‘Griezelig fundamentalisme’, of toch niet…?

COLUMN - Afgelopen week gebeurde er iets moois: ik kreeg een reactie op mijn blogserie. Dank daarvoor, Camiel van Altenborg. Niks zo fijn als input aangedragen krijgen, waar je vervolgens alleen maar op hoeft te reageren.

Laat ik beginnen met een korte samenvatting van Camiels punt. Het lijkt een tweeledig punt te zijn. Ten eerste zegt hij: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Doe geen verkrampte, verwoede pogingen om ‘bewust’ te leven. Leef anderzijds ook niet op de pof. Hij noemt het ‘progressief calvinisme’. Zijn tweede punt: ‘Ik pleit voor een cultuuromslag, voor andere ideeën over wat wel en niet normaal is.’ Het eerste punt is gericht tegen mijn ‘griezelige fundamentalisme’. Het tweede punt is zijn alternatief daarvoor. Interessant.

Ok, een kleine analyse. Waarom zou iemand denken dat ik een griezelige fundamentalist ben? Omdat ik me kennelijk ‘in allerlei ongemakkelijke bochten’ wring, waar ik bovendien niet gelukkig van word. Ter illustratie hiervan haalt Camiel aan dat ik er (in mijn eigen woorden) ‘moeite’ voor schijn te moeten doen.

In plaats daarvan stelt Camiel voor dat we onbewust de ingesleten eetpatronen uit onze opvoeding naleven, want ‘zo hoort het nou eenmaal.’ Tegelijkertijd wil hij dus een cultuuromslag met andere ideeën over wat wel en niet normaal is.

De filosoof in mij zegt me dat hier een paar dingen mis gaan, zowel in de vooronderstellingen als in de verdere redenering. Camiel gaat ervan uit dat ik mij in ongemakkelijk bochten wring en dat ik daar niet gelukkig van word. Dat is grappig, want op 29 januari schreef ik nog, als antwoord op de vraag wat ik mezelf aandoe: ‘een behoorlijke portie geluk.’ Laten we dus zeggen dat die vooronderstelling over geluk niet klopt.

Maar dan nog moet ik schijnbaar moeite doen. Wat wil dat dan zeggen? Die opmerking ging over ‘moeite en studie’. Met andere woorden: ik wil graag kennis opdoen over het hoe en waarom van eten. Ik wil weten dat de eetgewoontes die ik mezelf aanwen, gebaseerd zijn op argumenten. Dat is een eenmalige investering; als je de kennis eenmaal hebt, zijn die eetgewoontes zelf verder niet heel moeizaam.

Is Camiel dan tegen informatie en argumenten? Vast niet, maar hij wekt wel de schijn. Hij eet liever op basis van een ‘ingesleten automatisme’. De vraag die dan meteen in mijn hoofd opkomt is: waar komt dat automatisme vandaan? Zou er dan niet ooit iemand geweest zijn die argumenten heeft bedacht voor waarom zo’n eetpatroon goed of nuttig zou zijn?

De volgende vraag is: als hij wil dat de ideeën over ‘normaal’ veranderen, hoe kunnen we dat dan het beste aanpakken? Ik denk graag met hem mee; ik wil niets liever dan dat de ideeën over ‘normaal’ veranderen. Ik zie al die consumptie van dierlijke producten als een overbodige luxe, dus ik kan me wat dat betreft goed vinden in zijn pleidooi voor progressief calvinisme. Ik meen goede argumenten te hebben voor mijn opvattingen over ‘normaal’. Vindt Camiel dan dat mijn argumenten niet deugen…?

Maar misschien zit zijn probleem in mijn fundamentalisme – ‘enige flexibiliteit’ is immers geboden. Toch snap ik ook dit niet. Ik schreef immers vorige keer nog: ‘Ik ben geen purist; ik maak steeds weer de afweging tussen de positieve milieueffecten en de hoeveelheid geluk die het eten van iets dierlijks al dan niet zal creëren.’

Ik kan niet anders dan tot de conclusie komen dat ik niet begrijp wat Camiel zijn probleem is met mijn projectje. Er zijn volgens mij twee mogelijkheden: of hij heeft mijn blogs niet zorgvuldig gelezen, of hij houdt niet van argumenten. Als dat laatste het geval is, ben ik erg geïnteresseerd in de zijne.

  1. 2

    Van Altenborg koos er voor om zijn stukje op te hangen aan jouw blogreeks, maar volgens mij voel je je er iets te persoonlijk door aangevallen. Ik gok i.i.g. dat dat de reden is dat dit stukje alleen maar over jezelf gaat. Ik bedoel, onder je stukje staan de tags ‘bewust leven’, ‘duurzaamheid’ en ‘veganisme’, maar je stukje bevat eigenlijk helemaal geen informatie over die onderwerpen. Als enige termen onder het stukje hadden jouw naam en die van van Altenborg hoeven staan; eventueel begeleid door ‘fittie’. Dat is immers waar het om lijkt te gaan.

  2. 5

    Dag Jojanneke,
    Ik heb net meerdere pogingen tot reactie weer uitgeveegd omdat ze er allemaal op neerkwamen dat ik vond dat je je niet moest laten kennen. Maar dat is niet terecht, want een verwijt van van Altenborg dat jij fundamentalist zou zijn is gewoon belachelijk. Ik geniet van je ervaringen en avonturen. Keep the good work going!

  3. 7

    ik niet begrijp wat Camiel zijn probleem is met mijn projectje

    Ik nog eens teruglees om te zien waarom CvA het eigenlijk nodig vond zich uit te spreken tegen JV’s projectje. Hij blijkt twee bezwaren te noemen.

    1. Daar wordt niemand gelukkig van, jijzelf niet en de mensen om je heen al helemaal niet.
    2. Een gematigd calvinistische instelling is volgens mij een veel beter en handzamer wapen tegen het consumentisme dan het griezelige fundamentalisme van Jojanneke en de haren.

    Hij had het projectje blijkbaar wel okee gevonden als andere mensen er ook gelukkig van worden en als het consumentisme beter zou worden bestreden.

    Eens of niet eens, het zijn heel andere argumenten dan de twee die JV meent te bespeuren: Er zijn volgens mij twee mogelijkheden: of hij heeft mijn blogs niet zorgvuldig gelezen, of hij houdt niet van argumenten.

    JV schrijft zijdelings ook iets over deze twee argumenten.
    1. Camiel gaat ervan uit dat ik mij in ongemakkelijk bochten wring en dat ik daar niet gelukkig van word.
    2. Ik zie al die consumptie van dierlijke producten als een overbodige luxe, dus ik kan me wat dat betreft goed vinden in zijn pleidooi voor progressief calvinisme.

    CvA kijkt ook naar het geluk van anderen, JV niet. En JV lijkt de effectiviteit van de aanpak van het bestrijden van het consumentisme niet zo belangrijk te vinden als CvA.

  4. 8

    @7: Ah, interessant, dank voor dit punt! Het geluk van anderen. Ik heb nog getwijfeld of ik daarop in zou gaan, maar vanwege de woordenlimiet van de blog heb ik dat onderwerp laten vallen. Maar ik ga er hier graag alsnog op in.

    Camiel stelt dat de mensen om mij heen niet gelukkig worden van mijn project. Ik zie een paar situaties waarin dat het geval zou kunnen zijn. Ik behandel alle mogelijkheden hieronder, vergezeld van mijn gedachten over die mogelijkheden.

    1) Als mijn argumenten niet kloppen, zie ik de volgende twee opties:
    a) Iemand wordt ongelukkig omdat hij het zielig vindt voor mij dat ik mezelf om slechte redenen zo veel ontzeg. Dit is echter niet nodig, omdat ik immers zelf aangeef er niet ongelukkig van te worden. In dit geval is er dus geen reden voor mensen om mij heen om ongelukkig te worden. De beste oplossing is dan dat ze hun ongeluk laten varen.
    b) Iemand wordt ongelukkig omdat hij het irritant vindt om lastig gevallen te worden met mijn slechte argumenten. In dat geval zijn er twee opties:
    i) Iemand kan mijn blogs en de discussie over eten gewoon uit de weg gaan. Ik dwing niemand het hier met mij over te hebben. Als ze niet veganistisch willen koken, kunnen ze gewoon met me thee drinken, of mij vragen zelf eten te maken. Daar passen we wel een mouw aan.
    ii) Iemand kan met mij in discussie gaan en mij ervan proberen te overtuigen dat mijn argumenten niet deugen. Ik ben een redelijk mens en ik wil niets liever dan leven op een manier die ik met goede argumenten kan onderbouwen. Dus als de mijne niet kloppen, heb ik graag dat iemand me daarop wijst en mij alternatieven biedt.

    2) Als mijn argumenten wel kloppen kan iemand er ongelukkig van worden omdat het ongemakkelijk is die argumenten dan zelf ook in overweging te moeten nemen. Het kan zijn dat mensen liever niet te veel over hun eetpatroon nadenken en op basis van ingesleten patronen willen leven. In dat geval vind ik niet dat dit echt een probleem is waar ik me mee bezig moet houden. Mensen kunnen twee dingen doen:
    i) Ze kunnen beslissen dat ze het niet de moeite waard vinden hun gedragspatroon met argumenten te ondersteunen. In dat geval kunnen ze mij het beste negeren en doorgaan met leven zoals ze doen.
    ii) Ze kunnen beslissen dat ze het wel de moeite waard vinden hun gedragspatroon met argumenten te ondersteunen. In dat geval kunnen ze mijn argumenten het beste in overweging nemen. Komen ze met mij tot de conclusie dat het goede argumenten zijn, dan kunnen ze hun gedragspatroon aanpassen. Als ze het uiteindelijk geen goede argumenten vinden, kunnen ze mij wederom negeren en doorgaan met leven zoals ze doen.

    Er is inderdaad nog een derde scenario, en dat is het scenario waarin de confrontatie met mijn ideeën mensen aversief maakt ten opzichte van mijn argumenten, bijvoorbeeld omdat ze zo veeleisend zijn, dat ze er liever in het geheel niet meer over willen nadenken. Dit is inderdaad iets waar ik regelmatig over nadenk en ik vind het een uitdaging hier een balans in te vinden. (Hier heb ik eerder ook een blog over geschreven hier op Sargasso.) Het is de balans tussen pragmatisch een doel bereiken (een samenleving waarin consumptie van dierlijke producten steeds minder normaal wordt) en eerlijk zijn over, en niet hoeven te verbergen hoe ik leef en waarom.

  5. 9

    Hallo Jojanneke,

    Allereerst: mijn kwalificatie ‘griezelig fundamentalisme’ was niet op jou persoonlijk gebaseerd, maar meer op andere mensen, die ik zelf ken of over wie ik van vrienden of familie gehoord heb. Het is een beetje een kort-door-de-bochtschets van het veganisme in het algemeen, en ik had het misschien niet zo op moeten schrijven dat het leek alsof het vooral tegen jou persoonlijk was gericht.

    Je vraagt wat nu precies mijn bezwaren zijn tegen jouw leefproject. Welnu, die zijn eigenlijk vooral van cultureel-esthetische aard. Het gaat hier om een subcultuur en een mentaliteit waar ik niks van moet hebben. Dat activistische, dat zo nodig alternatief moeten zijn, en dan ook nog eens anderen je eigen morele superioriteit inwrijven, dat zijn dingen waar ik allergisch voor ben. (Dat laatste doe jij vast niet, maar genoeg andere veganisten helaas wel: bijvoorbeeld een kennis van mij die al haar Facebookvrienden laatst fijntjes een ‘lijkvrij kerstfeest’ toewenste).

    Met de grachtengordellevensstijl die ik in mijn stuk ook op de korrel nam, heb ik ook weinig op. Ook hier heb ik vooral culturele en esthetische problemen mee. Ik wilde met mijn stuk laten zien dat je als progressief mens niet hoeft te kiezen tussen die twee levensstijlen, dat er nog andere mogelijkheden zijn. Ik wilde een manier aandragen waarop je decadentie en consumentisme kunt vermijden, en min of meer verantwoord (vreselijk woord) en in lijn met linkse opvattingen kunt leven, zónder allerlei “malle vega-fratsen” uit te halen.

    Dat, gecombineerd met het gemopper dat je in linkse kringen nog wel eens hoort op het calvinisme met zijn ‘niet nodig’-mentaliteit (iemand die op mijn artikel reageerde, vond zelfs dat ‘de enige goede calvinist een dode calvinist’ was), maakte dat ik het de moeite waard vond om hier een stuk over te schrijven.

    En natuurlijk zijn er dan makkelijk gaten in dat stuk te schieten. Het is geen doortimmerd betoog en zo is het ook niet bedoeld. Wellicht had ik de toon daaraan moeten aanpassen: had ik het moeten formuleren als een vriendelijke suggestie, in plaats van een frontale aanval op het veganisme. Voor zo’n aanval is de inhoudelijke onderbouwing inderdaad te wankel.

    Dus, als jij gelukkig wordt van je grote vega-project (en dat word je kennelijk), dan moet je er vooral mee doorgaan – niemand die je tegenhoudt. Ik ga ondertussen een boterham met kaas eten. En eentje met paardenvlees, dat schijnt best lekker te zijn.