Groei betekent niet automatisch minder conflict

OPINIE - Economische groei zou het beste medicijn tegen conflict zijn. Jan Pronk zegt dat het ingewikkelder ligt: ‘Wanneer grote en toenemende welvaart ongelijk is verdeeld, is strijd onafwendbaar.’

Economische groei is het beste medicijn tegen gewelddadige conflicten. Groei helpt armoede tegen te gaan en armoede is de bakermat van conflict. Ook wanneer een conflict geen sociaaleconomische drijfveren kent, maar wordt veroorzaakt door religieuze, tribale, etnische of anderszins culturele tegenstellingen, werkt groei als smeermiddel. Immers, de koek wordt groter, iedereen krijgt een groter stuk en daardoor worden tegenstellingen hoe dan ook verzacht.

Die redenering ziet er goed uit, maar is te mooi om waar te zijn. Groei is geen panacee. Dat economische groei conflicten afremt is een drogreden. Helaas wordt die redenering vaak klakkeloos gevolgd door instellingen die belang hebben bij investeringen welke gericht zijn op groei zonder meer. Dat soort redeneringen is bijvoorbeeld te vinden in publicaties van de Wereldbank.

In het voetspoor van de Wereldbank verwijzen beleidsmakers vaak naar wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld het periodieke Human Security Report, dat wordt gepubliceerd dor de gerenommeerde Simon Fraser University in Canada. Daarin wordt beargumenteerd dat de groei van het inkomen per hoofd van de bevolking regeringen, die verwikkeld raken in burgeroorlogen, in staat zal stellen grieven van ontevreden bevolkingsgroepen af te kopen. Groei verschaft hen bovendien de middelen om tegenstanders om te kopen of, indien deze zich daartoe niet lenen, te verslaan. Regeringen kunnen de groei aanwenden om sterkere legers en veiligheidsdiensten op te bouwen en daarmee tegenstanders af te schrikken. Groei verschuift de machtsbalans en verschaft meer macht aan een regime dat te maken krijgt met gewelddadig verzet.

Dat is ongetwijfeld waar, maar het heeft weinig of niets te maken met conflictpreventie, laat staan conflictbeëindiging. Integendeel, zo’n strategie leidt hoogstens tot een tijdelijke opschorting van geweld. Alleen wanneer de oorzaken worden weggenomen mag men er op vertrouwen dat conflicten kunnen worden beheerst. Afkopen van grieven, omkopen van opponenten dan wel overmeesteren van opstandelingen zaait het zaad van toekomstige escalatie. Bovendien, regimes die groei gebruiken om de eigen machtspositie te versterken, plegen hun toevlucht te zoeken in repressie, schending van mensenrechten, willekeur, dictatuur en geweld.

Armoede leidt niet onvermijdelijk tot conflict. Wanneer armoede sommigen in een gemeenschap meer treft dan anderen, ligt een gevecht om een meer gelijke verdeling van schaarse middelen voor de hand.

Helpt meer welvaart dat gevecht te voorkomen? Lang niet altijd. Een hoog welvaartsniveau gaat niet onvermijdelijk gepaard met binnenlandse vrede. Wanneer grote en toenemende welvaart erg ongelijk is verdeeld, waarbij die ongelijkheid door achtergestelde groepen als onrechtvaardig wordt gevoeld, is strijd onafwendbaar.

Juist de transformatie van een arme in een meer welvarende samenleving brengt conflicten met zich mee. Wie is het meest gebaat bij de veranderingen en de groei? Welke bevolkingsgroep is gedoemd toe te kijken hoe anderen profiteren?

Verandering, groei en ontwikkeling kunnen dus resulteren in meer in plaats van minder conflicten, in escalatie van geweld in plaats van verzachting. Het gaat altijd eerder om de verdeling dan om het niveau van de welvaart. De uitgangspositie bij ieder veranderingsproces wordt altijd gekenmerkt door ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen. De verschillen betreffen niet alleen sociaaleconomische klassen, maar ook religieuze, etnische of tribale groepen of andere categorieën meerderheden en minderheden. Daarbij gaat het niet alleen om tastbare grootheden als welvaart en macht, maar ook om identiteit, respect en vertrouwen, dan wel een tekort daaraan. Dat maakt de strijd om welvaart en macht extra gecompliceerd.

Het stimuleren van economische groei als panacee berust op een drogredenering. Hoe komen groei en ontwikkeling tot stand en aan wie komen zij ten goede? Die vraag staat voorop. Alleen inclusieve groei, waarbij van het begin af aan vaststaat dat iedereen gelijkelijk zal meedelen, ongeacht de uitgangspositie van wie dan ook, rechtvaardigt de verwachting dat conflicten zullen afnemen. De huidige trend is echter bijna overal tegenovergesteld. Dus is de verwachting gerechtvaardigd dat de groei, die zich momenteel aftekent, met meer geweld gepaard zal gaan, in plaats van minder.

Deze column van Jan Pronk verscheen eerder op Vice Versa.

  1. 4

    @1
    Het gaat overigens meer over de boodschap dan de boodschapper.
    Ik vind het niet netjes van je een onderwerp op (een misplaatste) persoonlijke titel te voeren en dus af te serveren, we hebben al genoeg dominees in dit land.

    Dan het onderwerp:
    Omdat ik helemaal niets begrijp van groei, economie of een beter leven geloof ik meer in toeval en (on)geluk hebben. Als er groei is dan zijn er meer consumenten en bij krimp is dat minder. Consumenten zonder geld besteden niet en hoe het een of het ander invloed heeft op conflicten is voor mij ook wat raadselachtig omdat aan de ene kant conflicten altijd over geld en macht gaan en aan de andere kant conflicten meestal niet over en met de gewone mensen gaan maar ze wel het hardst treffen.

    Kleine toevoeging: economische voorspellingen komen nooit uit en de analyses achteraf zijn meestal ook wat gewauwel.

  2. 5

    @1: Alcoholisten en hoerenlopers zijn juist degenen die ik serieus neem, de beste schrijvers zijn bijna allemaal alcoholist.
    Ischa Meijer ,notoir hoerenloper, was de beste interviewer die ik ken
    Degenen die ik uberhaupt niet serieus neem zijn diegenen die denken dat dit een reden kan zijn om niet naar een ander te luisteren,dat zijn kortzichtige idioten..

  3. 7

    @6: Ik ken helaas weinig vrouwelijke schrijvers,al moet ik zeggen dat ik Virginia Woolf,Tanith Lee en Sylvia Plath bijzonder waardeer, en bij vrouwelijke interviewers viel ik vaak in slaap,of ze irriteerden me mateloos met gekwebbel.
    Ik ben overigens geen vrouwenhater,ze vervelen me alleen heel snel.
    (ik weet dat ik hier weinig waardering mee zal oogsten maar zo is het nou eenmaal)

  4. 8

    Niets uit het verleden van Pronk als Minister van ontwikkelingssamenwerking veroorlooft hem ooit nog zijn mond open te doen over enig onderwerp uit de economie. Hoogstens kan zijn onafgebroken reeks van debakels nog ter waarschuwing dienen. Zoals een vloot aan gezonken schepen als baken in zee kan fungeren. Dan heb je er nog wat aan.

    Hier een door mij geknot interview van een NRC journalist 1994 met Pronk + mijn commentaar. De journalist vraagt hem bezorgd naar wat NL met al die immigranten moet.
    1) Pronk: ‘Dat je je eigen samenleving er mee kan verrijken. [….] Het kan leiden tot minder provinciale reacties, en meer inzicht in de wereld als geheel.’

    Misschien ben je pas ministeriabel als je politico publiekelijk in staat bent in volle ernst zulke wartaal uit te slaan. Straffeloos.

    (2) Pronk: ‘Ik ben voor deregulering – meer mogelijkheden om je te vestigen als kleine ondernemer. [ ] Iets anders is afschaffing van de winkelsluitingswet. Dan krijg je een ander type ondernemer, die bereid is ‘s avonds hard te werken, vaak afkomstig uit een andere cultuur en zich op een ander segment van de markt richt. Daar worden onze steden rijker en cosmopolitischer van.’

    De socialistische minister preekt en spreekt van een kleine revolutie in midden- en kleinbedrijf waar eisen van vakbekwaamheid worden los gelaten. Nota bene: een socialist die wetgeving arbeiders beschermend wil opheffen en diploma’s afschaffen.

    3) Pronk: ‘Er zijn kosten, er zijn spanningen. Maar tegen het louter belichten van spanningen, het overbelichten van de kosten, stel ik wat onderbelicht wordt: o.m. een zekere verrijking van de samenleving.’ .
    4) Pronk: ‘Ik ben dol blij met al die mensen in Nederland die hun vrije tijd besteden aan asielzoekers. Er is gelukkig nog een breed draagvlak voor dat soort werk. Dat zijn de geuzen van de samenleving’. Tot zover (P).
    Letten wij op o.m ‘ dol blij’ zijn. In Nederland zijn politici heel vaak blij. Blij wanneer ze jarig zijn, blij op vaderdag en blij met hun wetten en verordeningen, en beslist niet blij wanneer iemand ze tegenspreekt. Daar worden ze bedroefd of verdrietig van.

  5. 11

    #8: “Misschien ben je pas ministeriabel als je politico publiekelijk in staat bent in volle ernst zulke wartaal uit te slaan. Straffeloos.”

    Eindelijk begrijp ik waar HPax al die tijd op uit is geweest. Hij wil minister worden.

    Goed stuk van de heer Pronk trouwens.

  6. 13

    Pronk stelt grofweg: economische groei lijkt de wonderpil tegen conflicten. Dat is het niet, want groei leidt tot ongelijk verdeelde groei, dus inkomensongelijkheid en grotere kans op frictie. En dat lost zich regelmatig na een hele tijd weer op. http://en.wikipedia.org/wiki/Kuznets_curve

    Er zal wel een aanleiding zijn voor deze column van Pronk, maar volgens mij zegt hij niets nieuws? Inkomensongelijkheid wordt sinds jaar en dag erkend als iets dat een land weinig goed doet. En groei is niet direct eerlijk verdeeld. De trickle down achtige redeneringen waar Pronk zich tegen verzet, zijn die echt zo gangbaar? Hij noemt wat bronnen, maar het IMF, ook geen kleintje, noemt dit thema wel gewoon.

    Gezien gebrek aan (inhoudelijke) reacties leidt ik af dat Pronk een open deur in probeert te trappen, hoewel ik hem inhoudelijk gezien gelijk geef.

  7. 14

    @12: In dat foute ww2 krantje zullen ze dat bij een linkse politicus graag vermelden, dat de minderjarige jongetjes neuker Demmink een VVD-er is staat er in de telegraaf nooit bij.

  8. 17

    @13: Eindelijk een inhoudelijke reactie! Geheel mee eens. Het is bepaald geen originele gedachte van Pronk. Stijgende welvaart bij een kleine groep roept verwachtingen op bij de grote groep en als daar niet aan voldaan kan worden is dat een basis voor conflicten. Zeker als die kleine groep de massa van het lijf wil houden door repressie. Het gaat er natuurlijk om waar de groei aan wordt besteed. Als alleen de wapenhandelaren er van profiteren weet je hoe het verder gaat.
    Wat ik van Pronk eigenlijk wel eens zou willen horen is wat hij zijn nu met deze wijsheid huidige ministers van ontwikkelingssamenwerking zou adviseren als ze met het nationale bedrijfsleven de wereld intrekken.

  9. 18

    @17: Is de stelling van Pronk overbodig? Hij stelt:
    @0: “inclusieve groei, waarbij vaststaat dat iedereen gelijkelijk zal meedelen, rechtvaardigt de verwachting dat conflicten zullen afnemen. De huidige trend is bijna overal tegenovergesteld”

    Als het beleid gericht is op geweldvermindering – wie wil dat niet? – dan zal je samenwerkingskeuze selectief moeten zijn. Helaas zegt hij er niet bij hoe je tot die keuze komt, ook de Nederlandse NGO’s / regering heeft zelden of nooit zo’n keuze gemaakt.
    Goed om daar op te wijzen, ook als het niet “orgineel” is.

  10. 19

    Julius Nyerere † 1999 was politiek leider van Tanzania. Pronk als Nederlands minister van ontwikkelingssamenwerking was / is bewonderaar van JN en heeft hem altijd financieel gesteund, tot het bittere, hopeloze einde; van ons geld. Voor begrip van wat nu volgt, moeten we dit eerst goed onthouden.

    ‘Nyerere had de visie van een egalitaire samenleving’, schrijft de Belg Jacques (´In het hart van Afrika´, 1994) ‘Het Tanzaniaanse platteland zou de gevolgen daarvan ondervinden. De socialistische idealen die Nyerere in Afrika wil toepassen, bezorgen hem ruime internationale steun die aan ophemeling grenst. Met de verklaring van Arusha van 1967 die de eenheidspartij van het land heeft goedgekeurd, begint Nyerere’s opzet vastere vorm aan te nemen. In 1974 worden millioenen dorpelingen tegen hun zin en soms door tussenkomst van het leger, overgebracht naar nieuwe vestigingsplaatsen die helaas soms alleen op papier of in het brein van de bureaucraten bestaan. Er gaat hongersnood dreigen, maar het Westen biedt uitkomst (3 miljard dollar in de jaren zeventig) en neemt die Nyerere niets kwalijk. Zijn charisma blijft stralen. In 1981 legt hij een verklaring af waarin hij erkent dat Tanzania armer is dan in 1972. Maar daar rouwt hij niet om en hij is zelfs verheugd. Want zijn land is toch maar ontsnapt aan de euvels van het kapitalisme en in het bijzonder aan de plaag van een rijke en geprivilegieerde elite.´ (Gérard, Jacques, pp. 166-168).

    Tussen 1973-1978 werd onder Pronk de ontwikkelingshulp bestemming Tanzania met de factor 6 vermenigvuldigd. Ontbrak het aan stimulerende, relevante resultaten, de ontwikkelingsideologie bleef doorwoekeren. Men werd niet moe in Tanzania naar gelijkheid te streven, wat het ook kostte. Omstreeks toen werd Nederland nr. 2 op de lijst van Tanzania-donors.

    Stellen we Nyerere = Pronk, dan wordt van de laatste veel duidelijk. Met zijn opstel ´Groei betekent niet automatisch minder conflict´ lijkt P. ´een open deur in te trappen´ (cf. c 13) of ook ´niet origineel´ te zijn of misschien wel ´overbodig´ (cf. c 18). En inderdaad, er staat niets bijzonders in het artikel, vriendelijk gezegd. Totdat je het anders gaat lezen.
    Wat erin staat, is het beleid dat Pronk als Minister heeft gevoerd, en dat was primair niet gericht op economische groei in arme landen, maar clandestiener op het bevorderen van de gelijkheid daar, en hier, eventueel ten koste van economische groei. N=P leert dat

    Pronk was – en is – revolutionair bezig. Hij wil(de) ook het NL-volk omturnen, het ´cosmopolitisch´ maken. Maar niet via de stembus! Vandaar dat hij ´Geuzen´ (c 8, pt 4)* ziet en die erbij haalt. Die revolutionairen van ons, van vroeger, moeten hem vandaag helpen via het mede-organiseren van een dragonnade het volk dáár te krijgen waar P. het hebben wil, uiteindelijk: allemaal gelijk, allemaal op een handjevol leiders na even arm, kosmopolitisch.
    Waar haalt-ie het vandaan, uit Scheveningen.
    P. ´s artikel kun je nu lezen als een bekentenis.

    *Pronk: ´Ik ben dol blij met al die mensen in Nederland die hun vrije tijd besteden aan asielzoekers. Er is gelukkig nog een breed draagvlak voor dat soort werk. Dat zijn de geuzen van de samenleving’. De vrije tijds geuzen van Pronk. De sukkels!

  11. 20

    @0: “inclusieve groei, waarbij iedereen gelijkelijk zal meedelen, rechtvaardigt de verwachting dat conflicten zullen afnemen.”

    @19: Waar lees ik “voor gelijkheid ten koste van groei”?

  12. 21

    @20:
    Economische groei (EG) veronderstelt vrijheid w.b. consumeren en investeren. In de bewoording van Gournay: ´laissez faire, laissez aller. Bij EG hoort dus een dosis ongelijkhheid, zoals bij gelijkheid onvrijheid.
    Gelijkheidsmaniakken van het type Pronk haten de Vrijheid en offeren daar eventueel de economie aan op. En dat hoef je van P. niet te lezen, dat deed hij.
    In 1981 legt Nyerere een verklaring af waarin hij erkent dat Tanzania armer is dan in 1972. Maar daar rouwt hij niet om en hij is zelfs verheugd. Want zijn land is toch maar ontsnapt aan de euvels van het kapitalisme en in het bijzonder aan de plaag van een rijke en geprivilegieerde elite.
    Zie hier, en bedenk dat Pronk is Nyerere. Beiden socialisten.