Goed volk | Heiligen en volkscultuur

COLUMN - Heiligenverering, vooral van plaatselijke heiligen, is een van de meest uitgesproken vormen van volkscultuur. We hoeven ons daarbij niet te beperken tot de christelijke heiligen. Er zijn pedanten in het boeddhisme, Ariya’s en Bodhisattva’s, en zelfs de islam kent zijn, meestal clandestiene heiligen, vooral in India en de Maghreb. Om het onderwerp overzichtelijk te houden beperk ik me tot de christelijke heiligen uit Europa. Maar wanneer ben je nu officieel heilig ? Zijn er ook officieuze heiligen ? Hoe is het ‘instituut’ eigenlijk ontstaan ? Is er ook sprake van syncretisme bij heiligenverering?

Een heilige is volgens Van Dale iemand ‘die Christus toebehoort’. Nader:

Iemand die door zijn of haar vroomheid en goede werken heeft uitgemunt en waarvan de Kerk, na zaligspreking, verklaart heeft dat hij of zij openlijk vereerd mag worden.

Die nadere definitie is een typisch actuele Rooms-Katholieke. Het is niet altijd zo geweest.

De eerste heiligen

Er was voor het eerste sprake van heiligen toen van christenen werd geëist dat zij hun geloof in Jezus van Nazareth af zouden zweren en zij dit vertikten. Om hun eis kracht bij te zetten verzonnen met name de Romeinen martelingen waarbij die van IS in het niet vielen, maar meestal waren die niet effectief of werkten ze gewoon niet: aanstaande heiligen brandden meestal slecht. Zo iemand stierf dan als martelaar en de eerste heiligen waren dan ook martelaren, te beginnen met Stephanus die niet lang na het optreden van Jezus werd gestenigd.

Het gelovige volk meende dat zo’n martelaar in de hemel een streepje voor had bij Jezus Christus en dat hij of zij een goed woordje voor de gelovigen zou kunnen doen: de martelaar is middelaar. Zo’n martelaar werd bijvoorbeeld vereerd (niet: aanbeden) door bij zijn of haar graf een liturgie op te dragen. Dit gebeurde onder andere in de catacomben van Rome. De liturgie van de kerk was in die tijd nog niet centraal geregeld en plaatselijke devoties speelden een grote rol. Vooral tijdens de eerste eeuwen van het christendom was heiligenverering uitsluitend een zaak van het gelovige volk.

Vanaf de vierde eeuw werden in bepaalde gevallen belijders, gelovigen die wel voor hun geloof waren uitgekomen maar geen marteldood gestorven waren, waardig geacht vereerd te worden. Voorbeelden van zulke heiligen zijn Efrem de Syriër, Hilarius van Poitiers en onze eigen Servaas van Maastricht (alle uit de vierde eeuw).

Officieel instituut

Het vereren van heiligen en hun gebruik als middelaar was in de eerste eeuwen veruit van gestructureerd en gecentraliseerd. Bovendien was, als de heilige familie van je was, de grens met voorouderverering niet altijd even expliciet. Verering van heiligen ontwikkelde zich spontaan binnen de (lokale) gemeenschap van gelovigen en van een formele heiligverklaring was nog geen sprake.

Vanaf de Vroege Middeleeuwen werden naast martelaren en belijders ook bisschoppen en christelijke staatshoofden als heiligen vereerd. Omdat de heiligenverering in de Oosters-Orthodoxe Kerk met hun iconenverering een verhaal apart is, beperk ik mij tot de kerk van Rome.

De formalisering van de heiligenverering en het ontstaan van heiligverklaringen door de kerk kent drie etappes. In de Vroege Middeleeuwen werd een officiële heiligverklaring verricht door een plaatselijke missionaris, bisschop of in sommige gevallen een koning of ander staatshoofd. De canonisatie werd dan (conform een pauselijke canonisatieprocedure) verricht door één of meerdere bisschoppen, die de relieken van de heilige lieten opgraven en in een reliekschrijn lieten plaatsen die vervolgens tijdens een plechtige mis ter verering op of in een altaar werd geplaatst. De eerste die deze eer te beurt viel was Ulrich van Augsburg in 993 en de laatste Walter van Pontoise die in 1153 door de aartsbisschop van Rouen heilig werd verklaard.

Vanaf de elfde eeuw werd de canonisatie door de paus zelf verricht of bekrachtigd, opdat de heilige meer gezag zou hebben of omdat onder de geestelijken onenigheid bestond over een eventuele heiligverklaring. Met name tijdens de periode van het Westers Schisma (1378 – 1417) met tegenpausen in Avignon waren de pausen het met betrekking tot canonisaties niet altijd met elkaar eens of werd dit als kerkpolitiek middel gebruikt. Ook vonden er vervalsingen plaats: zo is de heilige Heribert van Keulen waarschijnlijk nooit officieel heilig verklaard.

In 1588 tenslotte maakte paus Sixtus V een einde aan het gedonder. Op 22 januari van dat jaar stelde hij de Sacra Rituum Congregatio in, de congregatie die vanaf dat moment alle canonisaties volgens strikte regels zou behandelen.

Heiligen en volkscultuur

Tegenwoordig worden de grote heiligen door de Kerk nadrukkelijk in ere gehouden, zeker als zij de titel ‘kerkleraar’ (Doctor Ecclesiae) hebben gekregen, zoals Augustinus, Thomas van Aquino en Theresia van Ávila. Voor vele heiligen, met name die slechts nationale of lokale bekendheid genieten, blijft heiligenverering iets wat het vanaf het begin geweest is: een zaak van en voor het volk, volksdevotie. Maar met die volksdevotie kregen die heiligen ook last van bijwerkingen, met name bijgeloof.

Bijgeloof is vaak gebaseerd op associaties die wel logisch maar niet reëel zijn. Zoals volksetymologie. Zo beschermt de heilige Rosa van Lima tegen haarroos, Sint-Valentijn tegen vallende ziekte en Sint-Lambertus van Maastricht tegen lamheid en invaliditeit.

Vijftiende-eeuwse afbeelding van de martelaarsdood van de Heilige Lambertus

Ook werden voorchristelijke, heidense elementen geassocieerd met heiligen. Met name Ierland is daar sterk in. Dit land kent bijvoorbeeld tal van bronnen die van oorsprong heidens zijn maar later met de plaatselijke heilige werden verboden, hetzij op kerkelijk gezag maar in de meeste gevallen spontaan. De veronderstelde genezende werking van het water ging gewoon over van de watergeest of waternimf op de christelijke heilige.

Ook Nederland kent er wat van. In Zuid-Nederland, onder meer in Tilburg, bestonden zogenaamde Krijnsputjes, genoemd naar Sinte Krijns ofwel Quirinus. In de negentiende eeuw werd deze nog vereerd in de Goirkese kerk in Tilburg, waar je Quirijnswater kon halen tegen schurft. In die kerk staat een lindehouten beeld van Quirinus, gekleed als krijgsman. Dit stamt uit omstreeks 1700 en werd in 2010 nog gerestaureerd.

Heiligen geven ook aanleiding tot plaatselijke festivals. Zo werd vorige week ter ere van de genoemde Servaas van Maastricht de Heiligdomsvaart gehouden. Dit is een religieus en historisch evenement dat om de zeven jaar in Maastricht gehouden wordt en uit de Middeleeuwen stamt. Het is ontstaan uit de bedevaarten naar het graf van de heilige. Hoogtepunt van de tien dagen durende festiviteiten is een tweetal processies of ommegangen waarbij de belangrijkste relikwieën worden meegevoerd, zoals de Noodkist en de Zwarte Christus van Wyck, beide een verhaal apart.

Reliekentoning vanaf de dwerggalerij van de Sint-Servaaskerk in Maastricht (Blokboek van Sint-Servaas, ca. 1460)

Volksdevotie en kerk

Volksdevoties laten zich over het algemeen weinig gezeggen door de kerkelijke hiërarchie. Zo zijn de beruchte veronderstelde Mariaverschijningen in Međugorje (Bosnië en Herzegovina) niet door de kerk erkend en zullen ze dat naar alle waarschijnlijkheid ook nooit worden, tenzij er ooit een paus wordt gekozen die roomser is dan hijzelf. Desondanks is Međugorje een belangrijke bedevaartplaats geworden met het hele circus dat erbij hoort.

Een opvallend voorbeeld uit de Middeleeuwen is Guinefort van Bourgondië, een heilige hond, die zelfs een eigen feestdag had op 22 augustus. Volgens de legende (De Adoratione Guinefortis Canis) verdedigde het dier een kind in een wieg tegen een slang. Toen de vader van het kind thuiskwam, de omgevallen wieg zag alsmede de met bloed besmeurde hond trok hij de logische conclusie dat Guinefort zijn kind had verorberd, waarop de vader de hond doodsloeg. Toen hij echter vlak daarop zijn huilende maar ongedeerde kind en een doodgebeten slang ontdekte bemerkte de vader zijn vergissing en begroef hij de hond.

Spoedig deden geruchten de ronde dat er wonderbaarlijke genezingen bij het graf hadden plaatsgevonden. De Inquisitie concludeerde na onderzoek dat Guinefort als hond niet heilig kón zijn, omdat volgens de Rooms-Katholieke leer destijds een beest geen eeuwige ziel bezit en de Kerk zag zijn verering dan ook als ketterij. Het hondenlijk zou vervolgens zijn opgegraven en plechtig verbrand.

Ondanks de veroordeling van Guinefort bleef de cultus van zijn verering bestaan en bedevaarten naar zijn – vermeende – graf hebben tot in de 20e eeuw plaatsgevonden. In Trévron (departement Côtes-d’Armor) bevindt zich nog een ruïne van een H. Guinefortkapel. In het alternatieve circuit zijn er nog steeds Guinefort-adepten die zijn feestdag vieren op 31 juli. (Over een heilige met een hondenkop in een latere column meer.)

Tenslotte hebben bepaalde heiligen zoals Sint Maarten en Sint Nicolaas zelfs de secularisatie overleefd. Of Zwarte Piet zal overleven is inmiddels de vraag, maar die is ook nooit heilig verklaard. Althans niet officieel.

Volgende week iets over heiligen- en iconenverering in de Oosters-Orthodoxe Kerk met als hoofdmoot een merkwaardige heilige uit de Peleponnesus met een wel heel merkwaardig Byzantijns kerkgebouw.

  1. 2

    In het boeddhisme en islam ook heiligen. Dat vind ik interessant. Voor de roomse heiligen ken ik al heel wat verhalen zeker in Spanje bijvoorbeeld , waar ze hele feesten er aan gekoppeld hebben met de gekste dingen die je kan bedenken. Helaas nu veelal alleen voor toeristen gecommercialiseerd.