Het groeiende belang van de voorkeurstem

De politiek is gepersonaliseerd en alles draait om de lijsttrekker, heet het. Recent onderzoek wijst echter uit dat voorkeurstemmen steeds belangrijker worden. Maar niet iedereen profiteert daarvan.

Maarten van Rossem is lijstduwer van de PvdA. De Utrechtse bromprofessor moet extra stemmen winnen op basis van zijn persoonlijke uitstraling. Vrijwel iedere partij maakt gebruik van lokale of landelijke beroemdheden om het aantal voorkeurstemmen op te schroeven. Uit recent onderzoek van politicologen Joop van Holsteyn en Rudy Andeweg (Universiteit Leiden) blijkt echter dat de lijstduwers geen stemmenmagneten zijn.

In de verkiezingen van 2010 deden er achttien lijstduwers mee. In totaal haalden zij 2,5 keer zoveel stemmen binnen als alle op een na laatste kandidaten. Dat lijkt heel wat. Maar in totaal vergaarden die achttien duwers 12.078 stemmen, ongeveer een vijfde van de kiesdeler en nog steeds ver verwijderd van de 15.694 stemmen die je als individuele kandidaat nodig hebt om op basis van voorkeurstemmen in de Kamer te kunnen komen.

Wie op eigen kracht in de Kamer gekozen wil worden, doet er goed aan om hoog op de lijst te staan. Want voorkeurstemmen zijn wel degelijk van belang.

Het begrip voorkeurstemmen is wat lastig in het Nederlandse bestel, omdat feitelijk alle stemmen voorkeurstemmen zijn – je brengt immers een stem uit op een persoon. Toch is er veel veranderd in de electorale geschiedenis. Van Holsteyn en Andeweg analyseerden alle voorkeurstemmen (in dit geval stemmen die niet op de lijsttrekker werden uitgebracht) vanaf 1946 tot en met 2010. In de jaren veertig en vijftig kraste het stemvee braaf het vakje rood bij de lijsttrekker. In de jaren zestig nam het aantal voorkeurstemmen toe, om in de jaren tachtig weer in te zakken. Pas in de jaren negentig nam het uitbrengen van voorkeurstemmen een rol van betekenis aan (mijn interpretatie).

Rust

Interessant wordt het pas echt als we naar partijen gaan kijken. Het aantal voorkeurstemmen lijkt een goede indicator van de rust in de partij. Neem de machtsstrijd binnen de VVD in 2006 nadat de nummer twee op de lijst, Rita Verdonk, meer stemmen binnen harkte dan Mark Rutte.

De leiderschapsruzie bij D66, de start van Wouter Bos en de fletsheid van Hans Dijkstal komen goed tot uiting in het aantal voorkeurstemmen op andere kandidaten. Hans Dijkstal had overigens de twijfelachtige eer om de eerste lijsttrekker te zijn van een gevestigde partij die minder dan de helft van het aantal stemmen op zijn partij wist te halen.

Aardig is ook het verschil tussen de stabiele partijen, in dit opzicht. SGP, SP en PVV scoren laag – veruit de meeste stemmen gingen braaf naar de partijleider.

In onderstaand overzicht per partij kun je mooi zien hoe stevig de leider in het zadel zat.

Vrouwen

Het verhaal gaat dat vrouwen op vrouwen stemmen. Dat is deels waar. Van Holsteyn en Andeweg tonen aan dat niet alle Kamerleden evenveel profiteren van voorkeurstemmen. Het helpt als je een hooggeplaatste vrouw bent en sowieso hoog op de lijst staat. De eerste acht kandidaten krijgen veruit de meeste voorkeurstemmen. Tot kandidaat vijftien kabbelt het een beetje door en daarna begeef je je min of meer in een electoraal vacuum.

Opvallend is dat vrouwen vaker voorkeurstemmen geven dan mannen, al is het verschil klein. Daarnaast stemmen hoogopgeleiden meer gericht op een niet-lijsttrekker dan laagopgeleiden. Opvallend is ook dat in zeer stedelijke en in de minst stedelijke gebieden vaker voorkeurstemmen worden uitgebracht. De regionale factor is minder van betekenis dan je zou denken – men stemt niet per se op een kandidaat omdat die uit de regio komt. En ronduit tegenintuitief: de beslissing voor een voorkeurstem wordt vaak op het laatste moment, in het stemhokje, genomen.

Foto flickr cc Sebastiaan ter Burg

  1. 1

    Voorkeurstemmen bestaan al lang, en zijn effectief.
    Toen de VDD, nu een vijftien jaar geleden, schat ik, een zeer verstandige en integere VVD’er op een onverkiesbare plaats zette, stemde ik voor het eerst in mijn leven op de VVD, ook voor het laatst, zeker sinds Wilders werd omarmd.
    Velen deden dat met mij, de man werd met overweldigende aantallen gekozen.

  2. 2

    Vijftien jaar geleden? Wie? Ik weet nog wel dat Theo Joekes in 1984 in opstand kwam tegen partijlijder Nijpels. Nijpels wilde dat hij als lid van de RSV-enquêtecommissie de conclusie van de commissie zou manipuleren ten gunste van VVD-minister Gijs van Aardenne. Dat deed Joekes niet. Hij diende de waarheid. Als straf werd hij op een onverkiesbare plaats gezet. Maar dat pikte de kiezers niet. Joekes kwam terug.
    Dat waren nog eens tijden :-)

  3. 3

    Joekes komt me bekend voor.
    Dan is het dus veel langer geleden.
    Curatoren vorderen nu 20 miljoen van Scheringa wegens wanbeleid bij DSB Beheer, zou Ed Raket ook nog aan de beurt komen ?

    Overigens was de RSV enquete uiterst boeiend, Molkenboer ontsloeg de man die tegen de geldsmijterij was, Henk Bosma.
    Bosma maakte toch weer carrière, stelde orde op zaken bij een groot automatiseringsbedrijf waarvan de naam me nu even niet te binnen schiet.

    Maar wat een kamerlid later zei over RSV stond niet in het rapport ‘waarom was het zo’n bende bij RSV, wel, omdat we geen burgeroorlog wilden in het Nieuwe Waterweg gebied’.