Gouden ei gelegd voor duurzame bio-energie

Met de overhandiging van het rapport “toetsingskader voor duurzame productie van biomassa” aan de minister van VROM, Jacqueline Cramer, werd vorige week geschiedenis geschreven. Het rapport bevat de meest progressieve visie ter wereld hoe we de toekomstige energiestromen uit planten en bomen moeten verduurzamen, met de handtekening van o.a. de Rabobank, Shell, Electrabel, Essent, OxfamNovib en Cargill. Een stap die broodnodig is om ervoor te zorgen dat biomassa zo min mogelijk zal concurreren met voedsel, zorgt voor een fikse vermindering van de uitstoot van koolstofdioxide, ook ten goede komt aan de lokale bevolking, bodemerosie voorkomt enzovoorts. Overduidelijk hoe het mis kan gaan zonder in te grijpen is te zien in de verbranding van palmolie in Nederlandse elektriciteitscentrales, welke onder het mom van klimaatneutrale brandstof werd geïmporteerd. Door het droogleggen van de veengronden in Indonesië voor het aanleggen van palmolieplantages kwam echter veel meer broeikasgas vrij dan dat de reductie door het vervangen van fossiele brandstoffen opleverde. Ook de volgende figuur uit het rapport spreekt boekdelen:

biomass1.png

Het idee achter de criteria is om in eerste instantie bedrijven alleen nieuwe subsidies voor bio-energie te verlenen als aan de criteria wordt voldaan. Een systeem dat van kracht zouden moeten komen wanneer de nieuwe subsidieregeling voor duurzame energie wordt ingesteld in de loop van volgend jaar. Daarbovenop hoopt men op de algemene acceptatie van bedrijven, om ook wanneer er geen sprake is van subsidie zich te houden aan de criteria. Het raamwerk van de criteria bestaat uit 9 uitgangspunten waar de diverse criteria met toetsbaarheid aan op zijn gehangen:

1. De broeikasgasbalans van de productieketen en toepassing van de biomassa is positief.
2. Biomassaproductie gaat niet ten koste van belangrijke koolstofreservoirs in de vegetatie en in de bodem.
3. Biomassaproductie voor energie mag de voedselvoorziening en lokale biomassa toepassingen (energievoorziening, medicijnen, bouwmaterialen) niet in gevaar brengen.
4. Biomassaproductie gaat niet ten koste van beschermde of kwetsbare biodiversiteit en versterkt waar mogelijk de biodiversiteit.
5. Bij de productie en verwerking van biomassa blijven de bodem en de bodemkwaliteit behouden of worden ze verbeterd.
6. Bij de productie en verwerking van biomassa worde grond- en oppervlaktewater niet uitgeput en wordt de waterkwaliteit gehandhaafd of verbeterd.
7. Bij de productie en verwerking van biomassa wordt de luchtkwaliteit gehandhaafd of verbeterd.
8. Productie van biomassa draagt bij aan de lokale welvaart.
9. Productie van biomassa draagt bij aan het welzijn van de werknemers en de lokale bevolking.

Voor principe 1, de broeikasgasbalans, betekent dit bijvoorbeeld dat de emissiereductie van broeikasgassen in de beginperiode minstens 50-70% moet zijn voor de elektriciteitsproductie en ten minste 30% voor biobrandstoffen ten opzichte van fossiele brandstoffen. Voor later adviseert de projectgroep dat moet worden gestreefd naar ten minste 80 tot 90% emissiereducties over tien jaar. Die reducties kunnen berekend worden doormiddel van een ingewikkeld rekenschema, wat er ongeveer zo uit gaat zien:

biomass2.png

Minder gemakkelijk cijfermatig te beoordelen zijn veel andere criteria. Wanneer het gaat om de competitie van brandstof met voedsel bijvoorbeeld, principe 3, wil men op aanvraag van de Nederlandse overheid een rapportage kunnen krijgen welke inzicht geeft in o.a. verschuivingen van teelt, statistieken over landgebruik en opbrengsten en veranderingen in prijsinformatie over land en voedsel. Nog een hele reeks factoren moeten daartoe in een systematiek gevoegd worden welke nog niet eens bestaat. Bovendien is per pas duidelijkheid nadat een gedeelte van het kwaad is geschied. Het meest problematische van de criteria is echter hoe we ervoor zorgen dat er een zo groot mogelijk draagvlak ontstaat in de vele landen van de wereld om soortgelijke systemen te omarmen. Dat begint met het opstellen van een praktisch certificeringsysteem voor duurzame biomassa, waarvoor in het rapport drie verschillende voorstellen zijn gedaan, volg- en traceer, massa balans en verhandelbare certificaten, waarmee ik u verder niet vermoei, dat zult u bij interesse toch even zelf op moeten zoeken op pagina 25 t/m 29 van het rapport.

Kritiek hebben is echter erg makkelijk op welk onderwerp dan ook, voorlopig geef ik het voordeel van de twijfel aan deze insteek die kan leiden tot een succesformule. Zeker aangezien de voorzitter van de commissie welke het rapport schreef, Jacqueline Cramer, dezelfde is die nu het beleid moet uit gaan stippelen als minister van VROM. Dat het rapport wat voorlopig nog een status als adviesrapportage kent zo snel mogelijk geadopteerd mag worden door Nederland en de EU in beleidskaders.

P.S. voor kritiek en/of toejuichingen op het gebied van biodiversiteit en milieu kunt u terecht bij een niet nader te identificeren hoofdredacteur, die heeft bijgedragen aan het rapport als lid van de werkgroep Biodiversiteit en Milieu

  1. 1

    Ze gaan meer in het kappen van oerwouden en in china investeren .In zuid amerika kappen ze de oerbossen weg om er suikerbieten te verbouwen

  2. 5

    Ziet er niet hoopvol uit: laten we stellen dat de behoefte aan (transport)brandstof niet stigt, en dat er over een jaar of vijftig geen olie maar is. dan hoeven we maar 68% van het aardoppervlak te bebouwen met suikerbieten……

  3. 7

    Als ik die criteria zo lees. vraag ik me af of het niet eenvoudiger is om productie van biomassa als brandstof helemaal niet te promoten. Brandstof uit afval is wellicht een beter idee, hoewel je ook eindeloos kan soebatten over de definitie van ‘afvalstof’.

  4. 8

    Wat te denken van zonne-energie? Als we de woestijnen in de ‘betrouwbare’ wereld (dus niet het MO) vol leggen met zonnecollectoren komen we een heel eind, en de bron is schier onuitputtelijk.

  5. 9

    Beetje rare discussie wordt dit. Alsof we een keuze moeten maken tussen óf biomassa, óf energie uit afval, óf zonne-energie, enzovoort. Het lijkt me nu juist dat al die alternatieven samen voor een oplossing moeten zorgen.

  6. 10

    gezien het tabelletje hierboven vrees ik dat de bijdrage van biomassa nooit meer dan marginaal kan zijn. We moeten bovendien niet een kwart van de (huidige) behoefte aan transportenergie opvangen, maar alle olie die we gebruiken/willen gebruiken.

  7. 11

    De figuur vermeldt de ‘eerste generatie’ van producten waaruit biomassa kan worden gewonnen. Er wordt natuurlijk ook al gesproken over de tweede en derde generatie biomassa. Daar gaat het over biomassa met relatief veel cellulose, zoals hout. En Jathropa wordt in de tabel ook niet vermeldt. Is dit dan werkelijk ‘state of the art’? Maar ja, criteria om te bepalen wat dan daadwerkelijk duurzaam is, zijn wel nuttig, dus ik denk dat het verder een prima initiatief is.

  8. 12

    Ho, stop! Nee, doe dat rapport maar weer dicht hoor. Ook niet meer inkijken verder, nergens voor nodig. In Frankrijk hebben ze al lang de oplossing gevonden.

  9. 15

    Wellicht kan met dit rapport de kap van regenwoud worden gestopt voor het verbouwen van palmolie.

    De echte bulk van biomassa toepassing moet inderdaad komen van 2de en 3de generatie biomassa gewassenen verwerking.
    Die kan een stuk meer opleveren.

    En Jatropha groeit ook op woestijnachtige en zilte grond, waar toch al niet zo veel voedsel wordt verbouwd