Graspop 2017 – over bandklonen, rooktenten en tapejes

LONGREAD, OPINIE, RECENSIE - Hell, wat was het mooi! Graspop Metal Meeting, in het Vlaamse Dessel, net over de Nederlandse grens (maar toch vier uur treinen vanwege de abominabele OV-verbindingen met ‘over de grens’ – je moet er wat voor over hebben). Een metalfestival met 135.000 bezoekers, waar zowel (grote) namen uit de hardrock van de jaren zeventig tot de metalbands van nu spelen. Vier jaar geleden schreef ik een serie stukjes naar aanleiding van het briljante festival Metaldays in Slovenië.* Graspop 2017 is een goede gelegenheid voor een vervolg.

De muziek

Die is toch het belangrijkst. Ik heb eerder geageerd tegen festivals met heel veel podia en bands, waar je de hele dag heen en weer aan het rennen bent om alles te zien wat je wil zien. Graspop valt ook in die categorie. Deze keer heb ik dan ook gedacht: “fuck it, ik ga gewoon selectief zijn en accepteren dat ik een hoop dingen niet ga zien, die ik eigenlijk wel tof vind”.

Zo miste ik onder andere Rammstein, hoe gaaf show en muziek ook zijn, Alestorm, die ik hier nog uitbundig prees, en Amorphis en In Flames, van wie het oude werk geweldig is (maar die ik al vrij vaak live heb gezien). Deze keer ging ik voor bands die ik nog nooit eerder had gezien, en dat viel vooral in de categorie ‘oude meuk’.

Deep Purple, bijvoorbeeld. Ja, die lui van Smoke on the Water. Ze bestaan nog, en staan nog gewoon op het podium, ondanks dat ze gemiddeld zo’n 70 jaar oud zijn! Dus sta je anno 2017 live naar klassiekers als Perfect Strangers, Hush en Black Knight te kijken. Blue Öyster Cult, waarschijnlijk voornamelijk bekend van Don’t Fear the Reaper, was er ook. Europe, van de Final Countdown, speelde een prima set met hits uit de jaren tachtig, afgewisseld met nieuw werk. Andere aanwezige oudgedienden waren de Scorpions. Overigens heb ik de afgelopen jaren al drie keer eerder hun (zogenaamde) afscheidstournee mogen aanschouwen, maar dat deed niets af aan de pret. Ze speelden een mooie set, en hadden de oude drummer van Mötorhead achter de drumkit. Als tribute aan Lemmy werd Overkill gespeeld.

Een hoogtepunt was Queensrÿche, dat voornamelijk oud werk speelde. Van Queen of the Reich tot Damaged, dus nummers uit de periode 1981 -1994. Slechts één ander nummer werd gespeeld, Guardian, van de laatste CD Condition Hüman. De nadruk lag op het creatieve hoogtepunt Operation Mindcrime en het  grootste commerciële succesverhaal Empire, maar ook andere cd’s uit de jaren 80 kwamen aan bod. Op basis hiervan ga ik zeker het nieuwe werk checken, en ik hoop dat ze spoedig terugkomen naar Europa. Mooi was ook Dee Snider. De goede man is vooral bekend van Twisted Sister en zijn betrokkenheid bij de discussie over de vrijheid van meningsuiting voor artiesten in de VS. U kent de stickers op de cd’s wellicht nog wel: Parental Advisory: explicit lyrics! Hij speelde een paar bekende Sister-hits, maar ook nieuw werk klonk goed.

Zo’n beetje de enige niet oudelullenband waar ik naar heb staan kijken, was Emperor. Met open mond overigens… wat was dat goed. Emperor speelde het briljante album Anthem to the Welkin at Dusk in zijn geheel, om te vieren dat het 20 jaar geleden verscheen. Dat zanger/gitarist Ishan er tegenwoordig uitziet als een barrista in plaats van de blackmetaller van weleer, mocht de pret niet drukken. Ze speelden perfect. Ik kan er nog heel veel over schrijven, maar verwijs liever naar dit stuk, waar Kim Kelly een uitstekende, uitgebreide review heeft geschreven.

De grote vechtscheiding, eh, split up

Bands gaan soms uit elkaar. En de scheidingstaferelen kunnen de gemeenste vechtscheiding met gemak evenaren. Vechtpartijen, naar elkaar spugen op het podium, elkaar jaren later nog afzeiken in de pers; het hoort er tegenwoordig (blijkbaar) allemaal bij. Bij al die ellende heeft zich (bij mijn weten ergens de laatste jaren) een nieuw fenomeen ontwikkeld: dat er na zo’n ruzie niet één, maar opeens twee versies van een band ontstaan. Enkelen daarvan waren op Graspop te bewonderen.

Zo speelde Queensrÿche, dat gedurende twee jaren één van de twee Queensrÿches was. Dit behoeft enige toelichting. Op een gegeven moment kwam ‘de rest van de band’ tot de conclusie dat ze niets meer over hun eigen band te zeggen hadden, omdat alles werd geregeld door de zanger en de bandmanager (de vrouw van de zanger), terwijl de fanclub werd geleid door de dochter van het stel. Ze besloten dan ook, zonder de zanger, dat zijn familie werd ontslagen.

Hij was daar enigszins ontstemd over, uitte dat door op het optreden die avond naar zijn bandleden te slaan en rochelen (op het podium – het zal dat optreden memorabel hebben gemaakt, maar kwalitatief niet hoogstaand). Afijn, gedoe, en de onvermijdelijke gang naar de rechter over de rechten op de bandnaam. De rechter besloot in al zijn wijsheid dat er voorlopig maar twee Queensrÿches moesten zijn, en dan kon over een paar jaar later gekeken worden welke het meeste recht had op de naam, op basis van de reacties van de fans. In hoeverre dit een geniaal Salomonsoordeel was, of een redelijk bizarre constructie waarbij ‘de markt’ bepaalt wie het recht aan zijn zijde heeft, laat ik aan de lezer. De overlevende Queensrÿche, die op Graspop te zien was, was die van de band, en niet die van de zanger.

Maar nog mooier was dat op Graspop twee “Sepultura’s” te zien waren die nummers van succesalbum ‘Roots’ uitbrachten. Nou ja, mooi… mooi is misschien het verkeerde woord, ik vind het namelijk een baggeralbum, dat symbool staat voor een periode waarin in de metal heel veel kutmuziek begon te verschijnen.** Lekkere trash / death werd halverwege de jaren 90 veelal vervangen door ‘groove metal’ en later ‘nu metal’. Sepultura was zo’n beetje de verpersoonlijking van deze ongelukkige stijlwisseling.

De geweldige muziek van bijvoorbeeld Beneath the Remains en Arise werd langzaam verdrongen door mid-tempo ellende; complexe riffs verdwenen; gitaarsolo’s werden vervangen door wat semi-willekeurig gepiep; en agressieve zang door gejammer. Op Roots werd dit alles flink aangevuld met traditioneel trommelgeroffel, want ‘terug naar de oorsprong’. Dus laat je als jongens uit een getto in een miljoenenstad een inheemse stam meespelen, om in contact te komen met je innerlijke indiaan. Ofzo. In ieder geval: na Roots ging viel Sepultura uit elkaar. Er ontstond een conflict tussen de band en de bandmanager, die getrouwd was met de zanger (deja vu, iemand?) Max Cavelera, waarna laatstgenoemde vertrok. Later vertrok ook zijn broer Igor, de drummer, en momenteel zijn ze bij elkaar als ‘Max & Iggor (sic) – Return to Roots’.

Zowel Max & Iggor als het Sepultura van de overige bandleden waren op Graspop. Met Sepultura zelf is het niet echt meer goed gekomen. De nieuwe zanger heeft een heel andere stem dan Max, en live wordt opgetreden met één gitarist in plaats van twee. Daardoor komt het (briljante) oude werk niet echt tot zijn recht. Commerciële en creatieve successen uit de late jaren tachtig en vroege jaren negentig zijn niet meer geëvenaard, al zijn wel nog een paar aardige platen gemaakt. Wat (de oorspronkelijke zanger) Max heeft uitgebracht na zijn Sepultura-tijd is voor mij één bak doffe, bittere ellende (maar ik geef toe dat veel mensen daar anders over denken).

Niet alleen twee dagen achter elkaar dezelfde nummers op Graspop, maar ook twee keer niet boeiend en tijd voor bier en friet.

Het is blijkbaar niet anders, dit soort gedoe. Zo is er tegenwoordig een Entombed en een Entombed AD, treedt Skyclad op maar Martin Walkyer’s Skyclad af en toe ook, staan Venom en Venom Inc. tegelijkertijd op de zomerfestivals. De tijd dat er twee Fear Factory’s waren, is gelukkig voorbij.

Dan heb je samen honderdduizenden of zelfs miljoenen albums verkocht, tientallen jaren de wereld rondgereisd om overal op te treden, en alle rock & roll-clichés indachtig schier oneindige hoeveelheden drank, drugs en groupies gedeeld… en dan dit soort shit. Ga je naar elkaar staan spugen op een podium, en bij de rechtbank zitten voor de bandnaam. Ondertussen daalt de populariteit en wordt de muziek slechter. Wellicht ben ik ook een hopeloze romanticus, die de harde, zakelijke conflicten niet wil zien omdat ze mijn beeld verpesten. Maar ik kan het niet anders dan droevig vinden.

Rook in de tent: het dilemma

Zoals ik al eerder schreef, ik vind metalfestivals bij uitstek een plek waar mensen niet moeten worden lastiggevallen met allerlei regeltjes. Je komt daar om een weekend, of week, te relaxen en je eigen ding te doen. Gevoel van vrijheid, enzo. Als mensen bijvoorbeeld willen drinken, roken, drugs willen gebruiken, naakt rond willen rennen, wat dan ook: zo lang ze anderen daarbij niet al te veel hinderen, moet het allemaal kunnen.

Toch knaagt het ergens. Want het was toch zo dat de vrijheid van de één ophield, waar die van de ander begon? En dat gaat voor mij mis bij de massa’s die binnen in de festivaltenten (waar bands optreden) staan te roken.

Voor een deel komt dat door het type tenten dat Graspop gebruikt. Het zijn helemaal gesloten units, die aan een constructie van buizen hangen. Aan de zijkanten zitten ze dicht, behalve aan één kant waar het publiek er in kan. Alle rook blijft dus hangen. Dit in tegenstelling tot de tenten die je in Nederland veel op festivals ziet, die rondom vrijwel helemaal open zijn (behalve aan de podiumkant, en die ‘hangen’ aan enkele palen, die fungeren als een soort schoorsteen. Maar het komt ook door de nieuwste mode. Want blijkbaar is het in België ‘in’ om intens ranzige vanillesigaren te roken. En dat is goor, heel goor.

Overigens heb ik er in Nederland eveneens last van, als er om me heen gerookt wordt. Ook buiten, ook in een tent. En voor mij is het nog te doen (al moet ik vaak niezen en ga ik er enorm van snurken, als ik in de rook heb gestaan), maar iemand van de groep waarmee ik op Graspop was, valt op een gegeven moment flauw. Die kan dus überhaupt geen optredens zien in een tent. En dat is toch wel balen als er gave dingen spelen, en zonde van het geld, want je betaalt er wel voor.

Verbieden: nee, vanwege ‘vrijheid’, zie hierboven. Maar het zou chill zijn als een festivalorganisatie de overlast wat weet te beperken.

Fuck de tape, leve het keyboard

Terug naar de muziek. Wat me opviel, en me eigenlijk al een aantal jaren opvalt: het lijkt alsof steeds meer bands, die in hun muziek gebruik maken van een keyboard, dat op het podium niet doen. Een Sabaton, bijvoorbeeld, die ook te zien waren op het hoofdpodium. Maar ook bijvoorbeeld Pain (dat overigens niet optrad deze Graspop) doet dat. Prima bands, maar het is jammer dat ze op een gegeven moment voor de live-optredens hun keyboard (en bijbehorend muzikant) hebben thuisgelaten.

Want dat betekent dat alle keyboardpartijen van een meespelend tapeje (nou vooruit, mp3’tje, in deze moderne tijd) komen. En dat beperkt enorm de ruimte om te variëren met de nummers, juist één van de dingen die een live optreden de moeite waard maakt. Dat een nummer net een tandje sneller kan, of iets anders dan in de studio-uitvoering. Daarnaast is het gewoon heel raar wanneer een band waarbij de keyboards integraal onderdeel uitmaken van de muziek, één muzikant niet meeneemt. Je laat toch ook niet de gitarist of de drummer thuis, om die partijen van een bandje te halen?

De bands die wel keyboards gebruiken in de studio, maar niet op het podium, kunnen een voorbeeld nemen aan de oudjes op Graspop. Bands als Europe en Deep Purple nemen hun toetsenist wél mee, en die deden coole dingen. Bij Deep Purple werd een fraaie toetsensolo weggegeven. En hoewel die vast ook tot doel had dat de rest van de (behoorlijk bejaarde) band even op adem kon komen, zie ik dat toch liever dan een niet-complete band op het podium.

Tot slot

Graspop 2017 was geweldig. Het festival heeft (zoals bijna ieder jaar) een top line-up, biedt zeer diverse bands, en weet het logistiek zo te regelen dat het nergens te druk is. Dikke vette aanrader, voor iedereen die van deze muziek houdt. Met als bonus dat het net over de grens ligt en je er zo bent… zo lang je niet met het openbaar vervoer komt.

János Betkó

 

* De oplettende lezer die doorklikt, zal zien dat de foto’s bij die artikelen zijn weggehaald. Ondanks dat ze zorgvuldig waren geselecteerd met betrekking tot gebruikersrechten heeft Vrij-Zinnig een vervelende aanvaring gehad met de copyrightmaffia. Dat is na veel intimidatie met een sisser afgelopen, maar daarna is besloten om rigoureus alle  afbeeldingen van voor een bepaalde periode te verwijderen. Zonde, ze waren prachtig.

**Voor de liefhebber, hier zijn een aantal reviews te lezen die voor mij prima onder woorden brengen waar het mis ging, bijvoorbeeld deze.

  1. 1

    Het is azijnzeikerij, maar toch: Dit soort concerten, waarbij generatoren de stroom voorzien, waar drinken vaak in plastic bekertjes wordt verkocht, etc. – Wat een enorme aanslag op het milieu!

  2. 3

    @1 In alle eerlijkheid valt me 100% mee hoe milieubewust veel festivals zijn. Plastic bekers zijn op de meeste plekken harde bekers die werken met een statiegeldsysteem (bijv Wacken en Metaldays). Veel festivals hebben een heel verantwoord (veganistisch) aanbod qua eten (Brutal Assault, Metaldays). Ons eigen Dynamo Open Air had in 1995 al frietbakjes van afbreekbaar aardapelzetmeelspul.

    En ja, tuurlijk, mensen moeten er komen, bezoekers gebruiken veel wegwerpmeuk, generatoren. Then again, voor veel mensen is de bus naar een festival hun vakantie, in plaats van vliegen naar Tenerife. Dat eerste is echt wel beter voor het milieu.

    @2 Heee, die ken ik nog niet, leuk! Ik ga eens luisteren.