Het einde van de megamachine – Fabian Scheidler

RECENSIE - door Addie Schulte, redacteur van Boekenstrijd.

© Uitgever Lemniscaat B.V., boekomslag Het einde van de megamachineVijfduizend jaar geleden werd de aanzet gegeven voor de vernietiging van de natuur, de onderdrukking en gewelddadige dood van tientallen miljoenen mensen en de vervreemding van nog veel meer mensen. Wat wij beschaving noemen, is een grote machine die steeds meer verslindt. De landbouw, het schrift en het bewerken van metaal waren stappen van de mensheid, maar vooral stappen achteruit. Er kwam een systeem op gang die leidde tot kolonisering, genocide, onderdrukking en ecologische catastrofe.

Zo schetst historicus en filosoof Fabian Scheidler in de eerste pagina’s van zijn boek de opkomst van ‘de megamachine’. Dat is het wereldwijde economische, financiële, sociale systeem dat als een machine lijkt te werken. Die machine berust op fysieke macht, structureel geweld en ideologische macht.

De macht van het lineair denken

Een sterk punt aan dit boek is de aandacht voor de wisselwerking tussen fysieke macht (vaak door politieke organen uitgeoefend), de structurele economische factoren en de ideeën, de cultuur, de rechtvaardiging van de macht. Ieder op zich is niet voldoende, ze hebben elkaar nodig om als machinerie te kunnen werken. Hij maakt onder andere gebruik van het werk van Immanuel Wallerstein en Michael Foucault.

Maar er is nog een vierde, nog fundamentelere macht: die van het lineair denken. Dat idee houdt in dat mensen en andere levende wezens net zo te beheersen zijn als dode materie. Zo hebben machthebbers de natuur, de mensen en dieren bestuurd en doen ze dat nog steeds, stelt Scheidler.

Bijzonder is zijn aandacht voor de rol van het metaal in allerlei vormen; het metallurgisch complex. Het metaal verschijnt als munt, wapen, harnas voor ridders en later in de vorm van spoorwegen en auto’s. De mijnbouw, of het nu om erts, kolen of olie gaat, is voor hem een schandvlek op de aarde. Al honderden jaren geleden werden grote bossen gekapt om houtskool te maken voor de ijzer- en staalindustrie. De introductie van geld, eerst in de metalen vorm, maakte grootschalige economieën mogelijk. Toen heersers belastingen in geld in plaats van in natura gingen opleggen, werd iedereen de markt opgedrongen. Een bestaan op basis van ruilhandel was niet meer mogelijk. Die belastingen werden voor een groot deel gebruikt om oorlogen te voeren, om andere gebieden en volken te onderwerpen. Zo ontstond een vicieuze cirkel.

Bankrekening

Scheidler legt de schuld voor de huidige problemen niet bij het neoliberalisme en dat is verfrissend. Dat neoliberalisme is volgens hem niet echt nieuw. Het is een vervolg op iets wat daarvoor gaande was. Het doel van de megamachine was al lang om meer nullen op de bankrekening van de machtigen te krijgen.
Al in de oudheid en vroege middeleeuwen kwam die machine op gang, maar ongeveer vierhonderd jaar geleden kwam er een versnelling op gang. Angst speelde een hele grote rol in die transformatie. Dat was de tijd van vele apocalyptische verwachtingen. Het ontstaan van de megamachine was geen masterplan, maar het gevolg van op elkaar in werkende ontwikkelingen. Zo kwam het feodaal systeem onder druk te staan, de banken kwamen en de geldeconomie werd ingevoerd. Ook het gebruik van kanonnen en de opmars van de Ottomanen speelden een rol.

Minimale concessies

Scheidler voegt heel veel zaken samen. Dit is een zeer ambitieus project in een beperkt aantal pagina’s. Met zo’n allesomvattende analyse kan je twee kanten op: of de mens is zondig of de elites deugen niet. Scheidler kiest uitgesproken voor de laatste optie. De elites, van krijgers, priesters, keizers, koningen, bankiers, ondernemers, kolonisatoren zijn de belichaming van het systeem. Dankzij de tirannieke werking van hun macht kregen ze de tegenstribbelende boeren en burgers zo ver om mee te werken. Slechts op een paar momenten hebben de elites concessies gedaan, bijvoorbeeld in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Echte oppositie op alle vlakken kwam er pas in de jaren zestig, met de culturele, politieke en ecologische ambities van de 68’ers. Maar die opstand van de tegencultuur werd met geweld gestuit.

Verlichting

In de afgelopen jaren hebben verschillende auteurs nadrukkelijk de boodschap verkondigt dat het beter dan ooit gaat met de wereld en met meer mensen dan ooit. Een goed voorbeeld is het recente boek van Steven Pinker, Verlichting nu. Hij probeert met een reeks aan cijfers en grafieken aan te tonen dat er vooruitgang is op vele vlakken.

Dit boek van Scheidler is daar echt de tegenhanger van. Hij probeert aan te tonen dat de toestand er helemaal niet beter op geworden, de afgelopen vijfduizend jaar, en zeker niet de afgelopen vijfhonderd jaar. Natuurlijk kan je in het rijke Westen het idee krijgen dat we er goed voor staan. Scheidler vertelt dat hij in een verwarmde ruimte met een kopje koffie aan zijn boek werkt. Maar als je bedenkt waar de koffie vandaan komt, en de olie of kolen om zijn huis te verwarmen dan verandert het perspectief, voegt hij daar aan toe.

Pinker ziet de rede en de ideeën van de Verlichting als het bewijs en het fundament van de vooruitgang. Maar Scheidler ziet diezelfde Verlichting en de ideeën als een ideologische schaamlap en rechtvaardiging voor een praktijk van steeds verdere uitbuiting. Dat zijn duidelijke tegenstellingen en Scheidler heeft deels echt een punt. Maar hij heeft wel erg weinig oog voor de positievere kanten van ‘de beschaving’ en het ‘lineaire denken’. Denk bijvoorbeeld aan de medische zorg en de levensverwachting van mensen. Zou het echter prettiger zijn om vijfduizend jaar geleden te leven?

De alternatieven

De stelling van Scheidler is dat de megamachine zijn einde nadert. Er zijn uiteraard ontwikkelingen die duiden op dat einde. Denk aan de verwoestende werking van klimaatverandering tot de onvrede in allerlei landen. Maar als het systeem 500 of 5000 jaar bestaat, waarom zou het dan nu op een beslissend moment zijn aanbeland? Het systeem ging, als we Scheidler mogen geloven, altijd al gepaard met crises en ellende. Waarom het nu anders is, wordt niet overtuigend bewezen.

In zijn laatste hoofdstuk beschrijft Scheidler mogelijkheden voor alternatief handelen. De suggesties komen voor de lezers van het werk van bijvoorbeeld George Monbiot en Naomi Klein bekend voor. Hij wijst op kleinschalige initiatieven van onderaf, die gemeenschappelijk een economie of een project onderhouden. Denk bijvoorbeeld aan gratis software. Volgens Scheidler kunnen dergelijke initiatieven vooral hun nut bewijzen als de megamachine krakend tot stilstand komt.

Er is geen masterplan voor een andere wereld, en dat is maar goed ook, zegt Scheidler. Want we moeten juist af van universalistische plannen. Die nieuwe wereld moet organisch groeien. Toch is het maar de vraag of dergelijke bescheiden initiatieven de mogelijkheid aantonen van een andere wereld. Of zijn het reservaten die door ‘de megamachine’ mogelijk gemaakt en getolereerd worden? Het laatste hoofdstuk is eigenlijk een vreemde afwijking van het voorgaande.

Maar het boek van Scheidler is een intrigerende antigeschiedenis die verder reikt dan veel analyses van de huidige toestand. Scheidler neemt grote stappen, heeft een uitdagende visie, die hij echter met een rustige toon combineert. Zijn boek is zowel ambitieus als tamelijk precies, wat een prestatie is met dergelijke fundamentele vraagstukken.


Deze recensie verscheen eerder op Boekenstrijd
.

  1. 1

    Met zo’n allesomvattende analyse kan je twee kanten op: of de mens is zondig of de elites deugen niet. Scheidler kiest uitgesproken voor de laatste optie.

    Jammer. Het is overduidelijk dat de mens als verschijnsel eigenbelangen na jaagt en zodoende ‘de elite’ aan de macht helpt en houdt. Tegen ‘de elite’ zijn wil dan ook niks anders zeggen dan het eigen straatje schoon vegen. Net alsof de kleine man niet geldbelust is.

    Er is geen masterplan voor een andere wereld, en dat is maar goed ook, zegt Scheidler. Want we moeten juist af van universalistische plannen. Die nieuwe wereld moet organisch groeien.

    De enige mogelijkheid om als mensheid voort te bestaan is om het eigenbelang van onderop af te schaffen, dan kan de wereld organisch groeien. Wonderen zijn niet uit te sluiten, maar ik zie nog geen tekenen van het collectief opgeven van het eigenbelang. Volkeren staan nog altijd tegenover elkaar ipv naast elkaar. Net zoals de afgelopen 5000 jaar.

  2. 3

    In de tijd waarin mensen nog leefden van jagen en verzamelen, leefden ze in kleine groepen.
    Uitbuiting van anderen in een kleine groep is moeilijk tot onmogelijk.

    Dat werd pas mogelijk toen er onderscheid kwam tussen boeren en priesters, of tussen boeren en soldaten.

  3. 4

    Uitbuiting van anderen in een kleine groep is moeilijk tot onmogelijk.

    Leg dat eens uit. Ik kan als stamhoofd/alfamannetje toch de stam onderdrukken met wat medeplichtigen? Zodat ik de vruchten pluk van andermans arbeid? Dat lijkt me het recht van de sterkste. Zaak is wel dat je wat medeplichtigen hebt die je ook een fooi toeschuift.

  4. 6

    Tientallen miljoenen? Afgezien van de vraag hoe hij aan dat getal komt, kunnen we daar tegenover zetten dat er nu zeker 6 miljard mensen meer leven dan destijds mogelijk was. En die leven helemaal niet allemaal in armoe, ook niet buiten “het Westen”. Dus de stand is 600-1 voor de moderne tijd.

    Ik zou bijna dat boek willen lezen om te weten hoe de schrijver tot de conclusie komt dat een armzalig, ongezond, kort en onderdrukt bestaan beter is.

    @3 over onderdrukking in kleine groep hoeven we ons geen illusies te maken: je hoeft maar naar de dieren te kijken om te zien dat de sterkste gewoon gelijk heeft.

  5. 7

    @6: “Tientallen miljoenen?”
    Ik denk dat dat eerder een onderschatting is. Beide wereldoorlogen zitten al in die aantallen.

    “dat er nu zeker 6 miljard mensen meer leven dan destijds mogelijk was.”
    Meer (mensen) is niet noodzakelijk beter. Ik zou eerder zeggen dat de pre-agriculturele wereld op dat punt dik wint vanwege veel minder mensen.

    “een armzalig, ongezond, kort en onderdrukt bestaan”
    Het leven van jager-verzamelaars was niet noodzakelijkerwijs kort (of ongezond en armzalig, laat staan onderdrukt). Ja, de kindersterfte is/was hoog, maar als je de 15 haalde, zat het er dik in dat je ook de 60 haalde (wat dat betreft ging men er juist op achteruit met de invoering van de landbouw). Ook spendeerden jager-verzamelaars aanmerkelijk minder tijd aan voedselvergaring dan de landbouwers na hen.

    “over onderdrukking in kleine groep hoeven we ons geen illusies te maken”
    Wat je illusies betreft zit je er gewoon naast, de jager-verzamelaars zijn/waren (veel) gelijker.

    Was alles dan toen beter? Zeker niet, de laatste eeuw hebben we medicijnen en geneeskunde, zodat niet de 40% van onze kinderen doodgaat voor ze vijftien zijn. En voedselzekerheid is ook heel wat waard. Maar ik steek er mijn hand niet in het vuur voor dat de gemiddelde moderne mens gelukkiger is. En voor meer dan 95% van het bestaan van de landbouw moeten we bovendien in aanmerking namen dat het leven enorm veel miserabeler was dan nu, met vrijwel geen sociale mobiliteit, rudimentaire gezondheidszorg, slavernij/horigheid/lijfeigenschap en zonder centrale verwarming.

  6. 8

    @7: de jager-verzamelaars zijn/waren (veel) gelijker.

    Je doelt toch niet op die simulatie-studie, he? Maar zelfs jouw “gelijker” betekent absoluut niet dat mensen iets vergelijkbaar met moderne vrijheden hadden, maar hooguit dat grote rijkdom onmogelijk was. Het wordt knap moeilijk om argumenten te vinden die ondersteunen dat autoriteit iets van de laatste 5000 jaar is.

    Maar jij noemt het ook al: alle argumenten komen neer op: er zijn te veel mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren