Het beestje bij zijn naam noemen

COLUMN - Onlangs kwamen voormalig PvdA-Kamerleden Kuzu en Öztürk in het nieuws met het voorstel om het woord ‘allochtoon’ af te schaffen. Ondanks dat ze zeker niet de eerste zijn die dit idee opperen, kwam het voorstel hen op hoongelach te staan. Loze kreten en holle retoriek werd hen verweten.

Politici staan natuurlijk bekend als woordkunstenaars. Een oorlog heet dan plots een politionele actie en een bezuiniging wordt een ombuiging.

Je zou zeggen dat wetenschappers dergelijke eufemismen vreemd zijn: zij noemen het beestje gewoon bij zijn naam. Maar ook waar het wetenschappelijke ontwikkelingen betreft wordt geregeld geprobeerd om termen te vervangen. En ook in de wetenschap spelen positieve of negatieve associaties die termen oproepen daarin een belangrijke rol.

Neem bijvoorbeeld onderzoek waarbij wetenschappers direct het DNA van organismen veranderen, ook wel bekend als ‘genetische modificatie’. Voorstanders van genetische modificatie hebben geprobeerd om de term ‘genetisch gemodificeerde organismen’ te vervangen voor ‘genetisch verbeterde organismen’, een term die weinig onduidelijk laat over de wenselijkheid van de technologie.

En wetenschappers die een rijstsoort hebben gemodificeerd zodat het vitamine A bevat noemden hun product ‘gouden rijst’, naar de gele kleur van de rijstsoort. Het is maar de vraag of ze hun product ook naar de kleur hadden vernoemd als het een poepbruine kleur had gehad.

Tegenstanders op hun beurt proberen genetisch gemodificeerde gewassen om te dopen tot Frankenfood, naar het losgeslagen monster van Dr. Frankenstein – het archetype van wetenschappelijke overmoed. “If they want to sell us Frankenfood”, zo schreef de hoogleraar Engels die de term verzon, “perhaps it’s time to gather the villagers, light some torches and head to the castle”, net als de dorpelingen die het monster van Frankenstein achterna zaten.

De introductie van deze termen is ongetwijfeld ingegeven door politieke bedoelingen. Maar dit staat zeker niet los van de wetenschappelijke zoektocht naar de waarheid. Volgens tegenstanders van genetische modificatie belicht de term Frankenfood immers de belangrijkste eigenschappen van de nieuwe technologie, net zoals voorstanders van mening zijn dat ‘genetische verbetering’ dichter bij de waarheid zit.

Hoewel de term genetische modificatie natuurlijk nog altijd in omloop is, tonen deze voorbeelden dat het wel degelijk kan lonen om een term proberen te vervangen. Het is echter een illusie om te denken dat het pleit daarmee is beslecht. De betekenis van een woord is immers geen eigendom van degene die de term heeft gemunt: de associaties die woorden oproepen kunnen in verloop van tijd veranderen.

Een goed voorbeeld is de Engelse term ‘genetic engineering’. Toen dit woord in de jaren ’60 voor het eerst in omloop kwam stond het nog grotendeels gelijk aan eugenetica – de wetenschap van het verbeteren van het menselijke ras. Indertijd, niet lang na de Tweede Wereldoorlog, riep dit nog allerlei onplezierige associaties op. Tegenwoordig heeft de term zich echter van deze associaties ontdaan en staat ‘genetic engineering’ te boek als een relatief neutrale term.

Zelfs de betekenis van een term als Frankenfood blijft niet constant. Hoewel het lijkt alsof Frankenfood een haast onontkoombaar negatieve bijklank heeft, wordt de term inmiddels ook door voorstanders van genetische modificatie gebruikt. Voorstanders wijzen erop dat het monster zo kwaad nog niet was en dat het pas misging toen angstige inwoners hem wegjoegen. In dat geval wordt Frankenfood geassocieerd met beloftevolle technologieën die gehinderd worden door het irrationele gedrag van burgers. Andersom mag gouden rijst dan wellicht de naam dragen van ons meest gewaardeerde element, het kan ook de indruk wekken dat deze rijst veel te duur is voor arme mensen met tekort aan vitamine A.

Zowel wetenschappers als politici proberen met woorden de waarheid naar hun hand te zetten. Als Kuzu en Öztürk iets kunnen leren van de wetenschap, dan is het wel dat het vervangen van een term zeker geen holle retoriek is. Woorden beïnvloeden de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken, al is het een illusie om te denken dat ze de betekenis van een nieuwe term kunnen toe-eigenen.

Door Koen Beumer

  1. 1

    Las net ergens dat het duo Kuzu en Öztürk uit veiligheidsoverwegingen, het ‘hele beefgebied’ in Groningen, permanent wil laten ontruimen. Dus alles weg: huizen, fabrieken, scholen, boerderijen, de Stad Groningen (200.000 inwoners…) (ligt ook in het beefgebied) – alles. Dus ja, dat hen hoongelach te deel valt is vast niet enkel vanwege het afschaffen van woorden – ach, het kan er nog wel bij.

  2. 4

    Ooit hadden we gastarbeiders die net zo makkelijk gingen als dat ze kwamen. Toen ze na 1974 bleven, paste het woord niet meer en kon het ook makkelijk verdwijnen.

    Nu heten het allochtonen, maar als de naam niet meer past of de groep als zodanig niet meer bestaat, pas dan kan de naam verdwijnen. Het was pijnlijk te horen hoe de politici van DENK zich in allerlei bochten moesten wringen om het woord allochtonen te vermijden.
    Maar de groep bestaat nog omdat ze eigen specifieke problemen kent en dan heb je een verzamelwoord nodig, ook als je het woord allochtonen afschaft. Het nieuwe woord zal dan snel dezelfde negatieve bijklank krijgen en dan ben je gewoon weer terug bij af.

  3. 5

    @4: “Ooit hadden we gastarbeiders die net zo makkelijk gingen als dat ze kwamen.”

    Wanneer was dat dan? Bij mijn weten zijn gastarbeiders (op zijn minst deels) altijd wel blijven hangen. Hier in de omgeving lopen nog de nodige nakomelingen van Polen en Grieken rond (het is niet voor niets dat half Heerlen Hollands met knoebele praat) en vlak over de grens in Luik is er nog een hele Italiaanse wijk over van de “gastarbeiders” uit de mijnbouw van vorige eeuw.

    Verder is het punt nu juist dat de naam allochtoon helemaal niet één groep dekt. Er zijn in Nederland vele groepen allochtonen, met ieder heel specifieke problematiek en er zijn (afgezien van buitenlandse afkomst van de ouders) eigenlijk geen algemeen verbindende kenmerken. Vandaar dat het woord zelf inderdaad overbodig is en al vaak foutief/selectief wordt toegepast. Gevolg is dat je eigenlijk niet weet wat gesprekspartners bedoelen als ze het woord allochtoon gebruiken, tot ze zich nader verklaren. In de politiek wordt er door bepaalde partijen misbruik van gemaakt, door de problematiek van bepaalde groepen allochtonen te koppelen aan het totale aantal allochtonen (om zo de kiezer angst aan te jagen).

  4. 6

    @5: In de jaren ’60 gingen veel gastarbeiders voor een tijdje terug naar hun vaderland. Bijvoorbeeld een jaartje of langer en dan kwamen ze weer. Na de oliecrisis van ’74 en de snel stijgende werkloosheid gingen de grenzen dicht. Toen zagen veel gastarbeiders zich gedwongen te blijven, ze zouden bij vertrek immers permanent weg moeten blijven.

    Door te blijven ontstond de noodzaak van gezinshereniging die door het CDA (gezin is de hoeksteen van de samenleving) van harte werd gesteund. De rest is geschiedenis.

  5. 7

    @5: De naam allochtoon dekt wel degelijk een groep.
    Dat er vele subgroepen zijn aan te geven maakt niet uit.
    Nederlanders bestaan ook als groep, ook al kun je er grote onderlinge verschillen in ontdekken.

  6. 9

    @7: Het is een groep, omdat je het defineert als een groep. Ik ben zo autochtoon als ze komen, maar mijn zoontje is volgens de definitie allochtoon, met volgens jou in @4, “specifieke problemen”. Ik vind dat een nogal aanmatigende kwalificatie. Hoe kom je erbij om hem allerlei problemen toe te schrijven op basis van het enkele feit dat zijn moeder niet uit Nederland komt?