzin niet minimaal hun boekenlijst lazen.

  11. 13

    Laatbloeier als ik ben heb ik pas na mijn dertigste Dostojevski en Thomas Mann gelezen. Las ik eerst twee pagina’s, en dan half jaar wachten en de rest. Misdaad en Straf ging ik van dromen dat ik door Sint Petersburg liep precies zoals in het boek.

    Mann is prachtig hoe hij aan het einde de lezer toespreekt in Zauberberg over de hoofdpersoon Hans Castorp. U bent benieuwd hoe het met hem is afgelopen … Ach, misschien omgekomen in een loopgraaf tijdens de eerste wereldoorlog. Vind ik niet belangrijk, want het ging mij om iets anders. De klootzak van een schrijver!

    Vroeger had je de grote drie. Ik was dan Hermans fan. Reve vond ik weinig hebben, terwijl Mullisch ik later ben gaan waarderen. Met de Ontdekking van de hemel, waarbij de film die later zag , net zoals het voel me alleen het eerste gedeelte boeide, de ontmoeting tussen Max en Onno.

  12. 14

    Het mooiste en het hoogste zijn natuurlijk de gedichten. Dat is voor mij echte literatuur. Want echte kunst met een hoofdletter K. Ilja Pfeiffer vind ik soms fantastisch bezig. Maar ook oudere dichters zoals Willem Bilderdijk. En natuurlijk gewoon in hedendaagse songteksten uit de popmuziek.

  13. 15

    @12: Jaaa, meester In of Van het Veld. Die was tot zijn verhuizing naar Warmond ons schoolhoofd en ik weet niet meer of er een rooster achter zat of dat er even een oppas nodig was, maar hij kwam in de onderbouw van de lagere school geregeld een verhaal vertellen. Dan ging die best wel deftige man (want pak) op een van de voorste bankjes zitten, pakte zijn ene knie vast en begon van alles over Kabouter Puntmuts uit zijn duim te zuigen.
    Ja, die man wist wel hoe je dertig belhamels stil kon krijgen.

  14. 16

    Mooie literatuur is Jean Paul Sartre, het boek Walging (ben Franse titel ff kwijt), kan je gebruiken voor het vak filosofie. Wat toch steeds meer psychologie wordt. Hoe zit ik in elkaar, en hoe verhoudt zich dat tot de wereld om ons heen.