Hervorm liever dan alleen te bezuinigen

Haastig bezuinigen zonder fundamentele hervormingen brengt de Nederlandse economie in een neerwaartse spiraal. Het zou beter zijn om de economie sterker, groener en rechtvaardiger te maken. Dat zouden zowel liberalen, christendemocraten als populisten moeten willen, zegt Bas van Bavel, hoogleraar Sociale en Economische Geschiedenis van de Middeleeuwen aan de Universiteit Utrecht.

Bezuinigen is noodzakelijk. Over het tempo en de omvang waarin dat moet gebeuren, en wat hiervan de korte termijneffecten zijn, valt te twisten. Maar veel belangrijker nog zijn de effecten op de langere termijn. Hoe voorkomen we dat een langdurige hapering van de Nederlandse economie en een verlies aan concurrentiekracht ons over een tijd dwingen tot weer een volgende bezuinigingsronde? Hoe zorgen we ervoor dat het succes en de slagkracht van onze economie juist in deze moeilijke omstandigheden worden vergroot, om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen? Die slagkracht is al niet groot, als gevolg van de structurele problemen op drie terreinen die noodzakelijk zijn voor economische ontwikkeling en groei:

- de uitbouw van menselijk kapitaal (human capital) en daaraan gekoppeld de investering in onderwijs en onderzoek;
- verduurzaming van de economie;
- maatschappelijke gelijkwaardigheid en brede participatie.

Terecht wordt er op gewezen dat hervormingen van de arbeidsmarkt, de woonsector en de financiële sector noodzakelijk zijn, maar nog belangrijker voor onze welvaart zijn de dieperliggende fundamenten die welvaart op de lange termijn kunnen creëren. Recent economisch en economisch-historisch onderzoek laat, nog duidelijker dan we eerder al wisten, zien dat juist deze drie terreinen cruciaal zijn voor een succesvolle economie die ook internationaal concurrerend blijft. En op alle drie terreinen presteert Nederland op dit moment matig.

Drie terreinen waarop Nederland achterblijft
De Nederlandse samenleving en het bedrijfsleven investeren ten eerste relatief weinig in onderwijs en de kwaliteit van de arbeid. Het aandeel van het Bruto Binnenlands Product (BBP) dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan onderwijs ligt lager dan in Frankrijk en Groot-Brittannië, en veel lager dan in de Scandinavische landen. Het BBP-aandeel dat wordt uitgegeven aan Research & Development, en dan met name het aandeel van het bedrijfsleven daarin, ligt volgens OESO-cijfers in Nederland eveneens laag.

Op het gebied van ecologische duurzaamheid van de economie doet Nederland het ook slechter dan het gemiddelde van de vijftien kernlanden van de Europese Unie. Wat betreft hoogte van het energieverbruik, het aandeel van duurzame energie en de uitstoot van CO2 scoort Nederland matig, volgens cijfers van het CBS.

Op het gebied van maatschappelijke gelijkwaardigheid tenslotte is met name de vermogensongelijkheid in Nederland zeer hoog. De gini-coëfficiënt, dat die ongelijkheid uitdrukt, is bij ons meer dan 0,8, op een schaal van 0 tot 1. Daarmee is de Nederlandse vermogensongelijkheid, die met inkomensongelijkheid de belangrijkste component van ongelijkheid vormt, een van de hoogste in de Westerse wereld (volgens cijfers van het CBS, zie ook mijn eerdere artikel op Sociale Vraagstukken).

Hervorming levert ook geld op
Dat Nederland op deze cruciale terreinen zo matig scoort is overigens niet alleen deze en voorgaande regeringen te verwijten, maar ook de werkgevers en werknemers. De maatschappelijke partners zouden net zo goed de huidige crisis en bezuinigingsopgave moeten aangrijpen om op deze drie terreinen gezamenlijk tot structurele hervormingen te komen. Eerder is een dergelijke hervorming de Nederlandse samenleving en economie ook gelukt. Rond 1950 werd uit de puinhopen van de oorlog en de voorgaande crisis de opbouw van de economie en de sociale welvaartsstaat ter hand genomen, en in jaren 1980 vond men in de economische problemen de kracht om de hervorming van de verzorgingsstaat ter hand te nemen. Nu wacht een soortgelijke opgave.

Kost deze hervorming dan geen geld? Wel als het gaat om de investeringen in onderzoek en onderwijs. Maar daarbij kan met name worden gezocht naar instrumenten om het bedrijfsleven hierin zijn verantwoordelijkheid te laten nemen. Verduurzaming van de economie hoeft geen belastinggeld te kosten, integendeel, die kan juist bijdragen aan het in balans brengen van de overheidsfinanciën, bij voorbeeld door het belasten van vervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies en vrijstellingen voor vervuilende activiteiten. Verzachting van de scherpe vermogensongelijkheid levert zelfs een grote bijdrage aan de overheidsfinanciën. De verschillende vermogensbelastingen op het peil van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk te brengen, dat wil zeggen 1 à 2 procentpunten hoger dan ze nu in Nederland liggen (volgens cijfers van de OESO), zou zo’n 10 tot 20 miljard euro per jaar kunnen opleveren. Dat is ruim voldoende voor de noodzakelijke investeringen in onderwijs en onderzoek en draagt daarnaast substantieel bij aan de financiering van de noodzakelijke hervorming van de Nederlandse economie en samenleving.

Resultaat past christendemocraten, liberalen en populisten
Het resultaat is dat we kansen tot ontplooiing geven aan brede groepen uit de samenleving, die door hun vergrote kennis en werkkracht bijdragen aan de welvaart en het concurrentievermogen van de Nederlandse economie. Dat is een resultaat dat behoort tot de klassieke doelen van christendemocraten, liberalen en populisten, en dus alle politieke grenzen overstijgt. Het is ook een gezamenlijk belang van de maatschappelijke partners.

Zo benutten we deze crisis om de Nederlandse economie klaar te maken voor de toekomst, in plaats van haar slagkracht uit te hollen en terecht te komen in een neerwaartse spiraal.

Bas van Bavel is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en coördinator van het kenniscentrum ‘Instituties van de Open Samenleving’. Het centrum maakt deel uit van de Universiteit Utrecht. Op 22 maart organiseert het IOS een symposium over ‘De institutionele verbouwing van Nederland‘.

foto: flickr/minister-president

  1. 1

    Natuurlijk werkt het idee van belastingverhogingen bij de vermogenden, eventueel tijdelijk, het snelst om de overheidsfinanciën op orde te krijgen en is de kans op een neerwaartse economische spiraal het kleinst. Eventueel negatieve economische effecten zullen pas met aanzienlijke vertraging optreden.

    Maar hogere belastingen zijn een ideologische vloek voor dit kabinet. Eerder nog zal je Wilders de islam horen prediken.

    GD Star Rating
    loading...
  2. 4

    Bestedingen van laagbetaalden hebben een grote elasticiteit. Ontvangen ze minder door bezuinigingen, dan heeft dat direct invloed op hun uitgaven. Daarentegen maakt het voor vermogenden veel minder uit of ze een jaar wat minder krijgen. Gewoonlijk is hun inkomen toch al flexibel. Bovendien worden hun inkomsten veelal op meerdere plekken in de wereld gegenereerd. Hun uitgaven bestaan in het algemeen voor het grootste deel uit investeringen, die veelal een lange implementatietijd vergen. Vaak zijn in de zaken ook contracten betrokken die niet zomaar kunnen worden opgezegd.

    GD Star Rating
    loading...